Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘socialemedia’

Lezen : “Waar ben ik”, uit de Gouden Sleutel van Boukje Offringa
Ezechiël 1:28b – 3:3
Marcus 2:1-12

Gemeente,

 

Jong en oud wordt vanmorgen aangesproken. We hebben het over vriendschap en vergeving. Het verhaal van Marcus heeft het over vrienden, over mannen. Dat komt omdat Marcus een man was en mannen vergeten altijd dat God de mens mannelijk en vrouwelijk heeft geschapen. Nu ben ik ook een man en als ik praat dan vergeet ik dat ook eigenlijk wel een beetje. Laten we daarom afspreken dat als ik het vanmorgen over vrienden heb ik ook vriendinnen bedoel, daartussen is voor mij geen verschil. Wat we vertellen geldt voor allebei, vrienden en vriendinnen want het gaat om wat er tussen hen gebeurd, dat noemen we vriendschap. En wie ervaring heeft met vriendschap, langdurige vriendschap, weet dat in een vriendschap de mogelijkheid tot vergeving meer dan hard nodig is. Waar de eigenschap te kunnen vergeven ontbreekt houdt de vriendschap na verloop van tijd op. Dan gaan we ontvrienden zoals dat tegenwoordig heet. Ontvrienden is een term van het Internet, uit de wereld van de sociale media als Hyves, Facebook en Twitter. Windows live zou ik kunnen noemen maar dat wordt steeds minder gebruikt, Windows live lijkt zelf door de meeste mensen te zijn ontvriend. Maar op de andere platformen verzamelen we vrienden en volgers en als ze ons lastig vallen dan ontvrienden we ze soms. Dan wegen we voor onszelf af wat ze eigenlijk bijdragen aan ons plezier op internet en als ze alleen maar irriteren dan gaan ze er aan, dan worden ze ontvriend. Op Internet komen we dan ook nooit een lamme tegen die we moeten dragen. Als iemand niet meer in beweging komt, dan ontvriend die zichzelf, dan zien of horen we die niet meer en vergeten we die zelfs misschien. Altijd handig om zulke vrienden te hebben want het aantal vrienden of volgers dat je hebt blijft groot terwijl je er geen last van hebt.  Het verschil met het verhaal van Marcus over die vier vrienden wordt ook gelijk duidelijk. Die vier vrienden pakken hun vriend  op die kennelijk geen kant meer op kan. Hij kan niet alleen niet meer lopen maar  zelfs geen hand meer uitsteken. Dat vind je op internet toch maar weinig, hoewel. Er is een verhaal bekend van een aantal mensen dat elke avond bij elkaar kwam op een chatbox om de ervaringen van de dag uit te wisselen. Op een dag ontbrak er één. Dat kan natuurlijk wel eens, maar toen die na een paar dagen nog niet had laten weten waarom hij verstek liet gaan werd men ongerust. De groep is op zoek gegaan. Screennamen zeggen niet hoe je echt heet en waar je woont en hoe je te bereiken bent. Met veel moeite wist men toch een en ander uit te vinden en werd de politie in zijn woonplaats ingeschakeld. Alle persoonlijke gegevens van iedere internetter staan per slot ergens opgeslagen. De politie ging na enig aandringen toch maar even kijken, zo’n raar verzoek hadden ze nog nooit gehad en toen bleek de afwezige chatter helemaal alleen ziek in zijn huis te liggen en kon een dokter worden ingeschakeld. Zoiets stellen we ons bij echte vriendschap voor. Niet zozeer op Internet maar in het gewone leven. Als iemand in de klas op school wegblijft gaan we toch vragen aan de meester of juf waar die blijft en als meester of juf het niet weet proberen we toch iemand te bewegen even te bellen of er langs te gaan. Anders gaan we zelf misschien wel even langs om te vragen waarom en hoe.  Maar hoe krijg je je vriend of vriendin natuurlijk, weer in beweging? In het verhaal van Marcus gaan ze naar Jezus van Nazareth. Die was net thuisgekomen uit de Synagoge, de kerk van zijn dagen. Hij was nog even op bezoek geweest bij de moeder van de vrouw van Petrus, die had koorts en Jezus van Nazareth had haar genezen. Toen de mensen uit Kafernaüm hoorden dat Jezus van Nazareth weer thuis was kwamen ze met z’n allen naar zijn huis toe. Net zoveel als er op Sabbath naar de synagoge kwamen schrijft Marcus in zijn Grieks. Om met een verlamde vriend bij Jezus te komen was dus niet eenvoudig. Maar over die Jezus van Nazareth werd gezegd dat hij de Messias was die de mensen zou bevrijden van bewegingsloosheid, van onderdrukking en geweld, van armoede. En over die Messias hadden die vrienden nog een mooi verhaal gehoord. Dat was ooit door de profeet Daniël opgeschreven. Die had geschreven dat die Messias de Mensenzoon genoemd zou worden en dat die de Koning zou worden van alle mensen op aarde die geleden hadden tijdens hun leven. Die Koning wist pas wat lijden was, lijden aan ziekte, aan oorlog, aan onderdrukking, aan hongersnood, aan gebrek aan drinken en noem maar op. De Zoon des Mensen zou als Koning al die mensen bevrijden van het lijden dat ze moesten doormaken. Die Zoon des Mensen zou op de wolken naar de aarde komen. Nou dachten die vrienden zo van boven naar beneden kunnen wij ook komen. Zo klommen ze samen het dak op maakten een gat in het dak en lieten hun vriend daar doorheen zakken tot aan de voeten van Jezus van Nazareth. Die was druk in discussie met de mensen die het in de Synagoge voor het zeggen hadden, de bazen zeg maar, de mensen die er voor doorgeleerd hadden en die wisten hoe je moest denken en wat je moest vinden van allerlei zaken. Dit verhaal over die vier vrienden die hun verlamde vriend het dak op sjouwden en naar beneden lieten zakken heeft in de loop van de geschiedenis veel indruk gemaakt. Vooral omdat het goed afloopt, uiteindelijk loopt die verlamde vriend met zijn bed onder de arm het huis uit. Maar het verhaal dat Marcus heeft geschreven gaat daar helemaal niet over.  Het gaat over vergeving. De verlamde is allereerst vriend, zelfs Jezus van Nazareth spreekt hem aan als vriend. En vergeeft hem dan zijn zonden. Ook voor ons is dat raar. We snappen best dat zonden iets zijn dat je verkeerd gedaan hebt. Als je thuis bij het afwassen een bord stuk laat vallen dan zeggen ze ook: “Wat zonde”, en ook in de Metro konden we lezen over de dood van Withney Houston onder de kop “Wat een zonde”, dus alles wat je stuk gemaakt hebt is eigenlijk zonde. Vooral natuurlijk als je vriendschap hebt stukgemaakt, want die vier vrienden maken toch duidelijk dat het hebben van vrienden een kostbare zaak is, daar moet je zuinig op zijn. Vrienden die je willen dragen moet je niet zomaar kwijt raken en dat soort vriendschappen moet je niet zomaar stuk maken. Wat heeft deze verlamde vriend dan verkeerd gedaan? De geleerden in de Synagoge, en veel geleerden in de kerken hebben zich daarbij aangesloten, die vonden dat de zonde was het niet goed houden aan alle geboden die in de wetten van Mozes staan. Dat zijn er wel 153 en het is heel ingewikkeld om ze allemaal nauwkeurig na te komen. Daarom zijn we allemaal zondig. En als we de wet hebben overtreden moeten we gestraft worden. De angst voor die straf kan mensen verlammen. Het heeft geen zin om nog iets goeds te doen want dat helpt je niet van je zonden af. Jezus van Nazareth heeft gelukkig alle zonden op zich genomen zeggen ze dan en daar moeten we ons dan maar aan onderwerpen. Maar Jezus van Nazareth zegt iets anders. Die spreekt zijn vriend aan als vriend en als je echt een vriend bent dan heb je je naasten lief als jezelf en dan houdt je dus de wet van Mozes, alle wetten worden in die Wet samengevat. Dan speelt die zonde dus geen rol meer, dan is die zonde vergeven. De geleerden uit de Synagoge vonden dat maar wat al te eenvoudig. Het is God die de zonden vergeeft, en jezelf op de plaats van God zetten is godslasterlijk. Maar toen die vier vrienden hun verlamde vriend door het dak lieten zakken moest ook Jezus van Nazareth denken aan dat verhaal van Daniël. De koning van de lijdenden, de Mensenzoon, zou toch op de wolken komen? Die zou toch juist de vriendschappen belonen en de mensen van lijden bevrijden? Als je door vergeving van zonden weer opnieuw mag beginnen en als je door vriend te zijn de wet van Mozes houdt en daardoor niet zondigt, zou je dan door de vergeving van de zonden ook niet opnieuw in beweging kunnen komen? Zou de angst die je verlamd niet kunnen verdwijnen als je beseft dat je vrienden om je heen hebt die je kunnen helpen, die je kunnen dragen en dat uiteindelijk alles wat je meemaakt aan ellende in het  niet valt bij het lijden dat Jezus van Nazareth heeft meegemaakt? Jezus van Nazareth stelt die vragen aan de geleerden. Die hadden nooit gedacht aan het houden van de Wet als een beweging naar de naaste, als een daad van liefde, als een daad van liefde waarin de liefde van de God van Israël voor zijn volk duidelijk gemaakt werd. Wij vergeten dat ook zo vaak. Natuurlijk, wat wij voor anderen doen kan ons nooit vrijpleiten van alles wat we bewust en onbewust stukmaken. Maar alles wat we voor anderen doen kan wel duidelijk maken hoe groot de liefde van God voor de mensen is. Daarom kon Jezus van Nazareth zeggen: sta op, pak je bed op en ga naar huis. Zoiets hadden ze nog nooit gezien. Vergeving als begin van een verandering ten goede. Dat is wat ons verteld wordt. Moeten we dan alles maar vergeven van een ander? Die vraag komt direct op bij het horen van dit verhaal. Moeten we vergeven dat ons klasgenootje bij een ruzie is neergestoken? Moeten we vergeven dat onze buren zijn overvallen in hun huis en gemarteld en beroofd? Moeten we dieven vergeven die onze buurtwinkel voortdurend leegstelen? Moeten we pestkoppen vergeven die het gaan naar school tot een hel maken?  Dat kunnen we meestal niet. Dat vraagt God ook niet van ons. Wat God van ons vraagt is ons bed op te nemen en in beweging te komen. Als wij willen vergeven dan zullen we anderen in beweging moeten brengen. Dan letten we op of mensen geen messen bij zich hebben waarmee ongelukken kunnen gebeuren en dan zeggen we er wat van, dan zeuren we net zolang tot die messen verdwenen zijn. Dan letten we op of er in onze buurt geen mensen zijn die op overvallen uit zijn en als we ze zien dan waarschuwen we, desnoods bellen we er de politie over. Dan kijken we in winkels of er geen mensen zijn die zonder betalen met de spullen de winkel uitlopen. Dan spreken we op school pestkoppen aan, ook al pesten ze anderen, dan houden we niet op voor het pesten voorbij is al moeten we iedereen op school inschakelen. Toen de eerste moordenaar gevraagd werd waar zijn broer was, het verhaal van Kaïn en Abel zei hij “Ben ik de hoeder van mijn broer?” Als we niet medeschuldig willen zijn aan moord en onrecht dan zullen we dus inderdaad de hoeder, de beschermer van je broer, van je vriend, van je naaste moeten zijn. Wij vragen God ook niet om ons te leren hoe God schulden vergeeft maar om onze schulden te vergeven zoals wij vergeven wie ons iets schuldig zijn. Dat betekent dat we ons aanleren voortdurend bedacht te zijn op zaken die voor andere mensen verkeerd kunnen lopen. Niet dat we alles op onze nek kunnen nemen, dat we alles op kunnen lossen, dat we alle onrecht op aarde in recht kunnen veranderen, dat we alle ziekte en ellende kunnen voorkomen. Integendeel. Maar wel dat we altijd overal een vriend kunnen zijn die samen met anderen de verlamde op kan pakken en het dak op kan sjouwen. Dat we samen met anderen dus verkeerde situaties aan kunnen pakken en er wat aan kunnen doen. Thuis, in onze buurt, op school of op het werk, in onze stad of dorp, waar we ook zijn. Maar is het niet vervelend, saai en somber om altijd maar met ellendige dingen bezig te zijn? Over al te kijken naar wat er verkeerd gaat? Daar ging die droom van Ezechiël over. Die was met zijn hele volk uit zijn land gezet, gedeporteerd, in ballingschap gestuurd. En die Ezechiël moest de mensen vertellen dat ze weer naar de Wet van Mozes moesten gaan leven. En dat betekent dat je weer voor elkaar moet gaan zorgen, dat je weer moet letten op wat er voor een ander verkeerd kan gaan. Al die verkeerde dingen waren in de droom van Ezechiël opgeschreven in een boekrol, ze stonden voor het volk klaar in een rijtje, je hoeft het alleen maar tot iets van jezelf te maken, je moet het je eigen maken zegt een leraar of onderwijzer dan. En is dat moeilijk? Niet als je samen weet te werken, niet als je wakker om je heen weet te kijken zoals Feitel geleerd had. Maar als je samen met anderen leert om elkaar te helpen, om mensen in je buurt, in je stad, in je land, in onze wereld te helpen bij de ellende die ze tegenkomen, om vrede en gerechtigheid te brengen zegt de Bijbel dan deftig, dan smaakt dat als zoete honing, want dat is het heerlijkste dat je kan overkomen. Marcus hoefde ons niet te vertellen dat de vrienden dansend naar huis gingen, vijf vrienden dansten door Kafernaüm, dat snappen we zo ook wel. Ook de mensen die het verhaal van Feitel hadden opgeschreven werden bekend als dansende gelovigen, chassidiem noemen we ze. Zo mogen ook wij proeven van de honing die geproefd wordt als we onze naaste liefhebben als onszelf.

Amen.                                                                                                                          

 

Advertenties

Read Full Post »