Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Uncategorized’ Category

Lezen: Exodus 34: 27-35

              Lucas 9: 28-36

Gemeente

Op de tweede zondag van de veertig dagentijd hebben we gehoord over een stralende Mozes. Hoezo stralend? Wie belangrijke sportwedstrijden volgt kan zich voorstellen dat de gezichten van mensen kunnen stralen. Als het lukt dan stralen de winnaars. Short track schaatster Schulting lijkt op de televisie alleen nog maar te stralen. En al is het jaren terug Ellen van Langen straalt nog steeds als ze het heeft over haar overwinning bij de olympische spelen in Barcelona. Geen wonder dat Mozes straalde toen hij eindelijk de richtlijnen voor een menselijke samenleving op de stenen platen had en het volk zo ver dat ze het accepteerden.

Tien simpele regels. Geen andere Goden, geen beelden van God maken, niet zomaar zeggen dat God het wel zou willen, één dag in de week rusten, vader en moeder in ere houden, niet liegen, niet stelen, niet moorden, niet ontrouw zijn, niet jaloers zijn op een ander. Simpele regels die een heel volk in beweging zouden zetten. Regels die de wereld op z’n kop zouden moeten zetten. Want wat is dat nu voor een Godsdienst die niet meer zegt over de dienst aan God dan deze 10 regels.

We doen daarom vaak of het wetten zijn. Die kennen we, die hebben gezag, die worden gehandhaafd door machten en krachten buiten ons, door politie, openbaar ministerie en onafhankelijke rechtspraak. Maar dat soort wetten zijn gestoeld op het Romeinse rechtssysteem, met jurisprudentie waardoor uitspraken van rechters soms belangrijker zijn dan het tot hun recht laten komen van mensen. De regels die in de Bijbel staan zijn niet van dit soort wetten. Het zijn richtlijnen, diep in de woestijn gegeven aan een volk dat op weg was naar een nieuw land. Met de richtlijnen voor het inrichten van een nieuwe samenleving zou het land een land overvloeiende van melk en honing worden.

Richtlijnen die overigens voor de gelovigen moeilijker te houden zijn dan het lijkt. Want die sportmensen of acteurs en actrices, of zangers en zangeressen worden maar al te graag aanbeden. En wij lopen er maar al te graag achteraan. Zangeres Maan uit Bergen wordt overal ontvangen of ze Mozes zelf is. Hetzelfde geldt voor politici en opiniemakers, als ze een beetje zeggen wat we willen horen dan aanbidden we ze en lopen er achteraan. Hetzelfde geldt voor predikers, zeker als ze maar vaak genoeg zeggen dat God het zo gewild heeft. Het is ook zo verleidelijk regels te maken voor anderen en de uitzonderingen voor jezelf. Niet stelen en niet moorden is gemakkelijker, we houden hele legermachten aan politie op de been om ons er van te weerhouden. Ook het in ere houden van vader en moeder is vaak niet zo moeilijk, wie wil er niet uit een keurige familie komen, en een beetje ruzie in de puberteit moet dan toch kunnen. En hoe ouder je wordt hoe meer je inziet dat jaloers zijn op de rijken toch ook geen zin heeft.

Mozes echter straalde zo uitbundig dat hij zijn gezicht verstopte, de mensen mochten eens denken dat hij aanbeden moest worden. Al die mensen die voor God spelen genieten van die aanbidding. Slechts leiders die er niks van willen weten, die tot het uiterste dienaar van hun volk willen blijven leiden de mensen in de richting van een land overvloeiende van melk en honing, een land waar iedereen meetelt. Die leiders hebben we op dit moment in elk geval niet of nauwelijks .

In heel veel commentaren wordt net gedaan of Jezus van Nazareth in zijn veldrede iets geheel nieuws introduceert. We lezen een vergelijkbare toespraak immers ook in het Evangelie van Mattheüs. Bij Mattheüs staat Jezus op een berg terwijl de schrijver van het Lucas Evangelie er de nadruk op legt dat Jezus tussen de mensen, tussen zijn leerlingen, in staat. Nieuw is het echter niet wat Jezus hier onderwijst. In het boek van de profeet Jeremia staat ook zoiets. Daar gaat het om een brief van de profeet aan de ballingen in Babel. Die zitten met de vraag of ze mee moeten werken met het regiem dat hen heeft weggevoerd of zich juist moeten verzetten en de boel moeten saboteren. Het antwoord van de profeet is dan een oproep om zo veel mogelijk het goede te doen. Te delen met de armen, zorgen voor gezondheid, voldoende voedsel en er voor zorgen dat de mensen je gaan waarderen vanwege de zorg die je voor ze hebt. Dan kunnen de machthebbers uiteindelijk niet meer om je heen schrijft Jeremia en als je dan vraagt om het volk terug te laten gaan kunnen ze dat niet meer weigeren.

Jezus spreekt hier in een situatie van gewelddadige bezetting en onderdrukking van het volk. De strategie die hij hier voorschrijft is dan zo slecht nog niet. Die strategie is niet opgaan in de ideologie en afgoderij van de bezetter maar je eigen normen en waarden gebruiken om de nadruk te leggen op het goede. Delen van wat je hebt, wordt het genomen met geweld laat dan merken dat geweld niet nodig is, sta bekend als vrijgevig, behandel anderen zoals je zelf wilt worden behandeld. Heb je naaste dus lief als jezelf. Een gewelddadige samenleving heeft daar namelijk geen antwoord op. Ook mensen die kwaad willen hebben namelijk hen lief die hen liefhebben. Uiteindelijk is dat altijd wederzijds. “Doe goed” is daarom vanouds de centrale boodschap in de Bijbel. Want alleen uit het goede kan het goede voortkomen.

Uit het kwade komt immers niets goeds voort. Ons parlement heeft dat goed begrepen toen aan de aanwezigheid van onze soldaten in Afghanistan de eis werd verbonden dat ze konden opbouwen en de Afghanen de mogelijkheid zouden kunnen geven op een vreedzame toekomst. Want alleen van die wederopbouwactiviteiten is op de duur de vrede te verwachten. Het geweld lijkt soms onvermijdelijk maar mag nooit een doel in zichzelf zijn. Vrede is meer dan de afwezigheid van geweld, in vrede gaan mensen groeien en samenlevingen bloeien. Daarom zullen we ook onze vijanden lief moeten hebben want pas in liefde kan vijandschap verdwijnen en pas als vijandschap is verdwenen kan het vrede worden.

Voor die liefde vraag je dus niets terug. Paulus zal in zijn beroemde lied over de liefde in 1 Corinthe 13 schrijven dat die liefde zichzelf niet zoekt. Jezus zet die liefde zelfs zover door dat het hem aan het kruis brengt en hij hangende aan het kruis nog vergeving vraagt voor hen die hem daartoe veroordeelden omdat ze niet weten wat ze doen. Ze volgen immers de Romeinse wetten die niet letten op de mens maar alleen op de regels. Het blijft er dus niet bij dat je niet doet wat je niet wilt dat aan jou gedaan zou worden maar je zet een stap meer. Meer dan het gewone. Daarom keer je de linkerwang toe aan iemand die je op de rechterwang slaat, daarom geef je je onderkleed aan iemand die je bovenkleed in beslag neemt, daarom ga je twee mijl met iemand die je dwingt één mijl te gaan. Je doen altijd een stapje meer voor een ander dan wordt verwacht. En dan zeker niet alleen voor wie jou liefhebben, dat doen ongelovigen ook, vriendjespolitiek heet dat, dat is niet moeilijk, dat vraagt geen onvoorwaardelijke liefde die zichzelf niet zoekt. Goed doen voor hen die jou liefhebben brengt je altijd voordeel. Het gaat er om dat jouw handelen de wereld voordeel brengt. Dat er leven is in plaats van dood.

De oproep om niet te doden zoals Mozes die verkondigde aan het Volk, de oproep van Jezus om dus zelfs je vijanden lief te hebben staan er niet voor niets. Pas in liefde voor elkaar ontstaat die samenleving die overvloeit van melk en honing, de menselijke samenleving die God bedoeld heeft met het scheppen van de aarde.

Door die Liefde zal de aarde ooit zo mooi worden dat God zelf op deze aarde zal willen wonen. Is dit moeilijk? Jezus heeft nooit iets gevraagd dat hij zelf niet heeft gedaan. En hij heeft ons zijn Geest gestuurd om hem na te volgen. We zullen dus in deze veertig dagentijd moeten leren dat die Liefde zelfs door de dood heen in stand blijft. Tot die tijd kunnen we het kwade bestrijden met het goede, elke dag opnieuw.

Amen

 

 

 

 

Advertenties

Read Full Post »

Lezen: Jeremia 7:1-15

             Lucas 6: 9-49

Gemeente

Je hoort toch nog maar al te vaak. We zijn toch fatsoenlijk, we houden ons aan de Joods Christelijke traditie en verdedigen die tegen ongerechtvaardigde aanvallen, dan horen we er toch gewoon bij ? Zeker als men ook naar een zogenaamde Christelijke kerk gaat dan moet het toch wel goed komen? In de tijd van Jeremia was dat ook zo. Maar hij ging in de poort van de Tempel staan en sprak daar de mensen aan die naar binnen gingen. Dat moesten toch wel de voorbeelden voor het volk geweest zijn. Fatsoenlijke mensen die nog de offers gingen brengen in de Tempel. Mensen die bij de God van Jeremia hoorden. Niets is minder waar. Jeremia roept ze op anders te gaan leven. Dat versje van “Dit is de Tempel van de Heer” wordt net zo vals gezongen als het versje van de Joods Christelijke traditie in onze dagen. Dat soort versjes blijkt een alibi voor het uitsluiten van vreemdelingen van de samenleving, voor het onderdrukken van de weduwen en de wezen.

En weduwen en wezen staan in de Bijbel voor de allerarmsten, in onze dagen praten we over de minima en de armen in Afrika. Het verbiedt mensen aandacht te vragen voor de gevolgen van de slavernij die zij meedragen ook nog in het derde en vierde geslacht. Zwarte Pieten bevestigen voor hen het beeld dat ze moeten bewijzen tot deze samenleving te horen ook al wonen ze al generaties lang in dit land en hebben ze al van ouds mee vormgegeven aan onze samenleving. Steeds weer worden ze aangesproken als komend uit een vreemd land, uit Spanje of God weet waar. Steeds weer moeten ze zich bewijzen, moeten ze meer aangepast zijn als zij die de aanpassing van hen vragen. Als ze aandacht vragen voor het foute beeld dat de “Zwarte Piet” bij hen oproept en het verkeerde gedrag dat daardoor van hen gevraagd wordt dan is onze wereld te klein.

Dan regent het klachtentelefoontjes bij een museum dat er een tentoonstelling voor inruimt en klinkt het applaus voor een goedkoop scorende populistische politica. Fatsoen dat moeten we wel hebben, tenminste dat moeten de anderen hebben. Belasting betalen dat moeten die anderen ook. Wij gaan voor de goden van winst en profijt. Jeremia voorspelde zijn tijdgenoten dat ze daardoor hun land uiteindelijk zouden gaan verliezen. Wie zo hoog opgeeft van zichzelf wekt alleen jaloezie op. Hier is het kennelijk te halen want wij zijn beter dan de rest van de wereld. Wie niet wil delen heeft kennelijk wel heel veel te beschermen en wordt gemakkelijk een prooi voor dieven en rovers. Er is sinds de dagen van Jeremia veel veranderd in de wereld, maar niet in het gedrag van mensen. Ook nu heeft de oproep om heel anders te gaan leven en anders om te gaan met de minsten in onze samenleving een hoogst actuele klank. Laten we er naar luisteren dus.

Die luisteraars naar de woorden van Jeremia zien wel de fouten bij anderen, bij Jeremia want iedereen mag toch geloven wat ie wil? Dat is in onze dagen niet anders, ook al zijn we geroepen de schepping te verzorgen en te bewaren mogen kerken zich volgende week niet met de klimaatmars bezig houden. De PKN roept ook u op om daaraan mee te doen. Jezus vertelt ons een ander verhaal

Het zijn overbekende woorden die we vandaag gelezen hebben. Over de splinter en de balk, over het niet oordelen en over de blinde die de blinde niet kan leiden zonder dat beiden in dezelfde kuil vallen. Het borduurt voort op het gegeven dat we het goede moeten doen omdat van het kwade nooit iets goeds kan komen. Op het uitgangspunt van de leer van Mozes dat je je naaste lief moet hebben als jezelf. Op de wetenschap dat ieder mens fouten maakt, jij net zo goed als je naaste. Dat het echter niet gaat om bij de fouten te blijven staan maar juist om het goede voor elkaar te krijgen.

Het speelt bij ons soms bij de eindexamens. Elk jaar weer zijn er leerlingen die zakken of lagere punten halen dan nodig door het rode potlood. Ze zijn hun hele schoolloopbaan geconfronteerd met het rode potlood dat hen vanaf elk proefwerk toeschreeuwde wat ze allemaal wel niet fout hadden gedaan. Dat er ook opgaven waren die ze juist heel knap hadden opgelost en antwoorden die ze beter hadden gegeven dan was verwacht werd hen nooit verteld. Daar ging dat rode potlood niet over. Pas als die leerlingen geleerd wordt weer in zichzelf te geloven, als er in plaats van het rode potlood voor de fouten een groen potlood voor de goede antwoorden wordt gebruikt, kunnen ze slagen.

Dat is ook wat Jezus ons voor elk gedrag voorhoud. Niet bezig zijn met wat er slecht is, maar, zoals het verhaal van Mattheüs vertelt, de hongerigen eten geven, de naakten kleden, de gevangenen bezoeken, de bedroefden troosten. De vreemdelingen en de weduwen en wezen tot hun recht laten komen. Uiteindelijk gaan dan de blinden zien en de lammen lopen. Uiteindelijk wordt dan zelfs de dood overwonnen en alle tranen gedroogd. En nou niet roepen dat niemand meedoet en dat iedereen bezig is zelf rijk te worden. Dat is nu de balk in het eigen oog en de splinter in die van de buurman. Zorg dat je zelf het goede doet en niets dan het goede, maak mensen om je heen enthousiast voor het goede en laat ze meedoen, dan verdwijnen zowel de balk als de splinter.

Zo zorgen wij voor het klimaat, of China en Amerika mee gaan doen moeten we afwachten, wij houden ons bezig met het goede, zij mogen volgen. Doe mee! Maar gaat het dan over fundamentalisme? Meestal zien we mensen die hun levensovertuiging tot het fundament van de hele wereld willen maken uiteindelijk daarvoor alles willen uitroeien wat daarmee in strijd is.

Jezus van Nazareth roept op om een eenvoudig principe tot fundament van je eigen leven te maken. Namelijk de regel dat van kwaad niets goeds kan komen en van goeds niets kwaads. Of iets goed of kwaad is merken we dus aan de uitwerking op de mensen. Zijn onze daden gebouwd om de wil het goede te doen en niet dan het goede? Accepteren we anderen zoals ze zijn? Met hun goede en met hun kwade kanten, zoals we zelf geaccepteerd willen worden?

De vruchten van tolerantie zijn vrede, verdraagzaamheid en culturele verrijking en de vruchten van intolerantie zijn oorlog, angst en niet alleen culturele verarming maar ook daadwerkelijke economische verarming. Ons soort fundamentalisme is dus niet iets dat we anderen opleggen maar dat we onszelf opleggen. Dat maakt dat ons huis op een rots staat, dat we nooit bang hoeven te zijn dat het weggespoeld zal worden door maatschappelijke veranderingen. Als het verbeteringen zijn zullen we die veranderingen verwelkomen, we letten immers alleen op het goede.

De klimaatveranderingen treffen allereerst de armen in de wereld. Meer overstromingen op de ene plaats en grotere droogt op de andere plaats. Beiden zorgen voor een kleinere oogst waardoor voedsel duurder wordt. Van ons wordt verwacht dat wij pal staan voor de armen en dus ons ook bezig houden met het klimaat. We blijven het goede doen, totdat hij komt.

Amen.

Read Full Post »

Gemeente,

Het moet schrikken geweest zijn. Stel je dat eens voor. Juda biedt zich aan als slaaf van de plaatsvervanger van de Farao van Egypte omdat hij het verdriet van zijn vader niet meer kan aanzien en dan stuurt die plaatsvervanger iedereen de kamer uit en begint onbedaarlijk te huilen, zo hard dat het zelfs in een ander paleis te horen is. En dan begint ons verhaal van vanmorgen. Daar staan ze dan de 11 broers en die onderkoning. Straks worden de broers nog beschuldigd een aanslag te hebben willen plegen op de onderkoning. Dat is pas echt schrikken. En dan begint die onderkoning ook nog ineens in het Hebreeuws te praten.

Tot dan toe had hij Egyptische gesproken en hadden ze een tolk nodig gehad om elkaar te verstaan. Nu wordt het duidelijk wat er is gebeurd. Jozef vertelt het hele verhaal maar neemt de schuld voor zijn eigen lijden weg. In plaats van een dood als slaaf tegemoet te gaan bleek zijn reis naar Egypte de redding van Israel te zijn. Ze krijgen een vruchtbare streek aangeboden om in te wonen en graan is er genoeg in Egypte. Maar pas toen Jozef hen de ogen had geopend en had gekust waren ze in staat iets te zeggen.

Eerst Benjamin de andere zoon van zijn moeder en toen de andere broers. In het verhaal blijven de broers op de achtergrond. Alleen Juda had zich uitgesproken ter bescherming van Benjamin en daar had Jozef op gereageerd. Het is natuurlijk mooi het goede op God te schuiven en het in het lijden dat je had het goede te kunnen zien maar wij kunnen dat over het algemeen niet. Meestal draaien wij het om. Het goede komt van onszelf, omdat we hard werken, omdat we gebruik maken van de nieuwste technologie, omdat we slimmer zijn dan de anderen.

Het slechte komt van God, die straft, die houdt de rampen niet tegen, die wist de tranen niet. In dit verhaal klinkt een andere houding. Van begin af heeft Jozef op de een of andere manier door dat delen de sleutel is tot overleven. De zeven jaren van overvloed zijn er niet om van te genieten, komen niet omdat je hard werkt, gebruik maakt van de nieuwste technologie of slimmer bent dan de anderen. Die overvloed is er om te kunnen delen in tijden dat het slechter gaat. Uiteindelijk bleek dat hij daardoor zelfs de familie kon redden die hem als slaaf had verkocht. Dan krijgt dat delen ondanks je zelf, delen zonder er beter van te worden een heel speciale betekenis.

Die betekenis verklaart ook het huilen, het is huilen van geluk maar ook huilen om de smalle rand waarlangs je gaat. Het was toch niet zo moeilijk geweest te kiezen voor genot, te profiteren van de jaren van overvloed en alleen te sparen voor wat je zelf nodig hebt. Hier geen eigen volk eerst, geen gesloten grenzen voor arme sloebers uit de woestijn. Farao zelf heeft immers de gift van Jozef gelegitimeerd. Heel Egypte zou de zeven magere jaren doorkomen en het was een mooie beloning voor Jozef die dit allemaal zo voortreffelijk had georganiseerd dat hij nu zijn familie in de buurt had en ook de zekerheid dat niet alleen de Egyptenaren maar ook zijn eigen volk zou kunnen overleven.

Dat overleven van Egyptenaren kon dus alleen omdat zij de vluchtelingen voor honger en armoede in hun midden wilden opnemen. Ook elke vreemdeling met een goed idee, Jozef was zo’n vreemdeling, was welkom en kon hoog opklimmen. Wij kunnen er nog wat van leren. Zelfs van slechte broeders, ook al deden ze het slechtste wat je met mensen kan doen, die mensen verhandelen. Zo behandelen wij de mensen niet, niet toen we het rijk hadden en niet nu de rijkdom wordt bedreigd, bij ons blijven grenzen dicht, bij ons blijft de voedselcrisis onverminderd doorgaan, is dat niet eerst recht iets om over te huilen?

De broers hadden Jozef dus niet gedood, niet in de put gegooid, maar verkocht als slaaf. Daarmee hadden ze de toekomst van Jozef niet afgesneden. Goed was het niet maar het was God die het kwade had omgedraaid in het goede. En het loopt pas goed af als Juda zijn leven wil inzetten voor een ander. Dat inzetten van je eigen leven voor een ander doet ons natuurlijk aan Jezus denken. En wat het goede is leren we van de manier waarop Jezus met de verhalen als die van Jozef om gaat.

In heel veel commentaren wordt net gedaan of Jezus van Nazareth in deze toespraken iets geheel nieuws introduceert. We lezen een vergelijkbare toespraak immers ook in het Evangelie van Mattheüs. Bij Mattheüs staat Jezus op een berg terwijl de schrijver van het Lucas Evangelie er de nadruk op legt dat Jezus tussen de mensen, tussen zijn leerlingen, in staat. Nieuw is het echter niet wat Jezus hier onderwijst. Het staat al in de eerste vijf boeken van de Bijbel, de Tora, de leer van Mozes. We hebben er over gelezen in dat verhaal over Jozef en zijn broers. Die kregen een les in omgaan met elkaar, ook al ben je jaloers op iemand.

Jeremia schreef er over aan de ballingen in Babel. Ze moeten delen met de armen, zorgen voor gezondheid, voldoende voedsel en er voor zorgen dat de mensen je gaan waarderen vanwege de zorg die je voor ze hebt. Dan kunnen de machthebbers uiteindelijk niet meer om je heen schrijft Jeremia en als je dan vraagt om het volk terug te laten gaan kunnen ze dat niet meer weigeren.

Jezus spreekt hier in een situatie van gewelddadige bezetting en onderdrukking van het volk. De strategie die hij hier voorschrijft is dan zo slecht nog niet. Die strategie is niet opgaan in de ideologie en afgoderij van de bezetter maar je eigen normen en waarden gebruiken om de nadruk te leggen op het goede. Delen van wat je hebt, wordt het genomen met geweld laat dan merken dat geweld niet nodig is, sta bekend als vrijgevig, behandel anderen zoals je zelf wilt worden behandeld. Heb je naaste dus lief als jezelf, zelfs als het je vijand is. Een gewelddadige samenleving heeft daar namelijk geen antwoord op. Ook mensen die kwaad willen hebben namelijk hen lief die hen liefhebben. Uiteindelijk is dat altijd wederzijds.

Doe goede is daarom vanouds de centrale boodschap in de Bijbel. Want alleen uit het goede kan het goede voortkomen. Uit het kwade komt immers niets goeds voort. Veel mensen twijfelden bijvoorbeeld aan het nut van het bombarderen van IS in Irak en Syri. Dat je door alle aanhangers van IS te doden het probleem uit de wereld helpt is een illusie. Op de een of andere manier zal duidelijk gemaakt worden dat het doden van iedereen die niet op dezelfde manier een geloof beleefd als men zelf doet is een voorwaarde voor een echte oplossing.

Het geweld lijkt soms onvermijdelijk maar mag nooit een doel in zichzelf zijn. Vrede is meer dan de afwezigheid van geweld, in vrede gaan mensen groeien en samenlevingen bloeien. Maar hoe we dat duidelijk maken is onduidelijk. Bestrijding van discriminatie in ons bedrijfsleven zou een klein begin kunnen zijn, ophouden elkaar verketteren en haatzaaien zou ook kunnen helpen. Daarom zullen we ook onze vijanden lief moeten hebben want pas in liefde kan vijandschap verdwijnen en pas als vijandschap is verdwenen kan het vrede worden.

Want dat zou de aarde een stukje mooier maken. Vrede stichten en geweld bestrijden. De Bijbel belooft ons dat de wereld dan uiteindelijk zo mooi zal worden dat God zelf hier op deze aarde zal willen wonen. Tijd dus om aan het werk te gaan. Sta dus op en wees als gemeente als een stad op een berg die niet onopgemerkt kan blijven, totdat hij komt.

Amen

Read Full Post »

Lezen: Jesaja 6:1-8

             Lucas 5: 1-11

Gemeente,

Die Koning Uzzia had wel 52 jaar geregeerd. Dat is een hele lange tijd. Zeker als het niet goed gaat in een land, tenminste goed en niet goed in de ogen van profeet. Onder deze koning immers waren de rijken, die akker na akker samenvoegden, steeds machtiger geworden. Onder deze koning was het volk op zoek gegaan naar genot om het genot zonder om anderen te denken, zonder te willen delen. Een profeet die al een hele tijd het volk oproept om zich te keren naar de leer van Mozes zoals die in de Tempel wordt bewaard, een profeet die de Tempel in Jeruzalem nog wil laten functioneren zoals die Tempel is bedoeld, een plaats om samen te komen voor maaltijden met de armen en de vreemdelingen, zal vast dromen dat nu de Koning dood is er een nieuwe tijd zal aanbreken.

In een wereld vol onrecht, waar de kloof tussen arm en rijk steeds groter werd, waar rijken de dienst uitmaken en de wet kunnen verzetten in eigen voordeel, een wereld waar onrecht en corruptie heersen, is het verschil tussen de prachtige Tempel en de wereld daar buiten wel erg groot. Het zijn de engelen die op de ark zijn geplaatst die Jesaja aan het spreken brengen. In die ark liggen immers de hoofdlijnen uit de leer van Mozes opgeborgen, je zult je naaste lief hebben als jezelf.

Er zullen vast mensen geweest zijn die naar die droom van de Profeet wilden luisteren. Maar tevergeefs. De boodschap is dat nu de Koning dood is er niks zal veranderen, omdat het niet alleen om de koning gaat. Je bent misschien aangestoken door de gloed van de Tempel en haar bedoeling, je snapt best hoe de Wet van delen en rechtvaardigheid in elkaar zit. Je kan er niet genoeg over praten maar vergeefs. Het volk zal je horen maar niet volgen. Dat is het visioen dat de Profeet krijgt. Ondanks die mooie tempel met die gouden cherubijnen, met al dat Goddelijke dat zo’n verheven ruimte vult, ondanks het feit dat je zwaar onder de indruk bent van de plechtige omgeving en het plechtige van je roeping, ondanks dat alles weet je dat het volk niet zal luisteren.

De dood van de Koning brengt niet het beloofde land waarin iedereen meedoet met de samenleving van je naaste liefhebben als je zelf. Jesaja krijgt de boodschap dat pas als het volk net zo gaat lijden als de armen al doen, pas als ze zelf weer slaven zijn net als de mensen die door hen worden uitgebuit, pas dan gaan de mensen het begrijpen.

Dat was in de dagen van Jesaja en het was in de dagen van Jezus niet anders en het is in onze dagen nog net zo.

We lezen tot aan het begin van de volgende advent veel in het Evangelie van Lucas. We lazen al eerder in dit Evangelie en lazen toen het verhaal over Johannes de Doper die de mensen opriep een ander leven te gaan leiden, de mensen die dat wilden doopte in de Jordaan, en die vanwege zijn kritiek op Koning Herodes in de gevangenis belandde.

Ook Jezus van Nazareth had zich laten dopen en met hem zou er een nieuwe wereld opengaan. Thuis in zijn eigen stad was er geen gehoor en in Kafarnaüm waar hij heengetrokken was stroomden de mensen in zulke grote getale toe dat hij het er af en toe benauwd van kreeg. Er moest dus wat anders gebeuren. Het verhaal dat we vandaag lezen vertelt welke nieuwe wending de beweging van Johannes de Doper en Jezus van Nazareth kreeg. Opnieuw werd Jezus van Nazareth in de knel gebracht door het grote aantal mensen dat op hem af kwam. Om de ruimte te krijgen, om in elk geval te kunnen spreken, charterde hij de boot van Simon die net terug was van een nacht tevergeefs vissen.

Die Simon kende hij al want hij had er voor gezorgd dat de schoonmoeder van Simon weer mee kon gaan doen nadat ze een zware koortsaanval had gehad. Simon raakte ook nu danig onder de indruk van deze vreemde leraar. Maar toen die over het vissen begon trok er een glimlach over zijn gezicht. Wij kunnen het niet meer nalezen want de vertalingen vertalen keurig met meester, maar de schrijver van het Lucasevangelie gebruikt hier een zeer algemeen woord voor heer. Een dominee uit de stad vertaalde voor zichzelf dan ook met chef, in een vissersdorp zou men wellicht jawel schipper hebben gezegd.

Simon deed wat hem werd gevraagd en ving meer dan hij ooit had gedaan, niet één maar twee schepen vol. En zo goed was Simon nu ook weer niet dus vroeg hij Jezus maar om te gaan. Dat was het keerpunt, als je gelooft in jezelf, zoals Simon geloofde dat hij tenminste een goede visser was, en er niet op uit bent van een ander te profiteren maar het zelf wil redden in het leven, dan kun je andere mensen overtuigen mee te doen in het Rijk van recht en vrede.Daarmee staat Jezus van Nazareth niet meer alleen als leraar, maar begint de opleiding van zendelingen die de wereld rondtrekken om iedereen er bij te betrekken.

Vandaag worden ook wij daartoe geroepen, doe het goede en overtuig de mensen om je heen ook om het goede te doen. In onze samenleving laten mensen zich nogal eens leiden door angst, vooral door angst voor mensen die anders doen en anders geloven. Voor angst was in de dagen van Jezus van Nazareth ook genoeg reden. Het zou uiteindelijk Johannes de Doper zijn leven kosten. Maar Jezus van Nazareth trekt zich kennelijk niks aan van mensen die angst zaaien en ook zijn nieuwe volgelingen zoals Simon laten zich niet leiden door de angst voor de gevolgen.

Waarom laten wij ons dan wel leiden door angst? Zijn we niet meer in staat om over het goede te praten? Of geloven we niet meer in het goede, in de mogelijkheid met andere mensen samen te leven en samen een samenleving op te bouwen waar iedereen mee kan doen. Deze week is de week van het overtuigen van mensen juist daarvoor te kiezen. Elke nieuwe dag kan het begin van een heel nieuw leven zijn, elke nieuwe dag is immers net zo nieuw als eens de eerste.

Als de Heer ons dus vraagt wie te roepen om te laten zien wat dat nieuwe Koningkrijk nu eigenlijk voorstelt dan belijden gelovige Christen dat het antwoord is Heer stuur mij. Want wij geloven dat de aarde anders wordt, dat het uiteindelijk niet zal gaan om de winst, om de hoge positie, de grote van het jacht of het huis dat je hebt maar dat het zal gaan om de liefde voor de mensen, vooral voor de minsten op aarde, dat het ook zal gaan om een aarde waar iedereen kan leven, waar vrede is en honger verdwenen. Deze week lieten de kinderen zien dat ze daarvoor in beweging willen komen en dat ze daarvoor naar school gaan. Ze houden met naar school gaan op als wij de komst van die aarde tegen willen houden en liever de dividenden en winsten hoog willen houden. Vandaag vieren ruim 900 voorgangers die zich geroepen wisten om de continue kerkdienst ter bescherming van kinderen vol te houden dat het kinderpardon er uiteindelijk toch is gekomen. Luisteren naar de roep van de Heer u in te zetten voor de minsten helpt. Is het vandaag niet dan morgen of in de na ons komende geslachten. Laat u dus roepen en ga aan de slag, totdat hij komt.

Amen

Read Full Post »

Lezen: Jeremia 1: 4-10

Lucas 4: 21-30

Gemeente,

Geloven is een werkwoord en die arbeid is niet eenvoudig. Zondag aan zondag komen we bij elkaar om samen te bidden en te zingen, om naar het Woord van God, en dus naar God zelf, te luisteren. Maar als ons gevraagd wordt of onze gemeente bekend is als een stad die op een berg ligt, of straalt in onze dorp als een licht dat zeker niet onder een korenmaat staat en of de gemeenteleden het zoutend zout zijn in diezelfde samenleving dan stamelen we vaak of doen er het zwijgen toe. Dat hoeft overigens niet want als de kerk nodig is blijkt de kerk ook altijd aanwezig. In Den Haag werd 3 maanden lang dag nacht een ononderbroken kerkdienst gehouden om aandacht en bescherming te vragen voor kinderen die na 5 jaar in Nederland hier ook geworteld zijn

En als er een ergens ramp gebeurd of de samenleving wreed verstoord wordt door geweld opent de kerk de deuren voor nabestaanden en slachtoffers. En overal in Nederland zijn voedselbanken die bij tekort worden bevoorraad door inzamelingen in kerken en waar vanuit de kerken en gemeenten veel vrijwilligers werken.

Wat doen we dan vanmorgen? We houden vol met luisteren naar de valkuilen en discussies die ons af houden van het inzetten van het goede als wapen tegen het kwade dat ons omringt. Daar zijn de Bijbelse verhalen voor bedoeld en daarom moeten we op zoek naar de betekenis van die Bijbelse verhalen. En dan zal ons blijken dat wat ons zwak voorkomt onvermoede krachten heeft, krachten die wij misschien ook zelf wel hebben om het goede te doen en niet dan het goede. Kijk maar eens naar het verhaal dat we vanmorgen uit het boek van de profeet Jeremia hebben gelezen.

God had gemakkelijk spreken. Die had Jeremia al voor zijn geboorte bestemd om profeet te worden. Maar Jeremia weet van niks. En zou u niet schrikken als ze tegen u zouden zeggen dat je het gezag over alle volken krijgt om ze uit te rukken en te verwoesten om ze te vernietigen en af te breken, op te bouwen en te planten? Geen wonder dat Jeremia roept dat hij te jong is.. Maar we hebben vanmorgen de opdracht gehoord die Jeremia heeft gekregen. En we weten dat Jeremia een van de grote profeten is geworden. Wij zijn Jeremia niet zult u denken.

Maar dan moeten we nog één vers doorlezen, Jeremia 1 vers 11: De Heer richtte zich tot mij: “Wat zie je, Jeremia?” Ik antwoorde “ Ik zie een amandeltwijg” En in dat beeld van die amandeltwijg zit het geheim van de kracht van Jeremia, en misschien ook wel het geheim van onze kracht. Wij kennen alleen geen amandeltwijgen. Wij kennen sneeuwklokjes. Van die bloemen die te vroeg zijn. Als de sneeuw er nog ligt komen ze al boven de grond uit en zoeken ze het zonlicht.

In Israël hadden ze de amandelboom. Vroeg in het voorjaar was dat de eerste boom die in bloei kwam. En net als het sneeuwklokje bij ons was de amandelboom in Israël het onbetwistbare teken dat de lente er aan kwam. Hoe koud het ook nog was, hoe fel de voorjaarsstormen ook nog te keer konden gaan, de lente kwam er aan. Een prachtig beeld voor de belofte van de God van Israël dat, ondanks alle ellende die we in de wereld zien, de hemel op aarde zal neerdalen.

Jeremia had in zijn dagen zo’n beeld nodig. Want als hij goed keek zag hij niets dan dreiging groeien voor zijn land en zijn volk. En die tere sneeuwklokjes hebben net als de tere amandelbloesem een onvoorstelbare kracht om de kou te kunnen trotseren en ondanks de kou de terugkerende zon op te zoeken en in bloei te komen. Iedere keer als Jeremia dacht te zwak te zijn zou hij aan de amandeltwijg mogen denken en mogen wij aan het sneeuwklokje denken.

Jeremia leefde in de goddeloze tijd. De leer van Mozes, het heb Uw naaste lief als Uzelf, was vergeten. Overal werd afgodendienst bedreven. En rondom klonterden de volken samen tot machtige rijken. Vooral in het noorden werd de dreiging voor kleine volkjes als Juda steeds groter. Dat kon nooit goed aflopen. Er zou een dag komen dat Israël, dat zelfs Juda, niet meer zou bestaan en dat vreemde volken zouden heersen over Jeruzalem.

Een volk dat geen respect meer kan afdwingen door te zorgen voor de minsten en de zwaksten in zijn samenleving zal behandeld worden net als alle andere volken die bezetters kennen en vreemde heersers. Daarom is het beeld dat volgt op het beeld van de amandeltwijg in het verhaal van Jeremia het beeld van de overhellende pot kokend water op een vlammend vuur. Als je je door de wind van het noorden laat verwarmen dan zul je bij het noorden moeten horen. Die windstreken moet je dus niet zo letterlijk nemen maar als je meegaat in een cultuur van haat en eigenwaan dan zul je overheerst worden door een cultuur die je vreemd is en die haat zaait en van eigenwaan druipt.

Het is de jonge Jeremia angstig te moede als hij beseft dat hij deze boodschap van onheil en ondergang moet brengen aan zijn volk en vooral aan de leiders van zijn volk. Maar de God van Israël maakt hem sterk, een vestingstad, een ijzeren zuil, een bronzen muur staat er. Hij kan tegenstand verwachten maar uiteindelijk zal hij onverslaanbaar blijken. Het zijn beelden die in scherp contrast lijken te staan met het beeld uit het begin van dit verhaal.

Een bronzen muur tegenover een bloeiende amandeltwijg, een ijzeren zuil tegenover ons sneeuwklokje. Maar dat contrast is maar schijn. Zoals de amandeltwijg en het sneeuwklokje een geweldige kracht in zich moeten hebben om tegen de winterkou in toch tot bloei te komen zo schuilt in de jonge Jeremia, en dus in alle jongeren, een geweldige kracht als ze de mensen op roepen om de weg van de wereld te verlaten en de Weg van de God van Israël te volgen.

Niet langer zal vruchtbaarheid, zullen winst en profijt, voorop moeten staan, maar de zorg voor de minsten op aarde zal het handelen van mensen en volken moeten bepalen. Delen zal het werkwoord moeten zijn dat hebben verdrijft.

Niet de prachtigste technologische uitvindingen die de mode van vandaag bepalen maar het voeden van de hongerigen en het kleden van de naakten zullen de wereldwijde aandacht moeten hebben. Als dat gebeurd zal ook bij ons onweerstaanbaar de lente aanbreken, dwars tegen alle winterkou in.

Jezus van Nazareth had dat beeld van de profeten opnieuw opgepakt. Hij had gelezen uit het boek van de profeet Jesaja, over het genadejaar, het aangename jaar des Heren. Hij had bij Jesaja gelezen dat hij geroepen was om aan armen het goede nieuws te brengen, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken, en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven.

En hij had zijn gehoor in de Synagoge van Nazareth verteld dat ze nu pas gehoord hadden hoe dat schriftwoord in vervulling was gegaan. Jezus van Nazareth onderwijst in de synagogen staat er in het verhaal van Lucas. Leren noemt men dat. Synagogen zijn plaatsen van bijeenkomst in de dorpen en steden buiten Jeruzalem opgezet door de Farizeërs om er voor te zorgen dat de kennis van de Joodse Bijbel niet verloren zou gaan .

Onze kerkdiensten komen voort uit de bijeenkomsten in de Synagogen. Al ging in de Synagogen iedereen voor, elke man van 12 jaar of ouder kreeg een deel van de Hebreeuwse Bijbel te lezen en mocht als hij zich daartoe geroepen voelde er iets over vertellen.

Jezus van Nazareth leest in de synagoge van de stad van zijn jeugd uit het boek Jesaja. Maar Jezus van Nazareth stopt met het stuk van Jesaja op het punt waar iedereen nog een halve zin zou doorlezen In hoofdstuk 4 vers 19 na “om een genadejaar van de Heer uit te roepen, staat ook nog “ en een dag van wraak voor onze God, om allen die treuren te troosten” Die dag van wraak voor de God van Israël wordt door Jezus van Nazareth dus niet uitgeroepen.

Dat moet dus een grote teleurstelling geweest zijn voor de hoorders in de Synagoge. Iemand die met zoveel gezag uit de Hebreeuwse Bijbel kon voorlezen, iemand die de opdrachten van de God van Israël op zichzelf toegepast kon verklaren, en hier zei hij toch : “Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan?” Daar begint de lezing van vanmorgen mee.

Jezus van Nazareth zegt niet meer of minder dat hij ook de kracht heeft die de God van Israël aan Jeremia heeft gegeven, de kracht van het sneeuwklokje, de kracht van de amandeltwijg. Breekt dan de vrijheid van Israël, de bevrijding van de wrede Romeinse overheersing niet met geweld baan? Is daar geen opstand van het volk voor nodig onder leiding van Jezus van Nazareth?

 

In de dagen van Jezus van Nazareth vatte steeds meer de gedachte post dat alleengewelddadige opstand tegen de Romeinen het herstel van een vrij Israël zou kunnen brengen. In in het jaar 70 was er een grote opstand geweest waar bijna heel het volk bij betrokken was geweest. Die opstand was niet alleen bloedig neergeslagen door de Romeinen maar had ook geleid tot de verwoesting van de Tempel, de vernietiging van Jeruzalem en de verstrooiing van het Joodse volk over de hele toen bekende wereld

Lucas heeft zijn Evangelie na die geweldige opstand geschreven en vertelt op zijn manier hoe Jezus van Nazareth met die hang naar geweld was omgegaan. In plaats van de opstand uit te roepen tegen de Romeinen wijst Jezus van Nazareth er op dat er in de geschiedenis van het volk Israel ook momenten waren geweest dat het nodig was om je aan de rand van de samenleving op te houden.

Jezus van Nazareth op de profeet Elia. Van alle weduwen die het moeilijk hadden tijdens de droogte, ook in Israël waren veel weduwen, ging Elia niet naar een weduwe in Israël maar naar een weduwe in Sarfat, net in het buitenland.

Je kunt de vijand zelfs bestrijden door het goede te doen aan bezettende buitenlanders zoals Eliza bij Naäman, de Syrische generaal, had gedaan, die was op aanwijzing van Eliza genezen van zijn melaatsheid, van een genezing van Israëlische melaatsen op aanwijzing van Eliza is nergens iets te lezen.

Jezus van Nazareth sluit aan de opvatting van de profeet Jeremia die later betoogde dat het niet zoveel zin had tegen machten te vechten waar je het niet van kon winnen maar dat het goede doen en de Liefde betonen, die de Wet van de Liefde vraagt, altijd tot overwinning leidt.

Dat aangename jaar des Heren, dat genadejaar, dat jubeljaar was dus niet een zaak van ingrijpen van bovenaf. Dat zou niet komen via een wonder van de God van Israël. Dat zou komen van het volk zelf. Dan moesten ze zorgen voor de minsten in de samenleving. De blinden, de lammen, de weduwe en de wees. Dan moesten de hongerigen gevoed

worden en de dorstigen gelaafd. Dan zouden de naakten gekleed worden en de gevangenen bevrijdt. Dat moesten ze zelf organiseren. Nou vergeet het maar. In Kafernaüm had deze zoon van Jozef de timmerman toch allerlei zieken genezen? Daar had hij toch een hoop wonderen gedaan? Hij zou ook de inwoners van Nazareth kunnen bevrijden door wonderen te doen, ja hij zou het hele volk Israël kunnen bevrijden door de macht van de God van Israël in te zetten.

Inderdaad: Geneesheer genees uzelf, laat ons er buiten, laat ons geen risico lopen, val ons er niet mee lastig. Profeten hebben gemakkelijk praten, zij vertellen wel hoe het gaat aflopen met ons, maar ze vragen ook altijd om zelf de last op te nemen van de problemen in de samenleving.

Woedend sprongen dus de bezoekers van de Synagoge, de hoorders van het woord op. Ze wilden de wonderen wel afdwingen. Gooi hem in de afgrond, de engelen zullen hem opvangen en iedereen zal kunnen zien dat dit de zoon van de God van Israël is.

Hier vragen de inwoners van Nazareth hetzelfde als in de woestijn door de duivel was gevraagd. En ook nu gaat Jezus niet in op de verleiding met wonderen iedereen achter zich aan te krijgen. In iedereen schuilt immers de kracht van de amandeltwijg, de kracht van het

sneeuwklokje. Jezus van Nazareth liep dus door de menigte heen in plaats van zich door de menigte te laten leiden. Hij vertrok.

En laat hij ons daarmee met legen handen achter? Ook wij hebben het Schriftwoord gehoord dat het aangename jaar van God, het genadejaar is aangebroken. Ook wij weten wat ons te doen staat. Kunnen de blinden al zien en de lammen lopen? Niet zo letterlijk nemen, we genezen niemand, daar heeft God ons dokters voor gegeven. Maar heeft iedereen toegang tot gezondheidszorg?

En voeden we de hongerigen? Zorgen we voor voldoende aanvoer naar de voedselbanken in onze omgeving? Bezoeken we de ouderen en de eenzamen? We weten best hoe het goede in onze samenleving er uit kan zien.

Vanmorgen hebben we gehoord dat we niet bang hoeven te zijn om dat verhaal van de God van Israël te vertalen voor de mensen om ons heen, we zijn niet te jong en zeker niet te oud, we hebben de kracht van het sneeuwklokje en ook al wijzen ze ons af, dan vertrekken we schudden het stof van onze voeten, zonder op te geven.

Zo mogen we ons leven inrichten in navolging van Jezus van Nazareth, elke dag opnieuw, dat is ook het genadejaar, voor ieder van ons, elke dag weer, tot hij komt.

Amen

 

Read Full Post »

Lezen: Jesaja 61:1-9

             Lucas 4: 14-21

 

Gemeente,

Elk jaar klinken tussen Nieuwjaar en de 40 dagen voor Pasen verhalen over het optreden van Jezus van Nazareth. Elk jaar ook horen we die verhalen weer uit een ander Evangelie. Dit jaar horen we vaak lezen uit het Evangelie naar Lucas, vandaag dus ook. Vandaag gaat het dan over het optreden in de stad waarin Jezus van Nazareth opgroeide, Nazareth.

Nazareth in Galilea wordt er zeer uitdrukkelijk gezegd. Nu werd Galilea door de Joden in Jeruzalem spottend het land van de Heidenen genoemd, daar namen ze het niet zo nauw met alle regels die het geloof aan de mensen oplegde. En Nazareth was helemaal een minderwaardig stadje, eigenlijk betekende Nazareth struikgewas, het struikgewas in het land van Heidenen. Als u nu denkt aan struikrovers dan denkt u hetzelfde als menig inwoner van Jeruzalem.

Nu schrijft Lucas aan de Romein Theofilus hoe in de dagen van Jezus van Nazareth het verhaal uit de Hebreeuwse Bijbel opnieuw ging leven. Lucas vertelde de Hebreeuwse Bijbel als het ware weer opnieuw. We denken wel eens dat die vier evangeliën vier keer van hetzelfde is, maar dat is dus zeker niet het geval. Elk Evangelie heeft een eigen verhaal, een eigen verkondiging. Daarom zijn de verhalen uit de vier Evangeliën ook niet uitwisselbaar en moet je ook niet proberen ze aan elkaar te plakken om er een soort historische biografie van te maken. Die pogingen zijn gedoemd om te mislukken.

Lucas probeert vanaf het begin van zijn Evangelie het verhaal van de Hebreeuwse Bijbel opnieuw te vertellen. In zijn verhaal mag Johannes de Doper de rol van wegbereider vertolken die door profeten als Jesaja was aangekondigd en nu klinkt de inhoud van het optreden van Jezus van Nazareth in de synagogen. De lezing uit het boek van de profeet Jesaja. Tijd dus om ons af te vragen wat er nu eigenlijk stond in het gedeelte dat werd voorgelezen uit het boek van de profeet Jesaja.

Het is het begin van wat geleerden noemen het boek van de Trito Jesaja. In het boek van de profeet Jesaja kun je drie gedeelten onderscheiden. Het eerste deel gaat over de periode voor en in het begin van de ballingschap. Het tweede gedeelte beschrijft de periode van de ballingschap en de tijd dat er uitzicht ontstond op het einde van de ballingschap en Trito Jesaja gaat dan over de tijd van de terugkeer en vlak daarna. Die Trito Jesaja heeft ook de redactie over het boek Jesaja gevoerd en er één boek van gemaakt.

We laten ons voor het verstaan van dit gedeelte gemakkelijk verleiden te blijven haken bij dat aangename jaar des Heren. Een aangenaam jaar willen we allemaal wel en als het van de God van Israël komt dan moet het wel extra aangenaam zijn. Maar de profeet Jesaja schetst een complete samenleving, hij schetst een nieuwe toekomst met een samenleving waar gewerkt wordt, maar waar niet langer ieder voor zich werkt, maar waar gewerkt wordt voor de minsten in de samenleving. Gevolg is dan dat de blinden gaan zien, de lammen gaan lopen, de hongerigen gevoed worden, de dorstigen gelaafd en de gevangenen bevrijdt. En wat we dan gemakshalve overslaan is dat de vreemdelingen werk krijgen, ja dat vreemden het werk gaan doen dat nodig is om al die mooie dingen te bereiken.

Het is toch altijd weer aardig in de Bijbel beloften over een samenleving met vreemdelingen tegen te komen op een moment dat de spanningen tussen Nederlanders en vreemdelingen steeds weer dreigen op te lopen.

Jesaja vertelt een ander verhaal over de aard van de godsdienst van Israel dan het angst en haat zaaien voor vreemden dat nu in onze samenleving gebeurd. De profeet roept op om met de bevrijding van de armen te beginnen. Dan zullen we “priesters van de Heer” genoemd worden. Dan zal de samenwerking met vreemdelingen ons allemaal tot voordeel strekken. Ook hen zal eeuwige vreugde ten deel vallen zegt de profeet hier.

In het begin van dit stuk wordt ook gesproken over een “genadejaar”. Dat was een oud voorschrift dat eigenlijk nooit in praktijk schijnt te zijn gebracht. Bij de intocht in het beloofde land is het land zorgvuldig verdeeld onder alle families, in het boek Jozua wordt daar nauwkeurig verslag van gedaan. Nu wist men ook wel dat oogsten kunnen mislukken, mensen ziek kunnen worden, verkeerde beslissingen kunnen worden genomen en het wel eens tegen kan zitten in het leven.

Er zouden dus families zijn die in de loop van de jaren hun grond zouden kwijt raken en dus geen kansen meer zouden hebben iets voor zichzelf op te bouwen. Elke 50 jaar moest daarom het land weer worden teruggegeven aan de oorspronkelijke familie aan wie het was toegewezen. Gevangenen en slaven zouden worden vrijgelaten en iedereen zou weer opnieuw kunnen beginnen. Dat jaar wordt door de Profeet aangekondigd

Jezus van Nazareth leest dus dat stuk van Jesaja voor. Om te begrijpen moeten we de situatie waarin Jesaja leefde en waarin Jezus van Nazareth leefde in beschouwing nemen. Jesaja leefde in de tijd van de ballingschap. Jeruzalem was verwoest, het volk was weggevoerd. Midden in die ellende begon Jesaja het volk te vertellen dat Jeruzalem opnieuw opgebouwd zou worden en dat de ballingen terug zouden keren. Jezus van Nazareth leefde onder een Romeinse bezetting en Lucas schreef zijn Evangelie toen de Tempel in Jeruzalem opnieuw verwoest was. Lucas hield dus zijn volk voor dat het aangename jaar van de God van Israël, dat genadejaar, toch zou aanbreken. Maar hoe dan?

Daarvoor moeten we misschien een voorbeeld uit onze eigen dagen eens bezien, het voorbeeld van Nelson Mandela Toen Nelson Mandela werd vrijgelaten waren er veel mensen bang dat het geweld in Zuid-Afrika tegen de blanken een ongekende omvang zou aannemen. Niets was minder waar. Het was juist aan Nelson Mandela te danken dat er geen burgeroorlog in Zuid Afrika uitbrak. Men begon, met alle problemen van dien, te proberen samen een nieuwe samenleving op te bouwen waar geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen mensen op grond van hun afkomst en waarin iedereen kan meedoen. Het grote van Nelson Mandela was niet zozeer dat hij 30 jaar in gevangenschap heeft gezeten zonder zijn opvattingen te hebben opgegeven, maar dat hij daarna verzoening wist te krijgen met zijn onderdrukkers.

We moeten de Bijbel wel heel goed kennen om te begrijpen dat er in dit verhaal met Jezus van Nazareth net zo iets gebeurt. Jezus van Nazareth onderwijst in de synagogen, leren noemt men dat. Jezus van Nazareth leest in de synagoge van de stad van zijn jeugd uit het boek Jesaja, en hij houdt de preek. Onze kerkdiensten komen voort uit de bijeenkomsten in de Synagogen. Al ging in de Synagogen iedereen voor, elke man van 12 jaar of ouder kreeg een deel van de Hebreeuwse Bijbel te lezen en mocht als hij zich daartoe geroepen voelde er iets over vertellen. Jezus doet dat ook, maar het is de kortste preek die de Bijbel kent. “Heden wordt dit schriftwoord vervult. De toekomst die Jesaja had geschetst is dus al begonnen.

Jezus van Nazareth stopt zijn lezing van het stuk uit Jesaja op het punt waar iedereen nog een halve zin zou doorlezen. Na “het genadejaar zou uitroepen” staat namelijk “en de dag der wrake”. In plaats van de opstand uit te roepen tegen de Romeinen wijst Jezus van Nazareth er zo op dat er in de geschiedenis van het volk Israel ook momenten waren dat het nodig was om je aan de rand van de samenleving op te houden zoals Elia had gedaan door de woestijn in te vluchten, of zelfs je bezig te houden met buitenlanders zoals Elisa deed bij Naäman, de Syrische generaal. Dan is het mooi dat je aandacht en begrip voor de armen vraagt en hen bevrijding belooft maar gewone dorps en stadsbewoners zijn over het algemeen niet arm maar ze zijn wel slachtoffer van een wrede bezetting.

Jezus van Nazareth sluit aan bij opvattingen van profeten als Jeremia die betoogde dat het niet zoveel zin had tegen machten te vechten waar je het niet van kon winnen maar dat het goede doen en de Liefde betonen, altijd tot overwinning leidt.

Aan het afzien van geweld wil het hier nog wel eens ontbreken, en daar kunnen we allemaal zelf iets doen door vandaag te beginnen naar vrede met elkaar te streven. Dat is het echte goede nieuws voor de armen. De toekomst van vrede is immers al lang begonnen.

De notie van het aangename jaar des Heren, het genadejaar, heeft overigens ook vaak in de politiek weerklonken. Na de tweede wereldoorlog hoorde je dat bijvoorbeeld in de Europeese Beweging. Door de samenwerking in Europa zou een herhaling van de beide wereldoorlogen kunnen worden voorkomen en de welvaart in Europa kunnen toenemen. De bevrijding van de armen zou eindelijk gestalte kunnen krijgen. En Europa heeft ons inderdaad een heleboel welvaart gebracht.

Maar het land dat overvloeit van melk en honing is nog niet bereikt. We leven nog niet in een samenleving waar alle tranen zijn gedroogd, waar lammen lopen, blinden zien en waar iedereen meetelt. We zijn dan ook niet geroepen om partijpolitieke doelen te steunen, we zijn geroepen om naar mensen te kijken en wel met de bril van de richtlijnen voor de menselijke samenleving op. Jesaja wijst op de gelovigen die boomstammen, terebinten, van gerechtigheid kunnen zijn. Niet aflatend blijven ze zien op de treurenden van Sion en Sion is de plek waar de Ark van het verbond werd bewaard, waar de richtlijnen voor de menselijke samenleving te vinden waren.

Om die richtlijnen gaat het ons, want wij verkondigen de bevrijding van de armen als het liefhebben van de God van Israël boven alles, boven eigen belang, boven het belang van onze natie, omdat wij de armen in de wereld liefhebben als onszelf. Elke dag opnieuw. Totdat hij komt.

Amen

Read Full Post »

Lezen: Jesaja 62:1-5

             Johannes 2: 1-11

Gemeente,

Eigenlijk is het vandaag een beetje een feestdag, elk jaar hoor je op deze zondag in het jaar hetzelfde verhaal, net als op Kerstmis en met Pasen. Op deze een beetje bijzondere zondag, en ze noemen deze zondag “Kanazondag”, lezen we om te beginnen een lied uit het boek van de profeten Jesaja.

Dit lied, bijna aan het eind van dit boek, zingt over dat prachtige nieuwe land met een trotse hoofdstad, Jeruzalem. Een hoofdstad met wachters op de muren. En het mooiste is dat alle volken de gerechtigheid van dat land zullen zien zingt,de profeet. Mooie taal in zo’n lied maar omdat het veel en vaak is herhaald zonder betekenis wordt het voor ons pas echt mooi als we ons ook die betekenis realiseren.

Die gerechtigheid komt alleen als de weg van de richtlijnen gevolgd worden die het volk in de woestijn van God had gekregen. In de Woestijn daar, waar je op zoek moest naar fris en helder water, ontdekte het volk Israël dat je alleen niet kon overleven, alleen een volk kon worden door een bijzondere richtlijn voor een menselijke samenleving, richtlijnen om eerlijk te delen, zorgen dat iedereen mee kan doen, zorgen voor de armen, de zieken en de zwakken. Die richtlijnen worden bewaard en beschermd in de Tempel in Jeruzalem en pas als alle volken kijken naar die richtlijnen dan wordt het vrede op aarde.

In de Bijbel staat het belang van de armen en onderdrukten voorop. En als het hele land, ja alle landen in de wereld, vol zijn van de liefde voor de minsten, voor de zwaksten, dan kun je spreken over een bruiloft. De werkers trouwen met het land, zodat iedereen op de wereld te eten heeft, en God trouwt met het volk, zodat er vrede en gerechtigheid heerst. Een prachtig lied van de Profeet Jesaja.

Dat beeld van een bruiloft vindt je op allerlei plaatsen in de Bijbel terug. Wij weten inmiddels wel wat een feest het kan zijn als twee mensen een leven lang met elkaar in liefde met elkaar weten op te trekken en samen lief en leed weten te delen en elkaar trouw weten te blijven.

Te vaak mislukt dat ook , met alle pijn die dat met zich meebrengt. Te vaak ook eindigt zo’n relatie in de dood van een van de partners, vaak onverwacht of toch nog te snel en altijd ongewenst. Maar ook dat verdriet kan het mooie van het beeld van de bruiloft niet wegnemen, integendeel, dat verdriet kan ook maken, dat de herinnering aan de sterke band een nog mooiere glans krijgt. En daarmee wordt ook de boodschap van de Bijbel eigenlijk nog mooier, een God die met je meetrekt zoals bruid en bruidegom met elkaar meetrekken, een God die nooit laat varen het werk dat zijn hand begon.

Dat beeld van een bruiloft lezen we ook in het overbekende verhaal van de bruiloft in Kana. En dat het verhaal overbekend is zet ons gemakkelijk op een verkeerd spoor. Centraal komt te staan het wonder van het water dat in wijn wordt veranderd en als je het zo zegt lijkt het op een goocheltruc. Ik heb Fred Kaps ooit zoiets zien doen. Hij vouwde een krant tot een trechter, goot daar een karaf water in en goot de krant leeg in een andere karaf en dan bleek het rode wijn te zijn geworden. Maar Jezus van Nazareth was geen goochelaar. Die verandering van het water in wijn heeft een andere boodschap dan hoe knap of gewiekst die Jezus was. Het was een teken staat er, het eerste teken van zijn optreden. En naar de betekenis van dat teken moeten we dus op zoek.

Het plaatsje Kana bestaat alleen in het Johannes evangelie en komt daar drie keer voor

De eerste keer dat Kana voorkomt is hier in het verhaal van het bruiloftsfeest, dat alles met dood en leven te maken heeft. Geleerden zeggen daarom ook wel eens dat je voor Kana gerust Kanaaän mag lezen, wat hier gebeurd is voor het hele land bestemd. Het verhaal over de bruiloft in Kana wordt dus niet verteld om duidelijk te maken dat Jezus ook wel van een feestje hield, maar als een verhaal over God, Christus en mensen, over dood en leven, over water en wijn.

Een verhaal over dood en leven is iets anders dan een verhaal over leven en dood. De bijbel kent de verhalen van leven en dood maar al te goed en vertelt ze, begrijpt ze. Echt vrolijke verhalen zijn het haast nooit, maar daartegenin klinken de verhalen van dood en leven, zoals het verhaal van de bruiloft te Kana.

Het gebeurt op de derde dag, zo horen we. Over tweede of vierde of vijfde dagen hoor je haast nooit wat, wel over derde dagen. Dat komt omdat dingen zich zo goed laten vertellen in drie dagen, in drie bedrijven. Je hebt de eerste dag, het begin, de geboorte, op de tweede dag draait alles, gaat het zijn gangetje, is er leven, tot de derde dag, dan begint er iets nieuws, in het verhaal van Johannes begint er dan nieuw leven.

Op de derde dag begint het in Kana, op de dag van het einde is er een bruiloft. Dat is misschien een wat aparte dag voor een bruiloft, maar het is dan ook een aparte bruidegom die ons daar uitnodigt; God zelf.

En Johannes zet die drie dagen heel uitdrukkelijk op een rij. Op de eerste dag wordt Jezus van Nazareth gedoopt, dan gaat hij zelf door het water van de dood heen en komt de Heilige Geest op hem en spreekt God uit dat hij de geliefde zoon is. Op de tweede dag zoekt Jezus zijn volgelingen, bij het water, het zijn vissers, en op de derde dag volgt dan die bruiloft in Kana. Het lijkt wel of in drie dagen het hele leven en sterven en de opstanding van Jezus van Nazareth wordt verteld..

Als God de bruidegom is, zoals Jesaja ons heeft verteld, dan is die bruiloft misschien beter georganiseerd dan het lijkt. Goed de wijn is op, maar wat verwacht je anders op de derde dag. Alle wijn, hoeveel er ook is, raakt op een gegeven moment op, dat is het verhaal van leven en dood, of je nou een doodzieke patient bent of een kerngezonde marathonschaatser, op een dag is de wijn op, is het de derde dag.

Als de wijn des levens dan, onvermijdelijk, op is en al wat nog rest, het water is dat nooit op zal zijn, het onuitputtelijke water van de dood, dan wordt het tijd voor de beste wijn van de bruidegom. Die staat niet zomaar op tafel en het is goed om erop te letten dat Jezus dat water niet zomaar in wijn verandert, daar zijn in dit verhaal een hoop dienaren voor nodig en zes vaten.

Waarom vaten? Het water moet ergens in voor er iets mee kan gebeuren, de chaos moet structuur krijgen, grens en vorm en zo herinneren de zes vaten ons aan de zes dagen waarin hemel en aarde geschapen worden, aan hoe de doodse oerchaos vorm krijgt in Gods scheppende werk. Gods Geest daalde wel op Jezus van Nazareth neer, maar Gods Geest begon met te zweven over de aarde, een aarde die toen nog woest en ledig was.

De dienaren die met hun emmertjes water in die vaten staan te scheppen, in opdracht van Jezus, nemen een klein beetje deel aan het grote scheppen van God. Zo worden mensen ingezet voor Gods werk, om de bruiloft van de bruidegom te laten slagen.

Zes is het getal van mensenwerk in de bijbel. Zeven is de sabbat is af is klaar is werk van God, zes is minder, is onaf, is mensenwerk dat nog op Gods bekrachtigende zegen wacht. Zes vaten staan dus voor mensenwerk, voor leven met de wet en de profeten want Jezus komt niet zomaar, Jezus komt de wet vervullen, zoals hij zelf zegt, hij kiest vaten voor het joodse reinigingsritueel, vaten van de wet. Gods geboden helpen ons op weg om onze bijdrage te leveren aan Gods schepping.

Daartoe roept Jezus de dienaren op, meedoen, Gods wegen gaan, water in die vaten scheppen zodat hij iets heeft om wijn van te maken. Zo is ook de spanning met Maria zijn moeder voelbaar. Wij willen vaak zo graag, wij willen vaak onze God of Jezus van Nazareth inzetten als een goochelaar, als Fred Kaps van vroeger, of Hans Kazan maar Jezus werkt niet met de knip van zijn vingers, het scheppende Woord van de God van Israël is niet afdwingbaar. God werkt met en door mensen.
Dienaren zijn en blijven daarom nodig, die doen wat Jezus zegt en die tegen beter weten in misschien met het koude natte water van hun doodlopende levens in de weer gaan, om dat koude natte doodse water in Gods vaten te scheppen.

Krijgen we wijn daardoor? Geen druppel, het blijven zes vaten vol water, mensenwerk en het heeft weinig zin om tussendoor te proeven van het water, of het al opschiet met die wijn…

Maar als we op die derde dag, op die laatste dag bij de ceremoniemeester staan met dat kruikje koud water, wat zal die dan opkijken en verbijsterd naar de bruidegom lopen en als hij dan zegt: “u hebt de beste wijn voor het laatst bewaard” dan geeft de bruidegom misschien een knipoog aan Jezus en hij kijkt vriendelijk naar zijn dienaren, misschien kijkt ie zelfs vriendelijk naar die arme ceremoniemeester die er ook niets van begrijpt en dan zegt de bruidegom: Ja, ik heb de beste wijn voor het laatst bewaard en die wijn, die gaat nooit meer op.

Jesaja zegt dat de zonen van het volk trouwen met Jeruzalem, de zonen en dochters van de stad geven zich over aan de richtlijnen van de God van Israël, de richtlijnen voor een menselijke samenleving, de leer van Mozes. Maar moet die wijn niet rijpen? Is oude wijn niet kostbaarder dan jonge wijn? Mogen ouderen zich stiekum soms ook de kostbare wijn voelen van de bruidegom? Wijn beurt bedroefden op, geeft energie, schept vreugde onder mensen, niet in overmaat maar juist als mensen een hart onder de riem nodig hebben. En is dat ook niet de samenvatting van de belangrijkste richtlijn van God: heb uw naaste lief als uzelf? Zij die het grootste deel van ons leven achter ons hebben weten wat het betekent, Zij kunnen het dus ook doorgeven.

Dat hoeft niet altijd groots en meeslepend te zijn, het kan in een glimlach voor iemand die vriendelijk voor ons is, een compliment voor iemand die voor ons zorgt of een hand uitsteekt als we die nodig hebben, dan kan voor een luisterend oor, waar wij de tijd voor hebben en die wij zo vaak kunnen bieden. Paulus zegt ergens dat we het kwade door het goede moeten bestrijden. Wie weet heeft van de beste wijn van de bruidegom kan dat goede elke dag opnieuw bieden, waar we ook wonen, waar we ook zijn, wie we ook zijn. Allemaal zijn we genodigd tot het bruiloftsfeest van de Heer. Laten we daarom van het leven dat ons is gegeven een feest van maken, een bruiloftsfeest waar de liefde voor elkaar voorop staat..

amen

 

 

Read Full Post »

Older Posts »