Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for december, 2019

Lezen: Jesaja 11:1-10

Matteüs 3:1-12

Gemeente,

Een prachtig lied zingen we vandaag mee met de profeet Jesaja op deze tweede zondag in de advent. Nog mooier wordt dat lied als we bedenken dat volken vaak worden aangeduid met een dier. Welk volk met welk dier hier aangeduid wordt is verloren gegaan in het duister van de geschiedenis, maar dat is ook niet zo erg want het gaat ook vandaag in dit lied om de toekomst van onze wereld. Dan zingen we dus dat het ene volk samenwerkt met het andere, dat het ene volk samen deelt met het andere, dat twee volken samen hun kinderen weten op te voeden. Dat angst voor andere volken, voor mensen die er anders uitzien, zich anders kleden en andere opvattingen hebben geen rol meer speelt in het samen leven en samen delen op deze aarde. Niemand doet immers kwaad, niemand sticht onheil. De hele aarde wordt in het lied van Jesaja de Tempelberg waar de Wet van Heb-Uw-Naaste-Lief-Als-Uzelf geldt. Die Wet bedekt de aarde, zingt het lied, zoals het water de bodem van de zee bedekt.

Op die dag zal de Koning van de Vrede, de telg van Isaï als een vaandel voor alle volken staan. Een droom die in de geschiedenis diepe indruk heeft gemaakt. Keizer Constantijn maakte van die indruk gebruik door in de beslissende slag zijn soldaten te inspireren door het kruis als vaandel te gebruiken. De koning van de vrede, de heer van de wereld, Jezus van Nazareth, had volgens de Christelijke soldaten zijn koningschap eerst echt verworven aan het Kruis van Golgotha. Het Romeinse Rijk, de wereld van Jezus van Nazareth, was daarna onder de staatsgodsdienst van Constantijn gekomen die geloofde dat daarmee de wereld onder het vaandel was gekomen dat hier door Jesaja wordt bezongen. Maar zo is het natuurlijk niet. Met de overwinning van Keizer Constantijn was het kwaad niet uit de wereld verdwenen. Ook na de overwinning van Constantijn bleven er volken over die strijd voerden, die een oorlog begonnen omdat ze zich beter vonden dan een ander volk, omdat ze rijker wilden worden ten koste van andere volken, omdat ze hun belangen zwaarder lieten wegen dan de belangen van volken die zwakker waren dan zijzelf.

Als we het lied over de vrede van de dieren zingen in onze wereld dan merken we ook dat de wereld die Jesaja hier bezingt er nog lang niet is. De demonstranten die van de wereld uit dit lied droomden bij de grote milieuconferentie in Parijs zien dat verschillen in opvattingen tussen landen die niets met het klimaat van doen hadden de conferentie toen deden mislukken, omdat eigenbelang voorop stond, omdat de bereidheid om werkelijk met de zwaksten te delen eigenlijk afwezig was, omdat de kinderen van elkaar groot willen brengen toen nog een ver en onbereikbaar ideaal scheen. De kinderen verzamelen zich over de hele wereld nu maar zelf voor het behoud van de aarde als een leefbaar oord. Voordat een vaandel als Jezus van Nazareth, de leer van vrede en zorg voor de armen die hij ons heeft nagelaten, als water in de zee de hele aarde bedekt zal er nog veel werk moeten worden verricht. Dat werk begint bij ieder van ons. Ieder zal zelf de zorg moeten dragen voor de minsten, ieder zal daarbij anderen moeten meenemen, ieder zal daarbij volken moeten oproepen. Er is een nieuw klimaatverdrag dat echt verbetering lijkt te brengen. Misschien dat dan die nieuwe aarde die zo hemels zal zijn toch zal komen, morgen begint het.

Johannes roept in de woestijn: Maak de weg van de Heer gereed, hij volgt daarin Jesaja.Na de kruisiging van Jezus van Nazareth en de avonturen met de opstanding en de uitstorting van de Heilige Geest noemden de volgelingen van Jezus zich “Mensen van de Weg”. Dat ze Christenen genoemd zouden worden kwam pas veel en veel later. Jezus van Nazareth had zichzelf de Weg genoemd. De Weg naar de betere wereld die vanouds was beloofd. Het land overvloeiende van melk en honing waar het volk Israel een blijvende vrede zou vinden en waar alle volken zich naar zouden wenden om te delen in die vrede.

Het verhaal van die Weg begint in het boek naar Matteüs aan de Jordaan. Daar waar het volk Israel uit de Woestijn was gekomen om dat beloofde land binnen te trekken had Johannes een plaats gevonden om ze op te roepen de Weg klaar te maken door de paden recht te maken. De oproep was een citaat uit het boek van de profeet Jesaja. In dat boek staat de Wet van de Liefde centraal, de Wet van delen en houden van je naaste als van jezelf. Johannes roept dus op om voortaan volgens die richtlijn te gaan leven, je door die richtlijn de juiste richting op te laten sturen.

Er waren in de tijd van Johannes veel van die profeten die de mensen opriepen om terug te keren naar de bronnen van het volk Israel. Het volk leefde onder een drukkende bezetting. Overal op aarde waren de Romeinen de baas en de Romeinse Keizers werden vereerd als goden. Verschillende soorten verzet werd er gepreekt. Er waren mensen die geweld predikten, rond het jaar 70 zou dat leiden tot een gewapende opstand. Er waren ook mensen die zich van de wereld afzonderden en in de woestijn gesloten gemeenschappen hadden gesticht, we kennen daar nu nog de Essenen van, hun gemeenschappen zijn bij opgravingen blootgelegd.

Johannes volgde een andere weg. Als iedereen ging leven volgens de regel van heb je naaste lief als jezelf dan veranderd de wereld vanzelf. Hij sloot daarbij aan bij de profeten van Israel die al hadden betoogd dat gewapend verzet tegen wereldmachten niet zoveel zin had en dat afzondering ook niet kon omdat uiteindelijk alle volken zich naar Jeruzalem zouden moeten keren. Als teken van vernieuwing gebruikte Johannes de doop in de Jordaan, door de Jordaan bereik je dat nieuwe beloofde land, je moet als het ware doodgaan in het water om een nieuw leven te kunnen beginnen.

Maar het was geen mode, geen hype waar je uit fatsoen niet omheen zou kunnen. De mensen van het uiterlijk vertoon waren daarom niet welkom. De mensen die compromissen hadden gesloten met de bezetter om hun eigen belang veilig te stellen hoorden er niet bij. Van dat nieuwe leven, van de inzet voor de minsten moet wat te zien zijn. Vrucht moet het nieuwe leven dragen. Om die vruchten gaat het ook vandaag nog. En die vruchten kunnen we voortbrengen, vanaf vandaag als we dat willen.

Daar om zien we in de advent niet om naar het verleden maar vooruit naar de toekomst. De toekomst die een wereld zal brengen waar alle leed geleden zal zijn en alle strijd gestreden zal zijn. De toekomst die Jesaja ons voorhoudt en de toekomst waartoe Johannes oproept er aan te gaan werken. Dat werken zal moeten blijven, bergen afbreken en dalen opvullen is zwaar werk. Maar de beloning is er des te groter door. Met kerst herdenken we hoe de komst van die nieuwe wereld concreet gestalte kreeg. Aan ons om dat licht nu al een beetje te zien en aan de slag te gaan. Totdat hij komt.

Amen.

Read Full Post »

Lezen: Jesaja 2:1-5

              Matteüs 24: 32-44

Gemeente,

De advent is de periode waarin we uitkijken naar de nieuwe hemel en en de nieuwe aarde. Met de komst daarvan wordt straks met kerst een begin gemaakt. Nu nog zijn we in rouw om het lijden in de wereld, vandaar de paarse kleur in de liturgie. Maar we mogen ons indenken hoe het zal zijn in die nieuwe wereld waar we overigens elke dag aan mogen beginnen. Jesaja schetst al een samenleving die we vandaag wel zouden willen.

Want het zal toch eens moeten gebeuren. Dat geen mens meer zal weten wat oorlog is. Dat is toch een geweldige droom. Een nachtmerrie misschien voor de wapenindustrie maar een droom voor alle mensen die van mensen houden, die kiezen voor het leven. We lijken er nog ver van af te zijn. Misschien dat we wat minder oorlogen tussen volken zien. Het zijn coalities die tegen een enkel land optrekken dat zich al te ver verwijderd van de internationale rechtsorde. Het zijn de Verenigde Naties die als een internationale politiemacht staten en volken tot de orde kan roepen. We weten natuurlijk dat alleen in het verband van de Verenigde Naties, alleen als we allemaal op de hele wereld echt samen aan vrede en rechtvaardigheid willen werken, echt vrede en recht gebracht kan worden. Regeringen die buiten de VN oorlogen beginnen brengen uiteindelijk de vrede verder in gevaar.

Telkens weer doemen nieuwe bedreigingen op of denken we nieuwe bedreigingen te zien. Telkens horen we van bedreigingen door de Taliban. Die hebben hun schuilplaats in Pakistan en ook dat land is niet direct bekend als een land van recht en vrede. Maar aan Pakistan mogen we niet komen. Ook in Irak groeien recht en vrede maar langzaam en ten koste van veel mensenlevens, en dankzij of ondanks de bombardementen. Dan is er Afrika waar overal gevochten lijkt te worden om macht en grondstoffen, om rijkdom ten koste van mensen. En Al Gore, die ooit de Nobelprijs voor de vrede kreeg, waarschuwde dat de klimaatveranderingen die we veroorzaken nieuwe oorlogen gaan brengen.

We lijken nooit te leren dat de richtlijnen voor eerlijk delen, ook tussen de volken, die op de Tempelberg in Jeruzalem werden bewaard en door Jezus van Nazareth toegankelijk werden voor de hele wereld het uitgangspunt moeten zijn en worden voor het verkeer tussen volken en mensen. Daarom hoort bij dit visioen dat er recht gesproken wordt op grond van die richtlijnen. Dan pas kunnen de zwaarden omgesmeed worden tot ploegscharen en de speren tot snoeimessen.

In onze dagen zal dat niet gebeuren door legers af te schaffen en militairen naar huis te sturen. Maar we kunnen een begin maken door onze soldaten en hun wapens in dienst te stellen van de Verenigde Naties, en alleen van de Verenigde Naties. Nu oefenen onze soldaten nog om anderen gerust te stellen tegen geweld uit Rusland. Een poging om echt vrede te scheppen in Europa en alle angst weg te nemen is er niet bij. We geven al wel onderdak aan het Internationale Hof van Justitie en aan het Strafhof van de Verenigde Naties. Machtige landen, als Amerika, willen die gerechtshoven nog wel eens ontkennen en de vonnissen aan hun laars lappen.

Het is aan een klein, maar rijk, land als het onze om juist bij voortduring op het belang van het recht te blijven hameren, juist in het belang van de vrede. Het recht op vrede behoort tot de mensenrechten die elk jaar op dezelfde dag worden herdacht als de Nobelprijs voor de vrede wordt uitgereikt. Tien december zal het weer gebeuren. Mensenrechten en vrede zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, ook in het visioen van Jesaja.

Het is duidelijk dat we niet weten wanneer het einde der tijden daar is, wanneer die nieuwe hemel en die nieuwe aarde klaar zijn. We weten dat het komt, dat alle ellende voorbij zal zijn, dat we een wereld krijgen waar vrede en recht heerst, een wereld waar alle tranen gedroogd zijn. En tot die tijd? Wat moeten we er mee? Gewoon doorgaan met leven, zo van we zien wel? Natuurlijk niet. Een ouderwets woord hiervoor is “Godsdienstoefening” Zoals je oefent voor de schooluitvoering, een sportwedstrijd, de speech op een bruiloft of jubileumfeest kunnen we ook oefenen voor de nieuwe wereld van God. Jezus van Nazareth zegt zelfs ergens dat we alvast maar moeten leven alsof die nieuwe wereld er al is. We moeten waakzaam zijn staat er.

Jezus van Nazareth vergelijkt de tijd waarin we leven met de tijd van Noach, nog voor de zondvloed.Ook toen sloeg niemand acht op de naderende ramp die bijna al het leven op aarde zou uitwissen. Zijn we nu anders aan het leven dan in de tijd van Noach? Misschien wel misschien niet. Oordelen over wat anderen doen is niet eenvoudig. Natuurlijk als je je overgeeft aan het najagen van winst en genot dan is het gemakkelijk, dat is niet wat de Bijbel van mensen vraagt, dat was wat de mensen in de dagen van Noach deden staat hier. Maar in onze dagen zijn veel mensen met de samenleving bezig. Ze proberen de samenleving zo in te richten dat vrede heerst en welvaart voor iedereen. En dat kan zijn wat de Bijbel van ons vraagt.

Dat hoeft nog lang niet bereikt te zijn, want is er vrede voor alle mensen? Is geweld over de hele aarde uitgebannen en spannen we ons daarvoor in? Elke dag horen we van oorlogen en zien we geweld in de wereld.

En de welvaart, wordt die met iedereen gedeeld? Nog steeds heerst er honger, nog steeds horen we van een voedselcrisis, nog steeds is Fair Trade als organisatie nodig omdat het niet vanzelfsprekend is dat mensen die producten verbouwen daar ook een eerlijke prijs voor betaald krijgen. Nog steeds houden rijken de armen arm en streven er naar zelf rijker te worden. En is onze samenleving een samenleving voor iedereen? In onze samenleving mag de één wel meedoen en de ander niet. Er worden in onze samenleving mensen aan de kant gezet en buitengesloten, gehandicapten, chronisch zieken, ouderen, vreemdelingen, weduwen en wezen. Niet werken aan het welzijn van de broeders en zusters van Jezus van Nazareth, de minsten op onze aarde, kan betekenen dat we zelf buitengesloten worden als het einde der tijden aanbreekt.

Het gedeelte uit het Evangelie naar Matteüs dat we vandaag lezen sluit met een klein gelijkenisje. Het staat er zelfs niet in de vorm van een verhaaltje, zoals de meeste gelijkenissen die door Jezus van Nazareth werden gegeven, maar als een vraag en antwoord spel. Wie van ons wil dan niet de verstandige dienaar zijn. Velen van ons voelen zich door God geroepen. Nog meer mensen willen best het goede doen. Wie zou nu niet het huispersoneel van God op tijd te eten willen geven. Daarmee worden overigens niet de dominees en pastoors bedoeld die je in kerken kunt vinden. Ook niet de evangelisten die daarbuiten groepen mensen leiden en proberen de Bijbel te verkondigen.

Dat huispersoneel zijn onze collega dienaren, dus eigenlijk alle mensen op de hele wereld. Alle mensen op de hele wereld worden immers opgeroepen mee te werken aan houden van je naaste als van jezelf. Zorgen dat alle mensen op de wereld te eten hebben is dus onze eerste taak. Daarvoor zijn wij op aarde. En krijgen alle mensen op de wereld te eten? Nee dus, we hebben zelfs een voedselcrisis. En wie wil nu een hebbert en graaiert zijn?, Komende week vieren we het feest van Sint Nicolaas, die aan iedereen uitdeelt, neem hem als voorbeeld, deel met wie het nodig hebben, juist in deze dagen.

Eerlijk zullen we alles delen is het begin van die nieuwe aarde waar de richtlijnen voor de menselijke samenleving van God als vanzelfsprekend zijn. Iedere morgen als je op staat mag je bedenken dat je er opnieuw mee mag beginnen. Tot dat hij komt.

Amen

Read Full Post »