Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for november, 2019

Lezen: Maleachi 3: 19-24

             Lucas 21: 5-19

Gemeente

Vandaag viert de kerk een soort oudejaarsdag. Het kerkelijk jaar loopt van de eerste advent tot de zondag voor de advent, vandaag dus. Volgende week is de eerste zondag in het nieuwe kerkelijk jaar. Op die laatste dag van het kerkelijk jaar herdenken we hen die ons ontvallen zijn. Dat is geen droevige dag maar een hoopvolle dag. Lucas zegt in zijn Evangelie dat Jezus er de nadruk oplegde dat de God van Israël geen God van doden is maar een God van levenden. Toch bevelen wij de overledenen aan in de handen van God. De Prediker zegt ons dat de adem waarmee God het leven heeft gegeven weer terugkeert naar de boezem van God. Zo mogen wij door te herdenken onze overledenen levend houden. Pas als er niemand meer is die ze zich herinnert zijn ze dood zegt een Joods spreekwoord.

De profetie die we vandaag gelezen hebben is een hoopgevende boodschap. De profetie heeft de naam Maleachi gekregen, dat betekent boodschapper en het is maar de vraag of het een eigen naam is. Maar omdat deze boodschap in onze traditie aan het einde van de Hebreeuwse Bijbel is geplaatst, eindigt ook het Oude Testament met een hoopgevende boodschap. Onrecht zal niet eeuwig duren, conflicten duren niet voor altijd. Er komt altijd een dag waarop het onrecht over zal zijn, er komt altijd een dag dat partijen verzoend worden en conflicten over zijn. Ooit zal ons verdriet om het verlies van geliefden niet meer nodig zijn.

En zoals de zon elke dag opkomt werd ook zij een teken van hoop, hoop voor al die slachtoffers van onrecht. Zoals Nelson Mandela de gevangenis in Zuid Afrika verliet om president van zijn land te worden en een geweldloze overgang van Apartheid naar democratie te leiden, zo mogen de armen in de hele wereld hoop hebben op de dag die zeker zal komen dat gerechtigheid zal gedaan worden en onderdrukking en onrecht verdwijnen.

Vrees niet voor de macht van de wettelozen, zegt de profetie, want ze zullen vertrapt worden, sterker nog ze zijn het stof onder de voeten van de ontrechten. Het enige wat gedaan moet worden is volhouden met eerlijk delen, met zorgen voor elkaar als voor jezelf, dat is immers de kern van de richtlijnen die ooit midden in de woestijn op de berg Horeb aan het volk werden gegeven. Wees niet bang voor generatieconflicten die onderdrukten onderdrukt houden, het ongeduld van de jeugd doorkruist nogal eens het behoedzame pad dat ouderen willen bewandelen.

Altijd zal er iemand zijn die als een Elia de leiding neemt en de ontrechten tot een eenheid smeed en er voor zorgt dat die eenheid zo sterk is dat het onrecht verdwijnt. Een blijvende generatiekloof betekent immers vernietiging van ook het zwakste. Zo sluit de lezing van deze profetie af. Een profetie die de waarheid laat schijnen over idealisten die een Tempel bouwden maar vergaten een volk te vormen. Godsdienst zonder maaltijd te houden met de armen, de tempeldienaars, je eigen familie en de vreemdelingen die in je midden zijn is geen Godsdienst. Maar er zal een dag komen dat iedereen op de hele wereld een plaats aan de tafel van God krijgt, die dag zal komen, brandend als een oven.

Er zijn in het Christendom een aantal misverstanden. Vandaag lezen we in het Evangelie van Lucas de bron van zo’n misverstand. Uit de overlevering, en een beetje uit de officiële geschiedenis, weten we dat het met de directe volgelingen van Jezus van Nazareth uiteindelijk niet zo best is afgelopen. Een aantal van hen zijn kennelijk wreed vermoord door de Romeinse overheid. Een aantal eeuwen lang in het begin van onze jaartelling zijn christenen vervolgd omdat ze weigerden de Keizer als god te erkennen en ook omdat zij weigerden offers te brengen aan andere goden. Tot uiteindelijk Constantijn de Grote keizer werd en zich bekeerde tot het Christendom. Toen was de vervolging over en ontstond het misverstand dat wat Jezus van Nazareth had gezegd over de gevolgen van het volgen van zijn weg alleen gold voor die vroege christenen.

Maar wie nauwkeurig de geschiedenis beziet weet dat er altijd mensen zijn geweest die hun leven in dienst stelden van de minsten in de samenleving en dat die mensen altijd het risico liepen in conflict te komen met de heersende machten. Of die heersende machten zich nu Christelijk noemden of niet. Tot op de dag van vandaag maakt dat niet uit. Wat uitmaakt is of de liefde voor de naaste een gift is waar je trots op kunt zijn en waar je eer en waardigheid aan kunt ontlenen of dat die liefde voor de naaste de samenleving veranderd omdat de minsten daar weer een waardevolle plaats in krijgen. In het eerste geval is er geen gevaar te duchten. De rijken en de machtigen zijn altijd gevoelig voor goede sier, maar verandering van de verhoudingen in de samenleving zijn echt gevaarlijk voor hun positie en daar zal altijd weerstand tegen zijn. Dat verzet van de rijken nu is de weerstand die uitloopt op de vervolgingen die Jezus van Nazareth schetst als hij hoort praten over de mooie dingen die er in de Tempel zijn.

Die mooie dingen zijn de dingen die voorbij gaan. Geen steen zal op de andere blijven. De oudste monumenten op de wereld zijn aan verval onderhevig. Als er geen conserveringsmiddelen werden uitgevonden zouden ze binnenkort verdwenen zijn. Een aantal van de oorspronkelijke zeven wereldwonderen, allemaal bouwwerken, zijn al verdwenen in het duister van de tijd. Oorlogen en rampen hebben we ook nog steeds en goede mensen worden nog steeds vervolgd omwille van het goede dat ze doen. En denk nu niet dat je alleen bij Christenen het goede vindt. Paulus schrijft ons dat overal waar het goede te vinden is God aanwezig is. Iedereen die opkomt voor het recht van de armen, voor de mensenrechten is dus onze steun waard. Elke vervolging omwille van een overtuiging, welke dan ook, dient bestreden te worden. Elke dag is dus de vraag aan welke kant we willen staan en welke offers we bereid zijn om te brengen. Denk dus niet dat Christendom “geluk, vrede en vreugde” zal brengen, niets is minder waar. Het brengt strijd en een kruis om op je te nemen, achter Christus aan.

Maar ook liefde blijft bestaan. De liefde voor hen die overleden zijn is een liefde die we kennen uit de liefde van God. Dat is de liefde voor de wereld die bleek bij de opstanding uit de doden, die blijkt uit de liefde van ons die ons brengt tot gedenken. Daarom doven we niet een licht als teken van rouw, maar ontsteken we een licht als teken van liefde en als vertrouwen op een God die nooit laat varen het werk dat zijn hand begon.

Ook al geeft het leven ons verdriet en tegenslag. Zijn ook wij om slachtoffer van overheden, ongelukken en onverwachte ziekten. Ook wij mogen rekenen en hopen op de dag dat het allemaal voorbij zal zijn. De dag dat alle leed geleden is en alle strijd gestreden is. Daarmee mogen we vandaag beginnen. Daarmee mogen we gedenken om met hoop in het hart volgende week de advent in te gaan.

Amen

Read Full Post »

Lezen: Exodus 3:1-15

Lucas 20: 27-38

Gemeente,

“Dit zijn de namen”, zo begint het boek dat wij Exodus noemen, maar dat in het Hebreeuws dus “de namen” heet. In het gedeelte dat we vandaag lezen krijgt de God van Israël eindelijk een naam. Die naam wordt nooit uitgesproken. Niet omdat die naam geheim is maar omdat die naam voor mensen zo geweldig is dat je siddert bij de gedachte er aan alleen al. Die naam heeft namelijk een bijzondere betekenis en die betekenis wordt in het gedeelte van vandaag al zichtbaar. Alleereerst heeft die God een verbond gesloten, met Abraham, met Isaäk en met Jakob. De Nieuwe Bijbelvertaling laat die laatste twee keer “met” weg, maar God heeft zowel met Abraham als met Isaäk en met Jakob telkens een nieuw verbond gesloten. Telkens wel dat het land Kanaän een land zou worden van een groot volk dat zou afstammen van Abraham en van Isaaäk en van Jakob. Die belofte was er niet zomaar, dat verbond hield verplichtingen in, wederzijdse verplichtingen en daarom hoorde die God ook de jammerkreten van dat volk en trok die God hun lot aan.

En dan? Schieten er bliksemschichten van omhoog om de Farao en zijn volk te vernietigen? Komt er een engelenleger om tegen het leger van Egypte te vechten? Nee, zo werkt de God van Israël niet! Bevrijding van ellende gaat niet op gebed of op jammerkreten maar gaat door het werk van mensen. Mozes in dit geval. Die zag een boodschapper in een vuur dat uit een doornstruik ontvlamde op de berg van die God, een struik die brandde maar niet verteerde. Geleerden zeggen dat het een soort struik is die, als die bloeit, de indruk wekt in brand te staan. Zo’n struik groeit in de woestijn. Maar Mozes ziet er een boodschap van zijn God in. Dit is heilige grond, daar bloeien planten in de woestijn. Zou zo het volk Israël kunnen bloeien? Was er niet een land beloofd waar ze net zo konden bloeien als al die andere volken buiten Egypte? Zou er niet een land zijn overvloeiende van melk en honing? Zou je dan niet de hulp van die God kunnen krijgen als je naar de Farao gaat om de vrijheid voor dat volk te verkrijgen? Dat zou het moeten zijn. Als je de God van dat volk zelfs achter in de woestijn kunt ontmoeten, want achter de woestijn ligt immers dat beloofde land. Wat is dat voor een God die zegt geen naam maar een boodschap te hebben: “Ik zal er zijn zoals ik er zijn zal” De God die er was voor Abraham, die er was voor Izaaäk. die er was voor Jakob, die er voor elk van hen was zoals hij er voor hen wilde zijn, die er voor Mozes was zoals hij er voor hem wilde zijn, die er voor zijn volk wilde zijn zoals hij voor dat volk wilde zijn, die er voor elk van ons is zoals hij voor elk van ons wil zijn.

En zeg nu niet dat de God van een ander, de God die met die ander meegaat, een andere God is dan de God die er voor jou is, die met jou meetrekt. Samen kun je die God aanbidden, door er voor elkaar te zijn, door elkaar te bevrijden van angst voor elkaar, elkaar te bevrijden van slavernij en dat wat je vasthoudt en weg van elkaar. Die God stuurt elk van ons op weg, dezelfde weg die Mozes moet gaan, maar elk van ons met een verschillende opdracht. Want voor elk van ons is die God de God die met ons meetrekt omdat hij het geroep van zijn kinderen heeft gehoord, omdat hij hen een wereld beloofd heeft waar alle tranen gedroogd zijn. Daarom hoeven wij niet meer de naam van die God te noemen: we moeten voor hem op weg gaan.

Er is dan een vraag die we ons vaak stellen. Wie ben ik dat ik mijn mond open kan doen of wie ben ik dat ik deze taak op mij kan nemen. Het kan een eerlijk aangeven van je grenzen zijn maar ook een smoes geboren uit angst. Dat laatste kan fataal zijn. Als niemand zijn stem verheft tegen onrecht dan heerst het onrecht over iedereen. Als niemand opstaat tegen het kwade dan heerst het kwade over iedereen. En we doen het zo gemakkelijk. Als Moslims worden beledigd omdat hun Islam voor achterlijk wordt uitgemaakt dan zwijgen we want we zijn toch geen Moslims en hangen de Islam niet aan. Als homo’s worden gepest dan gaan we een straatje om, want we zijn toch geen homo’s en als we dat wel zijn kijken we helemaal wel uit want het geweld zou ons ook eens kunnen overkomen. Als zwervers worden weggejaagd dan kijken we een andere kant op want we zijn geen zwervers en we konden hun stank ook al niet verdragen. Zo kunnen we natuurlijk nog een tijdje doorgaan. Maar als jouw opvattingen voor achterlijk worden uitgemaakt, als jezelf wordt gepest, als je zelf ergens wordt weggejaagd, als het jou allemaal overkomt, wie staat er dan voor jou op?

Mozes was opgevoed als een prins van Egypte maar had moeten vluchten omdat hij een moordenaar was geworden. Nu hij doorkrijgt hoe het goede voor zijn volk gedaan zou moeten worden bekruipt hem dezelfde angst. Hij maakt kennis met een God die meegaat in het goede. Die meeging toen Abraham zijn land uit trok, die meetrok met Izaäk in Kanaän, die meeging met Jacob toen die naar Laban ging, die met Jozef was in Egypte. Die God belooft ook met ons mee te gaan in het goede. Wij noemen dat de Heilige Geest die in ons zal zijn als wij het goede doen en niet dan het goede, ja zonder die Geest zouden we het goede niet eens kunnen doen. Met die boodschap wordt Mozes naar de Farao gestuurd en naar zijn eigen volk. Beiden moeten de God van Israël leren kennen. Hier klinkt bij het voorlezen niet de naam van God,” Ik zal er zijn “, of de vier letters waarmee die naam wordt geschreven: JHWH, maar gesproken wordt van de Heer. Een politieke belijdenis. Want niet de Farao is de Heer van de wereld, maar de God van Israël, niet Mozes is de Heer van de Hebreeën, maar de God van Israël.

Zo is voor gelovigen in de God van Israël ook in onze dagen geen mens Heer over andere mensen. Ieder mens heeft een eigen taak en bij het uitvoeren van die taak mogen we allemaal hopen dat de Geest van de God van Israël met die mens is, dan kan die mens het goede doen bij het uitvoeren van de taak die die mens gegeven is, maar wie het kwade doet zal daar door iedereen op aangesproken en tegengesproken moeten worden, want het kwade zal niet mogen heersen op aarde. Zo wil volgens dit verhaal deze God gedacht worden. Hier wordt gesproken van aangeroepen, maar letterlijk staat er “dit is mijn gedachtenis van geslacht op geslacht”, dat betekent dat er telkens mensen geroepen worden om te gaan naar mensen in nood. Dat betekent voor ons dus dat wij ons geroepen mogen weten als we ons wenden tot mensen die in nood zijn, als we opstaan tegen het onrecht, als we spreken voor mensen die sprakeloos gemaakt zijn. Elke dag kan dat opnieuw, dat blijkt ook uit het gedeelte dat we vandaag uit het Evangelie hebben gelezen.

Er waren in de dagen van Jezus van Nazareth twee stromingen in Israel. De Farizeeën geloofden in de opstanding van de doden en de Sadduceeën niet. Jezus van Nazareth was in zijn opvattingen het meest verwant aan de Farizeeën, hij sprak ook met enige regelmaat in hun Synagogen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Sadduceeën probeerden de opvattingen van Jezus van Nazareth over de opstanding der doden onderuit te halen. Dat kan door er de nodige fantasieën op los te laten op die zich niets zeggen over God zelf. Hoe gaat dat nu als iedereen opstaat uit de doden? Zien we elkaar dan weer? En met wie zijn we dan getrouwd als we bij leven met meerdere mensen getrouwd waren? Er zijn op deze manier vele vragen te stellen. Jezus van Nazareth geeft wel antwoord maar gaat niet precies uitleggen hoe de techniek van de opstanding er uit zal gaan zien. Het enige dat vaststaat is dat er een komende wereld is, de wereld waarin alle tranen gedroogd zullen zijn en God zelf op aarde zal wonen.

Er komt een wereld waar de Liefde zal regeren en waar alle kwaad verdreven zal zijn. Al die mensen die het goede zochten te doen en niets dan het goede zullen daar deel aan hebben. Als Jezus dat heeft uitgelegd volgt er een merkwaardige opmerking. Hij verwijst naar de passage in het oude testament waarin God zich voorstelt aan Mozes, “Ik ben de God van Abraham, Izaäk en Jacob”, de God dus van de geschiedenis van het volk Israel. Die Abraham, Izaäk en Jacob zijn volgens Jezus van Nazareth dus geen dode pieren uit een vervlogen historie maar levende getuigen van de macht van de God die zich aan Mozes voorstelt. Er zijn mensen die menen dat de woorden van Jezus over de vraag waar de doden blijven nadat ze gestorven zijn. Maar als Jezus over Abraham, Izaäk en Jacob spreekt als levende getuigen dan gebeurt er iets anders.

Dan wordt de komende wereld waar Jezus over spreekt niet een wereld die er ooit wel eens zal komen, maar een wereld die er nu al is. Deze God die zich aan Mozes voorstelde was toch immers een God “die mee zal trekken”, en zo zelfs wilde heten. Daarmee is de vraag naar de opstanding van de doden, en alle vragen die daarmee samenhangen, van geen waarde meer voor mensen.

De vraag is of er al iets van de komende wereld in ons leven te bespeuren is. Worden alle tranen gewist en zijn wij daar dag in dag uit mee bezig? Worden de hongerigen gevoed en de naakten gekleed? Worden de gevangenen bezocht? Wordt de vrede gesticht? Net als bij de vragen naar het bestaan van God en naar de plaats van hemel kom je in de Bijbel telkens weer uit bij de vraag hoe mensen met elkaar omgaan. In het antwoord op die vraag is het antwoord op de vraag naar God te vinden. Dat antwoord is zelfs niet te vinden in een zogenaamde persoonlijke relatie met een god. Altijd vraagt deze God naar je relatie met de minsten onder ons, vanwege die vraag ,die God voortdurend stelt, is onze God meer dan nodig. Als God zich niet op die manier aan Mozes had geopenbaard moesten wij hem vandaag nog uitvinden.

En als wij er op vertrouwen dat die God bij ons is als wij het goede willen doen dan mogen wij er ook op vertrouwen dat de beloften van die God ook zullen uitkomen. Abraham heeft nooit gezien dat hij de vader is van vele volken, Izaäk heeft nooit gezien hoe het werk van die God doorging en Jacob heeft nooit gezien dat zijn nakomelingen mochten wonen in het land Kanaän. Wij zullen de nieuwe wereld, de aarde waar de hemel zich zal vestigen en alle tranen gedroogd zullen zijn misschien niet zelf zien. Maar komen zal die wereld en als men ons vraagt op grond waarvan wij dat zo zeker weten dan kunnen we antwoorden dat we dat weten van de God die bij ons zal zijn en nooit zal laten varen het werk dat die God begon.

Amen.

Read Full Post »

Vandaag hoorden we het beroemde begin van het verhaal over Abram. Een God inspireerde hem om verder te trekken dan zijn vader en de rest van zijn familie ooit hadden gedaan. Die waren al van Ur naar Charan getrokken maar Abram met zijn vrouw en gevolg trok verder naar het voor hen kennelijk onbekende Kanaän in de overtuiging dat het ergens goed voor was. Want zeg nou zelf wat heb je er aan als je beloofd wordt dat alle volken ooit jaloers op je zullen worden. Hoe God tot Abram sprak blijft onbekend. Ook hoe de godsdienst van Abram er eigenlijk uitzag. Bedenk wel, de 10 woorden, die het volk Israel in de woestijn op gang dreef naar het beloofde land, waren er nog niet, ook de Heilige Tent en alles wat daarbij hoort was er niet. Abram bouwde wel altaren voor God maar wat hij daar op offerde blijft ook onbekend en of die nieuwe God die hem voortdreef daar eigenlijk wel van gediend was blijft ook in het verborgene.

Het enige dat we weten is dat Abram naar een nieuw land trok en daar een beetje ging rond trekken. Zoiets als de Batavieren die ooit de Rijn af kwamen zakken en hier de Kaninefaten tegen kwamen maar desalniettemin onze voorouders werden. Wij lezen dit verhaal met de kennis die we achteraf gekregen hebben. Wij weten wel van de richtlijnen die de God van Israël in de Woestijn aan het volk had gegeven en hoe die in de Tempel in Jeruzalem werd bewaard en hoe de wereld uiteindelijk zal moeten leren dat alle volken zich naar Jeruzalem moeten keren. Hier is het begin. Er op uit trekken om op een andere manier te gaan leven. Als een bron van alle goeds, want dat is een zegen zijn toch. Ophouden met de manier van leven die in de wereld gewoon is.

Voor de ballingen in Babel die het verhaal later aan elkaar vertelden was dat Ur der Chaldeeën een bekende plek. Daar waren zij in ballingschap. En het leven daar was ook bekend, er waren vele goden die je voortdurend in leven moest houden met je offers om voorspoed en gezondheid te krijgen. Daar was Abram uit weggetrokken.

Zoals dezer dagen mensen er op uittrekken om ingrijpen in de verschrikkingen in het Midden Oosten te vragen, hun werk stoppen om op Griekse eilanden vluchtelingen uit de Middellandse zee te vissen, zoals ook in onze dagen jonge mensen hun carriére op een zacht pitje zetten om in een arm land voor weeskinderen te gaan zorgen, om landbouw op moderne leest te schoeien, om huizenbouw mogelijk te maken, kortom om de kennis van onze rijke samenleving over te dragen op de armsten in de wereld die juist op die kennis zitten te wachten. Waar dat op uitloopt weten ze niet maar in Amerika en in Den Haag en elders op de wereld lopen mensen de deur bij de heersers van de wereld plat om te pleiten voor de vluchtelingen en slachtoffers van armoede. Dat is nieuw, soldaten vragen aan landen om in te grijpen in een oorlog. De Verenigde Naties van de wereld hebben inderdaad samen besloten de armoede de wereld uit te helpen. Een nieuw begin. Nou maar hopen dat ze niet alleen  worden gehoord maar dat ze er ook wat aan gaan doen.

Het verhaal van Abram wordt vandaag niet voor niets verteltd. We zullen het een heel jaar met ons mee moeten dragen. Een scheiding van kerk en staat was er niet in de dagen van Abram en de de dagen van de ballingschap. Breken met de godsdienst van je omgeving was breken met de samenleving. Uittrekken uit alles wat je vertrouwd was, zoals afgelopen donderdag nog werd herdacht op Hervormingsdag. Het zou Maarten Luther zelf ook verbazen maar het Hier sta ik ik kan niet anders markeert het breekpunt, net als Abram die niet in Haram bij de familie bleef hangen maar doortrok tot in het land dat God hem had beloofd. Er zijn er in de kerk die nu en het in komende jaar gaan pleiten om weer terug te keren in de schoot van wat zij noemen de Heilige Moederkerk. Die mensen lijken op de Israëlieten die in de woestijn terug wilden naar de vleespotten van Egypte. Maar volgens de Bijbel wordt ons wat anders gevraagd.

Alle mensen zijn aan elkaar verwant. Dat is een boodschap van de Bijbel die nog al eens verwaarloosd wordt. We doen dan net of mensen die ergens anders vandaan komen niet aan ons verwant zijn en dus ook niet gastvrij ontvangen hoeven te worden. We doen dan ook nog of wij beter zijn omdat we rijker zijn en meer winnaars van de Nobelprijs hebben voortgebracht, of we die allemaal gewonnen hebben. Jezus van Nazareth heeft het altijd in de eerste plaats over de mensen van het volk Israël. In het verhaal dat we vandaag lezen wordt nog eens subtiel verteld hoe Israël aan het oorspronkelijke Jericho gekomen was. We kennen dat verhaal over het volk dat zeven keer zeven dagen rond de stad trok, toen op de ramshoorns blies en naar binnen kon lopen omdat de muren ingestort waren. Maar er gaat ook nog een verhaal over verspieders aan vooraf. In dat verhaal speelt een hoer een belangrijke rol. Rachab die de verspieders verborg voor een bevolking die haar rijkdom met niemand wilde delen. Zeker niet met een groep nomaden die uit de woestijn naar het zo vruchtbare land kwamen. Ze wilden niet delen. Zoals de verspieders toen verstopt waren trof Jezus van Nazareth nu ook een spion die wilde weten wat dat nu allemaal was met die vreemde leraar die het hele volk achter zich aan had gekregen. Dit was ook een spion met een naam, Zacheüs zeggen wij maar die naam gaat terug op het Hebreeuwse Zakkaï, reine of onschuldige. Een naam die verwant is met Tsaddiek, rechtvaardige.

Daar kwam Jezus van Nazareth voorbij. In de naam Jezus klinkt Jehosjua, of Jozua zoals wij zeggen, door, de bevrijder van Jericho. Die Zacheüs was in een vijgenboom geklommen. En volgens de profeet Zacharia zou er een tijd komen dat iedereen onder de vijgeboom en onder de wijnstok met elkaar maaltijd kon houden omdat het onrecht zou zijn uitgebannen. Nu, die Zacheüs was rijk en dat kon alleen als hij als tollenaar het volk onrechtvaardig had behandeld. Daar is hij ook zeer van doordrongen. Maar hij was in staat Jezus van Nazareth te zien, Deze Zacheüs werd beschouwd als een vijand van het volk. Met hem gezien worden gaf je een slechte naam. Maar waarom zou je bang zijn voor je eigen naam in de gemeenschap als je iemand weer op de weg van de God van Israël weet te brengen. Zacheüs hoeft alleen als zoon van Abraham als gelijke behandeld te worden. Dan geeft hij aan dat hij zijn onrecht ongedaan gaat maken, met een woordspeling die in onze vertaling is weggevallen, want wie hij de vijgen heeft geschud geeft hij viervoudig terug staat er letterlijk.

Hij deelt met de armen en als hij per ongeluk iemand nadeel bezorgd dan vergoed hij dat viervoudig zoals de leer van Mozes hem dat voorschrijft in het boek Leviticus. Geen wonder dus dat Jezus van Nazareth bij hem wil eten. Dat geeft de arme Zacheüs die achteraan moet staan weer een nieuwe plaats in de samenleving, als voorbeeld namelijk. Zo hoort het, delen met de armen en de schade vergoeden die je veroorzaakt. Deze Zacheüs hoort dus niet bij de Romeinen maar bij het volk van Israel. Daarmee is de belastingbaas van Jericho ineens het lichtend voorbeeld voor het volk geworden dat ooit Jericho veroverde. Jezus hoefde dus inderdaad niet om Jericho heen te trekken om het te veroveren, hij trok Jericho in om onderdak te vinden voor de nacht en veroverde Jericho in het hart van de stad. Het roept natuurlijk wel de vraag op hoe wij dat doen, we houden ons wellicht verre van onchristelijke goddelozen, maar delen we ook met de armen van ons bezit en vergoeden we de schade die we veroorzaken? Doen we wat de leer van Mozes ons vraagt? De vremdelingen onder ons behandelen als hoorden ze bij ons ogen volk?

Er zijn veel mensen die bang zijn voor die vreemdelingen met hun rare geloof en vreemde gebruiken. De vreemdelingen die we in de zeventiende en achttiende eeuw als slaven naar Suriname en de Caraïben hebben gebracht en eeuwen geleden Nederlander geworden zijn veranderen nu een deel van ons Sinterklaasfeest zoals we dat in de negentiende eeuw vorm hebben gegeven. Wat zouden al die vreemdelingen nog meer kunnen veranderen? Onze restaurant cultuur is lang gedomineerd geweest door Chinezen die naar Indonesië worden verhuisd en later naar Nederland waren gekomen. De angst voor veranderingen is groot. En kinderen die angstig zijn in een donker bos gaan ineens harder praten, ze overschreeuwen hun angsten. In Amerika vierden ze het feest van de bestrijding van de angst. Dan komen ook de kinderen langs. Trick or treat roepen ze dan, struikel of trakteer roepen ze dan. We vergeten dat het een zeer Bijbelse oproep is, “deel of wordt overheerst” is het verhaal van de Hebreeuwse Bijbel. Jezus van Nazareth probeerde dat concreet te maken voor de dagelijkse werkelijkheid. Wij mogen hem daarin volgen.

De beloning ligt in een nieuw land, een land waarin de honger en de angst zijn verdwenen, waar niemand meer dood gaat voor zijn tijd. Een nieuwe aarde zal het zijn waar de hemel zich zal vestigen en God zijn tenten op deze aarde zal spannen. Wie dat voor ogen houdt hoeft nergens bang meer voor te zijn. Zeker niet voor je eigen naam en reputatie want kinderen van God zullen we genoemd worrden .Misschien dat wij dat nieuwe land niet meer zullen zien, maar we leven niet in een gemeenschap met een voor wat hoort wat geloof. Het doen van de wil van de Vader, delen van onze rijkdom is ons beloning genoeg.

Amen

Read Full Post »