Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for september, 2019

Gemeente,

De Bijbel roept ons op te kiezen voor en zorgen voor de armsten in de wereld daar is ook God zelf. Het is daarom jammer dat zo weinig mensen die verhalen uit de Bijbel nog kennen. In deze dagen wordt er in veel kerken de zogenaamde kerkproeverij gehouden. Alle gemeenteleden nemen iemand mee naar de kerk om eens te laten ervaren wat hier eigenlijk gebeurd. Het is niet de bedoeling nieuwe trouwe kerkgangers te werven maar het praat wat gemakkelijker met elkaar als je beiden weet waar het over gaat. Je hebt er dus geen bijzondere kerkdiensten voor nodig. Het mag elke zondag, iedereen is welkom immers.

In de kerk kan het je gebeuren dat je een boer tegenkomt die je oproept om eerlijk handel te drijven en oneerlijk handelen niet langer te pikken.

Het is de roep van Amos, de boer uit Tekoa, aan het volk. In zijn dagen hadden de bondgenootschappen van de Koningen zulke vormen aangenomen en had het volk zoveel van de aanbidding van de afgoden overgenomen dat er van Israël als een bijzondere staat niets meer over was. Natuurlijk de feestdagen werden gevierd. Vanouds had het volk Israël het feest van de nieuwe maan. Als groot verschil met de omliggende volken was er de Sabbath, de wekelijkse rustdag waarop de bevrijding van de slavernij werd gevierd. Maar die feesten kenmerkten zich niet meer door de aandacht die voor de God van Israël moest worden opgebracht. Niet meer werd er gelezen over hoe je ook al weer met weduwen moest omgaan, hoe je ook al weer de oogst zo moest organiseren dat ook de armen er in mee konden delen, wat er ook al weer geschreven stond over de graanschuren die in elke stad en elk dorp moesten worden ingericht als verzekering voor slechte tijden. De gedachten gingen uit naar de handel, de gesprekken gingen over de handel die direct na de feestdagen weer door moest kunnen gaan. Die feestdagen waren maar een hinderlijke onderbreking geworden van het feest van winst en profijt, het dagelijks dienen van de goden van de vruchtbaarheid.

Dat het volk door de God van Israël was uitgekozen om op een heel andere manier volk te zijn was nergens meer aan te merken. Dat dit volk een stel richtlijnen had voor een menselijke samenleving bleek nergens meer uit. Handel, import en export was het belangrijkste, de goden van winst en profijt werden gediend. Wie het meeste winst wist te behalen was het meest gezegend door de goden en als dat door list en bedrog moest dan moest dat maar. De roep van Amos past ook in onze dagen. Ook wij zitten vast aan internationale verdragen die de boeren in arme landen beroven van een eerlijk inkomen en hongersnoden veroorzaken.

De vernietiging van de Baäl, die begonnen is met Elia, gaat daarom tot in onze dagen door. De namen van de goden veranderen in de loop van de geschiedenis. Bij ons heten ze winst en profijt, als er maar meer winst en profijt gemaakt wordt dan wordt het beter. En het gaat goed met de economie, vorig jaar kreeg de top van het bedrijfsleven zes procent loonsverhoging. Maar of gewone mensen daar dan ook wat aan hebben is weer de vraag. In de dagen van Jezus van Nazareth heette de Baäl de Mammon, de God van het geld. En Jezus geeft zijn leerlingen les in hoe om te gaan met die god van het geld. Dat je met de god van het geld vrienden moet maken om de armen te kunnen helpen is niet zo gek gedacht. De bank- en gironummers vliegen je immers om de oren. Elke charitatieve instelling heeft er wel één en bij rampen en calamiteiten wordt er snel een gironummer geopend.

De BankGiroloterij pretendeert zelfs ons rijk te kunnen maken als we geld storten voor een goed doel. Ze worden we er zelf nog het rijkste van maar dat vinden ze dan ook een heel goed doel, want de kans dat een deelnemer er rijk van wordt is wel heel erg klein.

Maar wat zijn die eeuwige tenten en waarom zou een rijke bezitter oneerlijk gedrag van zijn rentmeester goed praten? We moeten daarvoor een kijkje nemen in de Romeinse samenleving. Het Evangelie van Lucas heeft immers als opschrift dat het aan de Romein Theofilus is geschreven. Deze godenzoon, want dat betekent Theofilus, zou zelf wel eens rijk geweest kunnen zijn. Rijke Romeinen hadden vaak bezittingen op het platteland. Daar waren ze niet zelf aanwezig maar ze hadden slimme slaven die als rentmeester voor hen het beheer voerden. En deden ze dat niet goed dan werden ze landbouwslaven en die leefden niet lang. Die rentmeesterslaven moesten vaak de boel wel een klein beetje voor de mal houden om zelf een goed leven te kunnen leiden. Romeinen hielden daar wel van, het bewees immers hoe slim ze waren en hoe goed ze voor hun meesters bezit konden zorgen. Zo ook in deze gelijkenis.

Ook in onze tijd gaan bedrijven kapot aan onbetaalde uitstaande schulden. Als je dus de uitstaande schulden verminderd stijgt de waarde van het bezit. De hele financiële wereld kwam in problemen omdat er Amerikanen zijn die hun hypotheek niet konden betalen. Als die hypotheken nu eens zouden worden afgelost, als ze in elk geval zouden verdwijnen uit de boeken van de banken, dan wordt de boekhouding weer gezond. Dan worden de armen die de schulden niet meer konden betalen weer een beetje minder arm. De roep om de schulden van de armste landen kwijt te schelden is al heel oud en soms gaat ook daar iets van die schuld af omdat het wordt kwijtgescholden. Zo worden de armen minder arm, het bezit meer waard en de slaaf blijft rentmeester.

En dan die eeuwige tenten? Op het eind van de Bijbel staat dat God zijn tent op deze aarde zal spannen. Wat is er mooier dan in die tent te mogen wonen. De Statenvertaling verwees vroeger naar de Heilige Tent uit de Woestijn. Daar werd de leer van eerlijk delen en je naaste liefhebben bewaard. Misschien niet zo’n rare gedachte bij dit verhaal. Als je zelf in nood bent denk ook dan aan anderen die het slecht hebben en probeer ze te helpen. De voedselbanken in Nederland zijn ook opgericht door mensen die de hulp zelf nodig hadden. Maar die tenten wijzen ook naar het Loofhuttenfeest. Iedereen woont dan in een zelfgebouwde tent van takken en bladeren. Het is een oogstfeest maar hoe groot de oogst voor de een of hoe klein voor de ander ook is, iedereen woont hetzelfde, ieder heeft hetzelfde nodig om te overleven. Dat Loofhuttenfeest wordt overigens ook dezer dagen gevierd.

Die leer die in de Tent der ontmoeting in de woestijn werd bewaard en onder Salomo een centrale plaats kreeg in de Tempel blijft ook voor Jezus van Nazareth het centrum voor het leven. Er mag geen Tittel en Jota aan veranderd worden, het blijven de richtlijnen voor de menselijke samenleving.

De Tittel en de Jota zijn de kleinste leestekens uit het Hebreeuwse schrift. Zelfs het allerkleinste van de leer mag niet wegvallen volgens Jezus van Nazareth. Hij kreeg het verwijt de Joodse wet aan zijn laars te lappen. De mannen die dat verwijt hadden geuit kregen het in dit gedeelte, wat we gelezen hebben, op hun brood. Want de leer van Mozes maakte echtscheiding wel mogelijk maar mannen maakten daar knap misbruik van door vrouwen afhankelijk te houden. Je kunt ze immers altijd verstoten als je wilt, of ze het er nu mee eens zijn of niet. En als je ze per ongeluk veroordeelt tot armoede of tot de bedelstaf ja dan hadden ze zich maar niet moeten laten verstoten. Dat de man eenzijdig uitmaakte of een vrouw verstoten werd of niet maakte daarbij niet uit.

Dat de leer van Mozes ook nog bepalingen kende om weduwen, dus vrouwen zonder eigen middelen van bestaan, in bescherming te nemen kwam bij de mannen niet op. Vrouwen die verstoten waren hadden hun man toch niet verloren, ze waren toch geen weduwen? Jezus neemt het op voor de vrouwen die de laagste positie in de samenleving innamen en geeft hun weer een nieuwe plaats. Mannen hebben in die samenleving de taak voor hun vrouwen te zorgen. Pas als hun vrouwen verzorgd zijn, als ze deel van leven hebben, als ze mee kunnen doen in de samenleving, dan pas kun je over scheiden spreken.

De economische positie van vrouwen in onze samenleving is niet zo heel erg verschillend van die in de dagen van Jezus. Wij mogen dan een Wet Werk en Inkomen hebben maar zelfs jonge moeders moeten hun gezin in de steek laten om te gaan werken voor hun inkomen. Kinderopvang is niet meer te betalen in ons land. Wie de kinderen opvangt als ze uit school komen is dus een raadsel. In de grote steden zwerven steeds meer jonge kinderen en tieners langs de straten. Dat tieners overlast gaan veroorzaken is dan niet verwonderlijk, het is het gevolg van de economische afhankelijkheid van hun moeders en het gebrek aan opvang dat de samenleving organiseert.

De Bijbel, vanaf de Tora en de profeten tot en met het nieuwe testament roept de gelovigen op in allerlei heel verschillende situaties toch de samenleving zo in te richten dat  daar geen armoede in voorkomt. Dat er voor de minsten in de samenleving gezorgd wordt, dat liefde voor elkaar de eerste Wet is waar alles aan moet voldoen. Niks ieder voor zichzelf en de rest maar aan God overlaten. De God van Israël laat ook de minsten over aan allen die hem dienen. Dat is het hart van het verbond dat werd gesloten en zo heeft Jezus van Nazareth het ons voorgeleefd.

In de eerste brief aan Timoteüs noemt Paulus het geld als de wortel van alle kwaad en waarschuwt ons ons niet te laten regeren door de wetten van het geld. Wij geven de afgoden die ons willen regeren geen namen meer. Wij doen of ze wetenschap zijn en noemen ze economie of staathuishoudkunde. Maar nog steeds lijkt het of het gaat om natuurwetten waar mensen voor moeten buigen, terwijl we zelfs in onze geschiedenis weten dat er een groot verschil kan zijn tussen een soort economie waar gezorgd wordt voor de zwaksten, waar je verzekerd bent tegen tegenslag en invaliditeit en waar een vangnet is voor onverwachte tegenslagen en een economie die totaal geen zorg voor mensen kent.

In die laatste economie heerst honger en dakloosheid, daar gaan mensen dood van ellende. Om het in Bijbelse termen te zeggen: we hebben ook vandaag de keus tussen leven en dood en worden opgeroepen te kiezen voor het leven. Net zo lang tot er een nieuwe aarde komt, een aarde waar de God van Israël zelf zijn tenten zal willen spannen. Dan zijn alle tranen gedroogd en zal de dood niet meer zijn. Tot die tijd moeten we blijven werken aan de komst van het Koninkrijk van recht en vrede.

Amen.

Read Full Post »

Lezen: Deuteronomium 24:17-22

             Lucas 14: 1-14

Gemeente,

Vandaag gaat het over respect. Over recht en gerechtigheid jegens je naaste. Denk niet dat het hier om juridische rechtsregels gaat waar juridische scherpslijpers hun wel of niet en hun ja maar op los moeten laten. De vraag die hier wordt beantwoord is niet de vraag naar wat mag of wat niet mag maar naar hoe je je zo kunt gedragen in een nieuw land dat het echt een land wordt dat overvloeit van melk en honing, zo’n land waarvan je kunt zeggen dat het van God afkomstig is, een goddelijk land.

In zo’n land respecteer je elkaar dus. In zo’n land zorg je dat er op tijd loon wordt betaald, in zo’n land snap je nog wat arm zijn betekent, daar zorg je voor een goed loon voor schoonmakers en beschermd werk voor gehandicapten en mensen met een beperking voor de arbeidsmarkt In zo’n land zorg je voor recht en gerechtigheid. Zelfs de rechten van vreemdelingen en wezen moet je eerbiedigen en weduwen laat je niet in de kou staan. Hier staan de vreemdelingen dus voorop.

Het volk Israël wordt er telkens weer op gewezen dat ze zelf slaaf zijn geweest in Egypte. Ze zijn dus niet anders, niet beter en niet slechter dan de mensen die op de rand van de slavernij leven. Het was de God van Israël die ze er van bevrijd heeft en het is de God van Israël die ze nu oproept om ook zelf de armen te bevrijden door zijn liefde te delen met hen die dat nodig hebben.

Hebberigheid en hebzucht horen dus ook niet bij een samenleving dat een goddelijk land wil zijn. Daar kijk je niet of alle vijgen zijn geraapt of alle druiven zijn geplukt. Laat de rest maar zitten voor hen die geen eigen tuin of wijngaard hebben en dus niet kunnen rapen of kunnen plukken. Tegenwoordig gaan voedselbanken de huizen langs om overtollig voedsel op te halen en ons land laat zich zien doordat er meer opgehaald wordt dan werd verwacht, al moet er af en toe een nieuwe oproep worden gedaan omdat de omstandigheden veranderen.

Ook in ons land weet men van delen en van recht doen. Net zoals in ons land ook het recht haar maat heeft. Niet meer dan 40 stokslagen zegt de Bijbel dat is de maat. Bij ons staat voor elk misdrijf een maat en als leken meekijken met rechters komen ze vaak op lagere straffen uit dan de rechters hebben opgelegd.

Zelfs naar dieren gaat ons respect uit. Een rund dat graan dorst zal mee eten van het graan dat vrij komt. Gun het dier dat graan zegt Deuteronomium. En wij zeggen het na in ons respect voor dieren in slachthuizen en bioindustrie. Daar waar dat respect zichtbaar ontbreekt regeert het heidendom, in een goddelijk land delen ook dieren mee. Gelukkig mogen we elke dag opnieuw aan het goddelijk worden van ons land gaan werken, ook vandaag weer.

Ook Jezus heeft het over respect. Het is soms dringen om vooraan te mogen staan. Mensen betalen veel geld om bij een diner met een wereldberoemde politicus te mogen aanzitten. Het gaat dan vaak onder het mom van een goed doel waarvoor het geld wordt uitgegeven, maar dat goede doel zou meer geld krijgen als iedereen thuis bleef en een overschrijving deed. De locatie is luxe, het eten is luxe, de muzikale omlijsting kost een hoop en de beroemde spreker vraagt zelf ook het nodige aan geld en logies. Het is het soort diners waar zien en gezien worden,vooral het laatste, belangrijker is dan de inhoud.

Kennelijk waren er in de dagen van Jezus van Nazareth ook al zulke diners. In dit gedeelte van het Evangelie van Lucas wordt daar duidelijk op gezinspeeld. Jezus drijft de spot met de mores, de gewoonten, rond zulke bijeenkomsten. Ga maar eens op de minste plaats zitten, je dwingt dan de gastheer, of gastvrouw, om je naar voren, naar een betere plaats te roepen. Het gezien worden is dan gelijk gelukt. Als je jezelf de beste plaats toekent loop je de kans geen rekening te hebben gehouden met de eregast en te moeten opkrassen. Dat is een manier van gezien worden die je liever overslaat.

Het zijn de grappen waarmee al in de Bijbel de rijken en machtigen worden bespot en te kijk worden gezet. Want als je werkelijk mee wil doen in het Koninkrijk van Jezus van Nazareth kun je beter een heel andere strategie hanteren. Nodig dan de armen, de chronisch zieken, de gehandicapten uit. Die nodigen je weliswaar niet terug uit voor een diner en nemen ook niet veel geld voor een goed doel of status in de samenleving mee, maar op de lange duur geven ze meer plezier.

Want er komt een dag dat ook deze medeburgers opstaan en zich niet langer laten knechten. De opstanding van de rechtvaardigen noemt de schrijver van dit Evangelie dat. En op dat moment ben jij geen vijand, geen uitbuiter, geen exorbitante zelfverrijker, maar een vriend van de armen, een vriend van de mensen die geen plaats in de samenleving hebben. Jij hebt ze een plaats gegeven, jij zag ze en jij wilde met ze gezien worden. En zelfs als de dag van de opstanding der rechtvaardigen nog wat uit zou blijven dan nog.

Al die aanzienlijken strijden om aanzien en eer, daar kan je alleen maar pijn in je hoofd en in je buik van krijgen. Die armen strijden nergens voor, ze zijn al blij met een goede eenvoudige maaltijd, ze leven om te overleven. Zeg zelf, dat is toch een veel beter gezelschap, daar hoef je je nooit af te vragen wat jouw plaats is, als jij de maaltijd geeft is het de ereplaats. En al die mensen die je helpt krijgen van jou de ereplaats.

Uiteindelijk zijn we op weg naar een land, een nieuwe aarde, waar alleen God de ereplaats heeft. Daar zijn alle tranen gedroogd, daar lijdt niemand meer gebrek, daar is alleen vreugde en is iedereen gelijk. Aan die nieuwe aarde mogen we nu al deel hebben, door ons leven in te richten op de Liefde, de naaste te willen zijn voor hen die een naaste nodig hebben. Dat kan van nu aan tot aan de jongste dag.

Amen

 

Read Full Post »