Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for augustus, 2019

Lezen: Jesaja 65: 17:25

             Lucas 12: 32-40

Gemeente,

Vanmorgen gaat het over dromen, dromen van een betere wereld. Maar dromen zijn bedrog, dat was tenminste de titel van de hit van een voormalig stadgenoot van mij, Marco Borsato.. Hij  had na zijn Italiaanse inbreng een nieuw Nederlands nummer opgenomen met als bedoeling voortaan in het Nederlands door te gaan.

Vanmorgen hebben we ook over zulke dromen gelezen. Dromen die nog steeds moeten uitkomen. Want het is toch prachtig zo’n droom zoals die van Jesaja.  Geen babysterfte meer, geen voortijdig overlijden, mensen gaan pas na hun 100 ste geboortedag dood, Jesaja droomt niet van een eeuwig leven.. Zelfs voor de wilde dieren hoef je niet meer bang te zijn, de wolf en het lam zullen samen weiden en het kind zal spelen in het hol van de slang. De leeuw en het rund eten beiden stro. Het is zo nieuw dat alles wat goed gegaan is in het verleden er bij verbleekt, het is totaal anders dan wat er ooit geweest is.

Mooie droom. Geweldige poëzie. Maar als we straks de deur uitlopen klinkt weer het lied van Marco Borsato, Dromen zijn bedrog. De droom van Marco bekend en rijk te worden kwam overigens uit, hij leeft er van.

Of de droom van Jesaja wel of geen bedrog is moeten we afwachten. Wij geloven er in, wij gaan naar de Kerk om zondag aan zondag van die droom te horen en van die droom te leven. Dat was ook de bedoeling van Jesaja.

Het gedeelte dat we vanmorgen gelezen hebben komt uit het derde deel van het boek Jesaja. De ballingen zijn teruggekeerd en Jeruzalem wordt herbouwd, net als de tempel. Dat gaat niet zonder slag of stoot. De Bijbel heeft geen gladde praatjes over gelovigen die op hun knieën vallen en die dan wonderen overkomen van plotseling herstel of welvaart en vruchtbaarheid. Voor het goede geldt het zelfde als voor het voedsel, met het zweet op uw voorhoofd zult gij werken. In Jeruzalem moesten de herbouwers in de ene hand de troffel en in de andere hand het zwaard hanteren lezen we in de Bijbel. Die herbouwers hadden dus dringend de behoefte aan een visioen, een doel om naar te streven met het vertrouwen dat het doel ook behaald zal worden.

Dat visioen geeft Jesaja hen in het gedeelte van vanmorgen. Dat visioen gaat de herbouw ver te boven. In spreuken 29 lezen we: Waar het visioen ontbreekt verwilderd het volk, zoals de Willibrordvertaling het weergeeft, de Nieuwe Bijbelvertaling heeft het hier over de profetie, maar dat is eigenlijk hetzelfde. Dromen houden ons in beweging, dromen maken van onze wereld een betere wereld en als we dromen en idealen verliezen is het de dood in de pot.

Eigenlijk is dat ook de boodschap die Jezus van Nazareth zijn volgelingen geeft. Die 120 volgelingen, mannen en vrouwen van allerlei slag, afkomst en leeftijd, vormen in het Romeinse Rijk maar een kleine kudde. Toch is er voortdurend de suggestie dat zij met hun manier van leven en tegen de wereld aankijken het hele grote en sterke Romeinse Rijk zullen overwinnen.

Je zou er bang van worden, zo’n handjevol mensen, twaalf mannen die hebben leren spreken, een aantal vrouwen die de gemeente hebben onderhouden van hun vermogen, Jezus begint dan ook met vreest niet, hetzelfde vreest niet dat in de Bijbel 365 keer wordt genoemd, voor elke dag een keer. Jezus gebruikt hier een beeld dat ook gebruikt wordt door de profeet Jesaja, een kleine kudde, maar van groot belang omdat die kudde kan aangroeien. Als water in een waterval zou die kudden van de bergen stromen naar Jeruzalem, naar het uitgedroogde land Israël en die steppe, die woestijn zou weer gaan bloeien.

Heel vaak roepen ook wij in de kerken op om alvast met de bouw van het Koninkrijk van recht en vrede te beginnen. Breek de onrechtvaardige tolmuren af, zorg voor een samenleving waaraan iedereen mee kan doen en zorg bij conflicten als eerste voor de slachtoffers. Dat doen we op grond van de boodschap die uit de Bijbel tot ons komt. Toch is die Bijbel al heel lang geleden tot stand gekomen Het is dan ook voor velen moeilijk te geloven dat elk moment de Heer kan terugkeren. Dat was misschien de vaste overtuiging in Israël in de dagen van Jezus van Nazareth, een overtuiging die de mensen inspireerde tot de grote opstand in het jaar 70. Het was de overtuiging van de eerste Christengemeenten na het jaar 70 toen de Tempel verwoest was en het volk werd verspreid over het hele Romeinse Rijk tot aan de einden der aarde.

Nu zou de Mensenzoon komen die al in het boek Daniël werd genoemd en die zou oordelen de levenden en de doden en alle misdadigers tegen de menselijkheid zou veroordelen en uit zou werpen in de buitenste duisternis waar geween was en tandengeknars. Maar dat is zo lang geleden, die stellige verwachting dat het nog een korte tijd zou duren voordat de jongste dag zou aanbreken is niet uitgekomen.

Is het dan reëel om op te roepen tot de bouw van het Koninkrijk van God zoals Jezus van Nazareth ons dat heeft geleerd nu de wereld voortdurend verder van dat Koninkrijk lijkt af te dwalen? Het is of we elke dag opnieuw moeten beginnen met de bouw aan dat Koninkrijk. Hebben we de kinderarbeid afgeschaft, dan blijken onze kleren door in slavernij gehouden kinderen te worden gemaakt. Hebben we vrouwen gelijke rechten en gelijke kansen gegeven tot in onze kerken toe, blijken ze door vreemdelingen thuis gehouden te worden onder het mom dat de positie van de vrouw helemaal afhankelijk is van haar man. En zo kunnen we doorgaan. Als we een gemeenschap willen vormen met mensen die, zoals in de Ramadan weer is gebleken, gastvrijheid en de zorg voor de armen voorop hebben staan  dan wordt er haat gezaaid tussen hen en ons.

Toch is dat beeld van dat nieuwe Koninkrijk uitermate nuttig. Als je een baan hebt, gezond bent, een relatie met iemand hebt die je bevalt, een gezin weet te vormen, weet te genieten van de schoonheid om je heen, een goede woning hebt en met niemand een echt conflict dan lijkt het soms of voor jou dat Koninkrijk al is aangebroken. Je mag je zegeningen tellen en als je ze een voor een telt lijken er een heleboel te zijn. Maar als je dan dat beeld van dat Koninkrijk van God op je in laat werken dan kriebelt het, dan gaat het knellen. Het is niet bedoeld om ons een schuldgevoel te bezorgen, maar ons in beweging te zetten. Die zegeningen die we voor onszelf kunnen tellen zijn dus ook mogelijk voor anderen. De Bijbel zegt dat ze voor iedereen mogelijk zijn. Daarvoor moeten we wel aan het werk.

We moeten onze bezittingen verkopen zegt Jezus geef al wat je bezit op en ga als bezitloze door het leven, kloosterlingen hebben het zo verstaan. Maar het vervolg van de tekst leert ons dat dit niet zo  bedoeld wordt. Daar gaat het over beurzen die niet oud worden. En een beurs wordt niet oud als je die voortdurend ter hand neemt om er van uit te geven. En daar gaat het over.

Je moet niet hangen aan je bezit, niet oppotten en er schuren voor bouwen om jaren het Loofhuttenfeest te kunnen vieren, God kan je vannacht wel thuis roepen en wie geniet dan van je bezit? We worden samen rijker door te delen is de boodschap die al hoofdstukken lang in het Evangelie van Lucas doorklinkt. We hoorden over de barmhartige Samaritaan, we baden om het brood dat we vandaag nodig hebben.

Als je van je vermogen hier op aarde uitdeelt dan wordt dat vermogen niet minder, maar dan groeit dat vermogen aan bij God. Dan kun je leven alsof je eeuwig leeft, bezit wordt dan geen zorg maar een bron van vreugde. Het is dan een schat die niet kan bederven en niet gestolen kan worden. Wij zullen vaak niet meer zo letterlijk tegen dit soort visioenen aankijken. Maar als we beseffen dat de wereld beter wordt als we delen van wat ons toevalt dan weten we ook dat de wereld heel langzaam toegroeit naar een wereld die eindelijk gaat lijken op de nieuwe aarde waar Johannes op Patmos van droomde, waar alle tranen gedroogd zijn en de dood niet meer heerst.

Waarom we dus zo druk doende zijn met het goede te doen en niet dan het goede? Als we eerlijk zijn hebben we maar één antwoord: we kunnen niet anders. We geloven nu eenmaal in dat nieuwe Koninkrijk dat het zo anders zal doen als we dag in dag uit meemaken. We geloven in dat Koninkrijk omdat de Heer van dat Koninkrijk de enige is die echt macht op de aarde heeft. Die droom van dat Koninkrijk is onze meest kostbare schat, die jagen we na in goede en in slechte dagen, waar die schat is is ons hart. Alle haatzaaiers gaan voorbij, maar de Heer die Liefde bracht blijft, wat er ook gebeurd. We willen nu eenmaal niet in een samenleving leven waar mensen tegen elkaar worden opgezet.

We willen nu eenmaal niet van welvaart profiteren als die verkregen is over de ruggen van hongerigen en naakten. We willen nu eenmaal niet dat kinderen gevangen worden gezet omdat hun aanwezigheid ons niet aanstaat. We willen niet dat dode letters in dorre wetboeken recht wordt gedaan maar we willen dat aan levende mensen recht wordt gedaan. We hongeren en dorsten zelf naar gerechtigheid en voelen ons vaak gevangen in het onrecht dat ons omringt.

Daarom beginnen we maar vast aan de bouw van dat Koninkrijk, we kunnen niet anders. Als Marco Borsato zijn droom van een gevierd artiest kan verwezenlijken waarom kunnen wij dan niet aan de slag met de dromen van de profeet Jesaja en de profetie van Jezus van Nazareth?

We snappen best dat het koninkrijk niet komt van het halleluja roepen, maar dat we met de troffel in de ene en het zwaard in de andere hand aan het bouwen moeten, hongerigen voeden, daklozen huisvesten, bedroefden troosten, armen recht doen en noem maar op. Maar sinds Jezus van Nazareth aan het kruis en in het graf heeft laten zien hoe in liefde de dood kan worden overwonnen en zijn Geest ons diezelfde kracht geeft moeten we wel aan de slag. En we kunnen ook niet anders doen dan alsof het Koninkrijk elk moment de macht op aarde gaat grijpen. Vandaag zou het kunnen beginnen, wij zijn er klaar voor, als knechten die het huis op orde brengen voordat de Heer van het huis terugkomt van een lange reis.
Amen

Read Full Post »

Lezen: Jeremia 23:23-29

             Lucas 12: 49-56

Gemeente,

 We leven in de laatste dagen van de zomervakantie. Straks neemt het gewone leven van alledag, van werkdagen en rustdagen weer z’n loop.

 De verhalen die we vanmorgen uit de Bijbel hebben gelezen gaan  over verwarring. Allerlei mensen proberen het volk warm te laten lopen voor hun dromen. Dromen van rijkdom en welvaart natuurlijk, daar zijn we het meest gevoelig voor. Ook in onze dagen. Hele straten en wijken kunnen schat hemeltje rijk worden als we allemaal maar de loten kopen die ons die rijkdom beloven.

 Jeremia leefde ook in zo’n verwarrende tijd. Machten en krachten spanden zich samen om wereldrijken te vormen. Wereldrijken die konden profiteren van al de schatten van de volken die ze hadden onderworpen. Ook Israël werd bedreigd en Koningen zochten steun bij profeten om te weten wat hen te doen stond. Profeten stonden tegen elkaar op, ze hadden allemaal dromen van een nieuwe wereld waar Israël een prachtige plaats in zou nemen. Wat daarvoor nodig was waren bondgenootschappen met de juiste machtige wereldrijken, of juist met de kleine landjes rondom Israël tegen de machtige wereldrijken, eendracht maakt macht nietwaar. Tot verbazing van Jeremia zeiden die profeten allemaal dat ze in de naam van de God van Israël spraken maar hadden ze het geen van allen over de boodschap die de God van Israël vanouds had gegeven, over het verbond dat hij met het volk had gesloten, over het samen zorgen voor de minsten in de samenleving, de armen, de weduwe en de wees.

 In het gedeelte dat we vandaag hebben gelezen geeft Jeremia de boodschap van de God van Israël door zoals hij die heeft verstaan. Op het eerste gezicht ook een verwarrende boodschap. De God van Israël is zowel dichtbij als veraf. Voor wie de Bijbel kent is de boodschap van Jeremia wat minder verwarrend. De boodschap dat God dichtbij is maar ook veraf kan zijn komt vaker in de Bijbel voor. God is dichtbij de mensen die op hem vertrouwen, die kracht nodig hebben om de kinderen van God, de minsten in de samenleving te helpen. God houdt zich ver van hen die het kwaad zoeken, die uitbuiten en onderdrukken, ver van hen die geweld gebruiken en zich sterker achten dan wat en wie dan ook, God is ver van de goddelozen zegt de spreukendichter.

 Natuurlijk heeft God weet van dat alles. Het is dan niet het grote boze oog dat alles en iedereen bespiedt, maar God hoort het gebed van hen die op hem bouwen en God hoort het geschrei van allen die in verdrukking leven. De dromen van profeten horen dus geen gemakkelijke dromen van welvaart en welzijn te zijn, de echte dromen die vertellen over de God van Israël zijn dromen van bevrijding, bevrijding van slavernij, bevrijding van de dood, bevrijding van de slaven en de armen. De God van Israël is dus geen mannetjesputter. Het is een God die elk verstand te boven gaat, maar tegelijk is het een menselijke God, een God vol liefde en barmhartigheid. Noemen we het kwaad meestal onmenselijk, de liefde die de God van Israël ons biedt maakt ons juist menselijk tot op het bot.

 De dromen die ingegeven zijn door de God van Israël zijn als een vuur, als een vuur dat het goud zuivert van ongerechtigheden, zijn als een moker die de rots verbrijzelt, de rots die het water vasthoud dat de woestijn tot bloei moet brengen zodat er voor iedereen te eten is en er geen honger meer kan heersen. De aarde is immers vruchtbaar geschapen en vruchtbaarheidsgoden als Baäl horen in het volk geen rol te spelen.

 Voor ons betekent dat dat de goden van winst en profijt niet de redding voor de armen brengen maar het naleven van de richtlijn van de God van Israël om te delen met de behoeftigen die bevrijding zal brengen. Alleen van delen worden we immers rijker. Het napraten van al die profeten die de banken sterker willen maken, die de rijken rijker willen maken, die de verhoging van inkomens met zes procent van de top van het bedrijfsleven verdedigen en daarmee de verlaging van pensioenen en uitkeringen proberen te rechtvaardigen worden door de God van Israël ontmaskerd als bedrog.

 Ook Jezus van Nazareth lijkt verwarring te zaaien. Is hij niet bij uitstek het symbool van de vrede, hebben we het over hem niet als we het hebben over de vrede des heren? Zingen we hem met kerst niet toe als de vredevorst? Hoe kan hij dan zeggen gekomen te zijn om mensen tegen elkaar op te zetten? Van vijf in een huis zullen er drie tegen twee zijn, vaders en zoons staan tegen elkaar op en moeders tegen hun dochters. Jezus zou wel een vuur willen zijn, ook hij moet de doop ondergaan. En in die beelden lost zich de verwarring op. Dat vuur is een louterend vuur, de doop is de doop tot afwassing van de zonden. Al die leugenachtige dromen worden afgewassen en weggebrand. Wij hebben ze in onze dagen in de crisis ten onder zien gaan.

 Weten we nog van de dromen van de ex-politieagent uit Wognum? Die met zijn leningen de hemel op aarde beloofde? Nieuwe televisietoestellen, nieuwe keukens, nieuwe auto’s. Je deed je gezin tekort als je niet meeging in de jacht naar nieuwste en het beste en leningen sluiten was toch de snelste manier om je familie bij de tijd te brengen. De hypotheken werden opgehoogd tot ver boven de waarde van de huizen waar ze op werden afgesloten. Banken gingen mee in het spel van schulden die tot bezittingen werden. Wie uiteindelijk de rekening zou moeten betalen was geen vraag. Hoe meer schulden je schiep hoe rijker je werd. Die zeepbellen zijn doorgeprikt, die dromen tot leugens geworden. We consumeren niet meer boven onze macht, we sparen eerst. En de zwakken zijn het slachtoffer gebleken van de hoogmoed en valse dromen. Zij moeten zich wenden tot de voedselbanken omdat de schulden toch afbetaald moeten worden, in elk geval tot ze zijn gesaneerd.

 En we weten het wel zegt het verhaal van Lucas. We weten toch ook van het weer? Als er donkere wolken komen op een warme zomerdag komt er gedonder, dan breekt een onweer los. En een onweer hoeft niet altijd slecht te zijn. Natuurlijk als er windstoten komen die bomen ontwortelen, dan lopen mensen gevaar, dan kunnen mensen verongelukken. Maar we zagen het aankomen. Maar een onweersbui op een drukkend warme zomerdag kan ook zeer verfrissend uitwerken. Het koelt niet af maar er komt als het ware weer lucht en adem, je kunt je weer bewegen en wordt niet langer terneergedrukt. Die verfrissing verbindt de Bijbel met de doop, die geeft je nieuw leven.

 Met de wolk in het westen die regen brengt duidt Jezus nog op een ander verhaal. Op een verhaal over het dienen van afgoden, het achterna lopen van de goden van vruchtbaarheid, de goden van winst en profijt, die goden die meer en steeds meer beloofden. Daar kwam een profeet tegen op. Zeven jaar was het droog in Israël. Toen gingen de priesters van de vruchtbaarheidsgoden de strijd aan met de profeet van de God van Israël, die liet zijn knecht uitkijken naar de wolkje in het westen en wist toen het verscheen dat de droogte voorbij was, dat verfrissend water het land zou schoonspoelen zodat het gewas weer kon groeien en de honger gestild kon worden.

 Jezus roept hier op om  te blijven nadenken over de ontwikkelingen in je eigen samenleving. We weten best dat overeten tot allerlei ziekten leidt, dat drank meer kapot maakt dan je lief is, dat onveilig vrijen tot allerlei ellende kan leiden, dat het niet laten inenten van je kinderen niet alleen je eigen kinderen maar ook andere kinderen in gevaar kan brengen. En je weet dat een oorlogszuchtige houding tegen anderen tot oorlog en geweld kan leiden.

 De eerste Christenen hebben dat meegemaakt in de grote opstand in het jaar 70 toen de Tempel verwoest werd en het volk werd verspreid over het hele Romeinse Rijk. Lucas heeft zijn Evangelie geschreven na die Grote Opstand en je leest als het ware hier een waarschuwing terug. De Christenen hadden overigens niet aan die opstand meegedaan en dat werd hen nogal kwalijk genomen. En hoewel de Bijbel zegt dat een huis dat tegen zichzelf verdeeld is geen stand kan houden geeft Jezus hier de eerste Christengemeenten ook hun verdediging in handen, zij hadden wel de vernietigende storm in de verte gezien en zich er verre van gehouden.

 Ook wij zullen om ons heen moeten blijven kijken om te zien of onze wereld gaat in de richting die de Bijbel ons schetst. Gaan we werkelijk naar een wereld waar alle honger gestild is alle dorst gelaafd? Waar iedereen bereid is te delen met de naaste? Waar oorlogen in vrede zijn herschapen? Een wereld waar de dood niet meer heerst en alle tranen zijn gedroogd? Wonen wij in een wereld waar je veilig kan zeggen dat hier de God van de Hemel wel zijn tenten zou kunnen opslaan? Wie eerlijk is zal zeggen dat het lang nog niet zo ver is. Dat we nog heel wat moeten doen voor het nieuwe Jeruzalem is gebouwd. Ja dat als we mee willen bouwen aan dat nieuwe Jeruzalem we er goed aan doen nog eens de boeken van Ezra en Nehemia te lezen waar beschreven wordt hoe Jeruzalem werd herbouwd met de troffel in de ene en het zwaard in de andere hand.

 De verwarring die we vandaag in de verhalen uit de Bijbel hebben gelezen is er eigenlijk altijd wel. Die verwarring hoeft ons niet te ontmoedigen. De Bijbel geeft geen gemakkelijk verhaal over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde die er komen. De vrede van Christus in je hart komt ook in de vorm van onvrede over wat er in de wereld aan de gang is. Die onvrede kan je plagen, voelt soms als een brandend vuur. Gelovigen in de Weg van Jezus van Nazareth worden beschreven als hongerigen en dorstigen. Ze hongeren en dorsten naar gerechtigheid. Dat zijn geen blije vrolijke gevoelens van Haleluja God is Liefde en wij zijn in Christus. Welk een vriend is onze Jezus dat hij ons opzadelt met onrust en onze harten in ons doet branden van verlangen naar een andere wereld. Ik verzeker u het is veel rustiger in je leven als je je neerlegt bij de wereld zoals die nu eenmaal is en genoegen neemt met de slavernij die jou en vooral anderen wordt opgelegd door de machten en krachten van deze wereld.

 Maar als we geraakt zijn door de Liefde van de God van Israël zoals we die in Jezus hebben leren kennen. Als we weten dat deze God nooit laat varen het werk dat zijn hand ooit begon en dat we aan dat werk mee mogen doen, elke dag opnieuw. Dat die God barmhartig en lankmoedig is, elke dag voor ons de zon weer doet opgaan, elke dag zorgt dat er mensen opstaan tegen onrecht en geweld en dat hij ook ons daartegen wil laten opstaan. Dan kunnen we niet anders. Dan vormen we een gemeenschap die hier in Assendelft schittert als een stad op een berg. Dan kruipen we niet weg in kleine kerkjes maar zetten we de deuren open en zoeken de mensen aan de kant van de weg op, dan kijken we in heggen en onder bruggen waar de armen zijn en dwingen ze om in te gaan.

 Totdat de Mensenzoon zal komen, tot dat die jongste dag zal aanbreken dat alle leed geleden zal zijn en aan alle verwarring een einde gekomen zal zijn.

Amen.

 

Read Full Post »

Lezen: Prediker 2:1-11

             Lucas 12:13-21

Gemeente,

Allemaal lucht en najagen van wind. Mooi dat de Bijbel ons in de zomer toestemming geeft om het werk het werk te laten en lui achterover te leunen. Nu mag je van de Bijbel best rusten en plezier maken maar daar gaat het in het leven dus niet om. Dat is ook de boodschap van het boek Prediker. Vandaag lezen we het tweede van twee experimenten die prediker heeft gehouden. Eerst heeft hij het geprobeerd met wijsheid, zou daar de zin van het leven in schuilen? Hij komt tot de conclusie van niet. Wie kennis vermeerdert, vermeerdert ook smart. Je alleen op de wijsheid richten is het dus niet. Overigens is die stelling zeer in strijd met de wijsheidsliteratuur die we uit Israël kennen, maar Prediker neemt zijn conclusie zeer serieus en probeert het vervolgens met de dwaasheid.

Prediker heeft zich ondergedompeld in de vreugde van de wijn zo begint zijn experiment. Dat hij met de wijn begint is niet zo vreemd. Van alle krachten op aarde is volgens de wijsheidsliteratuur de wijn het sterkste. Die heeft immers op ieder mens dezelfde uitwerking. Of je nu rijk bent of arm, wijs of dwaas, man of vrouw, allochtoon of autochtoon, als je te veel wijn drinkt spreek je uiteindelijk allemaal dezelfde onzin. Het Romeinse spreekwoord In vino veritas, in wijn ligt de waarheid, is dan ook volgens de Prediker grote onzin. In onze dagen weten we dat drank meer kapot maakt dan ons lief is. In veel kerken biedt men bij het avondmaal naast wijn ook druivensap aan. Maar in gemeentehuizen en grote bedrijven wordt bij recepties gewoon wijn en bier geschonken, ook al moeten veel mensen nog per auto naar huis. De vreugde van de wijn brengt je dus zeker niet dichterbij de zin van het leven.

Zou dan rijkdom en overvloed de zin van het leven zijn. Prediker heeft grootse dingen ondernomen om dat na te gaan. De vragen die hij stelt heeft hij zeker ook serieus genomen. Hij heeft paleizen gebouwd en wijngaarden aangelegd, tuinen en parken aangelegd en een keur van vruchtbomen daarin geplant, waterbekkens gegraven om een bos met jonge bomen te bevloeien, slaven en slavinnen gekocht en zich zo omringt met gelukkige gezinnen. Hij bezat veel vee, heeft goud en zilver opgestapeld en zich ingelaten met de jet set van zijn tijd, geleefd als een playboy omringt door de beste zangeressen en aanbeden door de mooiste vrouwen. Daarbij bleef hij wijs. Maar leverde dat enige zin op? Als hij er op terugkeek was er maar een conclusie mogelijk, het had geen enkel nut onder de zon.

Nu zullen velen de Prediker tegenwerpen dat het toch mooi is je kinderen meer na te laten als waar je zelf mee begonnen bent. Je kunt het wel niet meenemen maar je kunt het wel doorgeven. Als je ruzie wil nalaten moet je zo beginnen. Volgens begrafenisondernemers leiden erfenissen van enige omvang tot de grootste ruzies tussen erfgenamen, ruzies die zelfs rond het graf of in het crematorium worden voortgezet. Nee de vraag die Prediker zich stelt is dezelfde als de rijke man zich stelt in de gelijkenis die Jezus vertelt als hij gevraagd wordt als bemiddelaar op te treden in een erfeniskwestie. Zijn antwoord is eigenlijk hoed u voor hebzucht. Prediker zal uiteindelijk vaststellen dat wijzen en dwazen zonder enig verschil allemaal dood gaan.

Daarom kennen we het spreekwoord dat je je rijkdom niet mee kunt nemen. Waarom proberen we dan meer rijkdom te krijgen dan we ooit bij ons leven op kunnen maken? Ja de rijksten in onze samenleving verzamelen zelfs zo veel rijkdom dat ook hun kinderen en wellicht hun kleinkinderen niet in staat zijn op het op te maken. Geld maakt niet gelukkig is een ander spreekwoord, in de Bijbel wordt geld zelfs bestempeld als de wortel van alle kwaad. Natuurlijk is het makkelijk als je het hebt. Natuurlijk moet je er verstandig mee omgaan. En, let wel, de Bijbel heeft niets tegen rijkdom op zich. Als we allemaal mee zouden kunnen delen van het land dat overvloeit van melk en honing is er niets verkeerd. Maar dat doen we niet. De meeste rijkdom is verkregen door de armoede van velen. De waarschuwing ons te hoeden voor hebzucht geldt voor iedereen. In de bede die we in het Evangelie van Lucas bij de les over het bidden kunnen lezen gaat het alleen over het brood dat we vandaag nodig hebben. Dat is voor ons genoeg. Als we dat uitstralen dan behoeden we misschien ook een ander voor hebzucht en het bijbehorende ongeluk.

Jezus van Nazareth stelt de dwaasheid van het streven naar meer rijkdom dan je nodig hebt weer aan de orde. Heb je extra bankrekeningen geopend, een mooie beleggingsportefeuille geopend dan loop je de kans nog dezelfde dag dood te gaan. Het zal de nodige verbazing hebben gewekt. Het was heel gewoon om bij de verdeling van een erfenis een gewaarderde religieuze voorganger om hulp te vragen. Maar volgens Jezus geeft de leer van Mozes voldoende richtlijnen om het probleem op te lossen. Heb je naaste lief als jezelf, maak je niet druk over het verkrijgen van bezit, maak je geen zorgen voor de dag van morgen, meer als brood voor een dag heb je echt niet nodig.

We hoeven ons dus geen zorgen te maken voor de toekomst. Veel mensen zijn dat verleerd. Je geen zorgen maken over de dag van morgen. Natuurlijk, als je honger hebt zijn er zorgen over het krijgen van eten, maar zorgen over wat je aantrekt, of hoe je er uit zult zien verdwijnen direct als je naar eten moet zoeken. Maar wat dan in tijden van misoogst? Het is toch goed iets achter de hand te hebben als het slecht gaat met de economie. Ook daarin voorziet de leer van Mozes. Elk dorp en elke stad moest een voorraadschuur hebben die voldoende had om de bevolking een slechte economische periode door te helpen. In onze dagen is ons sociale verzekeringsstelsel er op gebaseerd en we moeten dus zeer uitkijken dat af te breken onder het mom dat je individueel je ook wel kunt sparen voor ziekte en zorg.

Alle uiterlijkheden zijn dan ook volstrekt onbelangrijk. Er wordt ons wel aangepraat hoe belangrijk al dat uiterlijk vertoon is, de make overs vliegen je om de oren, maar eigenlijk is het geluk van de mensen het allerbelangrijkst. Daarom klinkt vandaag ook de roep om je bezig te houden met het Koninkrijk. Daar wordt gedeeld en hoeft dus niemand meer zorgen te hebben over het eten, zijn dus alle zorgen verdwenen. Daar valt het onderscheid tussen rijk en arm, tussen slaaf en vrije, tussen man en vrouw, tussen christen en moslim, weg. Daar is geen angst meer en geen bedreiging. Dat Koninkrijk ligt voor het grijpen. Het is ons geschonken door de God van Liefde, we hoeven het alleen te aanvaarden en in de praktijk te brengen. Make overs zijn dan overigens in het geheel niet voorbij. Maar het zijn hele andere make overs dan van mensen en auto’s. Het is een make over van de totale samenleving. Ineens wordt al wat leeft belangrijk en gooien we geen mensen, dieren en kostbare grondstoffen meer weg.

Het is de make over naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde die zo mooi zal zijn dat God er zal willen wonen. Dat is een erfenis die we graag aan onze kinderen willen nalaten. Dat is het enige dat al ons zwoegen onder de zon waard is, al het andere is leegte en najagen van lucht. Maar het is een last die licht is, een juk dat niet hoeft te drukken. Zorgen voor de naaste levert elke dag vreugde op en zorgt voor de dag van morgen, voor die naaste en daardoor ook voor jezelf en je nakroost tot in het duizendste geslacht. Aan het werk dus, aan dat nieuwe Koninkrijk.

Amen

 

Read Full Post »