Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for juni, 2019

Lezen: 1 Koningen 19: 19-21

Lucas 9:51-62

Gemeente,

In de Bijbel staan een heleboel verhalen over de roeping van mensen. Vanmorgen horen we over de roeping van Elisa. Hij wordt geroepen door de profeet Elia en het eerste dat ons mag opvallen is dat God ons niet direct hoeft te roepen maar dat God ons ook door een ander mens kan roepen om zijn Weg te volgen.

Elia heeft nog wel de opdracht van God gehoord om Elisa te roepen. Elia hoorde dat op de Horeb. Hij krijgt de opdracht drie mensen te zalven, Hazaël tot koning van Aram, Jehu tot koning van Israël en Elisa tot de opvolger van Elia. Alle drie zullen het werktuigen worden voor de vernietiging van de Baäl. Alle aanbidders van de Baäl zullen worden gedood en aangezien het grootste deel van het volk de Baäl aanbad blijft er nog maar een handvol levenden over. Het zal overigens nog wel duren voor Elia aan het zalven toe kwam. Eerst moet Elisa gevonden en geroepen worden en daar gaat het over in het gedeelte dat we vanmorgen gehoord hebben.

Bij ons is de oogstmaand nog niet aangebroken. Toch kunnen we ons hier wel een voorstelling maken van het beeld dat Elia treft als hij Elisa vindt. We krijgen ook hier de beelden te zien van de combines die naast elkaar enorme akkers met graan maaien en dorsen. In een enorme rij naast elkaar lijken die machines zelfstandig eindeloze vlakten met graan af te werken. Zoiets moet ook Elia ervaren hebben. Twaalf span ossen naast elkaar vraagt een hele grote akker. Aan het getal twaalf zou je bijna zeggen dat heel het volk samen de akker aan het bewerken is. Elisa hoort dan bij de twaalfde stam van Israël.

Elia begint met het gooien van zijn mantel over Elisa heen. De mantel tekent de profeet en is het ambtsgewaad van de profeet. Als Elia op het eind van zijn verhaal in een vurige wagen naar de hemel gaat daalt de mantel neer op Elisa. Elisa gaat echter niet zomaar met de profeet mee. Hij vraagt eerst of hij afscheid mag nemen van zijn vader en zijn moeder. Wie zijn vader en moeder zijn? Jezus van Nazareth zou later zeggen dat zijn vader en moeder degenen zijn die de wil van zijn Vader doen, zijn vrienden en volgelingen. Zoiets laat ook Elisa zien. Hij breekt de ploeg in stukken, slacht de ossen en deelt die uit aan zijn knechten, breken en delen. Waar kennen wij dat nog van? Het lijkt of hij eerst de maaltijd aanricht die in Deuteronomium staat voorgeschreven, met je slaven, je knechten, de armen en de vreemdeling die onder je woont. Elisa maakt zich ook los van zijn eigen stam, hij deelt nu met heel Israël.

 

Pas nu wordt hij de dienaar van Elia, uit eigen keus. De zorg die Elisa heeft voor zijn knechten, zijn naasten bij het ploegen hoort niet bij het rijtje smoezen dat Jezus van Nazareth schetst in het gedeelte dat we vandaag gelezen hebben uit het Evangelie van Lucas. Ook daar gaat het over het afscheid van vader en moeder, de zorg voor de akker, het ploegen, en de huisgenoten van wie afscheid genomen moet worden. Maar die smoezen lijken allemaal gericht op het eigen aanzien. Niet op het delen met het hele volk. Het is dan ook een bijzonder verhaal dat ons daar verteld wordt.

Jezus van Nazareth gaat zijn weg naar het einde en het Evangelie van Lucas vertelt ons dat dat einde ligt in Jeruzalem. Letterlijk staat er dat hij op weg gaat naar zijn opneming. Nu staat de opneming verderop in de Bijbel voor wat wij zijn gaan noemen de Hemelvaart. Het eerste vers van onze lezing uit Lucas markeert echter een nieuw begin in het verhaal, net als in het Kerstverhaal staat hier “En het geschiedde”

Daar in Jeruzalem was het verhaal ook begonnen. Aan het begin van het Evangelie van Lucas staat Zacharias, de priester zonder hoop en verwachting die met stomheid geslagen wordt als hij ontdekt dat de verwachting die hij en zijn vrouw altijd gehad hadden toch nog uit zal komen. Maar ook het einde van het verhaal ligt in Jeruzalem. In Jeruzalem immers is de Tempel waar de Tora, wordt bewaard. De Wet van heb je naaste lief als jezelf. Vanuit Jeruzalem zal die wet de wereld in moeten, tot aan de einden der aarde, dat is de opdracht die de leerlingen zullen ontvangen. Nu moeten ze leren hoe ze met die wereld om moeten gaan. Wat nu als ze helemaal niet welkom zijn met hun boodschap van liefhebben tot het uiterste?

Jezus wijst zijn volgelingen streng terecht als zij vuur willen laten neerdalen op een dorp dat hen niet wil ontvangen. Dat is niet de Weg. Deze twee dicipelen, zullen moeten leren het stof van hun voeten te schudden als iemand ze geen onderdak wil geven.

Samaria had ooit een eigen tempel voor de God van Israel en de wrijving daarover was altijd gebleven. De Samaritanen leefden nog steeds uit de eerste vijf boeken van de Hebreeuwse Bijbel, Ze hadden ook hun eigen heiligdom op de berg Gerizim. De boeken van de profeten en de geschriften erkenden ze niet. Een ondersteuning van een zo duidelijke demonstratie dat Jeruzalem het centrum is van de Godsdienst van de God van Israël kun je dan ook niet van de Samaritanen verwachten.

Denk ook niet dat het om een handjevol rondtrekkende mannen gaat, het is een hele menigte die Jezus volgt op zijn weg. Ze worden onderhouden door een groep vrouwen diedoor Lucas met name genoemd wordt. Maar dat volgen is niet vanzelfsprekend. Daarvoor moet je afscheid nemen van hetgeen je lief is.

Jezus waarschuwt de volgelingen dat hij geen hol, geen nest, geen huis of plaats om te rusten heeft, ze moeten maar afwachten of er iemand is die ze een plaats in de samenleving gunt. Daarmee gaat hij de weg van de lijdenden waarover vertelt wordt. De weg van de zieken, de weduwen, de armen, de tollenaars en de hoeren. Juist de mens die anderen een plek in de samenleving geeft heeft die zelf niet. Zonder omkijken gaat het op die weg voort. De doden kunnen hun doden begraven, afscheid nemen van huisgenoten is er niet bij, wie geen huis heeft kent ook geen huisgenoten.

Maar vanwaar deze waarschuwing? Er is immers een ander dorp gevonden voor het onderdak en de reis naar Jeruzalem is niet ten einde? De tocht van Galilea naar Jeruzalem heeft een bijzondere betekenis. In de dagen van Jezus zijn er overal opstootjes en opstanden. De beweging van de Zeloten groeit en wordt steeds actiever. Ook in de Evangelieverhalen zijn daar de sporen van terug te vinden. Uiteindelijk zullen die opstootjes en opstanden uitmonden in een grote oorlog met de Romeinse bezetters in het jaar 70. De Romeinen winnen en verwoesten de Tempel, de bevolking wordt verspreid over het hele Romeinse Rijk.

In de Evangelieën wordt duidelijk dat de Evangelisten de militaire oplossing voor de bevrijding van Israël afwezen. Geleerden beschouwen de Evangelieën dan ook wel als commentaren op de Grote Oorlog zoals die onder meer door Flavius Josephus is beschreven. Opvallend is zeker dat Lucas eenzelfde indeling gebruikt als Flavius Josephus, eerst het optreden in Galilea, daarna de reis naar Jeruzalem om te besluiten met het optreden in Jeruzalem. Maar dat commentaar geeft een forse veroordeling van al het geweld en het bloedvergieten waar die Grote Oorlog op uit is gelopen.

Daarom de veroordeling van de verwoesting met vuur uit de hemel, daarom de waarschuwing voor het zwerversbestaan van de Messias, daarom de voorwaarde dat je een andere weg moet volgen dan je gewend bent. Je moet alle banden met het leven tot dan toe doorsnijden en de nieuwe Weg van de God van Israël gaan. Op die Weg past geen geweld, op die Weg wordt gekozen voor het leven, het leven van elk individu. Als Jezus van Nazareth uiteindelijk in de Hof van Getsemane gevangen wordt genomen is het eerste bevel dat hij zijn volgelingen geeft het opbergen van de zwaarden en het eerste dat hij na zijn gevangenneming doet is het genezen van een gewonde die bij zijn belagers is gevallen.

Op de weg van Jezus van Nazareth wordt de armen het aangename jaar van God verkondigd, krijgen de hongerigen eten, worden naakten gekleed, gevangenen bevrijd. Dat is het programma van het Koninkrijk van God. Wie tot dat Koninkrijk wil behoren moet de weg gaan van de lijdenden, moet met andere woorden het kruis achter Jezus aan opnemen. Wie bij dat Koninkrijk wil horen keert zich af van de wereld waar het gaat om winst en profijt, om aanzien en pracht en praal, om geweld en onderdrukking. Dat Koninkrijk is voor de levenden. De onechtheid, het klatergoud, de schijnvroomheid, de sociale drang tot aanpassing, verdwijnen in het licht van dat Koninkrijk.

Evangelie betekent blijde boodschap en voor armen die worden bevrijdt van de armoede is het natuurlijk een blijde boodschap, maar ook voor al die mensen die de schijn moeten ophouden dat streven naar geluk ook streven naar materiële welvaart is. Het geluk van het Koninkrijk van Jezus van Nazareth is het geluk zien in de ogen van de naaste die weer op weg geholpen is.

Maar het Woord dat een daad is heeft de einden der aarde nog steeds niet echt bereikt. Nog steeds gaan er mensen dood van de honger, nog steeds leven mensen in omstandigheden die erger dan de dood zijn. We profiteren allemaal van de goedkope kleding uit Bangla Desh. In onze steden vindt massaal gedwongen prostitutie plaats. Een organisatie als Exodus heeft grote moeite plaatsen te vinden voor ex criminelen die weer een plek in onze samenleving moeten hebben. En zo kunnen we veel aanwijzen in onze wereld waar mensen aan moeten lijden.

Wij worden niet gevraagd. Het werk in het Koninkrijk van God is geen vrijwilligerswerk. Wij worden geroepen, God roept voortdurend hier ben ik, ook al zoeken wij hem niet, toch roept hij ons zegt de profeet Jesaja. En hoe roept God? Zijn roept klinkt in de noodkreet van mensen in nood, in de roep van de armen om recht, in de roep van hongerenden om voedsel, in de roep van de zieken en gewonden om verzorging .Voor Jezus van Nazareth was elke kreet van een lijdende een roep de wereld te veranderen, het deed hem zelf pijn. Wij zullen die pijn ook moeten voelen, hij roept ons het kruis achter hem op te nemen.

Wij zullen die weg tot de einden der aarde moeten gaan, tot er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komen. Een nieuwe aarde waar God zelf zijn tenten zal spannen en waar alle tranen gedroogd zullen zijn, waar de dood niet meer heerst. Elke dag mogen we opnieuw opstaan om die Weg te gaan, een gezegende Weg.

Amen

Read Full Post »

Lezen: Jesaja 65: 1-9

             Lucas 8:26-39

Gemeente,

We hebben een bijzondere Vader, één die niet let op eigen volk eerst of vol is vol maar een Vader die er is voor alle volken tot aan de einden der aarde. Op de zondagsschool zongen we dat al, “Kinderen van één vader, reikt elkaar de hand, waar we mogen wonen in wat streek of land, hoe we mogen spreken, in wat tong of taal, kind’ren van één vader zijn we allemaal.” Op zondagavond klonk het door de radio in het programma van dominee Spelbos. Een tegenwoordig nog heel actueel lied.

Het is misschien jammer dat we het niet wat vaker zingen, jammer ook dat het in het nieuwe liedboek terecht is gekomen. De deftige mensen die dat hebben samengesteld vonden het misschien ook wat te kinderachtig.

Dat we één vader hebben met Marokkanen en Turken wordt stevig bestreden. Jesaja kan het mooi zeggen dat we een Vader hebben die er is zelfs als we hem niet aanroepen. In een tijd van ontkerkelijking, waarin zelfs het geloven in een God door enkelingen bestreden wordt, vraagt menig gelovige zich af wat er nu over is van dat visioen dat een profeet als Jesaja had geschilderd. Dat visioen waar gezegd wordt dat er een samenleving komt waarin alle tranen gedroogd zullen zijn, waar niemand dood gaat voor zijn tijd.

Het hele boek van de profeet Jesaja is doorspekt van dit soort visioenen. Iedereen kent wel het beeld van het kind dat speelt in het hol van de slang en de leeuw die samen in wei ligt met het lam. Jesaja schildert de ideale samenleving. Zo’n samenleving zal iedereen wel willen hebben. Maar je kunt kennelijk alleen maar dromen van een dergelijke samenleving. Als je alle ellende om je heen ziet dan is er toch maar heel weinig te merken van een dergelijke samenleving. In de dagen van Jesaja was dat nog erger, het volk was in ballingschap.

In de dagen waarover het gedeelte van vandaag, uit het boek van Jesaja, werd geschreven was een aanzienlijk deel van de ballingen al teruggekeerd naar Jeruzalem. Maar ook daar was nog niet veel te merken van het visioen dat Jesaja zo prachtig had geschilderd. De stad werd opgebouwd maar zo staat elders in de Bijbel de bouwers hadden de troffel in de ene en het zwaard in de andere hand. Het is als het visioen dat we hadden toen de apartheid op instorten stond. Nelson Mandela was het gelukt in plaats van een burgeroorlog tussen zwart en blank een vreedzame overgang van het apartheidsregiem naar een geïntegreerde samenleving tot stand te brengen. Maar de krottenwijken waren nog lang niet verdwenen. Van een rechtvaardige beloning van zwarte arbeiders is nog nauwelijks sprake. Een eerlijke verdeling van kennis, inkomen en macht in het land is nog ver te zoeken. Kan het allemaal wel die mooie visioenen zoals die in de Bijbel staan, zoals idealisten ze ook in onze dagen weten te dromen.

Jesaja geeft in het gedeelte van vandaag een verrassend antwoord. Het ligt niet aan de visioenen, het ligt niet aan de God van Israël, maar het ligt aan mensen die er niet aan willen. Mensen willen wel mooie godsdienstige rituelen, offers brengen en mooie liederen zingen. Priesters in dure gewaden kleden en ingewikkelde rituelen laten uitvoeren, maar beantwoorden aan de richtlijnen die de God van Israël in de woestijn aan het volk had gegeven voor een menselijke samenleving is er niet bij. Ook in onze dagen bloeit de religie. Klankschalen, kleur therapieën, planteneters, persoonlijke groeiwijzen, betere geheugens, het komt allemaal voort uit religieuze overwegingen die niets te maken hebben met de richtlijn van heb uw naaste lief als uzelf.

Ook zogenaamde Christelijke groeperingen kenden lange tijd die religieuze inslag van als je nu maar hard zingt en met de armen zwaait en op tijd halleluja roept dat komt het goed. Zij krijgen heel langzaam door dat daar het geloof in de God van Israël, het volgen van Jezus van Nazareth niet in zit. Maar je kunt elk moment beginnen die richtlijnen wel te volgen. De God van Israël houdt zijn handen altijd naar je uitgestrekt, maak er dus gebruik van.

Dat God ons ook als vreemdelingen wil helpen laat Jezus van Nazareth zien als hij op vakantie gaat naar het land van de Gerasenen

In veel Bijbelverhalen wordt met de naam die iemand heeft ook iets over de persoon zelf verteld. Met de naam “Jezus” is dat het geval, het betekent iets als “God bevrijdt” en ook met de naam van het land van de Gerasenen is dat het geval, het is gezien vanuit Israël het buitenland maar de naam betekent iets als “de beloning ligt aan het einde”. Als Jezus vraagt naar de naam van de man die zo hard roept dat hij niks met Jezus te maken wil hebben dan krijgt hij dan ook een antwoord dat iets vertelt over de man zelf. Legioen is de naam, want zo vertelt het Evangelie van Lucas, er wonen veel demonen in de man. De ontmoeting vindt plaats buiten de gemeenschap, in het buitenland, aan de overkant van het meer. Veel verder buiten de gemeenschap lijkt niet echt mogelijk. Een man zonder huis, die in grotten slaapt, zonder kleren, een man die bij de varkens verblijft, eenzamer en meer verlaten lijkt niet mogelijk.

De profeet Jesaja beschrijft die manier van leven als de manier waarop teruggekeerde ballingen zich opnieuw rond Jeruzalem hebben gevestigd. De bezetenheid van de man mag volgens Jezus overgaan op de varkens, die mag je immers toch niet eten, die dienen nergens voor in Israel. In dat buitenland overigens wel, ook de Romeinen waren er dol op en het zou wellicht voedsel voor de bezetter zijn geweest dat nu de afgrond in geholpen wordt? Voor ons zeggen namen niet zoveel, wij kiezen geen namen meer bij de persoonlijkheid van de mens. Doorvragen naar wie je eigenlijk bent gebeurt maar weinig. Maar juist dat vragen naar wie iemand is, kan mensen van hun angsten voor de samenleving afhelpen.

Wie is die moslim in onze buurt, wie is die hindoe die we tegenkwamen, of die man met die rare tulband. Worden die vrouwen met een hoofddoekje onderdrukt? Of vinden hun echtgenoten dat ze ze eigenlijk af moeten doen omdat hij dan van het gezeur af is. Vragen we dat weleens? Vragen we dat weleens aan hen? Gaan we weleens samen een kop theedrinken, of op een avond, na de Ramadan, samen eten? Of scharen wij ons achter vooroordelen van mensen die er belang hebben de angst aan te wakkeren in plaats van de angst weg te nemen en mensen een plaats in de samenleving te geven. Jezus vraag naar de naam, naar de persoon, is de inleiding tot een bevrijding van demonen. Wij weten dat angst die demonen voedt, neem vandaag dus iets van die angst weg en doe mee aan de bevrijding door Jezus van Nazareth.

Uiteindelijk is er nog een lange weg te gaan. Dan is het goed te weten dat er een vader is die voor ons wil zorgen zelfs als wij hem niet aanroepen. Iedere keer als we teleurgesteld worden door weer een verdrinking van zoveel honderd vluchtelingen, iedere keer als we weer horen van oorlogen en geruchten over oorlogen, iedere keer als mensen elkaar weer onrecht aandoen, dan hoeven we de moed niet te verliezen maar dan mogen we vertrouwen op een God die ook voor mensen wil zorgen als zij hem vergeten zijn. Als we dat elke dag weer opnieuw beleven dan is het elke dag vaderdag, maar dan voor een vader die vader voor iedereen wil zijn. Met die Vader zal dan de eeuwige zomer aanbreken, de zomer waarin alle leed geleden zal zijn en elke strijd gestreden. Het wordt tijd om te oogsten, aarzel niet maar vat het werk aan.

Amen

Read Full Post »

Lezen: Spreuken 8: 22-31

             Johannes 3:1-16

Gemeente,

Vandaag is het de zondag van de drie-eenheid. In het latijn de zondag Trinitatis. Voor veel mensen een rare term, hoe kan iets nu 3 zijn en toch 1?

Dat God zich op meerdere manieren aan ons kan openbaren is uitermate Bijbels, denk maar eens aan het verschijnen van God op de berg waar de 10 geboden werden gegeven, daar donderde het en bliksemde het, maar toen de profeet Elia op die berg stond en God wilde ontmoeten was God niet te vinden in de storm maar in het zacht ruisen van de wind. Wij kunnen God onze Vader noemen, want zoveel soorten vaders als er zijn op zoveel manieren kan God ons ontmoeten.

Wat moeten we ons nu voorstellen bij een drie-eenheid. Tertulianus was een van de eerste kerkvaders en voor die kerkvader was de drie-eenheid eenvoudig. Hij gebruikte een beeld waarvan ik denk dat het ook hier in Oostwoud wel begrepen zal worden. Net als in Noord-Afrika waar Tertulianus vandaan kwam heeft men hier nog weet van bloemen en planten.

Tertulianus wees er op dat we een bloeiende plant in zijn geheel bij haar naam noemen. Maar we noemen ook de bloem alleen bij dezelfde naam, ook de wortels noemen we bij die naam, zo ook de stengel met de bladeren, van sommige planten zelfs alleen de bladeren. Toch vormen die allemaal een eenheid. Ze verschijnen allemaal op een eigen manier, hebben een eigen functie maar vormen desondanks een eenheid. Bij planten is 1 wortel + 1 stengel + 1 bloem wel degelijk 1 plant.

Juist het idee van de drie-eenheid kan ons behoeden voor het losknippen van één van de drie zoals in de kerkgeschiedenis vaak is geprobeerd. Er zijn mensen die Jezus van Nazareth los knippen van God en van de Heilige Geest. Jezus van Nazareth is dan alleen maar mens en niet meer God die laat zien hoe een mens naar zijn beeld en gelijkenis er eigenlijk uit zou moeten zien, eigenlijk bedoeld is. Jezus is dan een goed mens zoals er veel goede mensen zijn geweest, een voorbeeld zoals er veel voorbeelden zijn geweest.

Het heeft enkele eeuwen geduurd voordat de Kerk onder worden had gebracht dat de Vader en de Zoon één in wezen zijn, de ene God zijn waarvan al in het Oude Testament, de Hebreeuwse Bijbel werd getuigd, maar dat Jezus van Nazareth tegelijk waarachtig God en waarachtig mens was. Toen men dat onder woorden had gebracht was de vraag waar nu die Heilige Geest vandaan komt, vorige week vierden we dat nog, de uitstorting van de Heilige Geest.

Enkele 10 tallen jaren waren daarna nog nodig voordat men onder worden had gebracht dat de Geest uitgaat van de Vader en de Zoon en zo staat het sinds eeuwen in de geloofsbelijdenis van Nicea, die met de persoon van de Heilige Geest werd aangevuld op de synode van Calcedon. Die geloofsbelijdenis van Nicea wordt door de Kerk tot haar belijdenis gerekend. Dat is bij de vorming van de Protestantse Kerk Nederland opnieuw zo in de orde van de Kerk gezet.

Maar wat heeft die kerkgeschiedenis en die ingewikkelde discussie nu met ons vandaag te maken?

Mensen vragen zich af waarom we er eigenlijk zijn. Je wordt geboren, groeit op, velen stichten een gezin, voeden kinderen op, die zelf ook weer opgroeien en op zichzelf gaan wonen, en dan wordt je oud en je sterft. Zo ongeveer hopen we dat het gaat, al zijn er die een gezin stichten zonder kinderen, of alleen blijven, maar eerder dood gaan dan van ouderdom willen we bijna allemaal niet. Dat leven zal toch een zin moeten hebben. Het moet toch ergens voor dienen. In een godsdienst is de zin van het mensenleven vaak dat de God wordt gediend.

Wij hebben het boek Spreuken dat ons leert over de zin van het leven. Voor alles was er de Wijsheid, het inzicht, en daarmee of daarvoor werd alles gemaakt. De zin van het leven ligt dus verborgen in die wijsheid. En die wijsheid is eigenlijk heel eenvoudig. Jezus zal ooit eens zeggen dat die wijsheid kinderlijk eenvoudig is, je moet zelfs worden als een kind. Alles draait om de liefde. De liefde voor mensen, bij uitstek voor de zwaksten, de onmondigen, de slaven, de verdrukten. “We zijn toch op de aarde om elkaar te helpen nietwaar” was een grappige hit van Eli Asser maar raakt de boodschap van Spreuken in het hart.

De Wijsheid die door de Spreukendichter wordt bezongen wordt zelf als een verschijning van God beschouwt. God geeft ons het inzicht dat liefde de zin van het leven is, God heeft die wijsheid al geschapen voordat al het andere geschapen is. Daarom kunnen we met liefde naar de wereld kijken, daarom kunnen met liefde naar elkaar kijken. Daarom vallen ons de mensen op die liefde tekort komen. Mensen aan de rand van de samenleving, vreemdelingen zonder papieren die vastlopen in wetten, regelingen en liefdeloze regeringen.

Het zal duidelijk zijn dat de vereenzaamde oudere, de met huiselijk geweld bedreigde vrouw, of man, de vreemdeling zonder papieren, de slachtoffers van burgeroorlog, de seksueel misbruikte kinderen elk andere vormen van liefde en aandacht nodig hebben. De een directe hulp in de vorm van voedsel en kleding, de ander begrip, een derde een stem tegen de overheid, en noem maar op. Maar Paulus heeft ons geleerd dat er geen liefde is zonder de God van Israël. Daarom leert de Kerk vandaag dat de God van Israël er is zoals hij er wil zijn, als zij, als stem, als onweer en onrust, als rust voor de rustelozen, dreigend tegen onrechtvaardigheid, vrede brengend en barmhartig voor wie het anders wil.

Wat zouden we dan anders willen? Nou, dat delen we eigenlijk allemaal. Wie zou niet een samenleving willen hebben waar de dood niet meer heerst, waar alle tranen gedroogd zijn, waar alle hongerigen gevoed zijn, waar vrede heerst en ieder mens meetelt. Zo’n samenleving zou dan de hele aarde moeten bevatten. Het schetst de toekomst zoals die in de Bijbel wordt verwoord. En om die toekomst tot een heden te maken moeten we in beweging komen. Daar zijn de 10 geboden voor gegeven. Wij noemen ze 10 geboden maar het zijn de richtlijnen voor een menselijke samenleving. Die 10 geboden en de wetten van Mozes laten zich immers samenvatten in de Wet dat je God moet liefhebben boven alles en dat je dat doet door je naaste lief te hebben als je zelf

De liefde, die ons toevalt in de Geest, is daarbij de sleutel, dat beroemde en soms beruchte laatste vers uit onze lezing over alzo lief heeft God de wereld gehad, zegt ons dat Jezus en mens en God was zodat we kunnen zien dat de liefde ons richting kan geven en ons kan redden van een doods en leeg leven. Vader, Zoon en Geest vallen hier samen.

En Vader en Zoon alleen? Mannen schrijven dat zo gemakkelijk en spreken dat dan ook gemakkelijk na. Gelukkig hebben we nog de Spreukendichter. Die beschrijft de Wijsheid uitdrukkelijk als vrouw. Er is dus naast Vader en Zoon ook een Moeder in God, en een Geest. De Geest waarin wij mogen handelen.

Maar dan die wedergeboorte wat moeten we daar nu mee aan, zo zullen velen de vraag van Nicodemus samenvatten. Wedergeboren Christenen zijn tegenwoordig de grootste opscheppers, ze weten dag en uur van hun wedergeboorte. En ze verwerpen ongeveer alles wat ze niet kennen of waar ze niet van houden onder het motto dat het niet van God mag. Hoog tijd dus om eens te lezen wat er echt in de Bijbel vertelt wordt. Dat Evangelie van Johannes wijkt nog al af van de andere drie. Dat komt omdat Johannes zich tot een ander soort publiek richt. Het publiek van Dan Brown en het Evangelie van Judas. Toen het Christendom populair werd, maar ook vervolgd, waren er heel veel mensen die het verhaal van Jezus probeerden te vergeestelijken.

Het had dan niet meer te maken met de manier waarop de samenleving was ingericht maar het was iets persoonlijks waar je heerlijk over kon filosoferen maar dat verder geen gevolgen had. Op zoek naar de geheime kennis heette dat, de Gnosis. Het is een manier van geloven, of bijgeloven, die ook tegenwoordig nog populair is en net zo hard bestreden dient te worden. Uiteindelijk leidt deze manier van geloven namelijk weg van de bedoeling van Jezus van Nazareth. We zien dit aan het verhaal van vandaag.

We weten al dat Jezus het druk had, met wonderen en genezingen. “Nou” zo begint Johannes, “al die mensen die op wonderen afkomen zijn maar dubieuze gelovigen”, weg is het succes van de gebedsgenezers. Vervolgens vertelt hij over een gesprek dat een godsdienstig leider van die tijd eens rustig met Jezus wilde hebben. Dat kon alleen in de stilte van de nacht als die wonderzoekers waren gaan slapen. Die Nicodemus wil wel eens weten hoe het met die wonderen zit. En Jezus verwerpt de eigen wonderen en vertelt dat je van boven geboren moet worden. Dat opnieuw, zoals wij het meestal vertalen, is in het Grieks namelijk ook “van boven”, en dat betekent dat we ook mogen zeggen dat we niet zozeer opnieuw maar als nieuw geboren moeten worden. Zoals je na een warme dag werken gaat zwemmen, dan voel je je als nieuw geboren, het stof en zweet van alle dag wordt afgespoeld en je bent een nieuw mens.

Mensen die hun oude gewoonten afspoelen, en met een nieuwe geest van liefde in het leven staan, dat is wedergeboorte, dat doe je samen. Dan weet je niet wat je overkomt, het is niks geestelijks meer, maar ineens gaan mensen opbloeien, is er aandacht voor de minsten. Dan gaat het weer over zeer aardse zaken zoals Jezus op het eind van het verhaal benadrukt. En het mooie is dat het elk moment weer opnieuw kan en mag beginnen. Elke morgen als je opstaat mag je als nieuw geboren mens weer de dag beginnen, opnieuw beginnen met de bouw van het Koninkrijk van God.

De drie-eenheid is een handig theologisch begrip. We weten waar we de Vader kunnen vinden, we weten wat de Zoon voor ons heeft gedaan en we kunnen ons laten leiden door de Geest. Het is een antwoord op vragen die wij niet meer stellen. Volgende vraag is hoe we ons die eenheid moeten voorstellen. De zogenaamde Cappadociërs, theologen en kerkvaders uit de eerste eeuwen van het christendom vertelden dat je de drie als een dansende eenheid moeten zien, dan zie je de een dan de ander in een prachtig harmonie.

We mogen geen gesneden beeld van die God maken, met een gesneden beeld in een Tempel zouden we eens en voor altijd uitmaken hoe ieder van ons God zou moeten zien, mannelijk of vrouwelijk, jong of oud, streng of liefdevol, zwart of blank, slaaf of koning. God openbaart zich echter op de manier die mensen nodig hebben. Zo lief heeft God de wereld gehad. Daarom kunnen slaven van allerlei soort God als bevrijder herkennen. Vrouwen die door mannen als tweede rangs worden neergezet zitten vooraan aan de voeten van Jezus, slaven van de economie en van winst en profijt kunnen leren van de mogelijkheid die delen biedt. Op wereldschaal en in onze tijd zeggen we dan dat de onderdrukte volken een beeld van God hebben dat hen bevrijdt, dat de armen een beeld van God mogen hebben dat hen bevrijdt van de armoede, dat rijke volken een beeld van God kunnen hebben dat hen bevrijdt van de slavernij die de rijkdom oplegt. En wij die op zoek zijn naar de zin van het leven ontmoeten God in de liefde voor de naaste.

Het zegt ons dat wij mogen zien dat elk van ons, vanuit en met de Heilige Geest, moet proberen ons leven in te richten op de manier en de plaats die ons gegeven is en dat we daarbij de mens Jezus van Nazareth als ons voorbeeld mogen zien. Maar losknippen van Vader, Zoon en Geest, kan niet. Zoals de afzonderlijke tonen in een akkoord op het orgel nooit het akkoord zelf kunnen laten weerklinken kunnen we over God nooit spreken zonder het over Vader, Zoon en Heilige Geest te hebben. Dat onze God een drie-enig God is zegt ook dat onze God alle verstand te boven gaat, dat we van onze God als mensen geen voor iedereen vaststaande voorstelling kunnen maken, zegt ook iets over de ontzagwekkende grootheid van onze God die ons tegelijkertijd zo nabij wil zijn. En het bevrijdt ons ook van de neiging ons eigen beeld van God op te leggen aan anderen, ook daarvan zijn we bevrijd. Onze menselijke vaders halen het niet bij onze Vader die in de hemel is. Zo blijven dan geloof, hoop op een nieuwe hemel en een nieuwe aarde en de liefde voor de minsten onder ons, en de meeste daarvan is de liefde.

Amen

Read Full Post »

Lezen: 1 Samuël 12:19b-24

             Johannes 14:15-21

Gemeente,

Vandaag wordt in veel Protestantse kerken gelezen uit het eerste boek Samuël en het Evangelie van Johannes. Israël wil een koning en Jezus leidt het laatste avondmaal. Dat avondmaal was de Pesachmaaltijd vlak voor het Pesachfeest gevierd wordt. Wij weten dat het de laatste maaltijd van de Heer was voor hij werd gekruisigd. Het gemeenschappelijk element in de beide lezingen is de verzekering dat de toehoorders van Samuël en de leerlingen van Jezus niet bang hoeven te zijn in de kou te komen staan. Ze staan niet alleen voor de problemen die hen te wachten staan.

Deze zondag heet de zondag Exaudi, dat betekent Hoort, deze zondag wordt ook de Wezenzondag genoemd. Want wie moet er nu horen. God in de hemel? Onze Vader in de hemel lijkt zich te hebben teruggetrokken, zijn Zoon heeft ons verlaten en wat moeten we nu. In het verhaal van het Evangelie hebben de leerlingen zich teruggetrokken in Jeruzalem waar ze elke dag naar de Tempel gingen om te bidden.

Of moeten wij luisteren? Zoals Samuël zegt omdat we altijd nog de Thora hebben, de set richtlijnen voor een menselijke samenleving. Of moeten we luisteren naar Jezus van Nazareth die zelf wel naar zijn Vader gaat maar ons de Pleitbezorger, een Trooster, geeft? En, wat misschien nog wel belangrijker is, die ons zijn vrede geeft.

Het gaat er in beide lezingen om ons af te vragen wat goed is in de ogen van onze God. Een levenshouding die van alle tijden is. Bidden kan helpen, want in het gebed breng je onder woorden wat je wil en als je echt in je hart kijkt weet je best of dat past bij wat de God van Israël van elk van ons vraagt. Luisteren naar de verhalen uit de Bijbel helpt ook. Steeds weer geven ze de richting aan waarlangs ons leven en onze samenleving zich kan ontwikkelen.

In het verhaal van Samuël vraagt het volk aan hem om voor hen te bidden. Ze hadden aan Samuël gevraagd om een koning voor hen te zoeken zoals ook de Heidenen een koning hadden. In Israël was geen koning. Iedere keer als de oogst werd geroofd moest een rechter gevonden worden in Israël om het volk recht te doen en gericht te houden over de plunderaars. Dat betekende oorlog tot de plunderaars waren verjaagd en ieder weer kon doen wat goed was in eigen ogen. Een Koning zou misschien voor een meer permanente vrede kunnen zorgen.

Samuël had zijn volk voorgehouden dat ze een God als Koning hadden en dat een Koning zoals de Heidenen die hadden hun zonen zou inlijven in zijn leger en het volk ook belastingen op zou leggen om zijn hofhouding te betalen. Daar was het volk bang van geworden. De God van Israël zou hun toch niet in de steek laten omdat zij zo graag een koning wilden hebben?

Nu zijn er volgens de Bijbel twee soorten koningen. Daar gaan de beide boeken van Samuël over. Er is het soort koningen dat door de Heidenen wordt gevraagd en er is het soort koning dat koning is naar Gods hart.

De koningen naar Gods hart zijn dienaren van hun volk. Onze Koning Jezus van Nazareth gaf daarvan het voorbeeld toen hij op de avond dat hij werd gearresteerd door de autoriteiten van zijn tijd de voeten waste van zijn leerlingen, een slavenarbeid.

Maar David zou later een koning naar Gods hart genoemd worden. Hij en Saul vormen in dat verhaal van Samuël de tegenstelling tussen een Koning zoals de Heidenen hebben en een Koning naar Gods hart. In het gedeelte dat we vandaag gehoord hebben staat het volk nog aan het begin. Maar het hoeft niet bang te zijn. Er is een stel richtlijnen voor een menselijke samenleving waar ze zich aan vast kunnen houden. Samuël houdt het zijn volk, en zichzelf, nog eens voor:

“u hoeft niet bang te zijn zolang u de HEER maar trouw blijft en hem met heel uw hart toegedaan bent.” Met andere woorden, de richtlijn van de God van Israël voor je naaste te zorgen als voor jezelf blijft ook gelden als er een Koning is. De taak voor de Profeet zijn volk voortdurend die richtlijn voor te houden blijft er ook. En zolang het volk zich ook aan de richtlijnen van de God van Israël wil houden hoeven ze nergens bang voor te zijn.

Jezus van Nazareth had een eigen manier om met die richtlijnen om te gaan. In de lezing uit het evangelie van Johannes horen we hem zeggen: “Mijn vrede geef ik jullie” en binnen een dag later hing hij aan het kruis. Bij dat pesachmaal werden bittere kruiden gegeten als herinnering aan de bittere tijden van de slavernij. Daar werd brood gebroken en een beker met wijn ging rond. Het brood is ongezuurd, zonder desem zodat het niet snel bederft en je het mee kunt nemen op reis. Jezus van Nazareth ziet zijn missie uitlopen op dood en geweld en hij vraagt zijn leerlingen het brood te blijven breken en de wijn te blijven schenken zoals zijn lichaam gebroken zal worden en zijn bloed zal worden vergoten.

Hij geeft ze daarvoor zijn vrede. Zijn vrede begint met af te zien van geweld. Toen hij gevangen werd genomen verbood hij zijn leerlingen het zwaard te trekken, een slachtoffer bij zijn vervolgers werd eerst genezen en aan het kruis vroeg hij zijn vader het zijn vervolgers niet aan te rekenen omdat ze niet zouden weten wat ze aan het doen waren.

Er wordt mensen die naar vrede streven nog wel eens verweten dat ze niet de waarheid durven zeggen. De dreiging met geweld, bijvoorbeeld door de Islam, zou hen verhinderen te zeggen dat het verkeerd is vrouwen achter te stellen, homoseksuelen te discrimineren of anders gelovigen te bedreigen met geweld. Niet is minder waar. Maar het maakt nogal verschil of je er met je broeders en zusters over in gesprek gaat of dat je de ander bestempelt en behandelt als vijanden. De waarheid is dat iedereen je broeder en je zuster is. De waarheid is ook dat je dus nooit bang hoeft te zijn te zeggen wat er verkeerd is, juist omdat je het goede wil doen en niet dan het goede. Dat is de boodschap van Jezus van Nazareth.

Het zogenaamd zwakke is het sterkste van de wereld. Uiteindelijk zou zijn Liefde de hele wereld omspannen.

In de oude profetieën werd al voorspeld dat ooit alle volken van de wereld zich zouden keren naar Jeruzalem. Daar lag de Wet van heb-je-naaste-lief-als-jezelf in de Tempel. Met de komst van Jezus van Nazareth moest die Wet uit de Tempel vandaan de wereld in. Dat was wat de Geest zou bewerkstelligen, dat is wat de Geest ook voor ons kan bewerken. Ieder van ons kan in Zijn Geest de hand uitsteken naar de minsten. In ons huis, in onze straat, in onze stad, in ons land, in Europa en in de wereld. Iedereen kan elke dag iets goeds doen voor een ander, vrijwilligerswerk doen voor mensen die dat nodig hebben, boodschappen doen in een fair trade winkel, een brief of briefkaart schrijven voor Amnesty International, een handtekening zetten voor vrede of rechtvaardigheid, stem geven aan mensen wier stem werd gesmoord, een welkom geven aan vluchtelingen die hier bij ons de vrede zoeken.

We hoorden vanmorgen hoe Jezus van Nazareth de komst van de pleitbezorger belooft. In het Grieks staat dan de Parakleed, vroeger vertaald als de Trooster. Maar Trooster dekt niet de hele betekenis van het woord, het is ons ook te passief geworden. Daarom pleitbezorger want een pleitbezorger is iemand die voor je in de bres springt en als je zelf in de Geest van de God van Israël, de geest van Jezus van Nazareth handelt dan spring je in de bres voor de armen, voor de hongerenden, voor de slachtoffers van oorlog en geweld. Je kunt dat Parakleed ook vertalen als Helper, letterlijk betekent het de er bij geroepene. Ìn de Naardense Bijbel wordt het vertaald als gids-en-helper. Die helper stelt ons in staat om inderdaad te helpen bij de nood van mensen, mensen dichtbij en mensen ver weg.

En hebben die anderen die zorg verdiend? Hebben wij die zorg verdiend? Om het antwoord te vinden op die vraag helpt ons het beeld van God als moeder. De moeder is ook een gezegde, een manier om een persoon te beschrijven die zorgt. God zelf is een Vader die als een moeder zorgt voor zijn kinderen. Een Moeder en trouwens ook een Vader houdt niet van de kinderen omdat die kinderen dat verdiend hebben, liefde is niet te koop. Grootouders weten dat misschien nog het beste. Als de kleinkinderen komen gaat de zon schijnen, daar hoeven die kleinkinderen zelf niets voor te doen. Dat geldt ook voor Moeders en vaders, wat je kinderen ook doen, je blijft van ze houden.

En als ze zelf hun eigen fouten maken, dan laat je ze maar, soms met pijn in het hart. Zo zorgen we ook voor onze naaste, omdat we niet anders kunnen, omdat we weten dat God ook zo van ons houdt. Dat beeld van de zorgende moeder kan door elk van ons gedragen worden. Samuël zegt het duidelijk: ook al heeft u gezondigd u hoeft niet bang te zijn als u met hart en ziel God toegewijd blijft. En Jezus zegt tegen zijn leerlingen dat hij ze niet als wezen zal achterlaten, hij komt bij hen terug.

Zo mogen wij dan blijven werken aan de komst van dat Koninkrijk van Jezus van Nazareth. De liefde van God die elke liefde te boven gaat verspreiden in onze omgeving. De hongerigen voeden, de naakten kleden, de armen zonder huis een woning te geven, ons te bekommeren om onze naaste. Dat kunnen we volhouden door de Geest die ons geschonken is.

En elke keer dat we bang zijn die Geest kwijt te raken mogen we er weer om vragen, vragen om de terugkeer van onze God die eens zo nederig verscheen in zijn zoon en beloofd heeft ons nooit meer alleen te laten. Het verspreiden van zijn liefde zullen we moeten volhouden tot de jongste dag, tot hij weerkomt en alle tranen gedroogd worden en de dood niet meer zal zijn. Tot de dag dat we eeuwig bij hem wonen, zingend voor zijn aangezicht. Tot die dag komt blijven we liefhebben, als een volk van Koningen en Priesters in de Geest van God..

Amen

Read Full Post »