Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for september, 2018

Lezen: Deuteronomium 4: 9-20

             Marcus 8: 27-9:1

Gemeente,

De leer van Mozes waarover we uit het boek Deuteronomium hebben horen lezen is een verhaal dat aan kinderen en kleinkinderen moet worden doorgegeven. Mozes vertelt het verhaal aan het volk alsof ze er zelf bij zijn geweest. Zo eigen moeten we ons dus de verhalen uit de Bijbel maken. Want van de luisteraars zijn er maar twee die er echt bij waren. Kaleb en Jozua. Alle andere getuigen van hetgeen op de Horeb gebeurde waren inmiddels overleden en ook Mozes zou het beloofde land niet betreden.

Er zijn aan het verhaal natuurlijk wel een paar bijzonderheden waar we van kunnen leren. God sloot een verbond met het volk. Wij denken dan gauw dat het gaat om het voor wat hoort wat, maar zo is het niet. De bepalingen van het verbond zijn er maar een paar, 10 stuks worden er meestal geteld. De overige bepalingen uit de Tora, de eerste vijf boeken van de Bijbel zijn de grondslagen voor het volk zelf, als je zo je samenleving inricht wordt het een menselijke samenleving. Het is een blauwdruk voor het leven in een land waar men nog niet is.

Dat betekent dat die verbondsregels algemeen geldend zijn maar dat de regels voor de inrichting van je samenleving in de praktijk best anders kunnen uitvallen maar dat de richting die de regels wijzen maatgevend moet zijn. Jezus van Nazareth zou die regels samenvatten uit twee bepalingen. Eén uit Leviticus en één uit Deuteronomium. Samen vormen ze het beroemde gebod dat Jezus ons gegeven heeft, heb God lief boven alles, en het tweede daaraan gelijk is heb uw naaste lief als uzelf.

Wat krijgen we daarvoor terug? In de leer van Mozes is het de bevrijding van angst voor andere mensen en het onbekende. Die eerste generatie woestijnzwervers had het beloofde land niet bereikt omdat ze bang waren voor de reuzen die er waren gezien. De tweede generatie was begonnen met de reuzen die geregeerd hadden in Basan te verslaan en hun 60 steden in de nemen.

De leerlingen van Jezus hadden ontdekt dat zijn kruisiging en opstanding uit de dood hen had bevrijdt van de angst voor de dood. De dood had niet langer het laatste woord. Door gemeenschappen te vormen waar iedereen gelijk was en iedereen bereid was om alles te delen wat men had werd de mogelijke dood door de bezetters afgewimpeld en niet meer belangrijk. Het ging om het leven met elkaar en in Deuteronomium staat ook de vraag over de keuze tussen leven en dood, gelovigen moeten kiezen voor het leven.

Het Christelijk geloof lijkt echter soms meer op Haarlemmer Olie. In vroeger dagen geloofden mensen dat Haarlemmer Olie je kon genezen van alle soorten kwalen. Was je ziek dan had je maar een paar eetlepels Haarlemmer Olie te nemen en je werd er beter van. Dat werkte natuurlijk niet echt maar als je er in gelooft kan het helpen. Veel huis tuin en keuken kwaaltjes verdwijnen vanzelf na een paar dagen en als je dan die paar dagen Haarlemmer Olie hebt geslikt dan schrijf je de genezing gemakkelijk toe aan dat medicijn.

Zo is het ook als je tijdens zo’n lichte ongesteldheid hebt gebeden om genezing. Ja het helpt, je geneest. Maar ook dat gebed heeft net zomin geholpen als de Haarlemmer Olie. Toch hoor je sommige voorgangers en evangelisten nog wel eens verkondigen dat je geneest van je ziekten, dat je problemen worden opgelost, dat zelfs je schulden verdwijnen als je maar gaat geloven in Jezus van Nazareth als je Messias, je bevrijder van alle aardse ellende.

Want Messias, in het Grieks Christos, betekent toch “bevrijder” en de discipelen hadden het toch bij het rechte eind toen ze Jezus van Nazareth aanwezen als hun Messias?
Natuurlijk, maar dat wilde toen niet zeggen dat alle ellende voorbij was en dat wil het nog steeds niet zeggen. Jezus van Nazareth zelf zou de eerste zijn die de dood onder ogen moest zien omdat hij zijn liefde voor mensen door de dood heen wilde volhouden. Maar ook daarmee zou het lijden voor zijn leerlingen niet de wereld uit zijn.

Integendeel, ook zij moesten bereid zijn hun kruis op zich te nemen. Zo moeten ook wij bereid zijn het lijden van onszelf te dragen en het lijden van de wereld onder ogen te zien. Het Christen zijn voorkomt niet dat je kinderen kunnen omkomen bij brand of ongeval of sterven door ziekte. Het Christen zijn voorkomt niet dat je gevrijwaard bent voor geweld. Christen zijn voorkomt niet dat je ziek wordt en arbeidsongeschikt, of gehandicapt raakt.

Christen zijn betekent wel dat je een open oog hebt voor anderen die dat overkomt en die jouw hulp en steun nodig hebben. Christen zijn betekent dat je een open oor hebt voor die mensen die om hulp roepen. Christen zijn betekent dat je niet langer bang bent voor de dood, zelfs je eigen dood niet, maar altijd gericht blijft op de liefde.

Jezus verbiedt zijn volgelingen zelfs om mensen te vertellen dat hij de bevrijder van Israël is. Dat komt omdat veel mensen dachten dat zo’n Messias met een stevige oorlog de Romeinen wel even zou verdrijven. Maar zo is het niet. De macht van het kwade is pas te bestrijden door het goede te doen. De mensen die lijden, de zieken, de gehandicapten zijn daarom eigenlijk de geheime hulpjes van Jezus. Als er mensen zijn die zich ontfermen over de mensen die dat nodig hebben dan zijn die mensen de handen en de ogen van Jezus. Als ze alleen om zich zelf denken dan horen ze er niet bij. Je moet dan ook nooit een beroep doen op het Christen zijn van een ander, want dat oordeel komt alleen God toe.

Het blijft natuurlijk moeilijk te geloven dat ook Jezus zelf moest lijden en sterven. Hij had zoveel mensen genezen, maar alleen als iedereen het goede zou gaan doen en niet dan het goede dan zou alle ellende op de wereld verdwijnen. Pas toen hij dat tot in de dood, tot op het kruis, liet zien, kon hij laten zien dat dan het leven pas echt begint. En toen zijn leerlingen dat zagen begonnen ze het pas een beetje te geloven.

Petrus was in het verhaal van vandaag zo ver nog niet, hij berispte Jezus zelfs, je moet toch niet denken dat wij je laten vermoorden? Maar daarvoor zou geweld nodig zijn, een opstand zelfs en dat geweld hoorde nu juist niet bij de Messias, de bevrijder van Israël. Petrus zou dus verwarring zaaien met zijn opmerkingen.

Daarom spreekt Jezus hem aan als de verwarrer, de satan zeggen we dan om duidelijk te maken hoe slecht die hang naar geweld eigenlijk is. Christen zijn betekent dus niet dat je minder met lijden te maken hebt maar het betekent dat je ook nog te maken wil hebben met het lijden van anderen. Want alleen als we bereid zijn te maken willen hebben met het lijden van de minsten in de wereld dan kunnen we een weg vinden om alle lijden de wereld uit te helpen.

Daarvoor moeten ook wij bereid zijn om het lijden desnoods door de dood heen te dragen. Maar het meest merkwaardige is dat die last niet een zware last is, als we werkelijk willen werken aan een wereld zonder lijden dan zal die last licht blijken te zijn. We kunnen dat kruis vandaag nog op ons nemen. Dan komt er ooit een wereld waar alle leed geleden is en alle strijd gestreden is. Dan wordt de aarde zo hemels dat God hier zelf zou willen wonen. Naar die wereld zijn wij op weg. Nemen we dan ons kruis op en laten we opstaan en op weg gaan.

Amen

Advertenties

Read Full Post »

Lezen: Zacharia: 8: 4-8

             Marcus 8: 22-26

Gemeente,

Zacharia is een profeet waarvan de profetie is opgenomen in het 12 profetenboek. Vroeger spraken we van de kleine profeten. Tot een vooraanstaand Bijbelwetenschapper ontdekte dat de kleine profeten een heel duidelijke samenhang vertonen. Het eind van het ene deel is het begin van het volgende. Zo is dit boek in de Hebreeuwse Bijbel terecht gekomen, als één boek, geschreven op één boekrol, en zo zullen we het moeten lezen. Dat hele boek bij elkaar beschrijft de oorzaak van de ballingschap en de terugkeer uit de ballingschap. Zacharia schrijft voor de teruggekeerde ballingen.

Nu zijn profeten geen waarzeggers. Ze zeggen de waarheid geen toekomstvoorspellingen. Ze kijken naar hun samenleving en zeggen dan waar het op zal uitlopen als je zo door gaat. Daarbij stellen ze steeds de vraag of je samenleving is volgens de richtlijnen van de God van Israël, de God die het volk uit het slavenhuis heeft geleid, of worden er andere goden nagelopen, de goden van vruchtbaarheid, de goden van winst en profijt. Doet het volk recht aan de armen, aan de mensen die zorg nodig hebben of is het volk gericht om de winstmakers, de mensen geld nog meer te belonen,

In het gedeelte dat we vanmorgen gehoord hebben schetst Zacharia een vrolijke toekomst. Dat is niet voor niks. Over de ballingen die waren teruggekeerd wordt geschreven dat toen ze aan de opbouw van de Tempel en de muren rond Jeruzalem begonnen ze in de ene hand een zwaard moesten hebben en de andere hand vrij konden laten voor de troffel. Die teruggekeerde ballingen konden wel een steuntje in de rug gebruiken. Opbouwen van je samenleving, van je stad onder bedreigende omstandigheden doet je snel de moed in de schoenen zinken.

Waar loopt dat bouwen aan een stad voor God op uit? Op een samenleving waar je gerust je oude dag wil doorbrengen. Waar genoeg zorg is, waar ouderen gewaardeerd en verzorgd worden. Waar manifesten om de tekorten in de ouderenzorg te beschrijven niet meer nodig zijn. Waar de goddelijke richtlijnen voor de menselijke samenleving weer gelden. Het volk bekommerd zich dan weer om de richtlijnen van de God van Israël. Ze gaan weer naar de Tempel om te vragen hoe ze die richtlijnen in hun eigen stad of dorp moeten toepassen.

Wat hoort er wel en wat hoort er niet bij, bij die richtlijnen, bij de Weg van God. Jeruzalem is daarbij een voorbeeld. Een stad die zo dichtbij de Tempel is dat het daar niet moeilijk zou moeten zijn om de richtlijnen van God op een goede wijze uit te voeren. De berg waar de Tempel op is gebouwd, de berg Sion, is daarom een Heilige Berg, daar gaat het alleen nog over het verbond met God. Daar laten de Israëlieten zien dat wat ze gekregen hebben van God niet als hun eigen verdienste wordt gerekend maar dat ze het delen, met God in offers, in maaltijden met de armen en de vreemdelingen zoals dat staat in het boek Deuteronomium.

Maar het volgen van de God van Israël is niet gemakkelijk. Ezra en Nehemia beschrijven ook vijanden die zich verzetten tegen de nieuwe samenleving die aan het ontstaan is. Geleerden noemen die samenleving wel eens de Tora-staat, in dat land, bij dat volk is er geen andere wet dan de wet van God. Zacharia schetst wat het gevolg is van een land dat je op die manier inricht.

Sommigen zullen dat luchtfietserij noemen maar volgens Zacharia zullen op de pleinen van Jeruzalem oude mensen zitten steunend op hun stok vanwege hun hoge leeftijd, niemand zal sterven voor zijn tijd sprak Jesaja al. Er zullen talrijke kinderen spelen in de straten van Jeruzalem, geen kind zal meer sterven zei Jesaja al. Als alle ballingen nu eens terug keren, als iedereen de richtlijnen van God volgt dan gaat dat gebeuren.

Door Jezus van Nazareth en de Geest van God die hij heeft gebracht is het voor ons ook mogelijk geworden. Ook wij kunnen de hongerenden te eten geven, de naakten kleden, de vreemdelingen huisvesten, de gevangenen bezoeken, de weduwen en de wezen een eerlijk leven geven, de rechtspraak toegankelijk maken ook voor de armen. We kunnen dat elke dag weer, ook vandaag. Maar de samenleving die Zacharia ons schetst komt niet door een wonder tot stand, er zal hard voor moeten gewerkt.

Jezus van Nazareth had een hekel aan wonderen schrijft Marcus. Net voor hij in het Bethsaïda komt waarover we vandaag gelezen hebben had hij de Farizeeën uitgescholden nadat zij om tekenen hadden gevraagd. Hij wees zijn volgelingen op het delen van het brood dat hij gedaan had voor grote massa’s mensen, daar draaide het om, om dat delen.

Soms moet het lezen van verhalen als deze van vandaag voor de mensen voor wie ze oorspronkelijk geschreven zijn een grappig gebeuren zijn geweest. Eeuwenlang hebben archeologen gezocht naar Bethsaïda en uiteindelijk zijn er twee dorpen met die naam gevonden. Maar we moeten de verhalen niet apart lezen maar in hun verband. En dan lezen we over het delen van zeven broden en een paar vissen, en de nadruk die Jezus legde op dat delen en zijn weerzin tegen wonderen.

En vanmorgen hoorden we dat hij in het Vishuis is, dat betekent Bethsaïda namelijk, zou Marcus willen vertellen dat hij thuis is? De vis was immers het teken voor de Christus. Ook in dat vishuis zijn mensen die zich er niet bij neer leggen dat er een vriend is die het niet wil zien.

Men, en wie die men is is niet belangrijk, brengt een blinde bij Jezus. En die men vraagt niet gewoon maar smeekt Jezus iets te doen dat de blinde weer kan laten zien. In de psalmen staat dat een rechtvaardige is als een boom geplant aan levend water. Als Jezus deze blinde iets laat zien, ziet deze de rechtvaardigen rondlopen. Maar dan ziet hij alles helder, ze zijn namelijk op pad. En weer laat Jezus blijken van wonderen eigenlijk niet gediend te zijn. Hij gebruikt het speeksel waar in zijn dagen een genezende werking aan werd toegeschreven. En bij ons ook nog want wie kent niet de genezende werking van de kus van een moeder op een zere knie van haar kind.

Het gaat om mensen. Bij hem gaat het echt om mensen. Bij hem gaat het om de vrienden die zich niet neerleggen bij de bedelaar die hun blinde vriend kennelijk moet worden. Die vrienden hebben nog weet van de richtlijnen, dat je de naaste net zo moet behandelen als je zelf behandeld zou willen worden. Ze lopen vooruit op de belofte van de God van Israël als zijn richtlijnen worden gevolgd. Ja ze smeken voor hun vriend en smeken daarbij eigenlijk ook om de komst van het Koninkrijk waar Jezus het steeds over heeft.

Profeten hebben gezongen van de gevolgen. Jesaja laat de blinden zien, de doven horen, de stommen spreken en de lammen huppelen op de weg, op het pad, van de God van Israël. Zacharia schetst ons een samenleving waar ouderen een voorname plek hebben en kinderen vrij kunnen spelen. Johannes van Patmos laat de hele geschiedenis uitlopen op een aarde die zo hemels is dat God zelf op die aarde zou willen wonen. Daar is zelfs geen dood meer en geeft de zee haar doden terug, ook de Middellandse Zee geeft dan haar doden terug.

Aan ons om net als de vrienden van de blinde man ons niet langer neer te leggen bij onrecht, geweld, onderdrukking en armoede. We mogen van God elke dag opnieuw beginnen met de zorg voor onze zwakste broeders en zusters. En alle mensen op aarde zijn onze broeders en zusters. Er zal dus nog veel werk moeten worden gedaan, aarzel dus niet, vat het werk aan.

Amen

 

Read Full Post »