Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for juli, 2018

Lezen:  Ezechiël 2: 1-7

              Marcus 6:1-6

Gemeente,

Zijn we lichtgelovig of geloven we in het licht? Over geloven wordt tegenwoordig een stevige discussie gevoerd. Hoe kan het toch zijn dat er nog mensen zijn die in een God geloven? De vraag naar wat het betekent in de God van Israël te geloven wordt niet echt gesteld. Toch is dat pas de echte vraag want als de God van Israël echt de enige God is die meetelt dan kan die God ook wel zonder ons en is dus de vraag wat het voor ons betekent als we in die God gaan geloven.

Ezechiël brengt ons op het spoor. Hij was opgeleid tot priester, voorbestemd om in die rare tempel in Jeruzalem te gaan dienen. Ja, het was in de dagen van Ezechiël een rare Tempel. Zeker niet van het soort dat de andere volken hadden. Die hadden mooie godenbeelden in hun Tempel staan en de mensen die gingen offeren hadden wel door dat die god van hun groot zou blijven als ze maar veel zouden offeren, daar werd zo’n god sterk van, zo sterk dat die in staat was zijn gelovigen te helpen.

De Tempel in Jeruzalem was een hele andere Tempel. Daar stonden geen godenbeelden. De offers die je daar bracht moesten of helemaal verbrand worden, de stank was dan een zoete geur voor God, of het was voedsel voor de Priesters en de levieten, of je moest het in een maaltijd zelf opeten maar dan samen met je familie, je meiden en knechten, je slaven en slavinnen, de armen uit je dorp en de vreemdelingen die bij je woonden. Zo’n maaltijd noemden ze een godsdienstoefening. De offers die je bracht waren het bewijs aan de God van Israël dat je bereid was om te delen en dat je besefte dat wat jou toegevallen was niet door je eigen verdienste kwam maar een geschenk was van die God.

Maar het volk van Ezechiël was vergeten waar het in het leven om draaide. Ze wilden ook wel van die mooie godenbeelden, ze waren er rijk genoeg voor. Ze wilden ook wel van die mooie optochten met godenbeelden en die opwindende riten waar mannen deden of ze vrouwen waren en vrouwen met iedereen de liefde bedreven die hun god wilden eren. Ze hadden er zelfs hun kinderen aan geofferd.

De God van Israël had uiteindelijk zijn handen van zijn volk afgetrokken. In het machtsspel van de grote mogendheden hadden ze verloren en waren ze in ballingschap gevoerd naar Babel. Maar de God van Israël laat niet varen het werk dat zijn hand is begonnen. De God van Israël geeft het niet op met de mensen.

De God van Israël stuurt profeten. Mensen die het volk voorhouden wat er zal gebeuren als het vast houdt aan afgoden, blijft op de weg van de aanbidding van het uiterlijk. De aanbidding van mooie kleren, luxe en overdaad en het beste dat er te vinden is. Een volk dat overal wedstrijden gaat organiseren, wie is de beste kok, de beste bakker, de beste naaister, de beste kweker van groenten in de achtertuin. Profeten zijn dus geen toekomstvoorspellers maar vertellen hoe het zal aflopen als je bezig blijft waarmee je bezig bent.

Ezechiël krijgt de opdracht het volk voor te houden weer de weg van de God van Israël te gaan. Zorgen dat iedereen recht wordt gedaan, zorgen voor de minsten in de samenleving, voor de weduwe en de wees. Ook in de ballingschap kan dat. En die liefde voor de naaste als voor jezelf dat is de betekenis van het geloof ook voor ons. God heeft ons een aarde beloofd waar alle tranen gedroogd zijn, waar alle leed geleden is en alle strijd gestreden is.

Profeten die de mensen die weg voorhouden worden ook vandaag niet geloofd. Begin van de jaren 60 van de vorige eeuw was er een groep geleerden die de mensen voorhield dat de grondstoffen op zouden raken, dat door de verspilling het klimaat zou veranderen, de zee zou stijgen. Ze werden uitgelachen, pas nu zien we in dat ze gelijk hadden maar nog weigeren wij onze energievoorziening zo in te richten dat die duurzaam wordt en er niet meer verspild wordt. Halverwege de jaren 70 van de vorige eeuw schreef het Gronings Statenlid Teun Jan Zanen een boek onder de titel “Noord Nederland een kolonie” waarin hij betoogde dat er eerder aan de winst op aardgas werd gedacht dan aan de veiligheid van de Groninger bevolking.

Het bracht Jezus van Nazareth er toe te verzuchten dat profeten in eigen land niet worden geëerd. Ook hij wees er op dat de Weg die de God van Israël had gewezen toch altijd weer de beste weg was. Midden onder de gewelddadige bezetting door de Romeinen pleit hij voor een samenleving waar de minsten, de hoeren, de verschoppelingen, de uitgestotenen weer een plaats zouden krijgen. Dat het kon bewees hij telkens zozeer dat de mensen gingen praten over wonderen en de menigten naar hem toestroomden.

Behalve in zijn vaderstad, daar waar hij was opgegroeid, in Nazareth. Als hij daar de oproep van de profeet Jesaja herhaalt worden er schamper de schouders opgehaald.

. Waar haalt hij toch al die wijsheid vandaan. Het is toch ook gewoon een zoon van een moeder, een broer van stadgenoten, broers en zusters die onder ons wonen. Jezus van Nazareth verbaasde zich over hun ongeloof.

Als hij kon wat hij kon dan konden zij dat toch ook, zorgen dat mensen er weer bij gingen horen, eerlijk delen met elkaar, zorgen voor eerlijke handelsvoorwaarden. Dat goede nieuws bleef hij brengen, ook in de omgeving.

Dat navolgen van Jezus van Nazareth, dat geloven in Jezus als Zoon van God, als de God van Israël die ons zo nabij wil zijn, zit dus niet zozeer in het ook gaan doen van wonderen, of het vertellen van mooie verhalen die de mensen nooit eerder hebben gehoord. Het is aandacht vragen voor de minsten langs de kant van de weg, de verschoppelingen van onze dagen.

Aandacht vragen voor de vreemdelingen en de vluchtelingen dus ook. Voor jongeren die tussen twee culturen moeten opgroeien en altijd de verkeerde keuzes zullen maken. of ze kiezen voor de traditionele Nederlandse cultuur en verloochenen daarmee hun ouders en hun afkomst, of ze kiezen voor de cultuur van hun ouders en horen er dan in Nederland niet meer bij, dan vormen ze zelfs een bedreiging volgens velen.

Jezus van Nazareth zou met hen meegevoeld hebben. Hij begon iets nieuws dat al eeuwen bestond. In de verhalen die zijn bewaard over zijn optreden in de Synagoge, de kerk van zijn tijd, vertelt hij uit het boek van de profeet Jesaja. Die profeet had het visioen van leeuwen die samen leefden met lammeren, van een kind dat speelde in het hol van de slang. Visioenen die niet passen bij het dagelijks leven waar onderdrukking en geweld regeerden, maar waarvan Jezus van Nazareth zei toch met dat visioen te beginnen, vrede brengen en liefde voor mensen.

Als wij dus willen geloven worden we opgeroepen mee te werken aan die wereld. Aan die komende wereld. Geloven betekent dat het kan, maaltijd houden met vreemdelingen in plaats van de deuren te sluiten en ze de rug toe te keren, vrede zaaien in plaats van haat zaaien. Geloven betekent dus dat het kan, de wapens omsmeden tot ploegscharen en zorgen dat de hongerenden die aan onze deur kloppen de kans krijgen om genoeg te eten te verbouwen, dat de vluchtelingen voor geweld en onderdrukking weer een plek krijgen van vrede en vrijheid.

Jesaja roept zelfs op de tirannen in toom te houden. Wij beschouwen dat als bemoeien met binnenlandse aangelegenheden. Maar samen met alle volken in de wereld spraken we ooit de rechten van de mens af. Als we werkelijk God willen dienen door de naasten lief te hebben als onszelf moeten we aan het werk. In het klein in onze eigen buurt, gewoon hier in Winkel en Hollands Kroon en samen met alle gelovigen in ons land en in heel de wereld. Het kan, het kan niet anders. Het werk wacht, vat dus aan.

Amen

Advertenties

Read Full Post »

Lezen: Jesaja 3:25-4:6

Marcus 5: 22-43

Gemeente,

We horen van oorlogen en geruchten van oorlog. Nog deze week werd een grote groep militairen afgelost uit een van de oorlogen waar we aan deelnemen. Ze krijgen dan halverwege hun post en ons land een paar dagen de tijd om te wennen aan vrede. Hulpverleners en de militaire dominee vangen ze op en praten met ze. Als ze eenmaal weer in hun eigen omgeving zijn dan lopen ze de kans op ernstige psychische problemen. De manier waarop onze soldaten aan oorlogen deelnemen maakt wel dat er weinig sneuvelen. Nog 100 jaar geleden was dat wel anders. Duizenden bij duizenden stierven op de velden van de Eerste Wereldoorlog. Ook in de tijd van Jesaja was het sterftecijfer onder gewone soldaten hoog.

Dat heeft ingrijpende gevolgen voor de samenleving. In de eerste wereldoorlog is het gewoon gaan worden dat vrouwen ook in de industrie werken. De mannen lagen aan het front en de vrouwen waren achtergebleven. Tegenwoordig worden ook vrouwen uitgezonden maar we hebben dan ook een beroepsleger. Er was nog een gevolg van oorlog en daar heeft Jesaja het over. Als alle mannen gestorven zijn met wie moeten de vrouwen dan trouwen? Ongetrouwd blijven is een schande. Maar voor elke zeven vrouwen is er maar één man. Ze dragen zelf de oplossing aan. Ze hoeven alleen de naam van de man te dragen, voor onderdak, voedsel en inkomen zullen ze zelf wel zorgen. Dat deden ze toch al toen het nog oorlog was.

Vrouwen staan op en maken zich gelijk aan mannen. Als dat gebeurt dan pas breekt er echt vrede aan. Dan bloeit de economie en zijn er geen armen meer. Jesaja kan altijd de mooiste visioenen schetsen over de wereld die ons te wachten staat als wij handelen naar wat de God van Israël van ons verwacht. In alle ellende, die ook met het einde van een oorlog niet over is, biedt de God van Israël een schuilhut en die hebben we vaak genoeg nodig.

Heeft dit verhaal iets te maken met de lezing uit het Nieuwe Testament? Wel degelijk.

De meeste mannelijke theologen knippen het verhaal van vandaag in twee stukken, als of er twee verhalen staan. Mannen kunnen namelijk niet zoveel met de menstruatie van vrouwen. Vrouwelijke seksualiteit is al helemaal iets waar mannen niet zoveel mee kunnen. Eeuwenlang hebben ze zelfs gedacht dat de Bijbel vrouwen het hebben van hun eigen seksualiteit verbood. Dat staat wel nergens maar het ontslaat mannen van een heleboel verantwoordelijkheid. De vrouw uit dit eerste deel van het verhaal is daar een mooi voorbeeld van. Als een vrouw menstrueert moet je haar respecteren en met rust laten staat er in de leer die Mozes ooit aan het volk had gegeven.

In het bloed zetelt het leven en als een vrouw bloed verliest dan moet je voorzichtig zijn. Op zich helemaal niet van die onverstandige adviezen maar je gaat nu eenmaal ook niet aan vrouwen vragen of ze misschien wel of niet menstrueren. Daarom was de regel ontstaan om vrouwen helemaal maar niet meer aan te raken. De Islam heeft die regel later overgenomen. Die regel had wel tot gevolg dat de vrouw uit dit verhaal een paria werd, tot de onaanraakbaren ging behoren. Geen arts kon haar genezen, nee die maandstonden horen nu eenmaal bij een vrouw. Alleen herkende ze in Jezus iets dat ze in niemand anders ooit gezien had. Hij zorgde dat mensen er weer bij konden horen.

Dus raakte zij hem aan, als dat taboe eenmaal doorbroken zou zijn moest het immers beter gaan. En het lukte ,Jezus stond midden in de menigte toe dat deze vrouw hem aanraakte, vloeiingen of niet, ze hoorde er bij, genezen en wel. Als wij overigens zo krampachtig blijven doen over vrouwelijke seksualiteit kunnen ze er ook dood aan gaan. En omgaan met vrouwelijke seksualiteit hebben mannen nog steeds niet geleerd.

Daar waar vrouwen willen laten zien hoe mooi ze zijn schrikken mannen er van. Aan de andere kant zijn lust en begeerte ook zaken waar je aan kunt verdienen en voor het opwekken van lust en begeerte kun je vrouwen als voorwerpen gebruiken. Een discussie over bloot in reclame is daarom maar al te zinvol, maken we voorwerpen van onze zusters of mogen we ze als mens blijven bekijken. Maar bloot op zich, bloot op straat of strand, of bloot in de kunst, daar is niets tegen, daarbij gaat het altijd om mensen die net zo mooi zijn als wijzelf, ieder mens is immers even mooi.

Al die angst voor vrouwelijke seksualiteit kan ook dodelijk zijn voor vrouwen. Dat is het verhaal van het dochtertje van Jaïrus, de leider van de synagoge. Dat verhaal over dat dochtertje wordt altijd zo gelezen dat het net leek dat het meisje gestorven was toen Jezus kwam. Hij wekte de dode weer tot leven.

Maar dat verhaal staat dus niet in de Bijbel. Het verhaal gaat over een vader, een meisje van 12 en een vrouw die 12 jaar aan bloedvloeiingen leed. Die vrouw was tot de onaanraakbaren gaan horen en Jezus had haar daarvan genezen. Als vader ben je als de dood dat je dochtertje iets overkomt, iets dat te maken heeft met de begerige mannen uit de boze buitenwereld.

Zeker als ze op het punt staat een jonge vrouw te worden kan de angst ernstig toeslaan. Wat kan een meisje vandaag de dag allemaal wel niet overkomen. Het is het een of het ander, ze wordt verkracht of onaanraakbaar. Voor beide zou je ze willen behoeden, ze moet maar kind blijven. Tegenwoordig weten we dat meisjes onbewust aan die wens tegemoet kunnen gaan komen. Ze gaan dan aan ernstige eetstoornissen leiden die uiteindelijk ook de dood tot gevolg kunnen hebben.

Jezus van Nazareth reikt het meisje de hand en nodigt haar uit op te staan. Ze mag er bij horen, ze mag jonge vrouw worden, ze mag aangeraakt en gerespecteerd worden. De volwassenen om haar heen mogen haar ook leren hoe mensen met elkaar en met haar om horen te gaan, daar mag je dus ook open en eerlijk over praten, een meisje mag zich leren wapenen tegen de onzekerheid die haar aantrekkingskracht met zich meebrengt. Uiteindelijk nodigt Jezus van Nazareth uit de eetstoornis te overwinnen, geef haar te eten is zijn laatste opdracht.

We moeten durven geloven dat het dochtertje van Jaïrus dus niet dood was maar sliep en niet uit de dood hoefde te worden opgewekt maar mocht gaan vloeien net als die vrouw die vloeide en er toch mocht bij horen.

Het is als in het verhaal van Jesaja. De vrouwen pikken het niet om onaanraakbaar te worden, of als lustobject te worden behandeld. Ze leven niet dankzij de mannen in hun leven. Jezus van Nazareth laat zien dat ze evenveel waar zijn als de mannen en dat ze zeer goed in staat zijn voor zichzelf te zorgen. De leider van de synagoge, vroom en trouw als hij was moest leren dat ook zijn dochter op eigen benen mocht staan. Zelf mocht eten en zelf voor haar eten mocht zorgen. Ze was immers 12 jaar en daarmee volwassen.

Als wij als vrouwen en mannen ook zo met elkaar omgaan, accepteren dat we gelijkwaardig zijn, beiden in staat voor zichzelf te zorgen, dan kan ook voor ons de vrede aanbreken. Dan kan elk huis de schuilhut van God worden waar we steun, kracht en bemoediging ontvangen. Dan kan op de duur de aarde zo mooi worden dat God er zelf zal willen wonen. Sta dus op tegen elke vorm van onrecht en ongelijkheid. God heeft ons als vrouwen en mannen geschapen. Profiteer er van.

Amen

Read Full Post »