Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for juli, 2017

Lezen: 1 Koningen 3: 5-12

             Matteüs 13:44-52

Gemeente,

Het was zo mooi begonnen dat Koningschap van Salomo. Groot en grootser kon het niet. Het waren de dagen voordat er een centrale tempel was. Overal in Israël waren plaatsen waar de offers aan de God van Israël gebracht konden worden. Waar die maaltijd met de familie, de knechten, de armen, de levieten, en de vreemdelingen gehouden konden worden. Salomo zocht de allergrootste bij Gibeon uit om daar te beginnen. En het verhaal van Salomo begint met een schitterend huwelijk.

David had zo’n machtig rijk nagelaten dat zijn opvolger Salomo al snel de schoonzoon werd van de machtigste koning van die tijd, de Farao van Egypte, daar kun je de geschiedenis mee ingaan nietwaar. Maar wat voor Koning wilde die Salomo nu eigenlijk zijn, ook een soort god zoals die koningen van Egypte? Hij deed dan wel zoals zijn vader deed, rechtspreken en zo, maar hij stelde zich net als de koningen van Egypte ook als priester op en ging plechtig offeren, wel duizend dieren. Maar is het dat? Plechtige riten uitvoeren, zo omvangrijk dat niemand het na kan doen en je dus wel de koning moet zijn om dat te kunnen?

Dat was niet wat David gedaan had en dat was dus ook niet wat Salomo wilde. Waar Salomo de nadruk op wilde leggen in zijn koningschap was veel meer het recht spreken tussen de mensen dan de pracht en praal waarmee het koningschap gepaard gaat. Dat was de weg van zijn vader David, dat is de weg van God. Dat brengt overigens meer rijkdom en een langer leven. U vindt die regel voor de Koningen en de belofte op een lang leven terug in het boek Deuteronomium. Recht doen aan alle mensen, daar draait het immers om. Die offers uit het begin van het verhaal in de Bijbel over Salomo verbleken dan ook bij wat aan het eind van dit begin verhaal gaat gebeuren. Dan wordt er niet op de traditionele offerhoogten geofferd maar dan gaat de jonge koning Salomo heel uitdrukkelijk naar de ark van het Verbond. In die ark werden de stenen platen met de Wet van de Woestijn bewaard, de Wet van eerlijk delen, van heb je naaste lief als jezelf.

In de Deuteronomium stond ook dat je naar de plaats van Ark moest gaan en maaltijd moest houden met je familie, de tempeldienaars, de armen en de vreemdelingen in je midden. Dat is waar het feest van Salomo op uit loopt. Salomo gaat terug naar huis en nodigde al zijn hovelingen voor het feestmaal uit. Iedereen die in zijn huishouding werkzaam was zat bij de Koning aan tafel en bij de koning aan tafel zitten is een hele eer, dan ben je al bijna een gelijke van de koning, dan sta je tenminste op gelijke voet. Je ziet het de koningen van vandaag, de regeerders, de directeuren van fabrieken en bedrijven, van banken en grote multinationals nog niet doen. Maar zij hebben de wijsheid van Salomo dan ook nog niet. Niet de pracht en praal bij Gibeon, niet de duizend offerdieren kleuren het verhaal, maar de Thora, de richtlijnen voor de menselijke samenleving kleuren het beginverhaal van Salomo.

Daar geeft de God van Israël dan ook een antwoord op. Salomo wordt geschilderd als een Koning die droomt van een gesprek met de God van Israël over de richting die zijn koningschap zou moeten inslaan. Is het lang leven? Dat krijg je als je rechtvaardig bent en je onderdanen tot hun recht laat komen. Is het rijkdom? Dat krijg je als je volk voorspoed kent en dat kent het als het de weg van de God van Israël gaat, als het weet heeft van delen en zorgen voor minsten onder hen. Is het de dood van je vijanden? Salomo weet best dat de dood van vijanden de wraak van hun nabestaanden oproept en alleen maar een cirkel van wraak en weerwraak van dood en geweld oproept. In het leven van zijn vader David zijn daar tal van voorbeelden van te geven.

Het eerste en misschien wel het enige dat de Koning te vragen weet is een onderscheidende geest zodat hij recht en gerechtigheid kan betrachten. En dat krijgt hij dan ook van God. Die onderscheidende geest is nodig om de Thora te kunnen vervullen. Er zijn voor de zwaksten in het land, er zijn voor de mensen met verdriet.

Van een dergelijke rol zal Koning Willem Alexander niet gedroomd hebben toen hij met veel pracht en praal naar de Nieuwe Kerk schreed, uit het grootste paleis dat ons land kent, het voormalige stadhuis op de Dam in Amsterdam. De Nieuwe Kerk is geen Kerk meer maar een museum. De echte kerk vinden we op straten en pleinen, daar waar mensen hun naasten te hulp komen.

En Koning Willem Alexander wordt door ons gerespecteerd, hij is niet onze echte koning, dat is Jezus van Nazareth en waar is diens Koninkrijk? Dat hebben we toch hard nodig. In dat Koninkrijk zijn immers alle tranen gedroogd? In dat Koninkrijk heerst de Liefde en niet langer de dood. In dat Koninkrijk zijn oorlog en geweld uitgebannen en kan niemand meer daar onschuldig het slachtoffer van worden.

Het verhaal dat we lazen uit het Evangelie van Matteüs geeft een antwoord op de vraag waar dat Koninkrijk gebleven is. Het ligt voor ons voor het grijpen. Maar het is verborgen. Om het te vinden is datzelfde onderscheidend vermogen nodig waar Koning Salomo in zijn droom om vroeg. Dan kun je de goede vissen van de slechte vissen scheiden, dan heb je weet van de plaats in de akker waar de schat van God begraven ligt. Dan weet je dat die parel van grote waarde echt binnen je bereik ligt,

Maar om dat Koninkrijk te betreden moet je nu eenmaal af zien van alles wat in onze wereld gevraagd wordt. Alle weelde, alle zelfzucht, al die wedstrijdjes om de eerste de beste te worden, al de grootspraak over eigen volk eerst en eigen waarden, alles geef je op voor dat Koninkrijk van recht en vrede. Dat zijn gelijkenissen die zijn leerlingen eindelijk snapten, Dat zijn gelijkenissen die hopelijk ook leidend zullen zijn bij een nieuwe regering.

We spotten wel eens met de betekenis van Jezus. Als iemand doet of hij de wijsheid in pacht heeft, eigenwijs blijft doordrammen, dan zeggen we dat hij denkt dat hij Jezus is maar hij is slechts de zoon van een timmerman.

Zo ging het met Jezus zelf ook toen hij op rondreis door het land in zijn eigen stad kwam. Waar haalt hij de wijsheid vandaan vroegen de mensen zich af, het is toch maar de zoon van Jozef en Maria. Er is echter een spreekwoord uit die tijd dat zegt dat niemand de schriften kent zoals een timmerman. Dat waren kennelijk slimme mensen die de Thora en de Profeten, wij noemen dat nu het Oude Testament, goed hadden bestudeerd. Jezus zette zichzelf in die traditie.

Daar hoorden overigens ook de zogenaamde Farizeeën bij, ook zij bestudeerden de wet en de profeten, met dit verschil dat bij Jezus de wet er voor de mensen was en bij de Farizeeën soms de schijn werd gewekt dat de mensen er voor de wet zijn. Nu is die houding een stuk gemakkelijker en voor machthebbers ook een stuk aantrekkelijker, ze bepalen hoe de wet moet worden toegepast en dus moet dat altijd zo dat hun macht er groter door wordt.

Voor leerlingen van Jezus is het voorgaan in de synagoge wat moeilijker, dan put je wel uit de oude geschriften maar laat je er een nieuw licht over schijnen, want voor dat koninkrijk heb je alles over. Als een pot met goudstukken die je in een stuk grond vindt, eerst de grond kopen en dan de schat opgraven, of als de handelaar die eindelijk de langgezochte waardevolle parel vindt, alles wegdoen en zorg dat je die parel krijgt, of als de vissers die hun net vol hebben, ze zoeken echt de goede en de slechte vissen uit en nemen daar dan de tijd voor.

Het gaat er dus om voortdurend bezig te zijn met de vraag of het gaat om anderen lief te hebben als jezelf of alleen om er zelf beter van te worden. En haal je mensen dan naar beneden, het is maar…. zeg maar de zoon van de timmerman, dan wordt het niks, dan wordt de wereld er niet beter van. Daar wist zelfs Jezus maar weinig wonderen te verrichten.

Maar zet je de minsten voorop, de laatsten zullen de eersten zijn, wie voorop wil gaan in het Koninkrijk moet de minste willen zijn, dan begint dat Koninkrijk te dagen, dan weet je dat je er al vast mee mag beginnen. Dan mag je vragen om die onderscheidende geest in het vertrouwen dat je de heilige geest krijgt, de trooster, de geest van God zelf. Dan weten we dat de oogst die komende maand weer wordt binnengehaald niet voor onszelf is, dat we die mogen delen. Dan weten we dat er voor de hele wereld voldoende voedsel is, dat iedereen op de wereld mag meedoen met dat Koninkrijk van recht en vrede.

Dan kun je er zijn bij bedroefden, dan kan een heel volk steun en troost bieden aan een vliegtuig vol nabestaanden, dan is er de voedselbank om te helpen de hongerigen te voeden, of een diaconie die zich laat opjagen zoals de tamme ganzen opgejaagd worden door de wilde ganzen die overvliegen. Dan is er Amnesty om te roepen om gerechtigheid, Kerk en vrede om ons te helpen nadenken over oorlog en vrede en tal van vrijwilligersorganisaties om mee te bouwen aan die wereld die een Koninkrijk van God zal worden. Dan mogen we zingen van vrede, tegen alle oorlog in. Dan mogen we beginnen deze aarde zo mooi te maken dat God er zelf zou willen wonen. Dan mogen we zelf de goede vruchten van de Geest dragen. Er is dus nog heel veel werk te verzetten. Aarzel dus niet maar vat aan.

Amen

 

 

Advertenties

Read Full Post »

Lezen: Jesaja: 55:6-13

             Matteüs 13: 1-9, 18-23

Gemeente,

Zo in de zomer kun je aardig in de knoop komen te zitten met je geloof. De wereld ziet er op het eerste gezicht zonnig uit. Regelmatig zijn er warme, ja zelfs hete dagen, waar het goed genieten is van strand, zwembad of zelfs alleen maar de tuin of het picknickpark, en regelmatig regent het ook en weten we hier op het platteland dat dan groente en fruit zullen groeien en rijpen en regen belooft een goede oogst in het najaar. God schenkt ons een aarde waar we dankbaar voor zijn. Er zijn geen soldaten die ons land leegroven, er wordt geen geweld tegen onze gewassen gebruikt. Waarom zouden we dat eigenlijk niet altijd hebben en waarom hebben ze dat niet over heel de wereld?

Als we de Bijbel op ons in laten werken zou de manier van leven waar wij zo veel voordeel van hebben toch al heel lang gemeen goed moeten zijn. Neem nu het gedeelte dat we vanmorgen uit het boek van de profeet Jesaja hebben gelezen. Dat boek is door verschillende mensen geschreven en omspant bijna twee eeuwen, maar die eeuwen zijn al zo verschrikkelijk lang geleden dat het voor ons één en dezelfde gebeurtenis lijkt, de ballingschap. Die wordt van begin tot eind beschreven. Dat volk Israël had in de woestijn een stel handige leefregels gekregen, van je moet niet doden, niet liegen en niet stelen en door je naaste lief te hebben als jezelf kon je de God van Israël liefhebben boven alles. Toch waren ze zo stom geweest andere goden na te lopen. Goden van vruchtbaarheid, goden die je eerst zelf moest maken en dan versieren met goud en zilver, goden aan wie je kostbare offers moest brengen tot aan je kinderen toe.

Dat het dan mis gaat weten we inmiddels. Wie zichzelf uitnemender acht dan alle anderen komt uiteindelijk van een koude kermis thuis, of je nu nazi bent die de führer achterna loopt of leninistisch marxist die gehoorzaamt aan de arbeiderselite die de partij bestuurt, het loopt verkeerd met je af. Dat was ook met het volk Israël gebeurd. Maar toen ze in de ballingschap weer naar de God van Israël gingen luisteren mochten ze uiteindelijk terug. Mochten ze ook laten zien dat ze er van hadden geleerd. De profeten uit de school van Jesaja letten er op dat de weg van de God van Israël duidelijk bleef.

Als een marktkoopman spreekt de profeet de juist teruggekeerde ballingen toe. En als ze naar de Tempel zijn gegaan zijn ze op het goede adres. Door de woestijn hebben ze de reis gemaakt van het ballingsoord naar Jeruzalem waar ze de Tempel weer op moeten bouwen en de stad opnieuw van muren moeten voorzien. En in de Tempel, zelfs in de ruïne die is overgebleven, gelden de richtlijnen die het volk ooit bij de verlossing uit de slavernij in de Woestijn heeft ontvangen. Daar houdt men een maaltijd met de familie, de dienaren van de Tempel, de armen en de vreemdelingen die voor je werken. Daar is dus water en brood te krijgen voor niks, daar is een feest gaande van samen delen.

Natuurlijk kan er ook in religieuze zaken worden gehandeld. Natuurlijk zal een plotselinge stijging van de vraag de prijs kunnen laten stijgen. We kennen dat bij evenementen en een zomerse toestroom van extra gasten, dan gaan de prijzen van voedsel en drank omhoog. Ook de terugkeer van ballingen zal het in zich gehad hebben de voedselprijzen te laten stijgen. Maar juist die rare bijzondere godsdienst rond de Tempel in Jeruzalem maakt dat daar niet het maken van winst voorop staat maar het zorgen voor elkaar. Al dat maken van winst en profijt dat voedt niet.

Bij een nieuw begin van een samenleving is samen delen de eerste voorwaarde. Daarom moet eerst de Heer gezocht worden. Want voor die samenleving is dat nieuwe eeuwig durende verbond nodig. Die samenleving wordt geregeerd zoals David regeerde, in vrede en met gerechtigheid. Zo moet de hele wereld geregeerd worden. Daar komen dan zelfs vreemde volken op af. Zo mag je iedereen oproepen mee te gaan doen met de samenleving van de God van Israël. De goddeloze en de onrechtvaardige moeten er toe gebracht worden af te zien van hun goddeloosheid en hun snode plannen. Doen ze mee? Dan zijn ze welkom.

De Weg van de God van Israël is niet de gewone weg. De gewone weg is een weg van geweld en van winst en profijt. Dat Woord van de profeet is niet een geestelijk gebeuren, dat gebeurt concreet in de geschiedenis, in ons leven, hier en nu.

Daarom mag je er op vertrouwen met heel je leven. Het zijn geen loze woorden, het gaat niet om de winst van een ander, het gaat om jouw eten en drinken, en dat van de armsten en de minsten onder ons. Als we bereid zijn daar mee te delen zoals Egyptenaren met elkaar op het vrijheidsplein deelden ook in de donkerste uren van hun bevrijding, dan breekt ook voor ons een andere wereld aan. Dan hoeven we niet meer bang te zijn voor mensen die anders geloven en anders praten, dan pas leven wij bevrijd van angst. Het mooiste is dat we er elke dag weer opnieuw aan mogen werken.

Toch ging het in Egypte ook weer mis met de bevrijding van de mensen. Daar was het een religie waarvan de aanhangers dachten dat als iedereen ons maar zou volgen dan wordt de aarde, wordt in elk geval ons land een paradijs. Hoe komt dat toch, dat kan toch niet alleen liggen aan mensen die zich uitnemender achten dan een ander?

Ja, de vraag is: hoe krijg je het in die stomme koppen dat je van anderen moet houden als van jezelf.  Dat het in het Koninkrijk volgens de richtlijnen van de menselijke samenleving niet gaat om wie de eerste, de beste, de knapste, de sterkste of de rijkste is. Je legt het geduldig uit. Jezus gebruikt hele knappe voorbeelden. Gelijkenissen zijn die gaan heten. Maar hoe komt het toch dat als je dag in dag uit, jaar in jaar uit het meest voor hand liggende vertelt het toch niet altijd over komt.

Niet altijd want soms, heel soms, willen mensen het best geloven. Voor Jezus van Nazareth maakte het eigenlijk niet zoveel uit. Dat lees je tenminste in de gelijkenis over de zaaier. Wij herkennen dat niet meer zo. Voor ons is de zaaier uit de gelijkenis maar een verspiller van kostbaar zaaigoed. Maar bij ons is het land eerst mechanisch geploegd, met van die mooie rechte voren. En als het dan even wil dan wordt er ook nog mechanisch gezaaid, met een speciaal zaaiapparaat achter een tractor. Op die manier hoeft er maar weinig verloren te gaan en ontstaat er een grote opbrengst, dus een groot rendement. Maar in de dagen van Jezus van Nazareth hadden ze al die automatisering niet. Wie het land vrij van stenen wilde hebben brak de rug, van zichzelf of van de familie.

Als horen en begrijpen nu eens voldoende was. Zo ingewikkeld was die gelijkenis van de zaaier toch niet.  Iedereen heeft toch wel eens gehoord dat je je naast moet liefhebben als jezelf, en iedereen snapt natuurlijk ook wel dat het leven een stuk prettiger wordt als we allemaal niet tegen een ander doen wat we niet willen dat tegen ons wordt gedaan. Je kunt het wel horen, en misschien ook wel begrijpen maar er zijn nu eenmaal machtigen en rijken die er belang bij hebben de boodschap te verdraaien en twijfel te zaaien.

Als het leven zo eenvoudig was dan was het een wanorde zeggen ze, de wetten zijn te ingewikkeld voor gewone mensen zeggen ze, de verdeling tussen arm en rijk kan nu eenmaal niet anders, zeggen ze, vrede moet met geweld afgedwongen worden, zeggen ze, we moeten bang zijn voor elkaar, zeggen ze. En steeds weer zijn er mensen die er intrappen. Jezus van Nazareth noemt mensen die hier intrappen dom, het leven in het Koninkrijk laten ze zich ontstelen.

Ook zijn er mensen die het horen, het snappen, er blij mee zijn, halleluja roepen, de handen omhoog, het swingt de pan uit, maar als het op doen aankomt dan kijken ze niet verder dan hun neus lang is. Een persoonlijke relatie met een God, met heel veel bidden, is hen voldoende, van een rechtvaardige samenleving, van eerlijk delen, van alle mensen moeten er bij horen, willen ze niet weten.

Wat van ons gevraagd wordt is sporen van het Koninkrijk zichtbaar en hoorbaar maken. En heel veel mensen uit de kerken in Nederland snappen dat. Ze zijn vrijwilliger, in ziekenhuizen of verpleegtehuizen, in voedselbanken en fair trade winkels, in asielzoekerscentra en vluchtelingenorganisaties in speeltuinen en jeugdzorg, en noem maar op. Je wordt er niet rijk van. Die oogst is van God en voor God, maar die oogst is tegelijk een betere wereld, een wereld die zo mooi wordt dat God er zelf zal willen wonen. Jezus besluit zijn verhaal met troost voor gewone mensen. Het is mooi als je een honderdvoudige oogst binnenhaalt, maar een zestig of dertigvoudige oogst mag ook, zo moeilijk en zwaar kan het dus niet zijn. Aan het werk dus. Een honderd of zestig of dertigvoudige oogst ligt op ons wachten, kun je nagaan wat je kunt mislopen.

Amen

 

Read Full Post »

Lezen : Jeremia 29: 4-14

Gemeente,

Vandaag lezen we een brief van een profeet. Zulke brieven staan maar zelden in de Bijbel. Deze brief van Jeremia staat in het boek van de profeet Jeremia. Er is ook een apart boek dat heet de Brief van Jeremia, dat is een apocrief boek, dat mag je best lezen maar het is niet in de Bijbel opgenomen en heeft dus niet het gezag van de Bijbel. Wij volgen vanmorgen de brief aan de ballingen in Babel zoals die in de Bijbel staat, in het boek van de profeet Jeremia dus.

Babel was de machtigste staat op het moment dat Jeremia schrijft. En Babel had het handig ingericht. De politieke en religieuze leiders van elk land werden naar Babel overgebracht en mochten vrij wonen onder de ogen van de Koning. Als er verzet zou worden georganiseerd dan was dat vrij snel duidelijk. Jeremia doorzag dat. Natuurlijk zouden er oproepen komen om verzet te gaan plegen tegen de koning van Babel. Maar uiteindelijk zou het daardoor alleen maar langer gaan duren voor de ballingen terug zouden keren naar Israël.

En dat die ballingen terug zouden keren stond voor Jeremia vast. Daarom was zijn advies om te zorgen dat ze vruchtbaar werden. Grote gezinnen, gelukkige huwelijken, groene akkers en tuinen. Kortom een overvloed van eten en drinken en dat kun je ook delen met de armsten in de stad. Dat maakt je op de duur natuurlijk wel populair. Een koning die na verloop tijd komt en niet zo heel zeker is van de troon zal je graag laten vertrekken. In de geschiedenis is de discussie over het veranderen van de samenleving van binnenuit of van buitenaf wel meer gevoerd. Als de meerderheid van de bevolking uitgesloten is van deelname aan de macht blijft er soms niet veel anders over dan verzet te plegen. Maar als je wel mee mag doen is een lange mars door de instituties ook wel aantrekkelijk.

Of ambtenaar worden en groeien naar een positie waarin je voorstellen mag doen die de armen beschermen en recht doen, of een politieke partij vormen met medestanders en zorgen je dat je een meerderheid in de samenleving overtuigd. Jeremia roept op om gemeenschappen te vormen die laten zien hoe het ook kan, hoe het kan als je de leer van Mozes volgt, net zoveel houden van je naaste als van jezelf.

Houden van je naaste als van je zelf, zorg voor de minsten en het recht van de armen voorop zetten roept verzet en tegenstand op. Ook Jezus van Nazareth kon daarover mee praten. Maar hij ging die tegenstand niet uit de weg. Wij spreken en zingen soms graag van de liefste Heer Jezus, maar zo lief was die Here Jezus niet, hij polariseerde en schepte tegenstellingen aan.

Polarisatie, dat is het duidelijk stellen van tegenstellingen, was een aantal decennia geleden populair, maar werd even hard veroordeeld als aangehangen. Het lijkt er op dat hier ook Jezus van Nazareth aan bewuste polarisatie doet. We zien Jezus van Nazareth altijd als de grote vredebrenger. “Vrede op aarde en in mensen een welbehagen”, daarmee begint toch voor veel mensen het leven van Jezus van Nazareth. En zij herinneren zich zijn uitspraak dat allen die het zwaard zullen opnemen door het zwaard zullen vergaan.

Toch begint de lezing uit het Evangelie van vandaag met de belijdenis dat Jezus van Nazareth niet is gekomen om vrede te brengen maar het zwaard. Dat hij een wig drijft tussen mensen en dat hij waarschuwt dat de eigen huisgenoten de vijanden van de mensen zijn. Een ieder wordt hier op eigen verantwoordelijkheid aangesproken.

Niet de familiebanden bepalen of je bij het Koninkrijk hoort, niet of je goed voor je eigen familie zorgt of gehoorzaam bent aan je familie maar of je de Weg gaat van Jezus van Nazareth. De profeet en de rechtvaardige worden geringe mensen genoemd, maar als je ze een beker water geeft, alleen een beker koel water, dan pas hoor je er bij en zal je beloond worden. Dat is het goede nieuws. Het hangt niet en nooit niet van anderen af. Wat de mensen er ook van mogen zeggen, zorgen voor de minsten in de samenleving staat altijd, onder alle omstandigheden voorop.

Moet je dan ruzie maken met je familie? Kan er alleen maar oorlog zijn met de mensen die je het meest na staan? Komt hier de aversie tegen schoonmoeders in veel moppen vandaan? Nee zeker niet. Maar veel jonge vrouwen doen zoals ze denken dat hun schoonmoeder wil dat ze doen. Ze verliezen zichzelf daarbij vaak. Als hun schoonmoeder een keer op visite komt verandert de zelfbewuste jonge huisvrouw in een zenuwachtig wrak. Pas als iemand daar een keer met de schoonmoeder over begint blijkt dat die zich nergens van bewust is en zelfs de eigen persoon, de eigen gewoonten en oplossingen van de schoondochter zou willen zien.

Zo gaat het ook vaak tussen vaders en zonen en tussen moeders en dochters. En als het over opvattingen en geloofszaken gaat kan het nog erger. Dan slaan vaders, vooral oudere vaders, maar ook vaak moeders, hun kinderen dood met bijbelteksten, dan wordt er niet meer geluisterd naar elkaar, dan wordt het eigen godsbeeld opgedrongen. En juist bijbelteksten in het Nederlands, soms zelfs geciteerd uit een vertaling die eeuwen geleden werd gemaakt, kunnen zo gemakkelijk uit hun verband gerukt zijn en zo gemakkelijk een anti-bijbelse opvatting weergeven.

Vertalen is immers stamelend en stotterend herhalen wat er in de oorspronkelijke taal staat. Kinderen horen daartegen in opstand te komen, zij horen te eisen dat er een werkelijk gesprek over opvattingen en geloofszaken mogelijk is. God verschijnt aan mensen zoals mensen de God van Israël nodig hebben, dat kan voor kinderen anders zijn dan voor hun ouders. Dat is namelijk ook het goede nieuws waar de leerlingen mee op pad zijn gestuurd, dat er voor iedereen plaats is in het Koninkrijk van Jezus van Nazareth, als men wil delen, als men voor de minsten op de wereld een beker koel water over heeft.

Dat is een gesprek over de toekomst en niet over het verleden. Een toekomst zoals Jeremia schetst, waar iedereen te eten heeft en niemand honger hoeft te lijden. Maar ook een toekomst die Jezus ons voor houdt, een wereld waar de vrede van God heerst, waar iedereen kan leven of die het eeuwige leven, waar aan alle mensen recht wordt gedaan, het Koninkrijk van God. Aan die toekomst mogen we vandaag beginnen. Er wacht nog een hoop werk, maar uit de Bijbel klinkt de roep om aan te pakken. Laten we daarmee beginnen.

Amen

Matteüs 10: 34-42

 

Read Full Post »