Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for juni, 2017

Lezen: Jeremia 20: 7-13 

            Matteüs 10: 16-33

Gemeente,

Vandaag is het volgens het Oecumenisch leesrooster van de Kerken de eerste zondag van de zomer. Velen van ons staan op het punt op vakantie te gaan, even los te komen van de besognes die ons thuis alle dagen in beslag nemen, de machten en krachten waar we maar al te vaak niet onderuit komen. Maar komen we ook los van Gods Woord, dat ons gegrepen heeft en ons met enige regelmaat naar een kerk brengt, ons zelfs aan het zingen brengt?

Dat Woord van God is overal in de Wereld werkzaam en de volgelingen van Jezus van Nazareth kregen de opdracht dat Woord overal heen te brengen tot de aarde voltooid zou zijn, tot de schepping eindelijk klaar is en de aarde een paradijs. Dat Woord van God op die manier meenemen als wij op reis gaan is niet eenvoudig.

Veel christenen uit China bijvoorbeeld zullen direct met de klacht die we vanmorgen uit het boek van de profeet Jeremia lazen mee kunnen voelen. Ze willen zo graag vrijuit over de boodschap van Jeremia en het Evangelie van Jezus van Nazareth spreken maar dat mag alleen binnen de kaders die door de communistische partij van China zijn gesteld. Amerikaanse Christenen mochten dan ook niet zo maar Bijbels in China invoeren tijdens de Olympische Spelen enkele jaren geleden. In China zijn Bijbels te koop in door de staat goedgekeurde winkels. Zo maar en in vrijheid kennis nemen van die boodschap gaat daar niet.

Veel Christenen daar zeggen dan ook dat de woorden van de Heer hen dag in dag uit in schande en vernedering brengen. Een kruis op een kerk zetten mag niet, nog niet zo lang geleden protesteerden Christenen tegen het bevel een kruis van hun kerk af te halen. Christenen lopen niet alleen aan tegen de opvatting dat de communistische partij de leiding moet hebben in het vormgeven van de samenleving maar ook tegen een geschiedenis van uitbuiting en slavernij die met de Bijbel in de hand eeuwenlang is goedgepraat.

Niet het “heb Uw naaste lief als Uzelf”, klonk daarbij, maar de adviezen die bijvoorbeeld de vrienden van Job aan hem gaven om de schuld van het lijden bij zichzelf te zoeken en te aanvaarden wat God op zijn weg had gezonden. Job verzette zich daartegen net zoals de schrijver van dit gedeelte uit het boek van de profeet Jeremia zich daartegen verzet. Hij wil wel stoppen met zijn oproepen tot het volk maar hij kan het niet, het brand in zijn binnenste. In zijn tijd werd het land Israël bedreigd door de grote mogendheden van toen. De Koning van Israël zocht bondgenoten maar zocht die bondgenoten bij de zwakste van de grote mogendheden. Uiteindelijk werd daardoor de val van Israël bespoedigd.

Profeten riepen op om het bondgenootschap bij God te zoeken. Als je een samenleving zou weten op te bouwen waar niet geld en bezit, macht en aanzien, het belangrijkste zouden zijn maar delen en zorg voor de zwaksten, dan zou dat land helemaal niet aantrekkelijk zijn om aan te vallen en te bezetten. Stel je voor dat soldaten niet als vijanden maar als broeders zouden worden behandeld, dan zouden ze ongeschikt worden om te vechten. In 1968 zag Rusland zich genoodzaakt troepen uit Praag terug te trekken omdat de opstandige studenten daar met de soldaten in discussie gingen. Dat bracht de soldaten in verwarring. Ze stuurden toen soldaten uit Siberië die nauwelijks of geen Russisch kenden.

Maar onheilsboodschappen horen mensen niet graag. In de dagen van Jeremia niet over de naderende bezetting, in onze dagen niet over klimaatverandering of de toenemende kloof tussen arm en rijk. De vervloeking tegen de dag dat je geboren bent kennen we ook uit het boek Job. Daar was de wanhoop over het persoonlijke leed dat de rechtvaardige ten onrechte was aangedaan. Hier klinkt de wanhoop over de hardhorendheid van het volk. In beide gevallen is het beroep op de onvoorwaardelijke Liefde, de Goddelijke liefde, de enige uitweg. Bouwen wij na of bouwen we op is dus de vraag aan ons.

Er zijn dan ook predikers die beloven een gemakkelijk leven als je de weg van Jezus  van Nazareth volgt. “Laat Jezus in je hart en je zult de vrede kennen” Afgezien van de vraag hoe “Jezus in je hart” moet komen is de suggestie  geheel in strijd met wat Jezus er in het verhaal van Mattheüs zelf over te zeggen heeft. We kennen natuurlijk de uitdrukking over de wolf in schaapskleren, een vijand die zich onder de nietsvermoedende onschuldige kudde begeeft om daar kwaad aan te richten.

Maar kennen we het omgekeerde ook? Schapen die zich onder de wolven begeven om andere schapen te helpen? We staan er waarschijnlijk niet zo bij stil maar organisaties als Artsen zonder Grenzen kennen dit soort schapen. In oorlogsgebieden vindt je hen terug, onafhankelijk en alleen daar waar mensen zonder hulp zijn gaan ze hun gang, wat overheden of gewapende troepen er ook van mogen vinden. Regelmatig vallen er slachtoffers onder deze hulpverleners, of ze worden ontvoerd of gevangen gezet. Ooit was er een tijd dat de kerken de verantwoordelijkheid voor dit soort hulp op zich hadden genomen. De geschiedenis kent dan ook vele slachtoffers van geweld die alleen hulp aan de armsten en de zwaksten kwamen brengen.

Veel kerken hebben zich echter zozeer met de machthebbers in de wereld verbonden dat het aantal kerkelijke hulpverleners zeer is teruggelopen. Van veel kerken is voor de machthebbers zeker geen gevaar meer te duchten. En toch waarschuwt Jezus er voor dat het volgen van zijn weg een hoop onrust en conflict teweeg zal brengen. Kinderen tegen hun ouders, burgerlijke en kerkelijke overheden tegen de volgelingen van Jezus. Jullie zullen door iedereen worden gehaat zegt hij tegen zijn zendelingen, en daarmee kunnen ze op pad.

Wie in onze dagen voor de armen opkomt wordt vreemd aangekeken. Wie maaltijd houdt met vreemdelingen in plaats van hen te veroordelen loopt de kans gemeden te worden en met de nek te worden aangekeken. Wie racisten veroordeeld en opkomt voor een rechtvaardige samenleving waar mensen recht hebben op hun eigen overtuiging en manier van leven loopt de kans met geweld bedreigd te worden. Het gaan van de Weg van Jezus van Nazareth betekent dit volhouden, ondanks wat er gebeurd, ondanks wat vrienden, familie en de mensen om je heen er van vinden, ondanks de heersende opinie, volhouden tot het einde toe.

In de dagen van Jezus van Nazareth snapte iedereen direct dat een slaaf op de onderste ladder van de samenleving stond. Matteüs begint dan ook met de uitspraak van Jezus te citeren dat de slaaf niet meer hoeft te zijn dan de meester, of de leerling meer dan de leraar, maar toch. Je kunt je ook vandaag de dag nog voorstellen dat de buschauffeur niet boven de bestuursvoorzitter van de busmaatschappij gesteld moet worden. Maar dat ze gelijk zijn is dus duidelijk. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Jezus waarschuwt voor de oorlog die je ontketent als je dit van de daken gaat schreeuwen.

Je kiest wel steeds de goede kant, en hij heeft er weet van als je ten val komt en uiteindelijk zal het allemaal wel goed komen, maar Jezus is gekomen om het zwaard te brengen. Goed en kwaad zullen eindelijk duidelijk worden. Het kind van de uitgeprocedeerde asielzoekster is niet minder dan een van de dochters van Maxima en Alexander, en we worden geroepen om van allebei evenveel te houden. Je mag van anderen houden als van jezelf en als je merkt hoeveel je van een ander kan houden dan weet je ook hoeveel jezelf waard bent. In de zestiende eeuw schreef iemand eens op dat het eigenlijk de enige troost is die we hebben, dat God er weet van heeft wat er met je gebeurt. Sinds die tijd is dat aan heel veel mensen geleerd. Maar je leert het pas echt als je weet hebt van de ellende van de anderen, en daar wat aan wil doen.

Amen

        

 

Advertenties

Read Full Post »

Lezen: Jesaja 12:1-6

             Matteüs 9: 35-10:15

Gemeente,

Vaderdag mag ook best wel een beetje feest zijn, iets meer dan het commerciële feest dat overal gevierd wordt. Daarom zongen we vandaag een lied mee van de Profeet Jesaja. We kennen natuurlijk de liedbundel in de Bijbel die we de Psalmen maar verspreid door de hele Bijbel staan er nog tal van andere liederen. Vandaag hoorden we een bijzonder loflied. Het bezingt de vreugde van de bevrijding. Op de plaats waar het staat in het boek van de profeet Jesaja is er nog helemaal geen sprake van bevrijding. Jesaja heeft wel geschreven dat die komt die bevrijding, het volk zal ooit terugkeren uit de ballingschap, maar het is nog lang niet zover. Maar Jesaja weet al wel hoe het volk zal gaan zingen als het zover is en dat mogen we vandaag meezingen.

Want hier loopt het op uit, op de bevrijding en het zingen van liederen. Nu zul je denken dat er nog een heel boek Jesaja volgt, maar dat lijkt maar zo. Het boek van de profeet Jesaja bestaat uit een paar verschillende boeken die in tijd op elkaar volgen en waarvan de inhoud steeds op elkaar lijkt zodat ze in de loop van de tijd bij elkaar in een boek terecht zijn gekomen. Dit lied sluit het oudste deel van het boek van de profeet Jesaja af.

Jesaja is helemaal niet zo somber over de ballingschap. Die ballingschap is wel erg, dat had wel nooit gemoeten, maar het verlies van het land Israël kan ook betekenen dat het volk eindelijk leert zich bij de God van Israël te houden en de weg van de God van Israël te gaan. Die Weg loopt uit op de heerschappij van de God van Israël over heel de wereld. Die heerschappij komt als eerst het volk Israël en vervolgens alle volken geleerd hebben hun naaste lief te hebben als zichzelf. Dan is God echt de Heer van de wereld en mag iedereen zeggen dat het mijn heer is, Onze Vader.

Daarvoor had het volk Israël eerst door de woestijn gemoeten. Daar in de woestijn maakte het kennis met de God van Israël en met de Wet van heb Uw naast lief als Uzelf. Daar bouwde het de tent der ontmoeting waar het volk of haar afgevaardigden samen kwamen om na te gaan hoe het verder moest door de woestijn. Op de rand van de ballingschap vraagt de profeet Jesaja zich hetzelfde af als het volk op de rand van de woestijn. Kun je je toevertrouwen aan die God die je niet kunt zien maar die beloofd heeft met je mee te gaan de woestijn door?

De profeet zingt hier over een vast vertrouwen dat bij hem niet wankelt. De koning uit zijn tijd, Achaz, had tegen alle waarschuwingen in wel getwijfeld en bondgenootschappen gesloten met de verkeerde wereldmachten. Die hadden verloren en nu was het volk overgeleverd aan een bondgenootschap van Efraïm en Assyrië.

Voor ons is de vraag of wij vandaag na de dood van Jezus, ja alleen met het vooruitzicht op de opstanding uit de dood, met diezelfde God door willen gaan. Durven wij het aan om in een tijd waarin het individu voorop staat, waar het eigen gelijk overheerst, waar succes en persoonlijke groei de enige godsdiensten lijken, het te doen met het heb Uw naaste Lief als Uzelf? Durven wij het aan het op te blijven nemen voor de hongerigen op aarde, voor de ontrechten, voor de slachtoffers van oorlog en geweld, voor de verworpenen der aarde? Durven we te blijven geloven dat de dood niet het laatste woord heeft?

We weten dat de keuze voor de weg van God zal leiden tot een betere wereld en eigenlijk weten we ook dat er geen andere keuze is. Geen mens kan persoonlijk nooit zo groot groeien dat die betere wereld gemaakt kan worden, dat maken moeten we aan God overlaten, vanaf vandaag kunnen we het alleen maar voor de mensen opnemen, dat moet genoeg zijn.

Geen wonder dat Jezus van Nazareth handen te kort komt als je iedereen van elke ziekte en elke kwaal weet te genezen. Het Griekse woord dat hier met ziekte wordt vertaald kan ook worden vertaald als kwelling en het woord dat met kwaal wordt vertaald kan ook worden vertaald als zwakte. En dan staat er iets anders dan een beschrijving van het werk van de gemiddelde dokter. Dan staat er dat Jezus van Nazareth de mensen weer moed en kracht gaf, zoals schapen weer kracht kunnen krijgen als ze goed en vers gras te eten krijgen. Maar daar is een herder voor nodig die ze naar grazige weiden brengt. Het ene beeld heeft verband met het andere en Jezus is geen huisarts.

Om de massa sterker en weerbaarder te maken is altijd kader nodig, zijn mensen nodig die het goede voorbeeld geven en zelf ook de mensen helpen sterker en weerbaarder te worden.

Zo koos Jezus van Nazareth 12 mensen die hij er op uit kon zenden om al die mensen die opnieuw wilden beginnen, die geloofden beter te kunnen worden, ook daadwerkelijk te helpen weerbaarder en sterker te worden. Mattheüs geeft een hele rij namen. Je vindt de rij ook bij Lukas die de mannen zendelingen of Apostelen noemt omdat ze er op uit worden gestuurd. Eén ervan is Simon bijgenaamd Kananeüs. Die bijnaam onderscheidt hem van Simon Petrus. Dat Kananeüs staat in de Nieuwe Bijbelvertaling. Het stond ook al in de Statenvertaling uit 1622 op deze manier vertaald. In de Bijbelvertaling van 1951, die de laatste 50 jaar bijna overal is gebruikt staat nog Simon de Zeloot.

Die bijnaam Kananeüs gaat terug op een woord dat in het Bijbelboek Exodus wordt gebruikt voor IJveraar. En dat was ook de bijnaam voor de beweging van de Zeloten die in de tijd van Jezus verzet pleegden tegen de Romeinse bezetting. Ze gingen gewelddadig verzet niet uit de weg. Deze Simon, zo wordt aangenomen, had zich na verloop van tijd bij Jezus aangesloten, maar hij bleef “de IJveraar”.

De 12 zendelingen die Jezus er op uit stuurt krijgen heel nauwkeurige instructies mee. Naar het buitenland mogen ze voorlopig niet gaan, Jezus zelf was er net weggestuurd. Het blijft bij de mensen van hun eigen volk want die kunnen snappen waar het om gaat. Een koninkrijk waar de Thora, heerst, de leer van je naaste liefhebben als jezelf. Daarom mogen ze ook niks verdienen aan het brengen van de boodschap, aan het genezen van ziekten en het laten ophouden van allerlei gekkigheid.

Zeker niet aan het wegnemen van kwellingen en aan het weerbaar maken van het volk, zoals je het “genezen van alle ziekten en kwalen” eigenlijk ook zou kunnen vertalen.

Van de plaatsen waar ze niet ontvangen worden moeten ze het stof van hun voeten schudden. Ofwel ze moeten opnieuw op weg gaan en zich niet laten besmetten door het negativisme waar men kennelijk voor kiest, we kunnen toch niet anders doen als we gewend zijn te doen klinkt het daar. Ook in onze dagen keren veel mensen zich van de politiek af. Problemen in de wereld zijn ingewikkeld en het kost moeite en energie je daarin te verdiepen.

Dat het eigenlijk gaat om te zorgen voor minsten in de wereld wordt door de rijken en machtigen handig verborgen achter moeilijke woorden en ingewikkelde conflicten. Goedkopen slagzinnen lijken de keuze voor de juiste politiek makkelijker te maken. Populisten worden dus vandaag de dag populair, maar over zorg voor de zwakken, zorg voor weerbaarheid en bevrijding van kwelling hoor je niets meer. Verzet tegen onrechtvaardige verhoudingen is er nauwelijks.

Vergeleken bij hun einde zal het lot van Sodom en Gommorra nog zacht zijn, zei Jezus over de mensen die zijn zendelingen niet wilden ontvangen. Niet commercieel, vrede brengend, alle mensen liefhebbend, niemand weggooiend. Een koninkrijk dat ongeveer op alle fronten het tegendeel was van wat het onze aan het worden is. Natuurlijk willen mensen wel samen een volk vormen. De enorme massa’s die zich scharen achter een voetbalelftal dat namens ons land wint bewijst dat wel. De omvang lijkt op de massa die in de dagen van Jezus van Nazareth bij hem sterkte en bevrijding van kwelling zoekt.

Wij zijn een rijk land, tienduizenden konden het zich permitteren een paar weken in Brazilië te verblijven bij een WK voedbal. Maar wanneer lopen er bij ons Apostelen langs die de massa’s bewegen om te gaan delen met de minsten, te zorgen voor de zwaksten? Of zouden ze bij ons het stof van hun voeten moeten schudden?

De Apostelen waren de eersten die de blijde boodschap verkondigden dat we bevrijdt waren van dood en ellende. Zij verkondigden dat de visioenen van de profeten uit zouden komen, zij verkondigden dat de belofte aan Mozes over een land dat zou overvloeien van melk en honing op in vervulling gaan stond. Wij zijn sinds lang ook geroepen Apostelen te zijn en iedereen mee te krijgen in de keus voor een leven waarin ieder de naaste liefheeft als zichzelf. Als ons dat gelukt is dan wordt de aarde pas echt de aarde waarvan God ziet dat die goed is. We moeten dus opstaan en in beweging komen, tot dat hij komt.

Amen

 

Read Full Post »