Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for mei, 2017

Lezen : Ezechiël 39: 21-29

              Johannes 17: 1-13

Gemeente,

Het succes van de verspreiding van het geloof in Jezus van Nazareth heeft in de eerste eeuwen van onze jaartelling de mensen doen geloven dat het einde van de wereld nabij was. Als iedereen zou geloven dan zou het einde immers echt komen? Dat laatste blijft waar maar we zijn inmiddels tot de ontdekking gekomen dat het einde van de wereld nog ver weg is want het zal nog wel even duren voordat iedereen echt gaat geloven.

Ondertussen vragen steeds meer mensen zich af waar dan toch die God is waar al eeuwen over gesproken wordt. Zeker sinds mensen zijn volk vergast werd in de concentratiekampen van de Nazi’s. het volk dat die God volgens alle gelovigen had uitverkoren om te laten zien wie die God nu wel niet was

Ook op wat wij noemen de Wezenzondag komen die vragen weer boven. Jezus van Nazareth had geleden, was opgestaan, was verschenen aan velen en toen opgevaren ten Hemel. Een verhaal dat in de Bijbel op allerlei manieren wordt verteld. Verhalen die onderling soms zo verschillen dat ze niet eens allemaal historisch waar kunnen zijn. Blijft in elk geval de conclusie dat die volgelingen van Jezus van Nazareth blijven zitten met de opdracht iedereen op de wereld te dopen en ook volgeling van Jezus van Nazareth te maken.

In onze dagen is dat verhaal de wereld wel rond gegaan. Je kunt niet zeggen dat het zonder gevolg is gebleven. In de geschiedenis heeft het veel mensen bevrijdt van onmenselijke omstandigheden maar evenzogoed veel mensen in bittere ellende gestort. Godsdienstoorlogen, gedwongen bekeringen, wrede straffen als verbranding op brandstapels alles hoort bij de uitvoering van dat bevel van Jezus van Nazareth.

En dan lezen we in het boek van Ezechiël, de profeet die met het volk Israël in ballingschap was gegaan. We horen dat Israël zelf schuldig was aan de ballingschap. Hoe zit dat? Was Israël zelf schuldig aan de concentratiekampen? Waren de slaven zelf schuldig aan de slavernij? Waren de protestanten zelf schuldig aan de brandstapels, de Joden zelf schuldig aan hun vervolging die hen vanaf de Middeleeuwen al heeft getroffen?

Ezechiël neemt zelf de schuld voor de ballingschap niet op zich. Hij verkondigd de terugkeer uit de ballingschap, de bevrijding van de slavernij zoals eens het volk uit het slavenhuis van Egypte bevrijdt wordt. Israël had zich afgewend van de God van Israël, het was de Thora vergeten, de roep om de naaste lief te hebben als jezelf. Israël had op eigen houtje bondgenootschappen gesloten met Heidense buurvolken en was oorlog gaan voeren met de grootmachten in de wereld. En wie de Thora vergeet of verwerpt, wie oorlog verkiest boven vrede, wordt schuldig aan de ballingschap.

Zo zijn de slavenhouders schuldig aan de slavernij, zo zijn de nazi’s schuldig aan de holocaust, zo zijn er mensen in ons volk schuldig aan vreemdelingenhaat, zo zijn oorlogshitsers schuldig aan oorlog en dictators schuldig aan onderdrukking en geweld.

De boodschap van Jezus van Nazareth gaat volgens de Evangelist Lucas over de bevrijding van de armen. Van onderdrukking en lijden komt opstanding uit de dood. Dat is wat Jezus van Nazareth ons voorgeleefd heeft en waarom iedereen een totale omkeer in het leven moet maken, door het water van de dood, het doopwater, naar het leven moet opstaan. Dat is vervulling van de Thora, het heb uw naaste lief als uzelf, zozeer lief dat voor geweld en onderdrukking geen plaats meer is.

Johannes vertelt dat Jezus het zelfs over een eeuwig leven heeft gehad. Door de term “het eeuwige leven” te benadrukken suggereren veel predikers dat het leven zoals wij dat kennen na de dood zou doorgaan. Volgens Johannes, in dit gedeelte wel heel duidelijk, gaat het bij het eeuwige leven niet om een leven na de dood maar om leven alsof je eeuwig leeft.

Jezus van Nazareth heeft laten zien dat de liefde zoals die van God komt en doorgegeven kan worden als onvoorwaardelijke en onophoudelijke liefde voor de naaste ook door de dood heen blijft gaan. Nu hij zijn volgelingen dat heeft doorgegeven en daarmee de band tussen God en elk van hen tot stand heeft gebracht kan hij opgenomen worden tot de Vader. De adem van God keert weer tot waar die vandaan kwam toen de mens werd geschapen staat er in het begin van de Bijbel. Op die manier werden wij reeds gekend voordat wij werden geboren en al het goede dat we doen kregen we van de Algoede, van God, al het kwade dat wij doen doen wij zonder God, goddeloos dus.

Waarom hebben wij die God dan nodig wordt er vaak gevraagd. We kunnen het goede toch ook doen zonder die God? Of dat echt kan weten we niet. Machtigen en rijken doen het in elk geval niet uit zichzelf. Rijken willen rijker worden, als het moet ten koste van de armen, en machtigen willen machtiger worden omwille van de macht zelf. Democratie wordt zelfs een georganiseerd wantrouwen genoemd omdat je machthebbers nu eenmaal nooit blijvend kunt vertrouwen.

Kennelijk hebben we een stem nodig die ons tegenspreekt. Een stem die ons dag in dag uit wijst op de weg van de Liefde die wij hebben te gaan. Een weg die we elke dag opnieuw moeten inslaan, ja zelfs vele malen per dag moeten we de afslag naar die weg opnieuw nemen. En niet alleen ieder van ons moet die weg nemen maar we moeten er ook nog voor zorgen dat we allemaal die weg van de onvoorwaardelijke liefde nemen. Daar gaat het verhaal van Israel en daar gaat het verhaal van Jezus van Nazareth over.

Dat Jezus naar de hemel is gegaan, of terug naar God zoals het hier staat, maakt dus niet dat het ver weg is komen te liggen, maar het is nu voor ons zelf. Het verhaal is verteld, het leven voorgeleefd, de liefde betracht tot door de dood heen, en nu kunnen we het zelf. Zonder angst, niet voor de machtigen en rijken, niet voor vreemdelingen, zeker niet voor spoken of kwade machten. Want niets kan ons deren op de Weg van Jezus van Nazareth, niets houdt ons tegen en niets houd die weg tegen de afgelopen eeuwen, sinds het begin van de aarde.

We mogen blij zijn dat Jezus niet meer bij ons is. Het verhaal suggereert zelfs dat we blij mogen zijn met het handelen van Judas, want zonder Judas had hij niet geleden en was hij dus ook niet opgestaan. Jezus vertelt zijn Vader dat hij naar hem toe gaat opdat zijn leerlingen vervuld worden van vreugde. Gelovigen, ook uit onze dagen, begrijpen dat. Er is geen grotere vreugde dan de vreugde van iemand die eten kreeg toen er honger was, die te drinken kreeg toen er dorst was, de troost kreeg toen er droefheid was, die bezocht werd toen die in de gevangenis zat. Jezus opvaren geeft ons de opdracht, maar ook de vrijheid om die vreugde mee te maken. Dat is leven in eeuwigheid, de dood stuurt ons niet, maar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde die ons zijn beloofd, die sturen ons, tot hij terug komt van bij de Vader.

Amen

 

Advertenties

Read Full Post »

Lezen: Daniël 7:9-10 en 13-14

             Lucas 24: 49-53

Handelingen 1:4-14

Gemeente,

 Het is feest vandaag, het feest van de Hemelvaart. Niet dat er in veel kerken aandacht wordt besteed. Langzaam komen er minder kerken waar nog dienst is. In mijn jeugd werd deze feestdag ook vaak gebruikt als toogdag. De Hemelvaartsdag waaraan ik de meeste herinneringen bewaar was die van de viering van 75 jaar bond van Gereformeerde Jeugdverenigingen. We hadden toen nog een grote jeugdvereniging en met z’n allen hadden we een bus gehuurd en gingen we naar de Jaarbeurs in Utrecht. Daar was het grote feest met als hoogtepunt het optreden van Mahalia Jackson de grote gospelzangeres die de liederen zong van zwart Amerika, van de slaven die zongen van bevrijding door de God van Israël. Het was de tijd van dominee Martin Luther King die vertelde over de droom die hij had, de droom waarin blanke en zwarte kinderen hand in hand zouden kunnen lopen en samen naar één school zouden kunnen gaan. Het leek als op een droom over de hemel die op de aarde zou komen.

Die droom kan ons ook door terroristische aanvallen niet worden afgenomen.

Het is het soort droom dat ook Daniël had. Daniël was geen waarzegster met een kristallenbol, Daniël was een visionair, iemand die kon vertellen hoe de wereld er uit zou kunnen zien als iedereen de God van Israël zou volgen. Hij zag hoe de wereld echt in elkaar zat en waar het op uit zou lopen. Hij was als jonge man in ballingschap gevoerd naar Babel.

Daar was hij met vrienden in opleiding genomen aan het hof van de Koning. Maar nooit had Daniël het geloof in de God van Israël opgegeven.

Die bevrijding kon pas komen toen de ballingen zich realiseerden dat het alleen kan als ze de angst voor de dood overwinnen. Zoals Paulus uitriep in zijn “dood waar is Uw prikkel”. Voor Daniël zal die bevrijding uit lucht zijn komen vallen. Er zal een bevrijder komen, een Messias, een gezalfde, maar die zal op de wolken komen hebben we vanmorgen gelezen. Veel commentatoren nemen aan dat in dit visioen van Daniël geduid wordt op Koning Cyrus, door de profeet Jesaja werd deze als Messias aangeduid. Die Cyrus vaardigde het bevel uit dat de Joodse ballingen uit Babel terug moesten keren naar hun land om de Tempel in Jeruzalem weer op te bouwen.

Maar het visioen van Daniël is ook een waarschuwing. Altijd weer beloven mensen dat ze de onderdrukten zullen bevrijden, dat ze door God gezonden zijn, dat je ze alleen maar hoeft te volgen om bevrijd te worden. Daniël waarschuwt er voor. De bevrijder komt onverwacht, die komt niet als de aanvoerder van een menselijke beweging, maar als iets dat we nooit eerder hebben meegemaakt.

Ook Jezus van Nazareth had bij het begin van zijn optreden de bevrijding door het uitoefenen van macht en geweld afgewezen. Hij was na 40 dagen vasten naar een hoge berg gevoerd en had daar de macht aangeboden gekregen over alle volken. Maar die weg had hij afgewezen.

Daniël had het voorbeeld gegeven door vast te houden aan de geboden van de God van Israël, Jezus van Nazareth riep op om consequent de geboden na te volgen zoals ze ook waren samengevat : Heb God lief boven alles en je naaste als jezelf. Aan die twee geboden hangt de hele wet en die twee zijn onafscheidelijk. Paulus zou de gelovigen oproepen om die Wet in hun hart te laten beitelen.

We weten niet wanneer de dag komt waarop Christus terug komt. Maar we vieren vandaag niet de komst van de bevrijder op de wolken maar het afscheid van de bevrijder, de Messias, in het Grieks de Christus.

Hemelvaartsdag is in de loop van de kerkgeschiedenis nu niet een grote en belangrijke feestdag geworden. In onze tijd is het een feestdag van dauwtrappen en toogdagen geworden en kerkdiensten als deze zijn eerder uitzondering dan regel. Er is zelfs een discussie over de vraag of de Hemelvaartsdag als vrije dag niet ingeruild moet worden tegen een feestdag uit de Islamitische traditie. Een vraag in elk geval waar we best met elkaar over na mogen denken.

Het verhaal van de Hemelvaart van Jezus van Nazareth is ook niet een ruimtevaart verhaal. Alle vier de evangelieschrijvers zijn het er over eens dat Jezus ten hemel voer. Maar ze hebben er alle vier een verschillend verhaal over. In de tijd dat die verhalen werden geschreven was de voorstelling van een hemelvaart volstrekt normaal. Je had de aarde waar de mensen leefde, je had de onderwereld waar de doden waren en je had de hemel boven de aarde waar God woonde met hen die door God daartoe uitverkozen worden. De Bijbel zinspeelt overigens alleen maar op die voorstelling, maar de Grieken geloofden ook in een dergelijk schema dus het was voor de eerste lezers van de evangeliën volstrekt normaal. Ook verhalen over hemelopnemingen.

We hebben vanmorgen al over het verhaal van Mozes gehoord, er zijn ook zulke verhalen over Henoch en over Elia in de Bijbel. Ook de Grieken en de Romeinen hadden van die verhalen over helden die door de goden werden opgenomen, en zelfs de oude Babiloniërs hadden hun verhaal over de held Gilgamesj die een apart plekje kreeg van de goden waar hij eeuwig kon leven.

Wanneer Jezus ten hemel is gevaren vertellen de evangeliën niet. Soms lijkt het er op dat het direct na Pasen gebeurd, soms bij Jeruzalem van een berg, soms kort na Pasen van een berg in Galilea, hoewel je ook kan lezen dat Jezus daar in Galilea verscheen nadat hij weer was afgedaald uit de hemel. Alleen Lucas heeft een concreet verhaal over de Hemelvaart. Twee verhalen zelfs en alle twee hebben we vanmorgen gelezen. Waar het Evangelie van Lucas mee besluit begint het verhaal van de Handelingen van de zendelingen die door Jezus van Nazareth werden uitgezonden.

Dat verhaal begint in de Handelingen met de vaststelling dat de verschijning van de opgestane Heer na 40 dagen was voltooid. Een oud testamentisch beeld waar 40 het getal van de voltooiing is. Het ontstaan van de gemeente van gelovigen is weer een ander verhaal, daar zit dan ook een pauze tussen. Maar waar komt de viering van Hemelvaart 10 dagen voor Pinksteren dan vandaan? Daarvoor moeten we terug naar het Pesachfeest. Dat werd door de Joden 50 dagen lang gevierd. Het omerfeest, of wekenfeest, dat die periode afsluit wordt ook nu nog in Israël gevierd, Dat wat wij op Paaszondag vieren vierde de jonge kerk zeven weken lang na Pasen.

In de loop van de eeuwen ging men op elk van die 50 dagen steeds een ander verhaal vertellen dat met de opstanding te maken had. Op de 40ste dag was daar dus het verhaal dat Lucas in Handelingen vertelt over de opneming van Jezus van Nazareth. En pas in de vijfde eeuw werd dat een zelfstandige feestdag.

Maar wat vertelt Lucas ons nu eigenlijk? We hebben vanmorgen twee verhalen over de hemelvaart gelezen zoals ze op naam van Lucas aan ons zijn overgeleverd. Als Lucas ze echt zelf geschreven heeft dan weten we gelijk dat het geen journalistieke verhalen zijn. Er zitten namelijk een paar opvallende verschillen in. In het Evangelieverhaal is de hemelvaart buiten, zelfs buiten Jeruzalem, in Bettanië.

In het verhaal uit de Handelingen gebeurd de Hemelvaart kennelijk tijdens de maaltijd, waarbij je de indruk krijgt dat het in Jeruzalem is, of vlak bij op de Olijfberg. Het hoe en wat van de hemelvaart zelf blijft in het midden. Jezus wordt de zoon des mensen uit het verhaal van Daniël.

Wat dat betreft lijkt het ook op het verhaal dat we vanmorgen aan de kinderen vertelden over Mozes. We hoeven ons dus geen vragen te stellen over een mogelijke ruimtevaart. Jezus van Nazareth is bij God, dat mogen we geloven en van God zal hij ooit terugkeren. Dat is de kern van het verhaal over Jezus van Nazareth. Verder gaat het verhaal over de volgelingen van Jezus van Nazareth die zonder hun Messias achterbleven. En volgelingen van, maar zonder, Jezus van Nazareth zijn we eigenlijk zelf ook. Laten we daarom kijken wat hen overkomt en wat dat verhaal ons te vertellen heeft.

We hebben uit het Evangelie het laatste stukje van het verhaal van Lucas gelezen. Dat is eigenlijk het slot van het verhaal over de Emmaüsgangers, die terug uit Emmaüs de volgelingen van Jezus vertelden over hun ontmoeting onderweg met de vreemdeling in Jeruzalem die ze herkenden als de opgestane Heer toen hij het brood met hen brak.

Terwijl zij dat aan het vertellen waren verscheen Jezus zelf in het midden van die volgelingen, at een stuk vis en vertelde hen over het Oude Testament, de Joodse Bijbel, waarin al staat dat de echte Messias ter dood gebracht zou worden en na drie dagen weer zou opstaan. Eindelijk konden de apostelen het ook snappen wat er bedoeld was staat er dan.

En dan komen we bij ons verhaal van vanmorgen. Als je nu voor je ogen ziet dat de belofte van de bevrijding van de dood zoals beschreven door de profeten ook echt uitgekomen is dan is het ook niet meer vreemd dat er staat dat de discipelen terugkeerden naar de Tempel waar ze God loofden. Ze kunnen er immers van op aan dat ze met kracht uit de hemel zullen worden bekleed. Met dat loven in de Tempel sluit het Evangelie van Lucas af.

Dat Evangelie eindigt waar het begonnen is, in de Tempel. Denk maar eens terug aan Zacharias de priester die met stomheid geslagen werd toen hem bij het altaar duidelijk werd dat de liefde tussen zijn vrouw Elisabeth en hem een vruchtbare liefde was, ook al waren ze oud. Jezus van Nazareth had laten zien dat door de liefde zelfs de dood kon worden overwonnen en het leven eeuwig door gaat, die boodschap had hij naar Jeruzalem gebracht en die boodschap mochten nu zijn volgelingen over de hele aarde verspreiden.

Ik noemde de Emmaüsgangers die dit laatste gedeelte van het verhaal openden. En ik zie nu sommige mensen denken dat het verhaal toch niet helemaal klopt, want de Emmaüsgangers gingen immers op de eerste Paasdag naar huis? Klopt maar die 40ste dag staat dan ook niet in het Evangelie van Lucas maar pas in zijn tweede boek, het boek van de Handelingen van de apostelen.

Dat boek begint in Jeruzalem en zal beschrijven hoe diezelfde boodschap in het hart van de toenmalige wereld, in Rome terecht kwam. Ook dat boek is geen journalistiek verslag of een geschiedenisboek maar een boek dat vertelt hoe dat zit met die kracht uit de hemel en de vernieuwing van de aarde die met Jezus van Nazareth begonnen is.

Dat boek van de Handelingen van de apostelen begint net als het Evangelie met een groet aan Teofilus, de voor ons onbekende Romein, aan wie Lucas zijn twee boeken heeft gericht. Het eerste boek wordt dan nog eens samengevat als het verhaal over de daden van Jezus vanaf het begin tot de hemelvaart. En die hemelvaart kwam niet uit de lucht vallen want wel 40 dagen lang kwam Jezus regelmatig bij de volgelingen over de vloer om ze alles uit te leggen wat er in het Oude Testament staat. Dat verhaal over die Emmaüsgangers en de verschijning daarna, zoals die in het Evangelie staat is kennelijk een samenvatting van wat er in de Handelingen van de apostelen verteld wordt.

De gedachte dat de Romeinse bezetters verjaagd zullen worden en dat Israël een zelfstandig koninkrijk zou worden leefde kennelijk nog steeds onder de volgelingen van Jezus van Nazareth, want als Jezus het heeft over de doop met de heilige geest dan vatten ze dat op als het bericht over de politieke bevrijding, de bevrijding waarvoor de Zeloten zouden vechten. Maar daar draait het niet om, het gaat om het getuigen van de kracht van de liefde die de dood overwon, getuigen van Jezus van Nazareth. Aan de Joden in Judea, die de Wet en de profeten lazen, en aan de inwoners van Samaria, die alleen de Wet, de eerste vijf boeken van Mozes in ere hielden. En dan aan iedereen, tot aan de uiteinden der aarde.

Alle mensen mogen hieraan mee doen, alle mensen worden gelijk, bevrijdt van vooroordelen, armoede en discriminatie, de boodschap die ook dominee Martin Luther King verkondigde. En bedenk dat Martin Luther King die nieuwe samenleving ook geweldloos wilde brengen, zoals Jezus van Nazareth die het zwaard weer in de schede liet steken toen hij in de hof van Getsemane gevangen werd genomen.

Het verkondigen in woord en daad kan je dus niet doen als je naar de hemel blijft staren. De droom van Daniël over een mens op een wolk is een mooie droom en als je veel over het Oude Testament gehoord hebt dan kun je die droom misschien opnieuw beleven maar dat brengen van de boodschap, de blijde boodschap, tot aan de einde der aarde vraagt een ander blikveld.

Terug naar de stad dus en daar samen met alle volgelingen je voorbereiden op het vertellen van dat verhaal en God loven in de Tempel. Daar begint het, de geboorte van de gemeente, van de kerk. Voor ons begint dat vanmorgen opnieuw en als nieuw. Horen van de Geest van Jezus van Nazareth, van heb Uw naaste lief als Uzelf, van het zien, het opmerken, van de minsten in onze samenleving, de zwaksten, de armen op de aarde, de mensen die ook onder ons gediscrimineerd en geminacht worden.

En de daden van Jezus van Nazareth ook hier na gaan volgen zoals de apostelen zouden gaan doen, opdat zijn Geest kan werken op heel de aarde, hier in Amersfoort, in ons land en over heel de wereld totdat hij komt om ons te regeren, om ons te bevrijden, zoals Daniel droomde, een droom die zal uitkomen, een droom over een regering die dus wat ons betreft al begonnen is.

Amen

 

 

 

Read Full Post »

Lezen: Jesaja 41: 17-20

            Johannes 16: 16-24

Gemeente,

De Bijbel begint met chaos. De aarde nu was woest en ledig en de Geest van God zweefde over de wateren. Woest en ledig, wohoe ta bohoe in het Hebreeuws. In het boek Genesis volgt dan het lied van de Schepping, het was avond geweest en het was ochtend geweest de eerste dag en dat zes maal, dan zijn er mensen en rustte God en zag God dat het goed was. Maar is de Schepping dan voltooid? Is de chaos voorbij? Wie om zich heen kijkt in de wereld krijgt toch een ander idee.

We horen van oorlogen tussen landen en tussen groepen mensen in hetzelfde land. We zien de vluchtelingen in ons land opduiken en nog deze week hoorden we dat niemand weet waarom ineens al die mensen uit Eritrea naar ons land gekomen zijn, er is daar natuurlijk wel een dictatuur en de mensenrechten zijn er onbekend bij de machthebbers, van democratie is al helemaal geen sprake en het land is ook nog een arme woestijn. Maar veel is er niet over bekend, wij bekommeren ons niet echt om landen als Eritrea, wij hebben bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking en helpen alleen landen waarmee we handel kunnen drijven.

Dat betekent dat dit soort rampen ons plotseling kunnen overkomen. Ineens slaan er tientallen bootjes om op de Middellandse zee en verdrinken er honderden mensen. De machten en krachten in deze wereld trekken zich van gewone mensen niks aan, gewone mensen zijn een speelbal voor de machten en krachten in deze wereld. Arme mensen vergaan van de dorst en of ze te drinken krijgen moeten ze maar afwachten. Daar begint de lezing uit het boek Jesaja vanmorgen mee. Het volk Israël hoorde bij die arme mensen, ze waren immers door de machtige volken van de wereld in ballingschap gevoerd, speelbal geworden van de machten en krachten in de wereld.

Zoals dat volk van Israël tussen de volken, kunnen gewone mensen zich ook wel eens voelen. Opgenomen in een massa, maar toch alleen, overgeleverd aan machten die je niet kunt sturen en die onverwacht jou in een greep nemen. De mensen die in ballingschap waren geweest, wier ouders onverwacht werden weggevoerd uit het beloofde land, voelden zich ook zo. Plotseling mochten ze van de nieuwe koning Cyrus terug naar dat land waar altijd alleen van gedroomd was. Maar waren ze daar wel welkom, en zouden andere volken niet jaloers worden en hun vestiging willen verhinderen? Vragen die gezien de politieke en maatschappelijke situatie van de tijd op het einde van de ballingschap zeker reëel waren.

Net zoals onze vragen over de toekomst van onze werkgelegenheid. Het zal met de economie vast wel weer beter gaan. Maar waar moet je je nu voor herscholen? Welke schoolkeuzes maak je voor je kinderen? En worden aan de top van de banken en bedrijven niet weer dezelfde soort mensen benoemd die straks dezelfde soort fouten gaan maken? Wij hebben er niets bij in te brengen en worden er ook niet over geraadpleegd.

De profeet had mooi praten, God zou wel helpen, zelfs een scherpe dorssnede van het volk maken zodat van al die machtige volken het kaf van het koren gescheiden kon worden. Machtigen groot als bergen zouden dan vermalen kunnen worden. Bij ons lijkt het er nog niet echt op. Wij voelen ons eerder als die armen en behoeftigen die water zoeken maar niets vinden, als het gaat om invloed op de gang van zaken verdrogen onze tongen van dorst.

Toch is het recept van de profeet misschien zo gek nog niet. Hij heeft het immers over de God van Israël. En als die God het volk oproept dan gaat het altijd om het vervullen van de Thora, van je naaste lief hebben als jezelf. Dan gaat de boer weer ploegen, dan wordt er weer gezaaid en gaat het vee het veld in dan worden er weer bomen geplant, mirte en olijf, dan bloeien bij ons de klaprozen. Als we daar de gewone mensen uit onze omgeving rond zouden kunnen organiseren. Dan kunnen we de nieuw benoemde leiders van banken en bedrijven aanspreken op de zorg die ze hebben voor de armen en behoeftigen.

De oorlog en het lijden in de wereld, die de wereld maken tot een plaats van verwarring en chaos, brengen ook ons vaak in verwarring. Als we het goede willen doen en niet dan het goede, wat is dan het goede en hoe weten we dat? Ons eigen lot maakt ons niet uit, zelfs al zouden we zelf moeten lijden dan weten we dat we de gerechtigheid nastreven. Maar de oorlog is er niet verder door weg en het lijden van de mensen is er niet minder op geworden.

Jezus van Nazareth waarschuwt zijn leerlingen dan ook dat zijn koninkrijk zal komen met veel pijn, zoveel pijn dat het op geboortepijn gaat lijken. Natuurlijk praten vrouwen niet meer over de barenspijn. Het kind zou eens mogen denken dat moeder het kind de pijn verwijt. Daarvoor houden moeders teveel van hun kinderen. Het laatste dat moeders willen is hun kinderen opzadelen met schuldgevoelens. Maar vergeten is er niet bij. Tot op hoge leeftijd kunnen moeders vertellen over de geboortepijn van elk van haar kinderen. Als die kinderen goed terecht zijn gekomen dan hoor je de trots over het doorstaan van die pijn er doorheen. Vergeten wordt het echter nooit.

Maar mannen zouden dat wellicht niet begrepen hebben in de dagen dat Johannes dit opschreef. De komst van het Koninkrijk ging ook niet zonder pijn gepaard. Maar de vreugde over de vrijheid iets te mogen betekenen voor de minsten in de samenleving overheerst. Je mag je best afvragen waarom de mensen van de Weg van Jezus van Nazareth die weg bleven gaan ondanks de wrede vervolgingen. Het spreekwoord dat het bloed van de martelaren het zaad van de kerk werd is toch niet helemaal toereikend.

Jezus van Nazareth geeft in dit verhaal een mogelijke verklaring. Het vormen van een gemeenschap waarin slaaf noch vrije, Jood noch Heiden, man noch vrouw, oud noch jong is maar waar mensen als gelijken van elkaar houden en het oog gericht is op de minsten, waar mensen alles willen delen tot zichzelf toe, is zo’n geweldige vreugde dat men er alles voor over heeft, tot het eigen leven toe, om dat te behouden.

Het lijden wordt nergens in de Bijbel verheerlijkt om het lijden zelf. Het lijden is dan alleen zinvol als er nieuw leven uit ontstaat. En daar gaat de vergelijking met de barenspijn echt op. Vrouwen doorstaan die pijn, en doorstaan ook na het eerste kind die pijn opnieuw, doordat er nieuw leven ontstaat. Dat maakt die pijn dragelijk en te doorstaan. Dat was ook de ontdekking van de leerlingen na Pasen, het lijden en sterven van Jezus van Nazareth was niet het einde van hun gemeenschap maar was een nieuw begin. Dat was het begin van een heel nieuw soort gemeenschap waar hij zelf mee aan tafel zat. Dat maakte dat die gemeenschap een eeuwigheidswaarde kreeg.

Daar stegen mensen boven zichzelf uit, daar leek alles mogelijk. Niet dat iemand iets voor zichzelf vroeg, of de eerste of de baas wilde zijn. Nee iedereen wilde de dienaar van de ander zijn en samen waren ze er voor de minsten in de wereld. Niemand kon de vreugde van de leerlingen afnemen. Niemand kan nog steeds niet de vreugde afnemen van de mensen die hun eigen vreugde zoeken in de ogen van hen die hongeren en te eten krijgen, die naakt zijn en gekleed worden, die bedroefd zijn en getroost worden. Het was zo in de dagen van Johannes, doe het vandaag en je zult merken dat het vandaag niet anders is.

Want de belofte van God, staat en is nog steeds van kracht. Er komt een aarde waar niemand meer voor zijn of haar tijd dood gaat, waar je niet meer bang hoeft te zijn voor wilde dieren, een kind zal spelen in het hol van de slang. Er komt een aarde waar iedereen te eten heeft en honger en dorst tot het verleden behoren. Die aarde zal zo mooi zijn dat God er zelf zal willen wonen. We mogen met die aarde vandaag al beginnen. We weten hoe het zal moeten zijn, alles wat daarvan af wijkt verdient onze strijd er tegen. Veel te doen dus, aarzel niet, vat aan.

Amen

 

 

Read Full Post »

Lezen: Deuteronomium 6:20-25

              Johannes 14: 1-14

Gemeente,

Het is moederdag. De moederlijke, beschermende en verzorgende, houding wordt vandaag in het zonnetje gezet. Dat commerciële hoeft dus niet. We vieren moederdag voor allen die beschermen en verzorgen, dat kunnen moeders zijn, maar ook vaders, of grootouders, of pleegouders, of werker in jeugdinstellingen. Dat zorgen voor kinderen is een reden om bij stil te staan en te vieren. Maar waar komen vandaag we in de kerk mee aan? Met wetten en geboden.

Vandaag lezen namelijk we een stuk uit het Oude Testament dat gemakkelijk tot misverstanden kan leiden. Zoals de Nieuwe Bijbelvertaling het stuk vertaalt zou je de indruk kunnen krijgen dat er sprake is van een soort van voor wat hoort wat. Als wij nu maar die wetten houden dan krijgen we daarvoor in ruil dat het goed gaat.

Dat staat er dus niet, het sleutelwoord in dit Bijbelgedeelte is het leven. In de Nieuwe Bijbelvertaling staat “zou hij ons het leven sparen”, vanaf de Statenvertaling werd vertaald: “om ons in het leven te behouden”. Ook in die vertaalkeuzes wordt de indruk van een voor wat hoort wat gewekt. Als wij die geboden niet houden dan zal God ons doden.

De Naardense Bijbel vertaalt het Hebreeuws wat nauwkeuriger en daar staat: “om ons te doen leven” en dat geeft de bedoeling van dit Bijbelstuk beter weer. Als onze kinderen vragen waarom we niet in de eerste plaats voor onszelf zouden moeten zorgen maar onze naaste lief moeten hebben als onszelf dan is het antwoord dat we daardoor meer gaan leven.

Niet God brengt, als een soort wraak, de dood als we de geboden niet houden, maar het niet houden van de geboden is in zichzelf een dodelijke en dodende zaak. Het is als het ware zelfmoord om het anders te doen. We lezen niet voor niets over de uittocht uit de slavernij en de tocht door de woestijn. Beide situaties waren levensbedreigend. Zonder de bevrijding en zonder de Wetten die daar werden ontdekt zou er geen volk meer zijn, zou het volk zijn uitgestorven. Pas als de mensen onvoorwaardelijk op elkaar kunnen rekenen en bereid zijn alles wat ze hebben met elkaar te delen dan pas is overleven en is echt leven mogelijk.

Dat alles voor elkaar over hebben en op elkaar kunnen rekenen begint niet bij de ander maar begint bij onszelf. Voor onszelf begint daarmee het echte leven. In het Nieuwe Testament heeft vooral Paulus zich heftig verzet tegen de voor wat hoort wat benadering van de Wetten van de Woestijn. Dat was een benadering van de wetten van een volk zoals die bij elk heidens volk voorkomt. Vooral de Romeinen waren heel goed in het op die manier toepassen van de wetgeving.

Voor dat soort wetsopvatting zijn Christenen dood, zij kiezen de vrijheid van het leven. De vrijheid om het goede te doen en niet dan het goede. Bij God is immers niet anders dan het goede. De Wetten van God brengen daarom niet anders dan het goede. En de kern van die wetgeving is het je naaste lief hebben als jezelf. Dat brengt ook pas echt gerechtigheid voort. Geen gerechtigheid zonder aanziens des persoons, waarin het recht een blinddoek voor heeft, maar gerechtigheid die mensen tot hun recht laat komen.

Er staat in dit Bijbelgedeelte dat je de geboden moet naleven voor het oog van de God van Israël, in de Naardense Bijbel wordt vertaald met voor het aanschijn van God. Over de manier waarop je de geboden nakomt moet je dus kennelijk het licht van God laten schijnen. Daarmee worden die geboden niet een dorre plicht die je de vrijheid beneemt maar het worden wegwijzers op de Weg naar de ideale samenleving, de samenleving waar geen honger en verdriet meer zal zijn, waar de dood is overwonnen en waar iedereen aan mee kan doen. Die Weg mogen we ook vandaag nog gaan.

De eerste volgelingen van Jezus van Nazareth werden de mensen van de Weg genoemd. Zij probeerden de weg te volgen die Jezus van Nazareth hen had gewezen, ofwel op de manier te leven die hij hen had voorgedaan. Dat was niet eenvoudig. Toen hij nog bij hen was had hij het hen voorgedaan, maar hij was gekruisigd en begraven. Daarna was hij opgestaan en was hij teruggekomen en nog later had hij zijn geest gestuurd. Toch bleef het moeilijk.

Daarom heeft de schrijver van het Evangelie van Johannes dit verhaal opgeschreven. Je hoeft niet allemaal op dezelfde manier te geloven. Er zijn vele plaatsen waar je de Weg van Jezus van Nazareth kunt volgen. De Bijbelvertalers vertalen het Grieks dat er staat sinds Luther graag met “kamers”, maar er staat eigenlijk plaats, een plaats door Jezus gereed gemaakt.

Voordat Jezus gekruisigd en gestorven was wisten ze niet waar het verhaal op uit zou lopen. Tomas had er nog naar gevraagd, zoals hij na de opstanding was blijven vragen naar de wonden die Jezus had opgelopen. Filippus had nog steeds niet door dat God dienen hetzelfde zou zijn als doen als Jezus deed. Pas na de opstanding had hij door dat al die profeten waar hij van had gehoord datzelfde hadden verteld. Toen zag hij de mensen langs de weg wel degelijk. Als je iets wilt op de manier waarop Jezus van Nazareth dat wilde dan krijg je dat ook.

Maar pas toen de Geest over hen kwam snapten ze het. Toen wisten ze dat de liefde voor de naaste als voor jezelf de sleutel was tot een wereld zonder tranen en verdriet. Toen wisten ze dat delen met elkaar, desnoods delen van jezelf, de Weg was. De Weg die Jezus was gegaan en die hem bij de Vader had gebracht. Toen wisten ze pas dat zij ook die Weg moesten gaan en de hele bewoonde wereld van die Weg moesten vertellen.

Toen wisten ze pas dat ze moesten delen met al die mensen uit de hele bewoonde wereld. Toen wisten ze pas dat de Vader ook in hen kon zijn als ze zich maar bleven herinneren hoe Jezus van Nazareth was geweest. Want zijn beslissing om zijn macht en populariteit niet te gebruiken maar zich eerder aan het kruis te laten hangen dan zijn volk bloot te stellen aan een bloedige oorlog had hen de macht gegeven een gemeenschap van Liefde te vormen, samen die weg ook te gaan.

Johannes was de laatste die het verhaal van Jezus van Nazareth had opgeschreven. Er was toen al een hele tijd overheen gegaan en veel mensen waren de Weg van Jezus van Nazareth gegaan tot in de dood toe. Maar Johannes wist, en schreef dat op, dat wie de Weg volgt van Jezus van Nazareth net zoveel als hij kan doen. Je kunt zelfs meer doen als je blijft leven. Wij kunnen de armen bevrijden, de hongerigen voeden, de thuislozen en thuis geven. Wij kunnen die nieuwe wereld naderbij brengen.

Daarmee komen we weer op moederdag. Een moeder kan het leed voor een kind niet voorkomen, ze zou dat graag willen en laat dat ook merken. Maar ze kan troosten, ze kan naast het kind gaan staan als het onrecht wordt aangedaan, ze kan degenen ter verantwoording roepen die het kind kwaad willen doen. Ze kan er voor zorgen dat het kind opgroeit tot een gezonde zelfverantwoordelijke volwassene. Zo kunnen we allemaal moeder zijn. Zo kunnen we zien dat God niet alleen onze Vader is, maar een Vader is zoals wij een moeder kennen, een vader die bij de zwaksten en de minsten is om voor hen te zorgen en voor hen op te komen. Wij worden aangesproken op het bestaan van zwakken en minsten. Waarom laten we dat bestaan? Waar zijn wij als we gevraagd worden? Als we werkelijk een samenleving willen waar wij samen met iedereen kunnen leven, dan volgen we de Weg van Jezus, dan gaan we zorgen en mensen tot hun recht laten komen. Tot dat hij zelf komt.

Amen

 

Read Full Post »

Lezen: Nehemia 9: 6-15

              Johannes 10: 1-10

Gemeente,

We denken het te weten. Van ongelovigen valt niks te verwachten. Mensen met een ander geloof komen hier alleen om van ons te profiteren. De mensen van het volk Israël hadden lang ook zo gedacht. Hun ouders hadden van die mooie godsdiensten gehad, met priesters in prachtige gewaden en mooie godenbeelden tot op de hoeken van de straten toe. Het was uitgelopen op een ballingschap in een ver vreemd land.

Daar zaten ze, met de belofte op zak dat God hun land eeuwig aan hen had geschonken. Dat land en die belofte moesten ze maar vergeten. Misschien dat ze toch hun godsdienst zouden kunnen behouden. Profeten hadden verteld dat die ballingschap tot een einde zou komen. Maar hoe dat wisten ze niet, van die Heidenen viel immers niets te verwachten. Tot op een dag de Babyloniërs werden verslagen door de Perzen. En de Perzen wisten het wel. Door onderdrukking en geweld krijg je geen vrienden onder de overwonnen volken. En zo gaf koning Cyrus het bevel om Jeruzalem en de Tempel weer te herbouwen. Hij kon niet meer stuk, een profeet noemde hem zelfs de Messias, de bevrijder van Israël.

En ze hadden de stad en de Tempel herbouwd. Een hoge ambtenaar van het hof van Cyrus, Nehemia, had de leiding genomen. En toen het klaar was gingen ze feest vieren. Het loofhuttenfeest. En ze vonden de Tora weer terug, de leer van Mozes. Die had hen uit de slavernij in Egypte verlost, door een God te volgen die ook hen zou verlossen. Met die God zouden ze zich moeten verzoenen, want die God liet kennelijk nooit varen het werk dat hij was begonnen.

Elk jaar vieren de Joden nog steeds die Grote Verzoendag. Een dag van rouw en boetedoening. Maar waarom zouden ze? De mensen die Grote Verzoendag intensief beleven zijn de mensen die het hele jaar trouw naar de Synagoge gaan, koosjer eten en proberen zich streng aan de Wet te houden. De Judeeërs waar we vandaag over lezen waren de mensen die notabene met gevaar voor eigen leven de muur rond Jeruzalem hadden opgebouwd. Waarom zouden die nu in boetekleren gehuld gaan, moeten vasten en stof op hun hoofd strooien. Om aan te tonen dat ze bij het volk hoorden dat ooit de goddelijke richtlijnen voor een menselijke samenleving had ontvangen gingen ze nog apart staan ook.

Maar het ging om die richtlijnen, de Tora. Daar lieten ze zich eerst uit voorlezen, heb Uw naaste lief als Uzelf. Dat deden ze, net als wij, vaak niet. En daar hadden ze zeker een kwart van de dag voor nodig om dat uit te spreken.

Wanneer hadden ze allemaal de armen onder hen vergeten, de lamme langs de kant van de weg laten zitten, de blinde in het donker laten rondscharrelen, de vreemdeling laten verdrinken en de dove vergeten duidelijk te maken waar het om gaat in het leven. Als je bij jezelf nagaat hoe vaak je toch dingen doet die niet ten goede komen aan de minsten in de samenleving, als je nagaat hoe vaak je vergeet de vreemdelingen uit te nodigen voor bijeenkomsten die de samenleving aangaan dan realiseer je je pas hoe goed het is dat er een verhaal bestaat over een God die voortdurend oproept om juist dat goede te doen.

Die God begon al met Abraham om hem uit het land van hebben en houden te leiden naar het land van delen. Die God is daar nooit mee opgehouden hoeveel onschuldige mensen er inmiddels ook ter dood zijn gebracht. Ja zelfs door de dood heen blijft dat verhaal door gaan en elk dag kunnen we er over lezen en elke dag mogen we duizend keer opnieuw de weg gaan die voor ons door Jezus van Nazareth werd gewezen.

Duizend keer konden de Joden de richtlijnen bestuderen maar toch weken ze telkens weer van de weg van God af. Daarom was de Grote Verzoendag een dag van boete en rouw maar tegelijk een feestdag. En ook al stonden de Israëlieten zelf apart omdat zij het waren die de richtlijnen hadden gekregen, ooit in de Woestijn, ze mochten de Feestdag vieren samen met de vreemdelingen in hun midden. Zo hadden zij het land gekregen dat overvloeide van melk en honing en zo mochten ze elk jaar een nieuwe samenleving beginnen.

Zo vragen wij onze God elke zondag om ontferming voor alles wat er fout gaat met ons en met de wereld. Ook wij laten ons immers maar al te gemakkelijk regeren door godsdiensten van de dood. Tientallen jaren werden we bedreigd door het communisme van Rusland dat werd afgeschilderd als een godsdienst van de dood. Zonder dat hier dat communisme was gaven we goud en goed uit voor de strijd er tegen en lieten onschuldige soldaten hun leven zodat anderen voorbereid zouden zijn.

Toen het communisme verdween werd wanhopig gezocht naar een andere dodende godsdienst. De radicale Islam lijkt de ideale oplossing te zijn. Aanslagen waren er altijd al maar voor wie zocht naar een godsdienst van de dood die ons in de greep kon houden moeten de aanslagen van 11 september op New York en Washington wel als een geschenk uit de hemel hebben geleken. Dat het verhaal van Nehemia ons leert dat die strijd tegen de godsdienst van de dood ons juist gevangen houdt en in slavernij willen we kennelijk niet begrijpen.

Er is één Heer in de wereld, die heeft gewonnen, die heeft het volk eerst uit de slavernij van Egypte naar het land overvloeiende van melk en honing geleid. Toen het volk afdwaalde van de richtlijnen voor de menselijke samenleving en in ballingschap werd gevoerd werd datzelfde volk opnieuw bevrijd uit ballingschap en kon de stad van de vrede herbouwd worden tegen alle verzet en weerstand in. Christenen hebben zelfs gevierd dat de dood zelf was overwonnen en dat de bevrijder van mensen, de Messias, de gezalfde Koning die ze Christus noemen, was opgestaan uit de dood. Verzoening met de God van het Leven betekent daarom dat de angst voor de dood, de angst voor het vreemde, de angst ook voor vreemde godsdiensten voorgoed achter ons wordt gelaten. Die God van het leven verlaat ook ons niet mogen we geloven.

Het is die God die ons in bescherming neemt. Maar hoe komen we bij die God uit? Waar is die te vinden. Het antwoord dat de Bijbel ons geeft is dat God voor ons mensen te vinden is bij Jezus van Nazareth. Dit weekeinde keren we terug naar het Evangelie van Johannes om daarin nog eens na te lezen wat de betekenis ook al weer was van Jezus van Nazareth.

Jezus beschrijft de bescherming die God biedt als de schaapskooi waar de schapen voor de nacht in werden ondergebracht. Een muur van scherpe stenen met een deur waarin de herder ging slapen, geen schaap kon er in of uit. Door die bescherming kon de kudde vruchtbaar zijn en groeien. Jezus noemt zichzelf de deur, daar moeten we dus zijn voor de God die nooit laat varen het werk dat zijn hand begon.

Doel is kennelijk een vruchtbaar leven te leiden. Een dief immers leidt geen vruchtbaar leven maar teert op hetgeen anderen hebben voortgebracht. Koeien en schapen hebben een eigen groene weide nodig om vruchtbaar te zijn. Zo hebben wij mensen een goede houding naar elkaar nodig om vruchtbaar te zijn. Zelf werken, zelf leren om te werken, zelf zorgen zijn slogans die vruchtbaarheid veronderstellen. Je moet wat weten voort te brengen. Soms moeten we met harde hand leren dat het ontbreken van echte zorg voor elkaar tot groot onheil kan leiden. Dan is er weer een eenzaam mens die in zijn hoofd de wereld naar zijn hand zet en dat gaat vertalen in bloedig geweld.

De manier waarop Jezus van Nazareth onophoudelijk en onvoorwaardelijk zijn liefde toonde hebben wij over het algemeen nog niet geëvenaard. Als Jezus van Nazareth de sleutel is tot ons bestaan, als we kiezen voor hem als herder, of in ons geval als boer die ons weidt, dan moeten we ons elke dag afvragen om wie wij heen gelopen zijn. Wie zagen we niet staan omdat die ons te ingewikkeld was, omdat samen leven met die persoon wel heel erg moeilijk is.

Omdat we vreemdelingen en vluchtelingen niet verstaan en niet begrijpen? Omdat demente ouderen vergeten zijn wie ze waren, omdat chronisch zieken en gehandicapten niet meer kunnen wat we van gezonde mensen verwachten? Het ging Jezus om de minste van zijn broeders, wij zijn geroepen om voor hem die zorg op ons te nemen. In die zorg voor de minsten mogen wij de Heer zelf ontmoeten. Een hand uitsteken, en niet accepteren dat die geweigerd wordt is dan het minste dat we kunnen doen, en het vruchtbaarste.

Ooit komt er een wereld waarin al die pijn voorbij zal zijn. Dan is er eten genoeg voor iedereen, dan sterven er geen kinderen en niemand sterft voor zijn tijd. Dan hoeven we zelfs niet meer bang te zijn voor wilde dieren, de leeuw zal het weiland delen met het lam. De aarde is dan zo mooi dat God zelf hier zal willen wonen. Tot die tijd is het werk aan ons, aarzel dus niet, vat aan, er is nog veel te doen.

Amen

Read Full Post »

De Balk en de Splinter.

We weten het nog wel, dat spreekwoord dat zegt dat we wel de splinter in het oog van de buurman zien maar de balk in onze eigen ogen vergeten. Nu gaat die vergelijking zeker niet op als we het over de Tweede Wereldoorlog hebben. De zes miljoen Joden die werden omgebracht werden vermoord in Duitse concentratiekampen. We herinneren ons nog dat velen onderdoken bij goede vaderlanders, maar dat foute vaderlanders jacht op hen maakten en vaak de onderduikplaatsen verraden.

We kennen ook nog wel de namen van buitenlanders die in de oorlog, soms met gevaar voor eigen leven, bedreigde Joden wisten te redden. Elk jaar weer kijken we graag naar de film over die lijst van Schindler. We herinneren ons ook de Zweedse diplomaat Wallenberg die zoveel Joden wist te redden maar aan het eind van de oorlog in handen viel van die vermaledijde Russen.

Maar we praten liever niet meer over onze eigen rol in de Jodenmoord. Ja de foute Nederlanders worden genoemd, de verzetstrijders uit de tijd dat ons land bezet was. Maar wie noemt nog de naam van Burgemeester Verbeek van Dinxperlo. Iedere keer als ik het over Dinxperlo heb dan vraagt men waar dat ligt. Nu het ligt aan de grens met Duitsland, achter Doetinchem, ver van de Randstad.

In de jaren 30 was Mr. Verbeek daar burgemeester. Hij zag hoe vele wanhopige Duitsers, met name Joodse Duitsers, hun land wilden ontvluchten. Nederland was dichtbij en de grens tussen Nederland en Duitsland was bij Dinxperlo een bijna open grens. De burgemeester ving ze op en zorgde dat ze papieren kregen op grond waarvan ze mochten blijven.

De regering in de Randstad had het niet op al die vluchtelingen. Als ze rijk waren, of als ze een bijzondere bijdrage aan ons land konden geven, dan mochten ze blijven. De rest moest terug naar Duitsland. Voor Burgemeester Verbeek kon dat niet. Hij had weet van concentratiekampen waar mensen onmenselijk werden behandeld. Hij wist dat de vluchtelingen niet zomaar huis en haard in de steek lieten en naar een onbekend land gingen in de hoop daar onderdak te vinden. Hij bleef daarom verblijfspapieren verstrekken. Hij reisde zelfs een paar keer naar Duitsland om daar, net als Wallenberg, paspoorten en papieren te geven aan mensen die het nodig hadden.

De regering in de Randstad keek het met lede ogen aan. Joden waren immers Joden, nakomelingen van die mensen die hadden geholpen bij de kruisiging van Jezus. Een hervormde dominee van de Jodenzending had nog verteld dat het antisemitisme weliswaar verkeerd was, maar wel de schuld van de Joden zelf omdat zich door Jood te blijven provocerend opstelden. Dat toelaten van Joodse vluchtelingen moest in de hand worden gehouden.

Burgemeester Verbeek werd vlak voor de inval door de Duitsers oneervol ontslagen als Burgemeester. Over de Joodse vluchtelingen die door de Regering waren teruggestuurd naar de concentratiekampen sprak niemand meer. Na de oorlog werd burgemeester Verbeek gerehabiliteerd, in 1946 is hij overleden. In Dinxperlo werd de Mr.Verbeekstraat de Burgemeester Verbeekstraat. maar herdenken doen we hem niet meer.

Tenminste tot nu toe. Ons vluchtelingenbeleid is immers weer hetzelfde als in de dagen van Burgemeester Verbeek. Door ons beleid verdrinken vluchtelingen in de Middellandse Zee. Nu worden ze Moslims genoemd, aanhangers van een net zo gevaarlijke godsdienst als de Joodse voor de Tweede Oorlog was. Het voorbeeld van Burgemeester Verbeek is gevolgd door Nederlanders die de Europeese afspraken over de opname van vluchtelingen nagekomen wilden zien. Als de regering het niet deed zouden ze zelf de vluchtelingen wel gaan halen, net als Burgemeester Verbeek dat in de jaren 30 deed.

We herdenken de doden die sinds de inval door de Duitsers voor onze vrijheid gestorven zijn. Maar het delen van die vrijheid met hen die geen vrijheid om te leven meer hebben doen we niet. We geven daar zelfs onze vrijheid voor op om bijeen te komen om te herdenken. De krachten die ooit zorgden voor het ontslag van Burgemeester Verbeek zorgen nu voor een klimaat dat verhinderd dat ergens in de hoofdstad duizend kruisen worden geplaatst ter herinnering van de vrijheidszoekers met wie we niet wilden delen. Dat die krachten de splinter zijn in onze eigen ogen, de splinters die ons uiteindelijk het licht op de vrijheid zullen ontnemen willen we maar niet zien. Het wordt het hele komende jaar tijd om te herdenken.

Read Full Post »