Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for juli, 2016

Lezen:Prediker 2:1-11

             Lucas 12:13-21

Gemeente,

Allemaal lucht en najagen van wind. Mooi dat de Bijbel ons in de zomer toestemming geeft om het werk het werk te laten en lui achterover te leunen. Nu mag je van de Bijbel best rusten en plezier maken maar daar gaat het in het leven dus niet om. Dat is ook de boodschap van het boek Prediker. Vandaag lezen we het tweede van twee experimenten die prediker heeft gehouden. Eerst heeft hij het geprobeerd met wijsheid, zou daar de zin van het leven in schuilen? Hij komt tot de conclusie van niet. Wie kennis vermeerdert, vermeerdert ook smart. Je alleen op de wijsheid richten is het dus niet. Overigens is die stelling zeer in strijd met de wijsheidsliteratuur die we uit Israël kennen, maar Prediker neemt zijn conclusie zeer serieus en probeert het vervolgens met de dwaasheid.

Prediker heeft zich ondergedompeld in de vreugde van de wijn zo begint zijn experiment. Dat hij met de wijn begint is niet zo vreemd. Van alle krachten op aarde is volgens de wijsheidsliteratuur de wijn het sterkste. Die heeft immers op ieder mens dezelfde uitwerking. Of je nu rijk bent of arm, wijs of dwaas, man of vrouw, allochtoon of autochtoon, als je te veel wijn drinkt spreek je uiteindelijk allemaal dezelfde onzin. Het Romeinse spreekwoord In vino veritas, in wijn ligt de waarheid, is dan ook volgens de Prediker grote onzin. In onze dagen weten we dat drank meer kapot maakt dan ons lief is. In veel kerken biedt men bij het avondmaal naast wijn ook druivensap aan. Maar in gemeentehuizen en grote bedrijven wordt bij recepties gewoon wijn en bier geschonken, ook al moeten veel mensen nog per auto naar huis. De vreugde van de wijn brengt je dus zeker niet dichterbij de zin van het leven.

Zou dan rijkdom en overvloed de zin van het leven zijn. Prediker heeft grootse dingen ondernomen om dat na te gaan. De vragen die hij stelt heeft hij zeker ook serieus genomen. Hij heeft paleizen gebouwd en wijngaarden aangelegd, tuinen en parken aangelegd en een keur van vruchtbomen daarin geplant, waterbekkens gegraven om een bos met jonge bomen te bevloeien, slaven en slavinnen gekocht en zich zo omringt met gelukkige gezinnen. Hij bezat veel vee, heeft goud en zilver opgestapeld en zich ingelaten met de jet set van zijn tijd, geleefd als een playboy omringt door de beste zangeressen en aanbeden door de mooiste vrouwen. Daarbij bleef hij wijs. Maar leverde dat enige zin op? Als hij er op terugkeek was er maar een conclusie mogelijk, het had geen enkel nut onder de zon.

Nu zullen velen de Prediker tegenwerpen dat het toch mooi is je kinderen meer na te laten als waar je zelf mee begonnen bent. Je kunt het wel niet meenemen maar je kunt het wel doorgeven. Als je ruzie wil nalaten moet je zo beginnen. Volgens begrafenisondernemers leiden erfenissen van enige omvang tot de grootste ruzies tussen erfgenamen, ruzies die zelfs rond het graf of in het crematorium worden voortgezet. Nee de vraag die Prediker zich stelt is dezelfde als de rijke man zich stelt in de gelijkenis die Jezus vertelt als hij gevraagd wordt als bemiddelaar op te treden in een erfeniskwestie. Zijn antwoord is eigenlijk hoed u voor hebzucht. Prediker zal uiteindelijk vaststellen dat wijzen en dwazen zonder enig verschil allemaal dood gaan.

Daarom kennen we het spreekwoord dat je je rijkdom niet mee kunt nemen. Waarom proberen we dan meer rijkdom te krijgen dan we ooit bij ons leven op kunnen maken? Ja de rijksten in onze samenleving verzamelen zelfs zo veel rijkdom dat ook hun kinderen en wellicht hun kleinkinderen niet in staat zijn op het op te maken. Geld maakt niet gelukkig is een ander spreekwoord, in de Bijbel wordt geld zelfs bestempeld als de wortel van alle kwaad. Natuurlijk is het makkelijk als je het hebt. Natuurlijk moet je er verstandig mee omgaan. En, let wel, de Bijbel heeft niets tegen rijkdom op zich. Als we allemaal mee zouden kunnen delen van het land dat overvloeit van melk en honing is er niets verkeerd. Maar dat doen we niet. De meeste rijkdom is verkregen door de armoede van velen. De waarschuwing ons te hoeden voor hebzucht geldt voor iedereen. In de bede die we in het Evangelie van Lucas bij de les over het bidden kunnen lezen gaat het alleen over het brood dat we vandaag nodig hebben. Dat is voor ons genoeg. Als we dat uitstralen dan behoeden we misschien ook een ander voor hebzucht en het bijbehorende ongeluk.

Jezus van Nazareth stelt de dwaasheid van het streven naar meer rijkdom dan je nodig hebt weer aan de orde. Heb je extra bankrekeningen geopend, een mooie beleggingsportefeuille geopend dan loop je de kans nog gezelfde dag dood te gaan. Het zal de nodige verbazing hebben gewekt. Het was heel gewoon om bij de verdeling van een erfenis een gewaarde religieuze voorganger om hulp te vragen. Maar volgens Jezus geeft de leer van Mozes voldoende richtlijnen om het probleem op te lossen. Heb je naaste lief als jezelf, maak je niet druk over het verkrijgen van bezit, maak je geen zorgen voor de dag van morgen, meer als brood voor een dag heb je echt niet nodig.

We hoeven ons dus geen zorgen te maken voor de toekomst. Veel mensen zijn dat verleerd. Je geen zorgen maken over de dag van morgen. Natuurlijk, als je honger hebt zijn er zorgen over het krijgen van eten, maar zorgen over wat je aantrekt, of hoe je er uit zult zien verdwijnen direct als je naar eten moet zoeken. Maar wat dan in tijden van misoogst? Het is toch goed iets achter de hand te hebben als het slecht gaat met de economie. Ook daarin voorziet de leer van Mozes. Elk dorp en elke stad moest een voorraadschuur hebben die voldoende had om de bevolking een slechte economische periode door te helpen. In onze dagen is ons sociale verzekeringsstelsel er op gebaseerd en we moeten dus zeer uitkijken dat af te breken onder het mom dat je individueel je ook wel kunt sparen voor ziekte en zorg.

Alle uiterlijkheden zijn dan ook volstrekt onbelangrijk. Er wordt ons wel aangepraat hoe belangrijk al dat uiterlijk vertoon is, de make overs vliegen je om de oren, maar eigenlijk is het geluk van de mensen het allerbelangrijkst. Daarom klinkt vandaag ook de roep om je bezig te houden met het Koninkrijk. Daar wordt gedeeld en hoeft dus niemand meer zorgen te hebben over het eten, zijn dus alle zorgen verdwenen. Daar valt het onderscheid tussen rijk en arm, tussen slaaf en vrije, tussen man en vrouw, tussen christen en moslim, weg. Daar is geen angst meer en geen bedreiging. Dat Koninkrijk ligt voor het grijpen. Het is ons geschonken door de God van Liefde, we hoeven het alleen te aanvaarden en in de praktijk te brengen. Make overs zijn dan overigens in het geheel niet voorbij. Maar het zijn hele andere make overs dan van mensen en auto’s. Het is een make over van de totale samenleving. Ineens wordt al wat leeft belangrijk en gooien we geen mensen, dieren en kostbare grondstoffen meer weg.

Het is de make over naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde die zo mooi zal zijn dat God er zal willen wonen. Dat is een erfenis die we graag aan onze kinderen willen nalaten. Dat is het enige dat al ons zwoegen onder de zon waard is, al het andere is leegte en najagen van lucht. Maar het is een last die licht is, een juk dat niet hoeft te drukken. Zorgen voor de naaste levert elke dag vreugde op en zorgt voor de dag van morgen, voor die naaste en daardoor ook voor jezelf en je nakroost tot in het duizendste geslacht. Aan het werk dus, aan dat nieuwe Koninkrijk.

Amen

 

 

Advertenties

Read Full Post »

Lezen: Genesis 18: 20-33

              Lucas 11: 1-13

Gemeente

Vandaag gaat het in de lezingen uit de Bijbel over bidden. Midden in de zomer, als veel mensen op vakantie zijn en we bezig zijn met ontspanning en genieten van de wereld om ons heen roept de Kerk ons op na te denken over bidden. Van Jezus van Nazareth wordt op veel plaatsen in de Evangelieverhalen vertelt dat als hij het druk had gehad en vermoeid raakte van de zorg voor al die mensen die hem volgden hij zich terugtrok op een eenzame plaats om te bidden. Dat terugtrekken hoorde er bij, hij kreeg het verwijt dat zijn leerlingen al helemaal niet deden aan bidden zoals de leerlingen van Johannes deden of zoals de Farizeeën deden. Daar mogen we wel eens over nadenken. Die Farizeeën stonden zich er op voor mooi te kunnen bidden en lang ook met veel omhaal van woorden. Ze lieten dat zien waar ze konden, tot op de hoeken van de straten toe, Jezus veroordeelde dat. Wat Jezus bad weten we meestal niet, ja in Getsemane bad hij of de beker hem voorbij mocht gaan, maar de wil van God stond voorop.

Dat merken we veel met gebeden, er mag overal om gebeden worden maar de verheerlijking van God, zijn gerechtigheid staan voorop. Dat lees je terug zowel in het Oude als het Nieuwe Testament. Al omringt de duisternis ons, wij hebben een God die ons licht geeft en dat licht van die God schijnt voor ons ook in de diepste duisternis.

Dat licht van die God laat ons ook zien wat anderen nodig hebben en de voorbeden voor anderen zijn dan ook talrijk in de Bijbel. Voorbeden voor de zieken, voor de zwakken, voor de onderdrukten, voor de weduwe en de wees, voorbeden om gerechtigheid en recht, om bevrijding van onderdrukking om verlossing uit de slavernij. De uittocht uit Egypte begint dan ook met de vaststelling dat God het geschrei van zijn volk heeft gehoord en daarom Mozes gestuurd heeft om de Farao de kans te geven aan dat geschrei een einde te maken.

Denk nu niet dat alle gebeden verhoord worden omdat we overal om mogen bidden. We hebben daarvoor vanmorgen over Abraham gelezen en zijn gebed voor Sodom en Gomorra. Hij had drie vreemdelingen die uit de woestijn opgedoken waren te eten en te drinken gegeven. Ze hadden hem verteld dat zijn vrouw Sara ondanks haar ouderdom een zoon zou krijgen, Sara had er om moeten lachen. Ze hadden hem ook verteld dat Sodom en Gommora verwoest zouden worden. Toen waren ze opgestapt om naar Sodom te gaan. Eén van de vreemdelingen bleef nog wat aarzelen en raakte in gesprek met Abraham.

Het komt in de Bijbel niet zo vaak voor dat een vreemdeling bij de naam van God wordt aangesproken maar in dit verhaal is dat uitdrukkelijk het geval. We kennen het als een gruwelijk verhaal omdat we de afloop kennen. Twee steden die verwoest worden kennelijk als straf voor gruwelijk gedrag. We praten dan bijna altijd over de drie vreemdelingen die eerst aan Sara een zoon beloven en dan doorgaan naar die twee vreselijke steden. De brave Abraham vraagt dan nog clementie voor de rechtvaardigen die er misschien toch nog zouden kunnen zijn. Maar waar we over heen lezen is dat God zelf naar Sodom en Gomorra gaat om de onrechtvaardigheid te ondergaan en de rechtvaardigen te ontmoeten.

Daar waar in onze naam onrecht wordt bedreven wordt dat wellicht dus aan God bedreven, en daar waar we opkomen voor recht en gerechtigheid, voor de armen en verdrukten komen we wellicht direct voor God op. De verwoesting is dus niet het werk van God, die werd er bijna het slachtoffer van. De steden roepen het over zichzelf af. Dat vragen om gerechtigheid loopt vooruit op wat Jezus later zou zeggen toen hij er op wees dat wat aan zijn minste broeders zou worden gedaan aan hem werd gedaan. Er zijn mensen die de persoonlijke relatie met God zo voor op stellen dat vergeten wordt dat we God wellicht ook voor de deur of in de winkel tegen kunnen komen.

God is daar waar het de vraag is of er nog een enkele rechtvaardige zou kunnen zijn vanwege het onrecht dat er volop voor komt. Voortdurend verzet tegen onrecht, het opkomen voor verdrukten, voor armen, tegen onrechtvaardige verdeling is dus niet zomaar sociaal werk of het terugbrengen van het verhaal van God tot een sociaal gerechtigheidscontract maar het is de Godsdienst ten voeten uit. Het is het verhaal van Abraham en zijn vraag om gerechtigheid voor de rechtvaardigen.

Vandaag vragen wij ons dus af hoe je moet bidden. Jezus van Nazareth gaf daarin volgens het Evangelie van Lucas les op verzoek van zijn leerlingen. Het gedeelte dat we uit de Bijbel lezen vandaag eindigt niet met het beroemde Onze Vader maar begint er mee. Wij bidden het gebed dat Jezus ons heeft geleerd meestal in een langere versie, die vinden we in het Evangelie naar Matteüs. Nu schreef Matteüs voor de Joden en Lucas voor de Romeinen en daardoor kunnen we ook het verschil snappen. Het gebed dat Lucas ons leert kunnen we bijna als schietgebedje gebruiken, zo van we zijn even in de war en moeten ons snel in herinnering brengen hoe het ook al zit met dat handelen volgens de richtlijnen van de Bijbel, de richtlijnen voor de menselijke samenleving.

Het gedeelte uit Lucas gaat verder dan alleen het gebed, het leert ons ook wat bidden eigenlijk is. Bidden is vragen, maar dan vragen naar wat je echt nodig hebt. Voor eten hebben we eigenlijk niet meer nodig dan brood voor vandaag. En brood voor vandaag kennen ze in Israël nog. Dat kwam elke nacht uit de hemel toen ze door de woestijn trokken op weg naar het land dat overvloeit van melk en honing. Dat land zou het Koninkrijk van God moeten worden.

En om een beetje vrede te hebben weten we eigenlijk best dat we mensen om ons heen de fouten moeten vergeven waarvan we willen dat zij ze ons ook zouden vergeven. Natuurlijk mag je die fouten noemen. Maar je mag ook aan die mensen om je heen die vergeving vragen voor je eigen fouten. Meestal kennen mensen hun eigen fouten het eerst, en de eerste zijn die om vergeving vraagt maakt dat mensen mild gestemd worden en ontvankelijker worden voor het noemen van hun eigen fouten, zeker als die vergeven worden.

Bidden is God ook aanspreken als vriend. Daar gaat de gelijkenis over. Een vriend klopt aan en vraagt om drie broden. Welke broden? Het brood dat we voor vandaag nodig hebben? Er wordt wel gewezen op het feit dat de conclusie van de gelijkenis ook in drie delen uit een valt: vraag en je zal gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en je zal opengedaan worden. Vragen, zoeken en aankloppen sterken je dus, voeden je dus. Door God als Vader aan te spreken verkleint Jezus al de afstand, door God als vriend te zien wordt de afstand nog kleiner. En de drie broden doen ook denken aan de drie vreemdelingen die bij Abraham langs komen en door hem gevoed worden. Ook aan hen vraagt Abraham, bij de Heer klopt Abraham aan, zoekt redding voor de rechtvaardigen.

Het gebed dat Jezus ons leert begint met de bede dat de Naam van God geheiligd moet worden. De term Heilig zegt ons niet zoveel meer. Heilig dat is God en volgens de Paus nog een heleboel Heiligen, zelf zijn we zeker niet Heilig. We weten best dat de Naam van God, Ik zal er zijn, samenvalt met het wezen van hoe wij God ontmoeten, we ontmoeten God immers in het werk van zijn Geest, in zijn Woord dat ons aan het werk zet. De leerlingen van Jezus worden opgeroepen zijn kruis achter hem op te nemen en tijdens het laatste avondmaal roept Petrus dat hij bereid is met Jezus zelfs de dood in te gaan. Als wij bidden dat de Naam van God geheiligd worden dan brengen we die naam in het geding, dan vragen we om de wereld heel te maken, al het gebrokene om te zetten in het geheelde, als laatste ook de dood die ons nog steeds regeert.

Daarom geldt ook in het gebed dat we eerst het Koninkrijk moeten zoeken. Dat staat er niet uit beleefdheid. Zo van we weten God dat het u om een Koninkrijk gaat, nu dat mag er van ons ook wel komen, als u nu eerst even wat anders voor ons doet, iemand geneest, zorgt dat we slagen voor een examen, of een baan enzovoorts. Nee alles wat we vragen staat in het licht van dat Koninkrijk, een koninkrijk dat er nog niet is. Het land vloeit ook hier bij ons wel over van melk en honing maar dat komt nog lang niet bij iedereen terecht. Dat Koninkrijk van God zal een Koninkrijk vol van genade, vol van vergeving worden.

Vergeving is dan ook niet zoiets als “zand erover”, maar veel meer “we beginnen opnieuw maar dan op andere manier”. Van vergeving groei je zeiden ze vroeger weleens, maar Paulus waarschuwde in een van zijn brieven dat je er niet maar op los moet leven zodat je veel meer vergeving krijgt voor alles wat je verkeerd doet. Het goede brengt het goede voort leren we. Natuurlijk, een vader die zijn kinderen liefheeft geeft ze geen oneetbare dingen als maaltijd.

Daarom moet je ook niet je mond houden bij het kindergehuil bij de buren, daarom moet je ook spreken over de blauwe plekken bij de buurvrouw of buurman, daarom moet je iets zeggen als de vrienden en vriendinnen van je eigen kinderen weer eens dronken zijn. Vergeven kan alleen beginnen als duidelijk is wat er vergeven moet worden, als we bereid zijn om het samen anders te gaan doen, het kwade te gaan weren en het goede toe te laten in ons leven. Dat is pas bidden en dan geldt zeker dat, als je bidt, je ook gegeven zal worden. Niet om rijkdom en aanzien valt er te bidden, niet om te zeggen hoe goed we wel niet zijn, maar om de Geest van God, want in die geest willen we werken en leven, niet voor onszelf maar voor onze naaste. Wij hebben aan brood genoeg, aan brood voor vandaag zegt Lucas, dat is wat anders dan ons dagelijks brood. Iedere dag heeft genoeg aan zichzelf klinkt hier bij Lucas in zijn gebed. Als je zelf overigens dat geweld in huis overkomt dan moet je hulp vragen, hulp vragen is eigenlijk heel gewoon, God geeft ons ook hulpverleners.

De dag is de maat van de Bijbel. Wij rekenen met weken, maanden en jaren. En als we niet uitkijken dan rekenen we helemaal niet meer met weken maar blijven we altijd maar werken en consumeren, dan zijn de merkstenen van de week, de zondagen, niet meer merkstenen maar gewoon dagen als alle andere, dagen waarop gewerkt moet worden en gewinkeld. Daarom bidden we ook ons niet in beproeving te brengen. Zo gemakkelijk glijden we weg bij dat Koninkrijk naar de vruchtbaarheidscultus die ook in onze wereld hoogtij viert.

Het is niet alleen in Sodom en Gomorra waar elke menselijke maat verdwenen was, Ook bij ons is het ieder voor zich en organiseer de zorg zelf maar om je heen. Van eerlijk delen is geen sprake.

Bidden is voor ons dus ook bidden om rechtvaardigen die verhinderen dat onze wereld ondergaat in rook en vuur, niet omdat wij er bang voor zouden zijn, maar omdat wij naar een wereld willen waar de dood niet meer heerst. Waar alle tranen gedroogd zullen en zijn en waar God zelf zijn tenten op deze aarde zal spannen. Dan is alle beproeving voorbij, dan hebben we allen gekozen voor het leven. Elke dag mogen we daarheen op weg gaan, met een Vader die voor ons als een moeder zorgt, met een vriend die ons steunt. In het vertrouwen dat als we vragen er ook gegeven zal worden, dat als we zoeken we ook zullen vinden en als we kloppen er zeker open gedaan zal worden. In dat vertrouwen kunnen we iedereen in onze omgeving meekrijgen. Tot aan de einden der aarde en tot de jongste dag ons zal wekken.

Amen.

Read Full Post »

Lezen: 1 Samuël 1: 1-20

              Lucas 10: 38-42

Gemeente,

We zeggen het zo gemakkelijk, Vader, Heer, Hij, Zijn, we spreken over God of het een meneer is, maar meneren heersen, meneren spelen de baas en God speelt niet de baas, God dient, God luistert, God zorgt, wie de Bijbel leest ontdekt dat God meer eigenschappen heeft die wij aan vrouwen toedichten dan eigenschappen die we voor meneren reserveren. Daarom vanmorgen zo midden in de zomer maar eens een paar verhalen over vrouwen. Over Hanna en Peninna, over Maria en over Martha, want door de ogen van vrouwen ziet de wereld er voor meneren ineens heel anders uit. En ook vrouwen hebben geleerd in de taal van meneren hun wereld te beschrijven, de Bijbel zet er zo hier en daar andere beschrijvingen, andere verhalen tegenover.

De verhalen over bevrijding beginnen vaak met verhalen over vrouwen. De belofte dat de aarde bevrijdt zal worden van het kwaad werd gedaan aan Eva. Het was Mirjam die Mozes in de Nijl liet varen en toen het volk door de Rode Zee was getrokken was zij het die het lied van de bevrijding zong. Het oudste gedeelte van de Bijbel is het lied van Deborah uit het boek Richteren. En over aartsmoeders als Sara, Rebecca en Rachel hoeven we weinig te vertellen. Lucas begint zijn verhaal met Elisabeth terwijl Zacharias zwijgend terzijde staat en het hele verhaal van Jezus van Nazareth begint met Maria die het lied van Hanna nazingt, dat lied waarin de machtigen van hun troon gestoten worden. En op de Paasmorgen zijn de vrouwen de eerste getuigen van de opstanding. Het is maar een greep uit de vele verhalen over vrouwen die in de Bijbel duidelijk maken hoe God met mensen omgaat.

Vandaag zijn we gaan lezen in wat we noemen het Eerste Boek Samuël, De figuur van de profeet Samuël belichaamde de overgang van het volk dat zonder koning in stammen verdeeld in het land Israël woonde naar het Koninkrijk dat onder David een succes zou worden. De verhalen over dat volk dat in stammen verdeeld leefde kunnen we vinden in het boek Rechters, vroeger Richteren. Dat boek hoort direct voor de boeken Samuël in de Bijbel te staan. Bij ons staat het boek Ruth er voor maar dat is een feestboek en hoort bij de Psalmen. Het boek Rechters eindigde met de woorden dat een ieder deed wat goed was in diens ogen en het antwoord daarop is te lezen in het boek Samuël.

In de loop van de tijden is het krijgen van voldoende kinderen in elke cultuur een belangrijke zaak geworden. Die kinderen zijn een verzekering voor een ongestoorde oude dag voor hun ouders. De “babyboom” van na de Tweede Wereldoorlog heeft bij ons het zicht daarop wat verduisterd. Voor de generatie van de jaren 20 en 30  van de vorige eeuw waren er genoeg kinderen geboren om hen een onbezorgde oude dag te bezorgen. Maar in onze dagen dringt zich het besef op dat er voldoende jongeren moeten zijn om de ouderen een onbezorgde oude dag te bezorgen. De hele discussie over de AOW leeftijd gaat daarover, over de verdeling van de lasten tussen de jongeren en ouderen Ook in de dagen van Elkana, waar het verhaal van vandaag mee begint, was de noodzaak van voldoende kinderen aanwezig

In dit verhaal had eigenlijk iedereen kinderen, Eli had twee zonen, Peninna had zonen en dochters alleen Hanna had geen kinderen, zij was de uitzondering maar was zij een uitzondering die een regel bevestigt?

Hanna had geen kinderen, Peninna wel. Hanna was dus zielig en Peninna niet. Maar Hanna was eigenlijk helemaal niet zielig omdat ze geen kinderen had, Peninna had genoeg kinderen voor hen allebei en de verhalen uit de Bijbel gaan ook altijd over delen. En als het op delen aankwam dan kreeg Hanna altijd het beste deel van haar echtgenoot. Elkana vond dat hij en zijn liefde wel tien zonen waard waren. Maar Hanna was zielig omdat ze gepest werd. Pesten is een van de meest gemene manieren om iemand te kwetsen. Mensen kunnen daardoor zo gekwetst worden dat ze er aan dood gaan, al lijkt het dan er op of ze zelf een eind aan hun leven maken. Hanna was daar niet ver van af. Geen kinderen betekende ook geen toekomst. De liefde van een man was zeker niet voldoende om haar een toekomst te geven. Mannen denken dat veel te gemakkelijk, en te veel vrouwen zijn dat gaan overnemen van die mannen.

Hanna zocht eerst in de Tent der ontmoeting, waar het verbond van God werd bewaard, de hulp van die God. Ze was zo ver heen dat de hoge priester Eli dacht dat ze dronken was. Het kwam wel meer voor dat een tempelprostituee dronken verdwaalde in de tempel zelf. Maar dronken was ze dus niet en als ze zo hartstochtelijk iets van God vroeg dan moest die dat toch wel geven zei Eli.

Het is het geloof dat je ook vandaag de dag nog wel tegen komt, als je maar ernstig genoeg God iets vraagt dat ook echt goed is dan krijg je het. Zeker als je zoals, Hanna, Pennina en Elkana zo trouw volgens het verbond met de God van Israël leeft. Wij kennen dat verbond niet meer zo maar het verhaal maakt duidelijk dat het gezin van Elkana elk jaar naar het Heiligdom ging om daar een maaltijd te houden met de familie, met de priesters en levieten, met de armen en met de vreemdelingen die bij hen woonden. Het was een voorschrift uit het boek Deuteronomium dat duidelijk maakte dat alles wat je krijgt van God gekregen is en bestemd is om gedeeld te worden.

In die Tempel wordt Hanna echter duidelijk dat de toekomst helemaal niet in kinderen ligt. Het krijgen van die kinderen was niet afhankelijk van een God, die was afhankelijk van liefde. De toekomst was in handen van God en voor die toekomst kreeg je alles wat je nodig had van die God. Het kind dat Hanna zou krijgen kon ze dus net goed weer teruggeven aan die God. Ze hoefde toch geen kind uit medelijden, ze wilde een kind om niet meer gepest te worden, om mee te tellen in de samenleving, om voor vol aangezien te worden.

Het is ook wat in onze dagen nog vrouwen drijft naar IVF en ingewikkelde medische behandelingen. Wie geen kinderen kan krijgen wordt nog maar al te vaak niet voor vol aangezien.

Die zoon kreeg Hanna dan ook, niet van God maar van Elkana. Maar het was het verbond met de God van Israël, de Wet van Liefde en delen die haar op het goede spoor had gezet, haar zoon zou dan ook opgedragen worden aan die God, die zoon zou gedeeld worden met God en met heel het volk. Wij hoeven geen zonen en dochters aan die God op te dragen. Wij kunnen onszelf aan die God weiden, door te leven volgens zijn richtlijn, onze naaste lief te hebben als onszelf.

En om te weten hoe we die naaste moeten liefhebben moeten we bij Jezus van Nazareth zijn. De keus van Maria dus uit het verhaal dat we vanmorgen uit het Evangelie van Lucas gelezen hebben.

Als je het Bijbelgedeelte van vandaag leest dan is het toch wel heel erg verbazend dat de rol van vrouwen in de Kerk zo lang de rol van Martha was en in sommige kerkgenootschappen de Maria’s nog steeds niet de erkenning krijgen die Jezus van Nazareth in zijn dagen aan Maria gaf. Zelfs in onze eigen PKN kom je gemeenten tegen waar de vrouwen niet gelijk behandeld worden aan mannen. Over die gelijkheid hebben ze nooit in de brief van Paulus aan de Galaten gelezen. Het is zelfs zo dat de dominee die volgens de kerkorde voorzitter is van de synode, Karin van de Broeke, in veel PKN gemeenten niet kan voorgaan. Het mag misschien een minderheid zijn die we hier in Middenmeer niet tegenkomen, het heeft grote gevolgen voor ons omgaan met elkaar. Nog steeds is het kiezen van het beste deel niet vanzelfsprekend.

Dat zorgen van die Martha is natuurlijk niet geheel verkeerd, maar er waren ongetwijfeld ook mannen in de buurt die hadden kunnen helpen. Uit de Griekse grondtekst mogen we begrijpen dat Martha bezig was met het klaarmaken van het eten. En daar kun je een hoop energie in kwijt, zeker als er visite is. Annie M.G. Smidt heeft ooit voor moeder Doorsnee het lied geschreven “Als moeder jarig is” dat lied eindigt met: “Als moeder jarig is is zij nog niet jarig” Martha kan en moet zich dat ook aantrekken, ze werkt voor twee en wordt dan ook tweemaal aangesproken, Marta, Marta. Maria heeft het beste deel gekozen en koos het ene nodige. Nu staat na dit verhaal het verhaal over het Onze Vader en het ene dat daar gevraagd wordt is het dagelijks brood, over meer hoef je je dus niet druk te maken.

Het belangrijkste op dat moment was het leren dat Maria deed. Horen hoe je je naaste lief kunt hebben als jezelf, weten wie je naaste is. Het verhaal van Maria en Martha staat in hetzelfde hoofdstuk als het verhaal over de barmhartige Samaritaan. Maar de naaste zijn van een slachtoffer betekent niet een leven van bedienen, het slachtoffer op de weg naar Jericho uit het verhaal over de barmhartige Samaritaan moest weer op eigen benen staan. Martha moet dus ook leren dat bedienen toch heel iets anders is dan dienen. Dat houden van je naaste als van jezelf ook kan betekenen dat je kiest voor jezelf ook al is dat voor de ander vervelend. Maria kiest voor zichzelf en geeft daarmee Martha de kans dat ook te doen.

Waren ze allebei aan het bedienen van al die mannen geslagen dan had zich de vraag naar de eerlijke taakverdeling, naar de gelijkheid van mannen en vrouwen, zich nooit voorgedaan en hadden we er ook vandaag nog steeds niks van kunnen leren. Dat is nu anders. We weten dat de Maria uit dit verhaal niet anders werd behandeld dan de apostelen en de leerlingen van Jezus van Nazareth. Zonder er veel woorden aan vuil te maken maakt het Evangelie van Lucas duidelijk dat er geen onderscheid is op het moment dat je met het Evangelie van Jezus van Nazareth bezig bent. Dat er onder ons mannen en vrouwen zijn die gelijkelijk de ambten vervullen maakt ook duidelijk dat het er bij ons anders toegaat dan in de wereld.

In de wereld mogen de vrouwen de koffie schenken terwijl de mannen vergaderen, in de wereld mogen de vrouwen de toiletten schoonmaken voor de managers met topinkomens en extra bonussen, in een echte christelijke kerk wordt er geen onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen. Door het verhaal van Jezus van Nazareth met Maria en Martha worden vrouwen bevrijd van hun bedienende rol die hen in de wereld maar al te vaak, en tot schade van die samenleving, wordt opgedrongen. Het zou de natuurlijke positie van de vrouw zijn wordt er dan binnen en buiten kerken gezegd. Wie dat zegt heeft de Bijbel dus nog nooit echt gelezen. Er is maar één ding noodzakelijk en dat is dat je jezelf leert waarderen zodat je je naaste nog meer kunt liefhebben. Dat is pas dienen en daar houdt het bedienen helemaal op om nooit meer terug te keren.

Laten we ons nu niet op de borst kloppen dat we het hier zo goed doen. We komen nooit helemaal los van de culturele invloed van de samenleving om ons heen. Over de weigering van sommige gemeenten vrouwen op te nemen in de ambten wordt niet geschreven. Werknemers houden hun mond als vrouwen die hetzelfde werk doen minder verdienen. Werkers in de kinderopvang accepteren het maar dat voor mannen andere regels gelden dan voor vrouwen.

De verhalen in de Bijbel zijn bedoeld om ons in beweging te krijgen. In beweging op weg naar een samenleving waarin vrouwen niet meer gepest worden als ze andere keuzes maken dan de meerderheid verwacht. Naar een samenleving waar voor iedereen plaats is, waar iedereen gelijk is. Uiteindelijk zijn we op weg naar een wereld waar alle tranen gedroogd zullen zijn, waar zelfs de dood niet meer heerst. Tot die dag komt mogen we bouwen aan die nieuwe wereld, bouwen aan het Koninkrijk van God. De God van Hanna, de God van Maria en Martha, de vader van Jezus van Nazareth die als een moeder zorgt voor zijn kinderen, voor ons dus ook.

Amen

 

Read Full Post »

Lezen: Deuteronomium 30: 9-14

              Lucas 10: 25-37

Gemeente,

Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap. Dat was de leus van de Franse Revolutie die komende week in Frankrijk wordt herdacht met een groot feest. Het volk nam de macht over van de Koning en de adel. Tussen de kerk, die de Koning en de adel had gesteund, en de Staat werd een scheiding aangebracht. In Nederland was niet iedereen blij met die revolutie. Uiteindelijk zou er zelfs een antirevolutionaire partij worden opgericht die zich met name tegen die Vrijheid, de gelijkheid en de scheiding tussen Kerk en Staat zou verzetten. Volgens de Nederlandse geloofsbelijdenis zou de Staat immers moeten weren wat de Schrift weerspreekt. En op de eerste dag van de week waarop die geschiedenis ons weer in herinnering wordt gebracht lezen wij over de Wetten van Mozes en de naastenliefde zoals die door Jezus van Nazareth werd verkondigd. Hebben die herdenking en de lezingen van vandaag met elkaar te maken?

Die revolutie in Frankrijk ging over een visioen, een droom. Het volk was in gevangenschap gehouden. Alles wat de mensen hadden was ze afgepakt door rijken en door de adel. Tegenwoordig zouden we zeggen dat, in een tijd dat pensioenen en uitkeringen worden verlaagd en iedereen moet bezuinigen, de top van het bedrijfsleven zichzelf grote bonussen blijft toekennen. Zoiets was er in Frankrijk dus ook aan de hand op die veertiende juli. En een zo oneerlijke verdeling van welvaart kan maar tijdelijk in stand blijven. Op een dag zijn er zoveel mensen die hongeren naar gerechtigheid dat er een opstand uitbreekt en de oude machten omver worden geworpen. We zien dat in onze dagen ook elders in de wereld gebeuren. En voor het geweld, de onderdrukking en de armoede zijn tienduizenden op de vlucht. Een revolutie duurt nooit maar een dag, soms betekent een revolutie jaren van oorlog en geweld, soms wel 80 jaar.

De Bijbel schetst ons een andere weg. In Egypte was de eerstgeboren zoon gestorven van hen die niet de geboden van de God van Israël waren gevolgd. Daar waar niet het bloed van het geslachte en gebraden lam aan de deurposten was gesmeerd was de engel des doods binnengegaan. En de overlevenden hadden de gelovigen in die God van Israël het land uitgejaagd, de woestijn in.

In de woestijn hadden ze de richtlijnen gekregen voor de menselijke samenleving. Jezus van Nazareth zou twee van die richtlijnen samenvoegen als samenvatting van heel de leer van Mozes: Heb God lief boven alles, en je naaste als jezelf. Een keus voor die geboden houdt dus ook een risico in. Want afzien van alle geweld tegen een ander maakt je kwetsbaar. Lees de psalmen er nog maar eens op na, de ene na de andere psalm klaagt over vijanden die de dichter belagen, maar roemt de God van Israël voor de vrijheid die deze schenkt. Je moet er dus in durven geloven, geloven dat die kwetsbaarheid, desnoods tot in de dood, uiteindelijk de overwinning zal brengen.

Want wat is het geloof anders dan consequent kiezen voor de liefde, voor het leven dus. Niet voor de dood van het hebben van geld of goederen. Geld of goederen houden niet van jou, ze schenken niks terug, ze zorgen niet voor je, ze voeden je niet als je honger hebt, ze geven je niet te drinken als je dorst hebt en ze verzorgen je niet als je ziek bent. Je ware geliefde doet dat wel. Niet met geld of goederen, want liefde is niet te koop, liefde is alleen te krijgen met liefde. En dan nog, het geven van echte liefde betekent dat je er niks voor terug wilt hebben. Dat de liefde ontvangen wordt is je genoeg. De glimlach in de ogen van iemand voor wie je iets goeds gedaan hebt is de rijkste beloning die je je kunt voorstellen.

Het gedeelte dat wij vandaag uit Deuteronomium hebben gelezen begint met de belofte dat het volgen van die Weg van de Liefde voorspoed zal brengen, rijkdom aan kinderen en vee, met een vruchtbaar land. Van een volk dat zo leeft gaat het goede uit, het is gezegend noemt de Bijbel dat. Dat volk wil de God van Israël met hart en ziel toebehoren en de richtlijnen voor de menselijke samenleving volgen. De geboden houden heet dat.

Over de term geboden nog even dit. Wij zijn groot geworden met het Romeinse, Heidense denken, over wetten en regels. Dat hebben we ook aan de Franse Revolutie te danken die uiteindelijk ook een Napoleon opleverde die een wetboek schreef waarin regels stond om te kunnen oordelen over het handelen van mensen. Elk handelen moest op dezelfde manier beoordeeld kunnen worden, elke wetsregel gold dus onder alle omstandigheden voor iedereen altijd op dezelfde manier. Zo denken wij nog steeds over wetten en regels. Maar de Bijbel heeft een andere benadering. Elke regel en elke wet heeft tot doel de Liefde van God tastbaar te maken voor de mensen. Elke regel geldt dus alleen als het de Liefde dient als mensen erdoor tot hun recht komen, als mensen recht wordt gedaan Het zijn richtlijnen voor een menselijke samenleving.

Moeilijk is het dus niet de wet van de liefde te houden, die wet is ook niet ver weg of ingewikkeld. Je hoeft er niet voor gestudeerd te hebben, ook levenservaring is niet nodig. Je hoeft alleen maar van jezelf te houden en te beseffen dat je maar één keuze hebt, de keus tussen leven en dood, kies dus het leven zegt het Bijbelverhaal. Dat hele verhaal gaat over het leven, het leven dat voortkomt uit de liefde en dat met geen mogelijkheid van die liefde vandaan te krijgen is. Zelfs de dood betekent niet het einde van de liefde voor jou, maar ook niet het einde van jouw liefde voor hen die je liefhebt. Die liefde blijft altijd bestaan, daarin schuilt het geheim van het eeuwige leven. Zonder liefde gaat alles dood, zonder liefde blijft er niks over, zonder liefde gaat zelfs alles stuk waaraan je waarde hecht. Kies dus vandaag voor het leven en laat hen die je liefhebt weten hoeveel je wel niet van ze houdt.

Hoe je kiest voor het leven en hoe je kiest voor een leven in liefde? Dat was ook eigenlijk de vraag die aan Jezus van Nazareth werd gesteld in het gedeelte dat we uit het Evangelie van Lucas hebben gelezen.

Wij behandelen liefde nog wel eens als een emotie. Je wordt verliefd, je gaat van iemand houden en dan betuig je liefde. Maar dat is niet de Bijbelse liefde, dat is geen emotie dat is een daad, een daad tussen mensen. Een daad om de ander te laten schitteren, zo schitteren dat er van gehouden kan worden, dat haat en onverschilligheid verdwijnen en de ander een gewaardeerde plek krijgt in de samenleving.

Dat is ook het antwoord dat in het overbekende verhaal over de Barmhartige Samaritaan wordt gegeven.. De man met zijn ezel en zijn denarieën maakten zoveel indruk dat je je afvraagt wat daar nu meer aan toe te voegen is dan weer een hartstochtelijk verhaal om je naaste lief te hebben als jezelf. Toch kan de Nieuwe Vertaling een aanleiding zijn om het verhaal ook weer eens als nieuw te lezen. Want wat gebeurd er?

Natuurlijk er is een geleerde die de wet goed kent. En er is Jezus van Nazareth die zegt dat je je niet alleen aan de wet moet houden maar in dit geval deze bijzondere wet ook gewoon elke dag moet doen. Maar wie is dan die naaste die je lief moet hebben als jezelf? De Samaritaan zijn we gewend te zeggen, die stopt, neemt het slachtoffer op zijn ezel en betaalt de verzorging in het hotel, die ziet in het slachtoffer dus zijn naaste. Maar Jezus vraagt wie de naaste is van het slachtoffer. Is dat een wedervraag op de vraag wie mijn naaste is? Is die geleerde dan soms het slachtoffer? Moeten we ons leren te verplaatsen in de positie van slachtoffers om te begrijpen wat het is om je naaste lief te hebben als jezelf? De vraag is dus niet wie jouw naaste is maar van en voor wie jij de naaste bent.

Vragen wij ons vandaag nog af wie heeft geleden voor de goedkope producten die wij kopen? Welke kinderen onze schoenen hebben gemaakt en welke vingers tot bloedens toe werden geprikt om onze T-shirts te maken? Of zijn wij als de leviet en de priester op weg om onze taak goed te vervullen zonder op of omkijken naar de slachtoffers langs de weg. Zolang we onze stem niet verheffen tegen de onrechtvaardige handelsverhoudingen zijn we nog niet in de positie van het slachtoffer en kunnen we ons nog steeds afvragen wie onze naaste is.

Pas als we weet hebben van de slachtoffers weten we ook van onze naaste. We zullen moeten gaan doen als de man die medelijden toonde met de naaste, want die zouden we zelf ook willen ontmoeten als het nodig is. Ook wij willen iemand die zijn ezel beschikbaar stelt als we gewond langs de weg liggen, die ons bevrijd van slavernij als we gedwongen in een bordeel zouden moeten werken, die de kettingen los maakt die ons vastketenen aan de naaimachines waar we de kleding voor de westerse markt in elkaar zetten.

Het is niet alleen de Wet die binnen ons handbereik ligt, ook de slachtoffers van het ontbreken van die wet zijn binnen ons handbereik. We lopen er gemakkelijk langs. Die Priester en die Leviet hadden ook regels, ze zouden onrein worden als ze een dode zouden aanraken, ze zouden dan hun dienst in de Tempel niet kunnen vervullen. En een dienst in de Tempel is immers een dienst aan God. Maar het verhaal van Jezus laat ons niet alleen zien wie onze naaste is maar ook hoe wij als gelovigen met ons regels en wetten moeten omgaan. Namelijk vanuit de slachtoffers van het ontbreken van de Wet van God, slachtoffers van goddeloosheid. Daarom heb uw naaste lief als uzelf, pas dan heb je God lief boven alles.

Samaritanen hadden daar al eerder een voorbeeld van gegeven. De Joden moesten niets van hen hebben, die Samaritanen verwierpen de geschriften en de boeken van de profeten en hielden allen nog de Thora in ere, de eerste vijf boeken van de Bijbel. Ze hadden hun eigen heiligdom op de berg Gerizim. Zo ongeveer dus als wij vaak tegen Moslims aankijken, ze erkennen Jezus als profeet van God, beweren dezelfde God als wij te aanbidden maar van onze Bijbel willen ze weinig of niks weten. Die Samaritanen werden op een zelfde manier door de Joden bekeken. Maar toen onder Koning Achaz de Samaritanen eens het leger van Israël hadden verslagen namen de Samaritanen geen wraak vertelt het boek Koningen ons, ze hadden de overlevende soldaten gevoed en gekleed en de gewonden naar Jericho vervoerd. De Wet van Mozes, de Wet van heb uw naaste lief als uzelf, was hen dus vanouds bekend.

Die Bijbelse liefde betekent niet anders dan het goede doen en niet dan het goede, het kwade verdrijven door het goede te doen. De genade van God is dat we er elke dag opnieuw mee mogen beginnen, dat we mogen weten dat er geen liefde is zonder God, dat God zelf ons de liefde zal ingeven. Zo mogen we meebouwen aan zijn Koninkrijk. Dat Koninkrijk dat zal komen en God zal zelf zijn tenten op onze aarde willen spannen, als er werkelijk vrijheid is voor alle gevangen en slaven, als er werkelijk broeder en zusterschap tussen alle mensen, wanneer alle mensen elkaar als gelijken zullen kunnen behandelen. Dan zullen alle tranen gedroogd zijn, dan zal de dood niet meer heersen. Tot die dag mogen wij voortgaan liefde te verspreiden als het zoutend zout, in onze gemeenschap die dan zal staan als een stad op een berg. Totdat hij komt,

Amen

Read Full Post »

Lezen: Jesaja 66: 10-14

              Lucas 10: 1-20

Gemeente,

Naar aanleiding van de aankondiging van deze dienst op facebook en de website vroegen een aantal mensen of hier ook al over de Brexit zal gaan. Wees gerust daar gaat het niet over, die Brexit is zover nog niet en de vraag is of het er ooit ook echt van zal komen.

Vragen naar de toekomst leven er altijd. Altijd is er ook de angst voor de toekomst. Er is een oud versje over, in het verleden ligt het heden en het nu wat komen zal. Dat was ook in de tijd dat het slot van het boek van de profeet Jesaja werd geschreven. De ballingen waren teruggekeerd uit hun ballingschap met de opdracht Jeruzalem en het land Israël weer op te bouwen. In de jaren van de ballingschap was er iets bijzonders gebeurd waar we vaak maar weinig bij stilstaan. Het volk was in ballingschap gevoerd omdat het de God van Israël in de steek had gelaten. Ze waren andere goden gaan aanbidden, hadden er beelden voor gemaakt en offers gebracht aan die beelden in de hoop dat het land vruchtbaar zou worden en de oogst overvloedig. Ze waren vergeten dat hun eigenlijke God de regen laat vallen op goede en op slechte mensen. Daar hoef je geen offers voor te brengen. Dat wat je van God hebt gekregen hoef je niet terug te geven in de hoop nog meer te krijgen. Het enige dat die God van Israël gevraagd had om wat jij had gekregen te delen met hen die door omstandigheden minder hadden gekregen. Maar dat je van delen rijk wordt ging er toen niet in en, wees eerlijk, dat gaat er nu ook vaak nog niet in. We leven vaak toch voor onszelf en niet voor de naaste.

In de ballingschap had een groot deel van het volk opnieuw de God van Israël ontdekt. Profeten als Jesaja, Jeremia en Ezechiël hadden hen daarbij geholpen. Uit alle delen van Israël waren verhalen en liederen meegenomen over de geschiedenis van het volk van Israël. Uit het koninklijk paleis en uit de Tempel waren de officiële documenten gered, tenminste voor een groot deel. Die verhalen verschaften het volk een identiteit tijdens de ballingschap. Jongen mensen als Daniël en zijn vrienden lieten zien dat als ze maar de richtlijnen van de God van Israël volgden ze hoge posities in de samenleving konden bereiken. En een Joods meisje werd zelfs gekozen tot Koningin, Esther. Zij slaagde er in het volk te behoeden voor een volkenmoord. Langzaam hadden de verhalen zich gevormd tot boeken, heilige boeken, de leer van Mozes was erin vastgelegd. Net als het verhaal over Koning Josia, die ontdekte dat die leer van Mozes vergeten was en gelukkig nog gevonden werd in een muur van de Tempel. Nooit zouden ze die leer van Mozes nog mogen vergeten, dat zou het definitieve einde van het volk betekenen.

Maar wat zou de toekomst de ballingen brengen nu ze teruggekeerd waren naar een stad die volledig in puin lag en een Tempel waar geen steen meer op de andere stond. Zou een nieuwe opbouw werkelijk helpen? Jesaja steekt ze een hart onder de riem. Juichen mag je! Ook zij die treuren mogen juichen, ja juist zij die treuren mogen juichen. Dat klinkt wat vreemd in onze oren. Als wij een geliefde hebben verloren dan moet het verdriet snel niet meer zichtbaar zijn, kop op, het leven gaat door, dat je niet meer huilt is toch zo sterk. Als dat vaak tegen ons wordt gezegd gaan we er nog in geloven ook en slikken we onze tranen in. De kans dat je er pijn in je buik van krijgt is dan overigens groot. Jesaja laat een andere kant zien. Zij die treuren om het verlies van Jeruzalem hebben des te meer reden tot juichen, Jeruzalem komt weer terug als stad van de vrede, als licht voor de volken waar de richtlijnen voor de menselijke samenleving zoals die in de leer van Mozes waren samengevat weer worden nageleefd en doorgegeven worden aan alle volken. De uittocht uit de ballingschap is niet de intocht in een wereld vol verwoesting en puin maar geeft nieuwe kansen op vrede en welvaart voor iedereen. Denk nu niet dat die treurenden waar ik het net over had, die een geliefde hebben verloren ineens moeten gaan juichen. Maar we moeten soms allemaal beseffen hoe erg het is een geliefde te verliezen. Tegen de tijd dat je dat onverschillig laat is het toch wel heel erg treurig met je gesteld. We moeten elkaar dus de ruimte geven voor het tonen van verdriet, mede lijden noemen we dat, niet sentimenteel maar omdat we houden van mensen die een ander liefhebben en over het verlies rouwen, net als die mensen uit Israël die heel verdrietig werden toen ze beseften dat ze het land, hun stad en hun God waren kwijt geraakt. In Psalm 137 vind je daar nog een prachtig lied over.

Het verdriet dat je kan hebben over een wereld vol ellende en geweld bracht ook Jezus van Nazareth in beweging. In zijn dagen raakten mensen verlamd door de machteloosheid iets te kunnen doen, blind omdat ze geen toekomst en geen levensweg meer zagen. Doof voor alle vrome praatjes over vrede bewaren met een overheid die door haar belastingen de armen steeds armer maakte.

In het Evangelie van Lucas wordt herhaaldelijk geciteerd uit de Hebreeuwse Bijbel, in de Christenheid bekend als het Oude Testament. Nu kent ook de schrijver van dit Evangelie kennelijk niet de oorspronkelijk tekst, of hij maakt het de lezers gemakkelijk om zijn bedoeling te herkennen, want hij citeert voortdurend uit een Griekse vertaling, de zogenaamde Septuagint. Volgens de overlevering was deze vertaling gemaakt door 72 geleerden in 72 dagen. Dat getal vinden we in dit verhaal terug. De 72 volgelingen van Jezus van Nazareth gingen er niet met het Nieuwe Testament op uit. Dat moest nog geschreven worden en het eind van de vier Evangeliën, de opstanding van Jezus uit de doden, had nog niet plaats gevonden. Voor Jezus van Nazareth zelf ging zijn Evangelie over de bevrijding van de armen, de genezing van de zieken, het voeden van de hongerigen, het kleden van de naakten en het bevrijden van gevangenen.

Met die boodschap, die je op bijna elke bladzijde van dat Oude Testament tegen kunt komen, gingen de 72 de wereld in. En niet met een waarschuwing voor individuele mensen die zich zouden moeten bekeren, maar voor steden en dorpen. Kennelijk moesten hele samenlevingen ingericht worden volgens het Evangelie van Jezus van Nazareth. Nu sluit het getal dat in dit verhaal wordt genoemd nog bij een ander verhaal uit het Oude Testament aan. In het verhaal over de uittocht uit Egypte, in het elfde hoofdstuk van het boek Numeri, wordt ook gesproken over 70 oudsten. Mozes besluit om zijn leiderschap gedeeltelijk te delen met deze oudsten. Het klagende volk, met onverzadigbare vreemdelingen bovendien, zou op die manier beter in de hand te houden zijn. Jezus van Nazareth deelt op bijna dezelfde manier zijn gezag met de volgelingen die hij er op uitstuurt.

Ze krijgen dan ook de verzekering dat ze net zo mogen optreden als hij, en dat wie naar hen luistert eigenlijk naar hem luistert. Daarmee is ook onze opdracht om te verkondigen bepaald. Het gaat niet om hogere tovenarij maar om bevrijding van de armen. De boodschap is niet dat je op de knieën moet om Jezus binnen te laten, maar dat je de handen uit de mouwen moet steken om de armen te bevrijden. En wie het niet wil horen die moet het zelf maar uitzoeken, daar schudden we de stof van onze voeten, we oordelen er niet over, we worden niet boos, wellicht is er een ander op een andere tijd die ze wel binnen laten maar we laten ons leiden door hen die ons willen horen. Want ook onze samenleving zal ingericht moeten worden op bescherming van de armsten in de wereld. Laten we daarom de onrechtvaardige tolmuren afbreken en het Koninkrijk binnen laten. Elke dag kunnen we er mee op pad, ook vandaag weer.

Die leerlingen van Jezus die er op uitgestuurd waren keerden enthousiast weer terug. In de naam van Jezus leek alles wel mogelijk. Ze kwamen uit een land vol duisternis waarin niemand er meer een gat in leek te zien en ze trokken nu een land in vol van onvermoede mogelijkheden. Jezus tempert hun vreugde. De ballingen uit de dagen van Jesaja moesten de stad en de tempel opbouwen met het zwaard in de ene en de troffel in de andere hand Jezus wijst zijn leerlingen op het kwade dat niet zomaar uit de wereld is gebannen, maar als ze blijven op de Weg die hij hun gewezen heeft dan horen ze tenminste bij die beweging die uiteindelijk zal helpen de hemel op aarde te brengen. In het verhaal van Lucas gaat het vervolgens in de richting van Jeruzalem, in de richting van Kruis en Opstanding. Duisternis zal nog eens over het land vallen. Maar uiteindelijk vinden de leerlingen de kracht en de moed om op pad te gaan om alle volken tot volgelingen van Jezus te maken. De Heilige Geest, de manier waarop Jesaja en waarop Jezus naar de wereld keken, maakte hen dat mogelijk. Ze leerden niet meer te kijken naar een wereld vol ellende, geweld, onrecht en onderdrukking maar leerden dat die wereld niet de laatste was die de mensen zouden zien. Ze leerden te vertrouwen op de komst van een nieuwe wereld, een wereld waar alle leed geleden is en alle strijd gestreden is. Een wereld die zo mooi is dat God er zelf zal willen wonen. Bij die beweging mogen wij ons ook aansluiten, elke dag opnieuw, de hongerigen voeden, de naakten kleden, de gevangenen bezoeken en de vreemdelingen gastvrij ontvangen. Uit een wereld vol moedeloosheid mogen wij optrekken naar het licht dat voor de wereld is gaan schijnen in het werk van Jezus van Nazareth. Vol vertrouwen, op weg dus.

Amen

 

 

Read Full Post »