Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for juni, 2016

Lezen: Jesaja 65: 1-9

              Lucas 8: 26-39

 

Gemeente,

Het is vandaag Vaderdag, maar dat is niet voor iedereen automatisch ook een feest. Natuurlijk in een gezin met vader, moeder en een paar kinderen zijn de stropdas, de sokken of een lekker luchtje best welkom. Maar als je vader niet meer leeft, is het pijnlijk, ook als je wat ouder bent want zelfs als je ouder bent zou je nog best eens met je vader van gedachten willen wisselen. Maar wat nu als je vader vertrokken is, waar bedank je hem dan nog voor? Of als je vader en moeder bij een scheiding zo veel ruzie hebben gemaakt dat je je vader niet meer mag zien? Of als je zelf vader bent en je kinderen vieren het veel liever in hun eigen gezin en dat jij als vader er nog steeds voor ze wil zijn dan kan vaderdag een pijnlijke dag zijn. In de kerk vieren we dat we een vader in de hemel hebben, zo spreken we onze God ook aan. Die Vader zorgt als een moeder voor zijn kinderen. Op de zondagsschool zongen we dat ook, Kinderen van één vader, reikt elkaar de hand, waar we mogen wonen in wat streek of land, hoe we mogen spreken, in wat tong of taal, kind’ren van één vader zijn we allemaal. Op zondagavond klonk het door de radio in het programma van dominee Spelbos. Een tegenwoordig nog heel actueel lied.

Maar de tijden zijn veranderd. Dat we één vader hebben met Marokkanen en Turken wordt stevig bestreden. Jesaja kan het mooi zeggen dat we een Vader hebben die er is zelfs als we hem niet aanroepen. In een tijd van ontkerkelijking, waarin zelfs het geloven in een God door enkelingen bestreden wordt, vraagt menig gelovige zich af wat er nu over is van dat visioen dat een profeet als Jesaja had geschilderd. Dat visioen waar gezegd wordt dat er een samenleving komt waarin alle tranen gedroogd zullen zijn, waar niemand dood gaat voor zijn tijd, waar alle tranen gedroogd zullen zijn. Het hele boek van de profeet Jesaja is doorspekt van dit soort visioenen. Iedereen kent wel het beeld van het kind dat speelt in het hol van de slang en de leeuw die samen in wei ligt met het lam. Jesaja schildert de ideale samenleving. Zo’n samenleving zal iedereen wel willen hebben. Maar je kunt kennelijk alleen maar dromen van een dergelijke samenleving. Als je alle ellende om je heen ziet dan is er toch maar heel weinig te merken van een dergelijke samenleving. In de dagen van Jesaja was dat nog erger, het volk was in ballingschap.

In de dagen waarover het gedeelte van vandaag werd geschreven was een aanzienlijk deel van de ballingen al teruggekeerd naar Jeruzalem. Maar ook daar was nog niet veel te merken van het visioen dat Jesaja zo prachtig had geschilderd. De stad werd opgebouwd maar zo staat elders in de Bijbel de bouwers hadden de troffel in de ene en het zwaard in de andere hand. Het is als het visioen dat we hadden toen de apartheid op instorten stond. Nelson Mandela was het gelukt in plaats van een burgeroorlog tussen zwart en blank een vreedzame overgang van het apartheidsregiem naar een geïntegreerde samenleving tot stand te brengen. Maar de krottenwijken waren nog lang niet verdwenen. Van een rechtvaardige beloning van zwarte arbeiders is nog nauwelijks sprake. Een eerlijke verdeling van kennis, inkomen en macht in het land is nog ver te zoeken. Kan het allemaal wel die mooie visioenen zoals die in de Bijbel staan, zoals idealisten ze ook in onze dagen weten te dromen.

Jesaja geeft in het gedeelte van vandaag een verrassend antwoord. Het ligt niet aan de visioenen, het ligt niet aan de God van Israël, maar het ligt aan mensen die er niet aan willen. Mensen willen wel mooie godsdienstige rituelen, offers brengen en mooie liederen zingen. Priesters in dure gewaden kleden en ingewikkelde rituelen laten uitvoeren, maar beantwoorden aan de richtlijnen die de God van Israël in de woestijn aan het volk had gegeven voor een menselijke samenleving is er niet bij. Ook in onze dagen bloeit de religie. Klankschalen, kleur therapieën, planteneters, persoonlijke groeiwijzen, betere geheugens, het komt allemaal voort uit religieuze overwegingen die niets te maken hebben met de richtlijn van heb uw naaste lief als uzelf. Ook zogenaamde Christelijke groeperingen kenden lange tijd die religieuze inslag van als je nu maar hard zingt en met de armen zwaait en op tijd halleluja roept dat komt het goed. Zij krijgen heel langzaam door dat daar het geloof in de God van Israël, het volgen van Jezus van Nazareth niet in zit. Maar je kunt elk moment beginnen die richtlijnen wel te volgen. De God van Israël houdt zijn handen altijd naar je uitgestrekt, maak er dus gebruik van.

Dat God ons ook als vreemdelingen wil helpen laat Jezus van Nazareth zien als hij op vakantie gaat naar het land van de Gerasenen

In veel Bijbelverhalen wordt met de naam die iemand heeft ook iets over de persoon zelf verteld. Met de naam “Jezus” is dat het geval, het betekent iets als “God bevrijdt” en ook met de naam van het land van de Gerasenen is dat het geval, het is gezien vanuit Israël het buitenland maar de naam betekent iets als “de beloning ligt aan het einde”. Als Jezus vraagt naar de naam van de man die zo hard roept dat hij niks met Jezus te maken wil hebben dan krijgt hij dan ook een antwoord dat iets vertelt over de man zelf. Legioen is de naam, want zo vertelt het Evangelie van Lucas, er wonen veel demonen in de man. De ontmoeting vindt plaats buiten de gemeenschap, in het buitenland, aan de overkant van het meer. Veel verder buiten de gemeenschap lijkt niet echt mogelijk. Een man zonder huis, die in grotten slaapt, zonder kleren, een man die bij de varkens verblijft, eenzamer en meer verlaten lijkt niet mogelijk.

De profeet Jesaja beschrijft die manier van leven als de manier waarop teruggekeerde ballingen zich opnieuw rond Jeruzalem hebben gevestigd. De bezetenheid van de man mag volgens Jezus overgaan op de varkens, die mag je immers toch niet eten, die dienen nergens voor in Israel. In dat buitenland overigens wel, ook de Romeinen waren er dol op en het zou wellicht voedsel voor de bezetter zijn geweest dat nu de afgrond in geholpen wordt? Voor ons zeggen namen niet zoveel, wij kiezen geen namen meer bij de persoonlijkheid van de mens. Doorvragen naar wie je eigenlijk bent gebeurt maar weinig. Maar juist dat vragen naar wie iemand is, kan mensen van hun angsten voor de samenleving afhelpen.

Wie is die moslim in onze buurt, wie is die hindoe die we tegenkwamen, of die man met die rare tulband. Worden die vrouwen met een hoofddoekje onderdrukt? Of vinden hun echtgenoten dat ze ze eigenlijk af moeten doen omdat hij dan van het gezeur af is. Vragen we dat weleens? Vragen we dat weleens aan hen? Gaan we weleens samen een kop theedrinken, of op een avond, na de Ramadan, samen eten? Of scharen wij ons achter vooroordelen van mensen die er belang hebben de angst aan te wakkeren in plaats van de angst weg te nemen en mensen een plaats in de samenleving te geven. Jezus vraag naar de naam, naar de persoon, is de inleiding tot een bevrijding van demonen. Wij weten dat angst die demonen voedt, neem vandaag dus iets van die angst weg en doe mee aan de bevrijding door Jezus van Nazareth.

Uiteindelijk is er nog een lange weg te gaan. Dan is het goed te weten dat er een vader is die voor ons wil zorgen zelfs als wij hem niet aanroepen. Iedere keer als we teleurgesteld worden door weer een verdrinking van zoveel honderd vluchtelingen, iedere keer als we weer horen van oorlogen en geruchten over oorlogen, iedere keer als mensen elkaar weer onrecht aandoen, dan hoeven we de moed niet te verliezen maar dan mogen we vertrouwen op een God die ook voor mensen wil zorgen als zijn hem vergeten zijn. Als we dat elke dag weer opnieuw beleven dan is het elke dag vaderdag, maar dan voor een vader die vader voor iedereen wil zijn. Met die Vader zal dan de eeuwige zomer aanbreken, de zomer waarin alle leed geleden zal zijn en elke strijd gestreden. Het wordt tijd om te oogsten, aarzel niet maar vat het werk aan.

Amen

 

Advertenties

Read Full Post »

Lezen:  Hooglied 4:16-5:8

               Lucas 7:36-8:3

 

Gemeente

Het boek Hooglied is het Hoge lied der liefde, zo heeft Maarten Luther het genoemd en over liefde gaat het daar. We horen de stemmen van de Hij, van de zij en van de vriendinnen van de zij, de meisjes. Hij heeft zijn bruid toegezongen als een besloten hof, net voor wij de lezing van vandaag hoorden. En je kunt het rond de Middellandse Zee nog wel tegenkomen, tuinen die omringt zijn door een hoge muur opgetrokken uit, schijnbaar lukraak opgestapelde, keien. Daar durf je zelfs niet overheen te klimmen. Een zeer effectieve afscheiding. Sommige handschriften noemen die gesloten tuin dan ook een gesloten steenhoop. Intimiteit op z’n best. Twee mensen die alles, maar dan ook helemaal alles met elkaar willen delen, maar dan ook alleen met elkaar. Daar hoort niemand tussen te komen en daar hoort al helemaal niemand misbruik van te maken.

Zij roept de noordenwind en de zuidenwind te hulp om door de hof te waaien zodat de balsems gaan geuren, dan kan haar lief in de hof komen, daar kan hij de zoete vruchten van de liefde proeven. En hij komt, en plukt zijn mirre en balsem, eet zijn honing en drinkt melk en wijn. Dronken van liefde mogen ze samen worden.

Een prachtig beeld, we zouden er uren bij willen stilstaan en van genieten, twee jonge mensen die zich in elkaar verliezen. Maar voor de zij in het Hooglied veranderd het liefelijke beeld in een kwade droom. Ze had haar kleed al uitgedaan, hij stak zijn hand voorzichtig naar binnen in de besloten hof. Maar toen ze opsprong om hem open te doen en de grendel van de deur voor haar lief te ontgrendelen was hij weg. Ze zocht hem maar vond hem niet. De wachters van de stad vonden haar en mishandelden haar, misbruikten haar misschien ook?

Misbruik wordt in onze dagen vaak verbonden aan de kerk. En de reactie op Twitter over dat misbruik is vaak dat het geloof wel afgeschaft kon worden want overal in de kerk is misbruik. Dat je zwembaden zou moeten sluiten of op z’n minst zwemlessen zou moeten verbieden hoor je nooit en zo zit het natuurlijk ook niet, ook niet in de kerk.

Dat we beducht moeten zijn voor misbruik staat wel vast. In de kerk, op het werk, in de straat en in de hulpverlening overal kan het voorkomen en overal dient het bestreden te worden. De geliefde die mishandeld wordt door de wachters van de stad is voor het leven getekend.

Maar zo af en toe hoor je van kerkelijke voorgangers die op grond van hun positie in de kerk mensen wijs maken dat intiem contact er bij zou horen, een teken van geloof zou zijn. Het is telkens weer schrikken als je dat hoort, het is misbruik van het ergste soort en mensen die het overkomt doen er goed aan het aan de grote klok te hangen. Mensen die er tegen bestand waren en het afwezen dienen het te rapporteren aan de kerkelijke autoriteiten, mensen die er voor bezweken zijn dienen aangifte te doen bij de politie. Het seksueel kleuren van godsdienst is het tegendeel van wat hier in het Hooglied verkondigd wordt. Dat twee mensen zo geweldig van elkaar kunnen genieten staat niet voor niets in de Bijbel. In het boek Hooglied wordt God niet genoemd want als mensen zo intens lief kunnen hebben dan hoeft God niet meer, die mensen gaan als het ware vanzelf op in God die immers liefde is.

Als kerkelijke vertegenwoordigers kinderen wijs maken dat seksueel contact bij hun kerkelijk vertegenwoordiger zijn of het geloof van de kinderen hoort is elke grens van het christelijk geloof overschreden. Dat er kerkgenootschappen zijn die dergelijke vertegenwoordigers als kerkelijke autoriteiten handhaven is onbegrijpelijk. In het licht van het Hooglied eigenlijk Godslasterlijk. Ieder mens verdient een nieuwe kans, elke dag en elk moment, en elk kerkgenootschap mag haar vertegenwoordigers best helpen als die hun gerechte straf hebben ondergaan. Maar er zijn banen genoeg waarin je de samenleving van dienst kan zijn. Het is ook een onderdeel van verkondiging van het verhaal van de Bijbel dat er ver afstand wordt genomen van het misbruik maken van mensen die aan kerkelijke vertegenwoordigers zijn toevertrouwd. Zij immers nemen een positie als pastor in en pastor betekent hier herder.

De herders uit de Bijbel hadden ook zo’n ommuurde tuin, zo’n besloten hof, tot hun beschikking, ze dreven er de schapen in en gingen gewapend met een stok in de enige ingang liggen slapen. Een verdediging tegen wilde dieren. Met hun eigen leven verdedigden die herders hun schapen tegen de gevaren van buiten. Wie zelf een bedreiging van de schapen is kan geen herder blijven. Mensen hebben het recht de aansporing van de meisjes uit het Hooglied in vrijheid op te volgen: “Wordt dronken van liefde”, alle mensen hebben dat recht, wij ook.

Maar hoe komen die almachtige mannen nu van hun almacht af en worden ze dienend aan hun geliefden? Dat is zelfs eeuwen na het ontstaan van het Hooglied, eeuwen ook na Jezus van Nazareth onze dienende herder bij uitstek, nog steeds niet eenvoudig. Het verhaal dat we over hem vandaag uit het Evangelie van Lucas hebben gelezen gaat daarover.

Er wordt van Jezus van Nazareth verteld dat hij omging met hoeren en tollenaars maar in het verhaal van vandaag lezen we hoe het hem vergaat als hij bij keurige mensen op visite gaat. Hij gaat bij een Farizeër op bezoek. Nou klinkt de titel Farizeër bij ons inmiddels een beetje hetzelfde als huichelaar, iemand die zich keurig voordoet maar het niet is. Dat is bij de Bijbelse Farizeërs niet terecht. Op heel veel punten kwamen de opvattingen van Jezus van Nazareth en de Farizeën overeen. De beweging van de Farizeën had ook de synagoge uitgevonden. In elke plaats, in elk dorp en elke stad, stond een gebouw waar de rollen met de boeken uit de Bijbel werden gelezen en bewaard en waar men samenkwam om te leren over het verhaal van Israel en wat daarvan in het leven van alle dag toe te passen. De Tempel in Jeruzalem was vanouds ver weg en wekelijks, of soms dagelijks, bij elkaar komen rond het oude verhaal in plaats van een paar keer per jaar leverde meer op. Jezus van Nazareth sprak vaak in de synagogen en later ging ook Paulus van Tarzus naar de synagogen die hij tegen kwam.

Het grote verschil was dat bij de Farizeën alleen de keurige burgers mee mochten doen terwijl Jezus van Nazareth er de nadruk op legde dat iedereen de weg van Liefde voor de naaste, het leven van delen, moest volgen en daarmee een plaats kreeg in de samenleving. Ook in het verhaal van vandaag wordt dat duidelijk. Een vrouw die kennelijk uitgestoten is uit de samenleving herkent in Jezus van Nazareth de mogelijkheid om weer een gerespecteerd en gewaardeerd lid van de samenleving te worden. Voor iemand die altijd met de nek wordt aangekeken en naar de rand van de samenleving wordt gedwongen een geweldige ervaring. Deze vrouw brengt dat tot uitdrukking door Jezus van Nazareth zijn voeten te wassen en vervolgens te zalven. Daarmee wordt die Jezus van Nazareth de Christus, de gezalfde. Overigens niet als een koning die op het hoofd gezalfd wordt maar als een geliefde die de voeten wordt gezalfd.

Die zalfjes van Christenen, zoals ze later genoemd zullen worden, stellen zich dus kennelijk niet als koningen op, maar als mensen van de Liefde. Zij geloven dat de Liefde voor iedereen mogelijk is, dat binnen de Christelijke gemeente het onderscheid tussen mannen en vrouwen, tussen vrijen en slaven, tussen Joden en Heidenen, verdwenen is. Het is het geloof dat het uiteindelijk met iedereen goed kan komen, wat iemand ook gedaan heeft. Ondanks de wrede bezetting door de Romeinen, ondanks de mishandeling door de wachters in de stad, ondanks misbruik dat van jou gemaakt is, of ondanks het misbruik dat jij gemaakt hebt, mag je in dat geloof in het goede in vrede je weg vervolgen door het goede te doen en niet dan het goede. Het kwade verdrijven door het goede te doen zegt Paulus dan.

Maar voor de machtige mannen is het niet zo eenvoudig. Voor hen moet je niet op het goede letten maar op het kwade. Dat is tenminste wat de Farizeeër bij wie Jezus op bezoek is hem voorhoudt. En dan laat Jezus van Nazareth zien waar dat op uit loopt. Jezus is gast, maar de gastheer heeft hem niet de voeten laten wassen. Dat moest die vrouw doen met haar tranen. De gastheer heeft zijn gast ook niet begroet met de gebruikelijke broederkus, dat moest de vrouw doen, onophoudelijk zijn voeten kussend. Het hoofd van de gast werd niet met olie ingewreven, dat moest de vrouw doen die de voeten van Jezus met geurige olie inwreef. Ze mag dan zoveel zonden hebben bedreven haar zonden zijn haar vergeven door de vele liefde die ze heeft betoond. Dat was kennelijk haar geloof, dat je liefde kunt tonen zonder dat daar misbruik van wordt gemaakt, zonder dat er misbruik van jou wordt gemaakt. Als je weinig liefde betoont hoeft er ook maar weinig worden vergeven. En uit het grote lied over de liefde dat Paulus heeft geschreven in 1 Corinthe 13 leren we dat de liefde zichzelve niet zoekt.

Hoe kun je nu zonden vergeven? Dat vragen de tafelgenoten van Jezus zich af. En aangezien ook Christenen worden geacht te vergeven wordt het ons ook gevraagd. Hoe kun je dat misbruik van kinderen, dat misbruik van gelovigen die aan je zijn toevertrouwd nu vergeven? Wordt er dan niet te gemakkelijk over Liefde gesproken? Jezus van Nazareth spreekt over vergeving in relatie met wat de vrouw, die als zondares bekend stond, had gedaan, ook over vergeving in relatie met wat de gastheer had gedaan. Door het goede te doen, door het geloof dat ondanks alles voortaan ook het goede gedaan kan worden en niet dan het goede, worden de zonden vergeven. Hoe meer het goede gedaan wordt, hoe meer de liefde voor de naaste wordt getoond zoals de Bijbel ons dat laat zien, hoe meer de zonden vergeven zullen worden. Vergeven gaat dus niet vanzelf, vergeven is dus niet een eigenschap van gelovigen, die vergeven alles. Nee die vergeven helemaal niet alles, die blijven hameren op de bekering, op het gaan van een andere weg als de kwade weg, op het gaan van de Weg van Jezus van Nazareth, de weg van de naaste liefhebben als jezelf, het goede doen en niet dan het goede.

Als iemand je het verwijt maakt dat je het kwade iemand blijft nadragen en dat je toch moet vergeven dan mag je gerust vragen naar het goede dat de ander getoond heeft, wie veel liefde laat zien wordt veel vergeven, wie weinig laat zien wordt ook weinig vergeven.

De maaltijd bij de Farizeeër waar Jezus werd gezalfd werd een begin. Het begin van het Koninkrijk van God. Samen met de twaalf zendelingen, apostelen in het Grieks, die Jezus had uitgezocht trok hij van stad tot stad. Maar die groep mannen, die groep vaders stonden niet alleen. Ze hadden een groep met name genoemde vrouwen die uit eigen middelen voor hen zorgden. Vrouwen die vrij waren van alle boze geesten. In die groep begon het onderscheid tussen mannen en vrouwen al te verdwijnen. Ze gingen op weg om het Koninkrijk van God te verkondigen, elders noemt Lucas dat het aanzeggen van de bevrijding van de armen. Wij mogen ons daarbij aansluiten, mannen en vrouwen, op Weg naar die nieuwe hemel en die nieuwe aarde, waar alle tranen gedroogd zullen zijn, waar alle wonden van misbruik geheeld zullen zijn, waar de dood niet meer heerst en waar de Liefde heerst in eeuwigheid.

Amen

 

 

Read Full Post »