Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for november, 2015

Lezen: Zacharia 14:4-9

             Lucas 1: 5-25

Gemeente,

We gaan op weg naar Kerstfeest. Eerst komt natuurlijk het feest van Sinterklaas, maar vol verwachting klopt ons hart voor het grootste geschenk dat we ooit kregen, de zoon van God zelf, daar kan geen cadeau tegen op, we zijn dus maar blij met het feest van de Sint, kunnen we ons met kerst richten op het geschenk dat alles overstijgt..

Denk nu niet dat alles met de geboorte van het kerstkind wel goed zal komen. Wij hadden een graaicrisis en we moeten er van leren maar volgend jaar gaat alles al weer beter. Dat wordt ons voorgehouden.

De mannen in de deftige pakken die de crisis hebben veroorzaakt, die ons hebben voorgehouden dat ze hun gang moesten kunnen gaan, dat hun creativiteit ons welvaart zou brengen, houden ons nu voor dat ze zelf de rotzooi kunnen opruimen en dat we ons geen zorgen hoeven maken.

Het tegendeel is het geval hebben we zojuist gehoord van de profeet Zacharia. Niet dat de profeet de crises die we nu hebben heeft voorspeld, want profeten voorspellen niet, ze spreken de waarheid. En de waarheid is dat als je niet meer de weg van God bewandelt als volk, je dan rampspoed op rampspoed zal tegenkomen. Dat was zo in de dagen van de profeet Zacharia, Jeruzalem werd ingenomen, de huizen geplunderd en de vrouwen verkracht, de helft van de inwoners werd in ballingschap weggevoerd. Soms lijkt het er op dat we in onze dagen zoiets opnieuw mee maken ook onze samenleving lijkt overhoop te worden gehaald door krachten die we niet kennen en die we niet kunnen bestrijden.

Maar de ellende is niet het einde van het verhaal. Als mensen in nood komen, als de mannen in de deftige pakken in de gevangenis zijn verdwenen of op de vlucht gejaagd dan kruipen de overgebleven mensen bij elkaar. Dan herinneren ze zich weer dat ze moeten delen van wat ze hebben om te kunnen overleven. Dat elk voor zich leven en graaien en grijpen alleen maar voert tot de dood. Daarom kan de profeet Zacharia zeggen dat de weg van de Heer weer de overhand zal krijgen. Dan zal iets gewoons als de landbouw op de Olijfberg, een bergketen worden die bescherming biedt.

Wij weten dan weer dat het niet gaat om flatscreens en golfbanen, maar om graan en groente. Dan herkennen we weer dat de hele wereld er eigenlijk om draait dat iedereen te eten heeft, van Jeruzalem tot aan de Asel, tot aan de einden der aarde. Het zijn best duistere tijden, maar als het donker het sterkst wordt dan gaat ons weer een licht op.

Als mensen zo in liefde samenleven en met elkaar weten te delen kan de wereld weer een paradijs worden. In het verhaal over het paradijs, de tuin waarin de mensen met God wandelden, werd verteld dat die tuin door twee rivieren omringt werd, hier wordt verteld dat er uit Jeruzalem twee rivieren ontspringen. God zal dus echt koning worden over de hele wereld. Overal zal het delen met elkaar, je naaste liefhebben als jezelf, als eerste regel gelden, liefde zal het leidend beginsel voor de volken zijn. Daarom kan er gezegd worden dat Jeruzalem hoog verheven zal zijn. Daar werden immers de richtlijnen van God voor de menselijke samenleving bewaard, gegraveerd op harde rotsen, onuitwisbaar in het hart van de wereld.

Dat principe van de liefde voor allen is niet stuk te krijgen. Dat principe is te zien in de zorg voor de zwaksten, de minsten op de aarde, de vluchtelingen, de slachtoffers van geweld en uitbuiting, de zieken en de stervenden. En het allermooiste is dat we allemaal mee mogen doen, niet op een dag in een onzekere toekomst, maar vandaag nog, het begint vandaag voor ieder die mee wil werken.

In de aanloop naar Kerstmis vraagt de kerk zich af hoe het ook al weer zit met de verwachting van de komst van het Koninkrijk van God. Die komst begon met de geboorte van Jezus van Nazareth maar ook die geboorte had een voorgeschiedenis.

Dat kerstverhaal begint met twee mensen uit het Priestergeslacht. Voorop in het verhaal van Jezus van Nazareth staat dus de Tempel in Jeruzalem. Want Priesters waren er voor om de mensen te helpen die richtlijnen van Heb-Uw-Naaste-Lief-Als-Uzelf, te blijven volgen. Dat Priestergeslacht was ooit begonnen met Aäron de broer van Mozes. Maar in de loop van de geschiedenis was die familie heel erg uitgebreid. Wij bepalen ons tot twee leden van die familie. De priester Zacharias en Elisabeth die nog van Aäron afstamde, een al wat ouder echtpaar dat geen kinderen had.

Ze doen direct denken aan Abram en Saraï die ook geen kinderen hadden maar aan het begin stonden van het verhaal over het volk Israël. En zo konden ook Elisabeth en Zacharia ook wel eens aan het begin staan van een geweldig verhaal. Ze worden in het Grieks “rechtvaardigen” genoemd en om rechtvaardigen gaat het meestal in de Bijbel.

Die Herodes was wel Koning der Joden, maar het was geen Jood. Hij kwam uit Edom en stamde dus af van Esau de broer van Jacob die Israël zou worden. We hebben ook van nog een profeet gehoord die Zacharia heette, van zijn droom hebben we ook gelezen, En zo vinden we in het begin van het verhaal dat Lucas ons vertelt de Koning, de Priester en de Profeet. Samen staan ze rond de Tempel in Jeruzalem. Maar de betekenis van de Tempel was lang onvruchtbaar gebleven. De bezetting van de Romeinen was steeds verstikkender geworden. Mensen durfden geen kinderen meer te nemen, elke kind betekende een extra belasting die moest worden betaald. Aan die angst kwam nu een einde.

Terwijl Zacharias in de Tempel dienst deed kreeg hij een visioen, een droom dat er toch een kind geboren zou worden, een kind dat apart gezet zou worden, zoals Simson ooit apart gezet was, een kind dat de bevrijding van het volk zou aankondigen, een kind waarmee de bevrijding zou beginnen.

Want al die uitspraken van die engel, boodschapper van God, zijn uitspraken die je in het Oude Testament, de Hebreeuwse Bijbel kan terugvinden. En als je de hele schrift hebt om voor je te spreken dan doe je er het zwijgen toe, dan heb je zelf niets meer te zeggen. En zo gaat het met Zacharias: hij kon geen woord meer uitbrengen.

Veel geleerden hebben zich overigens afgevraagd waarom Elisabeth zich verborgen hield, maar de betekenis daarvan komt waarschijnlijk pas aan het licht als we het verhaal van Lucas verder lezen en zo ver zijn we nog niet.

Vandaag houden we op bij Elisabeth die sprak zoals ooit Rachel sprak toen zij moeder werd van Jozef: “God heeft weggenomen mijn schande”.

In een samenleving waar de gelijkheid van man en vrouw werd ontkend, waar men niet kon geloven dat God man en vrouw naar zijn beeld had geschapen, was het een schande als een vrouw geen kinderen had. Van Abraham en Sara, van de ouders van Samuël, van de ouders van Simson en van Zacharias en Elisabeth zouden we moeten leren dat die schande onzin is.

Als we werkelijk gaan leven zoals God dat in zijn richtlijnen voor de menselijke samenleving heeft gewezen, als we werkelijk van onze naaste gaan houden als van onszelf, als we gaan leven voor de minsten op aarde, dan gaat de onvruchtbaarheid voorbij, dan breekt nieuw leven aan, dan komt er namelijk een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. In dat verhaal kunnen we dus ook vandaag mee gaan op de weg naar het Kerstfeest.

Op weg ook tot de dag komt dat de aarde zo mooi zal zijn dat God zelf op deze aarde zal willen wonen. Daarvoor stuurt hij eerst zijn zoon, om ons te leren wat er voor moeten doen, als wij tot aan de einden der aarde zijn gegaan om mensen mee te krijgen met zijn Koninkrijk dan zal dat Koninkrijk ook komen. Er moet dus nog veel worden gedaan, aan het werk dus.

Amen

Advertenties

Read Full Post »

Lezen: Spreuken 6:1-19

            Marcus 4: 26-34

Gemeente,

Mooi is dat. Een dankdag voor gewas en arbeid. In veel delen van onze Protestantse Kerk Nederland werd die afgelopen woensdag gevierd. Het is mooi dat de oogst langzamerhand binnen is en dat er mensen zijn die nog werk hebben, daar mag God voor bedankt worden want alles wat we krijgen krijgen we immers uit Gods hand.

Maar is die dankdag alleen voor mensen die geoogst hebben of die nog hard werken in een betaalde baan? Hier in Winkel werd het verzoek tot het vieren van een dankdienst voor gewas en arbeid gedaan door de missionaire werkgroep. Die probeert aan de buitenwereld te laten zien wat een kerkelijke gemeenschap als deze betekent en dat het ontvangen van een oogst en beloning voor het werk betekent heeft in een kerkelijke gemeente een speciale betekening.

Wie oppervlakkig de lezing uit het boek Spreuken heeft beluisterd zal snel denken dat de oproep om jezelf geen rust te gunnen gevolgd wordt door de oproep naar de mieren te kijken, we zijn dan allemaal lui niet waar. Maar dan heb je het toch niet helemaal goed verstaan. We zien graag de splinter in het oog van de ander en vergeten daarbij zo gemakkelijk de balk in eigen ogen te zien. Het gedeelte dat we vandaag uit het boek Spreuken hebben gelezen beschrijft een oorzaak van de bankencrisis die we eigenlijk nog steeds hebben. Het gaat over het borg staan voor een ander.

Uitgangspunt daarbij is de gewoonte om de ander te helpen. Als er pech is met de oogst, als er ziekte is geweest of als er rovers zijn langs geweest kan het zijn dat je echt met elkaar moet delen om de komende winter te overleven. Maar waarom zou je weggeven als er ook geleend kan worden. Natuurlijk willen de uitleners enige zekerheid en iemand die borg kan staan is een zekerheidje.

Degene die borg staat loopt bij het borg staan het grootste risico. Die raakt eigenlijk gevangene van zijn borg. Als degene voor wiens lening borg wordt gestaan lui is en er met de pet naar gooit is de borgsteller een heleboel geld kwijt. Dan kan de borgsteller zelfs tot armoede vervallen. De Spreukendichter waarschuwt daartegen: maak je vrij van de borgstelling heet het hier en als waarschuwing kan de oproep gebruikt worden om tegen een luiaard te zeggen dat die maar eens naar de mieren moet kijken. Die helpen elkaar, vormen duidelijk een gemeenschap maar werken ook allemaal even hard. Daar hoeft niemand borg te staan omdat iedereen wil inspringen om pech of mislukkingen op te vangen ten behoeve van de hele gemeenschap.

Zo wil de God van Israël graag het volk zien functioneren. Gun jezelf dus geen rust om op deze manier en met deze argumenten van de borgstelling af te komen. Banken doen het anders. Eerst keken ze naar de winsten die ze gemakkelijk konden maken met het uitlenen van hypotheken. Elk mogelijk risico werd verwaarloosd. Nu de prijzen zijn gedaald hebben de banken veel geld verloren. Maar ook nu wordt niet naar de werkelijkheid gekeken.

Ondernemers met een goed lopend bedrijf kunnen nauwelijks meer iets lenen om hun bedrijf op orde te houden. Mensen die een huis willen kopen moeten zelf maar sparen om het hele bedrag bij elkaar te krijgen, kijken naar de verhouding tussen inkomen en de werkelijke waarde van het huis is er nauwelijks bij.

We leven dus nog steeds in een samenleving waarbij iedereen op de eerste plaats kijkt naar het mogelijke eigen gewin. Niemand kijkt bij het handelen naar wat de gemeenschap nodig heeft. Dat we gezonde bedrijfjes nodig hebben om te zorgen dat er mensen zijn die zonder veel risico leningen en hypotheken kunnen aflossen lijkt iedereen te vergeten op het moment dat er niet te veel winst moet worden gevraagd. Hulp bij het draaiend houden van onze op geldstromen gebouwde samenleving is er niet bij. Cultuurveranderingen bij banken is niet te verwachten. We staan samen borg voor wat de banken denken dat goed is om te doen. Als een bank in problemen komt is het immers de staat die moet redden en inderdaad, wij allemaal lopen dan het risico tot armoede te vervallen. voorlopig kunnen we het nog afschuiven op zorgbehoevende bejaarde en chronisch zieken en gehandicapten. Maar ook daar komt eens een einde aan. Misschien moeten we de bankcultuur wel samen veranderen, zoals Spreuken oproept om te doen.

Maar als we dat zo goed weten waarom doorzien we die leugenaars, die kwaadsprekers, die zaaiers van tweedracht niet wat sneller. We laten ons zo vaak bedriegen, zo vaak trappen we in propaganda, zo vaak lopen we haatzaaiers en kwaadsprekers achterna. Jezus van Nazareth gaf zijn volgelingen daar zelfs een aparte waarschuwing voor “oordeel niet, want zoals ge oordeelt zal je geoordeeld worden” Dat zou je moeten vrijwaren van kwaadsprekers. Maar helaas, vaak heeft deze waarschuwing van Jezus van Nazareth het tegengestelde effect.

We stellen ons de vraag wie wij zijn om een ander een leugenaar te noemen. Wat houdt ons tegen om slechte zaken te benoemen het kan toch niet altijd kwaadsprekerij genoemd worden? Onze maatstaf is toch de God van Israël, niet wij maken uit wat goed of wat slecht is, maar de God van Israël.

En wat de God van Israël goed of slecht vindt, in dit geval alleen slecht, vinden we in het tweede gedeelte van het stukje dat we vandaag gehoord hebben. Zeven dingen worden er genoemd, zes en zeven zijn bedoeld om de aandacht te trekken. Ogen die hooghartig kijken, wij zijn beter dan de ander, worden gehaat door God, zeker als die gepaard gaan met een tong die liegt, of handen die onschuldig bloed vergieten, bijkomende schade in geweld tegen hen die geweld gebruiken. Een hart dat zich bezig houdt met het kwade, niet met het goede, voeten die zich naar misdaad reppen of misdaad een zaak is waar we voortdurend vol van moeten zijn.

En waarvan zijn we getuige? Getuigen die liegen zijn dan een pest, dan kun je niemand meer vertrouwen, je kunt ze herkennen aan het stoken tussen mensen, die is goed en die ander is slecht. Alle mensen zijn immers broeders en zusters. Zo mogen we de wereld nu eens anders bekijken. Niet door de ogen van kwaadsprekers, leugenaars en haatzaaiers , maar door de ogen van God, met de liefde voor de minsten, met liefde voor elk mens, net zo lief als je jezelf hebt.

Dat Koninkrijk van God steekt overal bovenuit, daar is niks geheimzinnigs aan, integendeel iedereen mag meedoen, iedereen heeft er deel aan De gelijkenissen die Jezus van Nazareth er over uitgesproken heeft zijn beroemd geworden. Onder bijbeluitleggers soms ook wel een beetje berucht. Want wat moet je nou met een gelijkenis als die van het mosterdzaadje. Zeker op een dankdag voor gewas en arbeid. Zo klein is dat zaadje helemaal niet. En van een boom kun je al helemaal niet spreken als je over de mosterdstruik spreekt. De heggemus zou er in kunnen nestelen maar dat er vogels onder het bladerdak kunnen schuilen zou eerder van onkunde dan van een prachtig beeld getuigen.

Maar de bijbelstudie bewandelt soms vreemde wegen. Een tijd geleden vonden ze in Israel het zaad van een dadelpalm. Genetisch niet echt te onderscheiden van de dadelpalmen die we tegenwoordig kennen. Wonder boven wonder bleek het zaad na eeuwen ook nog kiemkracht te bezitten. Het zaad werd gezaaid en opgekweekt en wat bleek, in Bijbelse tijden zag de dadelpalm er toch wat anders uit als tegenwoordig, je zou zonder genetisch onderzoek niet denken dat het dezelfde planten zijn.

Waarom zou het niet zo gegaan zijn met de mosterdplant. We kennen overigens wel twee mosterdsoorten, de gele die hier veel voorkomt, waardoor we denken dat de gelijkenis niet klopt, en de bruine. Het zaad van de bruine mosterd is de helft van het zaad van de gele mosterd, wel klein dus. Van die bruine mosterd zijn hele hoge struiken, tot drie meter hoog bekend, en door reizigers die ze ooit zagen bij het meer van Genesareth, waar Jezus woonde, werd ooit in dagboeken geschreven over mosterdbomen. En dan klopt die gelijkenis dus wel.

En of de biologie van de verhalen nu precies wel of niet klopt is eigenlijk niet zo belangrijk, het gaat in de Bijbel om de boodschap. Karel Eykman begon een hervertelling van deze gelijkenis voor kleuters eens met de zin “Ik heb een boom in mijn hand” En zo is het maar net. Een klein zaadje heeft een enorme potentie. In Nederland zou je misschien beter kunnen denken aan de beuk. Wie een oude beuk met haar geweldige omtrek en een hoogte van misschien wel 25 meter heeft gezien kan zich nauwelijks voorstellen dat dat ooit is begonnen met een simpel beukennootje, zo’n pitje waar je een handvol makkelijk kan meenemen.

Zo’n omvorming van een bijbels beeld naar iets dat we kunnen begrijpen is minder vreemd dan het lijkt. Voor sommige beelden zijn in sommige talen nu eenmaal geen woorden beschikbaar en dan gebruiken de vertalers een beeld dat er op lijkt en dat in de betreffende cultuur dezelfde betekenis kan hebben. Wij hebben dus de kracht van een beukenootje ter beschikking en als we het uitzaaien hoeven we ons niet af te vragen hoe het verder zal groeien.

Maar het beeld van het Koninkrijk van God als een boom waarin vele vogels kunnen nestelen heeft nog een kant die belicht moet worden. Die boom is niet van iemand, misschien van God. Die boom staat dan voor de aarde. Iedereen mag die bewonen. Het is een boom die gedeeld moet worden en mag worden. De schaduwkracht van de boom kan gedeeld worden, de vruchten van de boom moeten gedeeld worden.

En dan zijn we weer bij de dankdag voor gewas en arbeid. We danken God dat er arbeid was, we danken God dat er gewas is opgegroeid. Wij mogen daaraan deel hebben, of we nu gewerkt hebben of niet, of nu gewas hebben verzorgd of niet. In een mierenhoop scharrelen allerlei mieren rond, als je goed kijkt zie je dat er sommigen zijn die wel heen en weer rennen maar eigenlijk nooit wat bijdragen aan de voedselvoorziening in de mierenhoop. Die mieren horen er ook bij.

Dat wat we gekregen of verdiend hebben mogen we dus delen. We mogen dus deel uitmaken van de mosterdboom die schaduw geeft en mosterdzaad. We zijn daarin niet gevangen, maar we verdienen er vrijheid door. Als er voor alle hongerigen, alle dorstigen, alle naakten, alle gevangenen, alle bedroefden wordt gezorgd dan wordt er ook voor elk van ons gezorgd. Het is ons in Jezus van Nazareth voorgedaan, tot in de dood toe. Het gaat er dus niet om van elkaar afhankelijk te worden, God wil geen aalmoezen maar gerechtigheid, het gaat er om een samenleving zo in te richten dat niemand de ander kan bedriegen, dat er voor iedereen plek is. Dan wordt de aarde zo mooi dat God er zelf zal willen wonen zegt het boek Openbaringen. Daar mogen we voor danken, danken door er aan te werken, we beginnen vandaag nog.

Amen.

Read Full Post »