Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for september, 2015

Lezen: 2 Koningen 2: 1-18

            Marcus 9: 38-50

Gemeente,

Afgelopen week was het vredesweek. Het thema was “Samen” Naast allerlei initiatieven om buren elkaar te leren kennen speelde de vluchtelingenproblematiek natuurlijk ook een rol. De komende week is door Kerk in actie zelfs uitgeroepen tot week van de vluchteling. Er verscheen ook een lied met een citaat uit een toespraak van de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb. Hij zei: “Niet verdeeld maar samen, niet met wapens maar met woorden, niet met haat maar met liefde. Niet verdeeld maar samen, niet met wapens maar met woorden, niet met haat maar met liefde”

Als je dat op je laat inwerken heb je de preek van vanmorgen eigenlijk al gehoord. Maar er staan op het leesrooster nog een aantal verhalen die ook aansluiten bij dit thema.

Mooie verhalen staan er steeds op het Oekumenisch leesrooster. Speciaal de alternatieve reeks voor kinderen die in deze dagen gaan over Elia en Elisa. Vorige week werd de kinderen verteld dat Elia tegen Achab opstond nadat Achab zich meester had gemaakt van de wijngaard van Nabot en dat de honden het bloed van Achab van de straat zouden oplikken. Mooie verhalen,

Maar hoe loopt het nu met profeten zelf af? Ze kunnen wel een grote mond opzetten zoals Elia tegen Achab en Achazja had gedaan maar hoe loopt het dan met iemand af die zich daar zo voor heeft ingezet. Er is ook altijd een omgeving die je met je meedraagt. Wie wel eens heeft gelezen in het boek Verzet en Overgave van de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer weet dat die ook in het concentratiekamp waar hij was opgesloten vanwege zijn verzet tegen de Nazi’s meeleefde met zijn verloofde en met zijn vrienden, ja zelfs met zijn gemeente en zijn volk.

Zo gaat het in het verhaal van vandaag ook tussen Elia en Elisa. Kennelijk is het duidelijk dat Elia moet gaan, zijn dagen zijn geteld. Elia vraagt of het duidelijk is, andere profeten komen vragen of het duidelijk is en ook Elisa weet dat het zo is. Maar Elisa neemt geen afscheid, Elisa gaat niet zijn eigen gang tot het eind toe blijft hij samen met Elia. En als je iemand alles hebt geleerd blijft nog de vraag wat je in hemels naam voor iemand kan doen. En dan vraagt Elisa iets uitzonderlijks “dubbel in de geest van Elia delen”. Wat moeten we ons daarbij voorstellen?

Het antwoord zit volgens sommige geleerden in het erfrecht van Israël. Daar kreeg de oudste zoon twee keer zoveel als de andere zonen. Elisa wil kennelijk als oudste zoon behandeld worden. Maar misschien zit het antwoord op de vraag naar de betekenis ook wel verstopt in het antwoord van Elia. Het hele verhaal gaat immers over twee mannen die elkaar niet los willen laten maar tot het eind toe voor elkaar willen blijven zorgen. En is de zorg van Elisa wel tot het eind toe? Zal dat gebeuren? Elia zal er niet over kunnen oordelen, beiden weten ze dat het gaat gebeuren maar niet hoe en hoe lang het nog zal duren.

De bereidheid vol te houden tot het einde is de maat voor de erfenis. Als je dat voor een vreemde, voor je leermeester over hebt dan ben je inderdaad de erfgenaam. Later als Jezus van Nazareth op het punt staat gevangen genomen te worden vraagt hij ook aan zijn leerlingen om bij hem te blijven tot het einde. Die leerlingen zijn daartoe niet in staat. En aan het kruis zal Jezus van Nazareth uitroepen dat zelfs God hem verlaten heeft. Dat bij iemand blijven tot het einde, zoals Dietrich Bonhoeffer bleef bij zijn vrienden en zijn overtuiging dat de Nazi’s fout waren, zoals Elisa bij Elia moest blijven maar ook zoals Elia voor Elisa wilde blijven zorgen is de maat voor de vraag of je het werk mag voortzetten.

Daarbij mag je best bedenken dat Jezus van Nazareth zijn leerlingen had  voorgehouden dat wat je de minste aandoet hem aangedaan wordt. Kiezen voor samen in plaats van haat ligt voor gelovigen dus voor de hand.

De leerlingen van Jezus van Nazareth hielden dat aanvankelijk niet vol. Zij moesten het leren, door de dood van Jezus van Nazareth heen, die hen niet bleek los te laten. Door dat leerproces mogen wij er van profiteren en blijven zorgen voor de zwaksten in onze samenleving ook al lijkt het niet te helpen, ook al komt er een einde aan het leven van hongerigen en zieken. We blijven doorgaan, dan zijn we erfgenamen, ook vandaag.

Elia bleef strijden voor het Israël zoals God dat had bedoeld. Hij werd, net als Henoch en Mozes ooit en Jezus van Nazareth veel en veel later, opgenomen  in de Hemel. Er was geen graf van hen te vinden waar mensen om hen konden treuren. Nee hun werk voor een samenleving van mensen waar de richtlijnen van God zouden worden toegepast , de richtlijn van Heb-Uw-Naaste-lief-als-Uzelf, moest worden  voortgezet. Het had dan ook geen zin op zoek te gaan naar het graf van de mensen die zich zo hadden ingezet voor de samenleving van en met God.

Dat is wat Elisa de andere profeten probeert duidelijk te maken, hij is voortaan bekleed met de mantel van Elia, het symbool van de taak die hij op zich heeft genomen. En net als de opvolger van Mozes, Jozua, had gedaan splijt hij het water van de rivier om doortocht te verlenen aan die nieuwe taak. Bij Jozua trok op die manier de Ark met die Wet van de Woestijn het land binnen dat overvloeide van melk en honing. Elisa gaat dan ook naar Jericho de stad die viel door de strijd die God had bevolen. Door er zeven dagen zeven keer omheen te trekken en de bazuinen te laten schallen, alsof een nieuwe schepping was geboren.

Daarom ook vertelt het verhaal over Jezus van Nazareth dat zijn graf leeg gevonden werd. Want waarom zou je de levende bij de doden zoeken? Het werk van Mozes,  de bevrijding van het slavenvolk uit Egypte en de richtlijn samen te delen en te zorgen voor elkaar, leeft tot op de dag van vandaag. Het werk van Élia, die de koningen van zijn tijd onophoudelijk bleef aanspreken op recht en gerechtigheid, leeft ook vandaag de dag nog en het werk van Jezus van Nazareth die de Liefde voor de naaste door de dood heen wist vol te houden heeft zijn invloed op de hele bewoonde wereld tot op de dag van vandaag.

Het gaat in de Bijbel niet over de doden die we hebben achtergelaten, het gaan om de levenden met wie we op weg zijn en over het doel waarheen we op weg zijn. Het gaat over die nieuwe aarde en de nieuwe hemel waar alle ongerechtigheid zal zijn verdwenen, waar geen honger meer zal zijn en geen lijden. Waar de dood verdwenen is en de tranen zijn gedroogd. En met recht en gerechtigheid mogen we vandaag beginnen, misschien toch een gevangene van  Guantanamo in ons midden een nieuwe kans bieden. Laten zien dat we dat kunnen zodat jonge mensen uit andere culturen opnieuw het vertrouwen krijgen dat ze met ons kunnen samenleven op deze aarde. Op die manier slaan wij de mantel om van Elia en leven we in de Geest van Jezus van Nazareth. Mensen behandelen als afval is toch het ergste dat er is.

Ten zuiden en ten westen van Jeruzalem lag het dal Hinnom. Hier brandde dag en nacht een groot vuur waar al het afval van Jeruzalem in werd verbrand. Vanouds was hier een offerplaats voor de afgod Moloch. Daar werden kinderen als offer in het vuur geworpen. Ook werden er lijken van veroordeelde misdadigers verbrand, ze hoefden dan niet begraven te worden. De plaats werd Gehenna genoemd en was zo verschrikkelijk dat Gehenna ook de naam van het dodenrijk werd.

Als Jezus van Nazareth over de Gehenna spreekt dan heeft hij het over een verschrikkelijke plaats die al zijn toehoorders helder voor ogen stond. Je kunt dus beter je handen af hakken dan als misdadiger in het vuur van de Gehenna geworpen worden. Zo verschrikkelijk moet het voor je zijn als je niet meer de Weg volgt van het houden van je naaste als van jezelf. Toch heeft ook dat onblusbare vuur van die verschrikkelijke plaats Gehenna iets goeds.

Het reinigt de stad zoals zout het voedsel reinigt en behoed voor bederf. Al het dode afval in de stad laten rotten maakt de stad onleefbaar. Daarom moeten wij er voor zorgen het zout in onszelf niet te verliezen. Dat betekent dat je telkens weer de Weg op moet gaan van Jezus van Nazareth. Dat je eens van die weg afdwaalt is erg, maar niet onherroepelijk, op elk moment kan ieder van ons zich weer omkeren, bekeren heette dat ook wel, om weer die Weg op te gaan. In elke gemeenschap van mensen die zich niet om zichzelf maar om de ander als eerste bekommeren dien je de vrede te bewaren.

Onderlinge strijd kost immers energie die ten koste gaat van de zorg voor de minsten, het laat ook niet zien hoe een samenleving waarin iedereen kan meedoen en waar oog en oor is voor de minsten er uit kan zien. Allen samen dus. Oog en oor voor de minsten in de wereld is waar Jezus van Nazareth ons om vraagt. Daar is zijn vader, bij de armen in Europa, bij de vreemdelingen onder ons die worden buitengesloten, bij de vluchtelingen die wanhopig de oorlog, onderdrukking en armoede ontvluchten, bij de kinderen op de wereld die worden uitgebuit en misbruikt. Daar horen wij ook te zijn want hen verwaarlozen is het ergste wat ons kan gebeuren. Werk genoeg, wacht dus niet, vat het werk aan.

En hier zou dus het Amen moeten worden uitgesproken. Maar na donderdag vond ik dat toch een beetje goedkoop. U staat immers voor een belangrijke keuze. Een vergadering van gekozen volksvertegenwoordigers is onmogelijk gemaakt door een groep schreeuwende burgers. Aan u de keuze, sluit u zich bij hun aan en probeert u samen met hen de angst en de onvrede op een juiste manier over te brengen, kiest u er voor om te zwijgen, daar zijn vele redenen voor, bij mij zou mijn hartfalen een belangrijke reden zijn, of kiest u er voor om samen met zo veel mogelijk burgers van Purmerend te laten zien dat er ook mensen zijn die vluchtelingen een menswaardige opvang gunnen, ook in Purmerend, er komt een inspraakavond op 6 oktober. Het is niet aan mij om u een keus op te dringen, integendeel, over de keus die elk van ons maakt dienen we elkaar ook niet te verketteren. In Alkmaar hebben we sinds 1988 een AZC, in de begintijd ben ik daar zeer nauw bij betrokken geweest en altijd ben ik het blijven volgen. Na de dienst, bij de koffie wil ik best mijn ervaringen delen en vragen beantwoorden. Dat is het Amen dat nu past denk ik, Amen.

Advertenties

Read Full Post »

Lezen: 1 Koningen 21: 20-29

             Marcus 9: 30-37

Gemeente

Het is vandaag vredeszondag. In heel veel kerken vraagt men zich af hoe de vrede te brengen in een wereld vol oorlog, geweld en onderdrukking. De Bijbel helpt ons daarbij. Wij kijken naar de oude verhalen door de ogen van Jezus van Nazareth, die zelfs toen hij werd verraden weigerde zijn volgelingen het zwaard te laten opnemen. Maar Jezus deed dat ook om de oproep van de profeten, de roep van de God van Israël te beantwoorden. Die profeten spraken de machtigen en de rijken aan. Ook Jezus heeft die boodschap herhaalt, er zijn mensen die het goede al in dit leven gekregen hebben en waar de God van Israël zich dus rustig van kan afwenden.

Maar zouden wij dat ook durven? Zomaar tegen mensen te zeggen dat ze rijk zijn en zich moeten schamen? In de taal van de profeten: Wee u gij rijken, gij die akker aan akker voegt en huis aan huis tezamen bouwt.? Vaak zijn we zelf afhankelijk van die rijken, de meesten van ons zijn immers loonslaven en we kijken wel uit de aandacht op ons te vestigen. Alleen als we het samen kunnen doen dan durven we soms. De telefoons bij Vluchtelingenwerk, bij het Centrum opvang Asielzoekers, bij het Rode Kruis stonden roodgloeiend van mensen die wilden weten waar en hoe ze konden helpen. Bij de inzamelingspunten van welkomstpaketten konden ze de stroom bezoekers maar nauwelijks aan.

In de Bijbel zijn het de profeten die tegen alles in hun nek durven uitsteken en de rijken en machtigen durven aanspreken op het kwaad dat zij doen. Elia was zo’n profeet.

Elia is een diplomaat, de scherpe straf die God hem opdraagt te brengen aan Koning Achab, ”de honden zullen jouw bloed oplikken op de plek waar ze ook het bloed van Nabod hebben opgelikt”, brengt hij in keurige diplomatieke taal over. Het is niet minder effectvol. “Je hebt een moord gepleegd” is het oordeel van Elia.

Wij durven meestal zelfs die diplomatieke taal van Elia niet tegen onze bestuurders te gebruiken. Want net zomin er Godslastering was te vinden bij Nabod, daar werd hij van beschuldigd, waren er massavernietigingswapens te vinden in Irak, de reden toch om met dat land een oorlog te beginnen.

Maar dat soort fouten maken leidt in de Bijbel zelden tot een eeuwige veroordeling. Als je dat soort fouten maakt hoeft het verhaal niet slecht af te lopen. In dit geval toont Achab berouw, hij laat op gepaste wijze zien dat hij verdriet heeft, hij trok een boetekleed aan. Dat moet je letterlijk nemen, tegenwoordig is sorry zeggen ook al het boetekleed aantrekken maar dat ziet men maar even. Bij Achab kon je dat boetekleed dag en nacht zien.

Achab werd heen en weer geslingerd tussen twee culturen. De cultuur van Elia, met een strenge aanbidding van de God van Israël met uitsluiting van andere goden en de cultuur van Izebel die van de God van Israël niets wil weten maar die de vruchtbaarheidsgoden van Kanaän aanbidt, de goden van winst en profijt. Aan de cultuur van Izebel zal ook de zoon van Achab zich niet kunnen onttrekken. De grootheid waar Achab zich mee kan tonen, met belangrijke vrienden en al, is zo verleidelijk dat machthebbers daar altijd voor zullen gaan.

Ook bij ons zijn machthebbers te vinden voor wie het maar al te mooi als ze een kwartiertje worden ontvangen op het Witte Huis in Washington, wie daar ook president is en wat voor fouten die president ook weet te maken. Zorg voor de armen en rechtvaardigen en vrede komen dan altijd achter de zorg voor eigen eer en eigen ambitie. Wij kunnen dat onze politici verwijten maar wij kiezen ze zelf of we kiezen voor laffe angsthazen die meer oorlog veroorzaken dan ze weten te voorkomen.

En ook bij die laffe angsthazen lijkt het eigen voorkomen, de kleur van het haar en de snit van het pak met de stropdas, belangrijker dan het lot van de armen in de wijken met de goedkoopste woningen en het minste onderhoud. Belangrijker dan het lot van de mensen die van huis en haard verdreven wanhopig op zoek gaan naar een plek op aarde waar ze in vrede kunnen leven en een toekomst voor hun kinderen kunnen opbouwen.

In de Bijbel staan er voortdurend mensen op die de grootheidswaan van regeerders aan de orde stellen. Uiteindelijk zullen in het verhaal van de Bijbel gelovigen, mensen die geloven in die beweging van heb Uw-naaste-lief-als-Uzelf, gemeenschappen vormen die zich over de hele bewoonde wereld zouden verspreiden. Bij die beweging kunnen we ons ook vandaag weer aansluiten, om machthebbers als Achab te bewegen de goede weg te gaan, de weg van gerechtigheid en vrede.

Ieders dienaar willen zijn, daar draait het om bij Jezus van Nazareth. En dat is niet eenvoudig. We zijn niet allemaal zo dapper als Elia. Om voor de armsten op te komen moet je eerst studeren lijkt het wel. Jezus van Nazareth neemt in dit verhaal immers zijn leerlingen mee naar huis om hen te onderrichten. Eerder had Marcus ons al verteld dat Jezus van Nazareth in Kafernaüm was gaan wonen.

In de verhalen die Marcus vertelt en die voor het verhaal van vandaag staan, had Jezus van Nazareth steeds last gehad van grote mensenmenigten die genezing bij hem zochten of gewoon achter hem aan liepen om te horen wat hij te zeggen heeft. Maar aan populariteit had Jezus van Nazareth kennelijk een broertje dood. Verering door de massa loopt altijd uit op de dood van degene die vereerd wordt. Of het idool van de massa kan het niet aan of de massa raakt teleurgesteld en dood het idool of die wordt door de concurentie gedood, maar dood gaat het idool.

Jezus van Nazareth is voor alles realist, hij weet dat het hem ook zo zal vergaan. Maar hij weet ook dat zoveel liefde van God niet definitief dood kan gaan. Dus als het definitief lijkt, na drie dagen, het getal van de volmaaktheid, dat komt het weer tot leven. Dan staat het op tegen de dood. Die weg moet je durven gaan, hoe moeilijk ook.

Daar zijn ook die leerlingen voor. Die moeten leren zichzelf uit te schakelen. Niet zij zijn belangrijk maar de mensen die de liefde nodig hebben. Daar moet je op letten. Jezus van Nazareth wijst op de zwaksten in elke samenleving, de kinderen. Die hebben nog geen weet van goed en kwaad, die leven nog als in het paradijs. Die zijn het eerst slachtoffer van honger, oorlog en geweld. Die kunnen vaak nog niet zwemmen en zijn dus de eersten die verdrinken.

Die zijn het zwaarste slachtoffers van misbruik, van uitbuiting en gebruik door volwassenen voor persoonlijk gewin of persoonlijk genot. Wie een kind opneemt en het daarmee voor het kind opneemt, neemt Jezus van Nazareth op en neemt het daarmee voor zijn liefde op. Eigenlijk zegt Jezus van Nazareth dat wie zo doet zorgt dat hij opstaat uit de dood die het nalopen en de verering hem gebracht hadden.

Daarom ook hoef je mensen die zorgen voor armen, die het opnemen voor kinderen, die pal staan voor de vrede, die het kwade uit de wereld proberen te verdrijven, niet te veroordelen als ze niet in Jezus van Nazareth geloven. Ze doen evengoed wat hij had bedoeld dat er gedaan moet worden. Je moet juist de mensen bestrijden die zeggen te geloven in Jezus van Nazareth maar het kwaad in de wereld laten voortbestaan. Mensen die niet willen delen omdat honger de verantwoording van de hongerige zou zijn, mensen die het niet opnemen voor kinderen omdat het hun kinderen niet zijn.

Mensen die kinderen uitwijzen naar landen waar ze nooit zijn geweest. Die mensen moeten we bestrijden wegens onmenselijkheid. We hoeven niet als Elia de machtigen, de Koningen aan te spreken, als we dat kunnen moeten we het niet na laten. Maar een kind optillen, een hongerige te eten geven, een naakte te kleden, een bedroefde te troosten is ook genoeg, zeker als we dat samen doen, samen welkomstpakketten maken voor vluchtelingen.

En als we dat weten te doen dan weten we dat wie niet voor de Weg van Jezus van Nazareth js, wie het niet opneemt voor zijn mensen, tegen hem is, maar die is ook tegen ons.
De Bijbel laat het niet bij die oproep. Laat het niet bij de noodzaak om op te komen voor recht en gerechtigheid. De Bijbel zet er ook een belofte achteraan. Helemaal achter in de Bijbel is die te vinden. Ooit komt er een wereld waar alle leed geleden en alle strijd gestreden is. Dan zal de dood niet meer heersen, dan zal de zee haar doden teruggeven staat er dan, ook de doden uit de Middellandse zee dus. Dan zal de aarde zo hemels worden dat zelfs God op deze aarde zal willen wonen. Die aarde is er nog lang niet. Er valt voor ons nog veel werk te doen. Wacht daar niet mee, vat aan, geef Gods vrede door aan ieder die dat nodig heeft.

Amen

Read Full Post »

Lezen : Marcus 8:27 – 9:1

Gemeente

Het Christelijk geloof lijkt soms net Haarlemmer Olie. In vroeger dagen geloofden mensen dat Haarlemmer Olie je kon genezen van alle soorten kwalen. Was je ziek dan had je maar een paar eetlepels Haarlemmer Olie te nemen en je werd er beter van. Dat werkte natuurlijk niet echt maar als je er in gelooft kan het helpen. Veel huis tuin en keuken kwaaltjes verdwijnen vanzelf na een paar dagen en als je dan die paar dagen Haarlemmer Olie hebt geslikt dan schrijf je de genezing gemakkelijk toe aan dat medicijn.

Zo is het ook als je tijdens zo’n lichte ongesteldheid hebt gebeden om genezing. Ja het helpt, je geneest. Maar ook dat gebed heeft net zomin geholpen als de Haarlemmer Olie. Toch hoor je sommige voorgangers en evangelisten nog wel eens verkondigen dat je geneest van je ziekten, dat je problemen worden opgelost, dat zelfs je schulden verdwijnen als je maar gaat geloven in Jezus van Nazareth als je Messias, je bevrijder van alle aardse ellende.

Want Messias, in het Grieks Christos, betekent toch “bevrijder” en de dicipelen hadden het toch bij het rechte eind toen ze Jezus van Nazareth aanwezen als hun Messias? Natuurlijk, maar dat wilde toen niet zeggen dat alle ellende voorbij was en dat wil het nog steeds niet zeggen. Jezus van Nazareth zelf zou de eerste zijn die de dood onder ogen moest zien omdat hij zijn liefde voor mensen door de dood heen wilde volhouden. Maar ook daarmee zou het lijden voor zijn leerlingen niet de wereld uit zijn.

Integendeel, ook zij moesten bereid zijn hun kruis op zich te nemen. Zo moeten ook wij bereid zijn het lijden van onszelf te dragen en het lijden van de wereld onder ogen te zien. Het Christen zijn voorkomt niet dat je kinderen kunnen omkomen bij brand of ongeval of sterven door ziekte. Het Christen zijn voorkomt niet dat je gevrijwaard bent voor geweld. Christen zijn voorkomt niet dat je ziek wordt en arbeidsongeschikt, of gehandicapt raakt. Christen zijn betekent wel dat je een open oog hebt voor anderen die dat overkomt en die jouw hulp en steun nodig hebben. Christen zijn betekent dat je een open oor hebt voor die mensen die om hulp roepen.

Jezus verbiedt zijn volgelingen zelfs om mensen te vertellen dat hij de bevrijder van Israël is. Dat komt omdat veel mensen dachten dat zo’n messias met een stevige oorlog de Romeinen wel even zou verdrijven. Maar zo is het niet. De macht van het kwade is pas te bestrijden door het goede te doen. De mensen die lijden, de zieken, de gehandicapten zijn daarom eigenlijk de geheime hulpjes van Jezus. Als er mensen zijn die zich ontfermen over de mensen die dat nodig hebben dan zijn die mensen de handen en de ogen van Jezus. Als ze alleen om zich zelf denken dan horen ze er niet bij. Je moet dan ook nooit een beroep doen op het Christen zijn van een ander, want dat oordeel komt alleen God toe.

Het blijft natuurlijk moeilijk te geloven dat ook Jezus zelf moest lijden en sterven. Hij had zoveel mensen genezen, maar alleen als iedereen het goede zou gaan doen en niet dan het goede dan zou alle ellende op de wereld verdwijnen. Pas toen hij dat tot in de dood, tot op het kruis, liet zien, kon hij laten zien dat dan het leven pas echt begint. En toen zijn leerlingen dat zagen begonnen ze het pas een beetje te geloven.

Petrus was in het verhaal van vandaag zo ver nog niet, hij berispte Jezus zelfs, je moet toch niet denken dat wij je laten vermoorden? Maar daarvoor zou geweld nodig zijn, een opstand zelfs en dat geweld hoorde nu juist niet bij de Messias, de bevrijder van Israël. Petrus zou dus verwarring zaaien met zijn opmerkingen. Daarom spreekt Jezus hem aan als de verwarrer, de satan zeggen we dan om duidelijk te maken hoe slecht die hang naar geweld eigenlijk is.

Christen zijn betekent dus niet dat je minder met lijden te maken hebt maar het betekent dat je ook nog te maken wil hebben met het lijden van anderen. Want alleen als we bereid zijn te maken willen hebben met het lijden van de minsten in de wereld dan kunnen we een weg vinden om alle lijden de wereld uit te helpen.

Daarvoor moeten ook wij bereid zijn om het lijden desnoods door de dood heen te dragen. Maar het meest merkwaardige is dat die last niet een zware last is, als we werkelijk willen werken aan een wereld zonder lijden dan zal die last licht blijken te zijn. We kunnen dat kruis vandaag nog op ons nemen.

Dan komt er ooit een wereld waar alle leed geleden is en alle strijd gestreden is. Dan wordt de aarde zo hemels dat God hier zelf zou willen wonen. Naar die wereld zijn wij op weg.

Amen

Read Full Post »