Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for april, 2015

Lezen: Ezechiël 34: 1-10

            Johannes 10: 11-16

Gemeente,

De lezingen van vandaag wijzen ons op goede en slechte herders. En wat herders zijn weten we. Dat zijn de hoeders van schaapskudden. Soms zijn ze ook eigenaar maar veel vaker worden ze ingehuurd. Of om de kudde zo te besturen dat er winst gemaakt kan worden, maar in ons land veel vaker om grond zo te begrazen dat heide en laagblijvende beplanting hun kansen krijgen omdat we die nu eenmaal ook zo mooi vinden en een thuis bieden aan insecten en andere dieren die belangrijk zijn voor de ecologie.

Het is natuurlijk gemakkelijk om dat beeld van goede en slechte herders toe te passen op maatschappelijke situaties. Ik hoef het maar te hebben over vakkenvullers en zakkenvullers en u denkt waarschijnlijk ook aan de aandeelhoudersvergadering van Albert Heijn waar een vakkenvuller opstond en de directeur van Albert Heijn voorrekende dat hij 299 jaar zou moeten werken om een salaris bij elkaar te verdienen dat die directeur in één jaar krijgt. En wie wel eens in zo’n winkel boodschappen doet weet dat als die vakkenvuller zijn werk niet doet er geen boodschappen zijn om te doen, wat die directeur doet merken we als klanten niet zo erg.

Maar dat is gemakkelijk. In de kerk belijden we immers dat we niet van deze wereld zijn, wij zijn van een andere wereld, een wereld van delen en zorgen voor de minsten. Laten we het daarom over onszelf hebben, zodat we samen ook hier in Nieuwe Niedorp een gemeenschap kunnen vormen die als een lichtend licht een voorbeeld is voor die wereld die buiten ons blijft staan. Want is die opdracht om een goede herder te zijn niet ook een missionaire opdracht voor onze gemeente als geheel?

Leiders van godsdienstige gemeenschappen hebben het altijd moeilijk gehad. Ze moeten tegelijk boven de volgelingen staan en hen richting geven, soms dus voor de menigte uit lopen, maar ook dienstbaar aan de volgelingen zijn. In termen van het Nieuwe Testament heet dat herder en leraar zijn. Twee verschillende beroepen in zichzelf verenigingen. De herder geeft leiding, de leraar sluit zich aan bij zijn leerlingen en gaat nooit verder als zijn leerlingen kunnen komen.

Ooit had God het volk Israël gekozen om de volken in de wereld te laten zien wat er mogelijk was voor hen als ze de God van Israël zouden aanbidden en volgen. Israël was echter de weg van alle volken gegaan en was daardoor in de ballingschap beland. En in de ballingschap werden ze teruggeroepen naar de weg van de God van Israël. Door profeten als de profeet Ezechiël.

De profeet Ezechiël richt zich in het gedeelte dat we vandaag lezen tot de herders. Hij doet dat in een tijd die niet de gemakkelijkste was voor de godsdienstige leiders van Israël. Het volk was in ballingschap en woonde voor het grootste deel in Babel, daar sprak Ezechiël ook de meeste van zijn profetieën. Volgens de profeet zijn de godsdienstige leiders er op uit een luilekker leventje te leiden op kosten van hun volgelingen. Die lopen op allerlei manieren gevaar, die lijden soms honger en gebrek, maar de leiders letten daar verder niet op, als ze zelf maar aan hun trekken komen.

We moeten die kritiek dus niet te gemakkelijk overplanten op onze eigen tijd. Het zijn natuurlijk waarschuwingen die ook aan de leiders in onze tijd gedaan kunnen worden. Bankdirecteuren die meer op hun bonussen letten dan op de veiligheid van de hen toevertrouwde spaarcenten zouden zomaar door Ezechiël kunnen worden aangesproken. Maar om nu bijvoorbeeld de predikanten in de PKN te beschuldigen de gemeenten in de steek te laten met de voorstellen voor een nieuwe kerkorganisatie gaat te ver.

Die predikanten gaat het er om dat er een verantwoorde verkondiging plaatsvindt. Dat ze de gemeente soms monddood dreigen te maken en de regering van de kerk vaak niet meer samen willen delen met ouderlingen en diakenen vergeten ze. Aan de gemeenten zelf om hun predikanten daar op te wijzen, door mee te praten over die nieuwe kerkorganisatie, door daar ook samen mee bezig te zijn. Dezer dagen vergadert de synode van onze kerk over een nieuw kerkmodel, de classis verdwijnt en er zou volgens sommigen zelfs een bisschop moeten komen.

Maar voorgangers die zich verrijken hebben we in de gevestigde kerkgenootschappen in ons land niet meer. Die vindt je soms in nieuwe groepen van bevlogen leiders die mooi kunnen praten maar die na een tijd er op uit blijken te zijn in de eerste plaats zichzelf te verheerlijken. Maar heeft de profeet het hier alleen over de leiders? Dat is natuurlijk de vraag. Ooit gaf Jezus van Nazareth de visser Simon Petrus de opdracht zijn schapen te weiden louter omdat die Simon Petrus van Jezus van Nazareth hield. En ook gelovigen uit onze tijd zeggen graag dat ze van Jezus van Nazareth houden, ook zij hebben dus de opdracht zijn schapen te weiden. En als je schapen weidt dan zorg je dat ze te eten hebben.

Nu daaraan ontbreekt het nog veel te vaak. Veel te vaak hebben mensen honger, worden ze van huis en haard verdreven, gaan ze dood aan geweld en onderdrukking. Willen we niet dezelfde verwijten krijgen die Ezechiël aan de leiders uit zijn tijd richt dan moeten we hard aan het werk.

De meesten van ons hebben geleerd dat een herder boven ons staat. De beste herder was Jezus van Nazareth en voor protestanten zijn er dan dus ook nog de dominees die als pastors ook herders willen zijn. Pastor is immers het latijn voor herder. In de Rooms Katholieke Kerk heb je dan ook nog de Paus, de Bisschoppen en de Pastoors die allemaal pretenderen herders te zijn van hun kudde, het gelovige volk.

Maar dat je als gelovige zelf de opdracht hebt herder te zijn hoor je toch maar weinig. Toch is het in de navolging van Jezus van Nazareth goed om te beseffen dat als hij zich als herder zag wij ons ook als herder moeten gaan zien. Niet om mensen voor te schrijven wat ze wel en niet moeten doen. Een herder volgt de schapen en stuurt ze niet, schapen laten zich nu eenmaal niet sturen. Een herder laat de schapen zien waar de grazige weiden zijn, waar het frisse water te vinden is en als de schapen de herder vertrouwen gaan ze zijn richting.

De uitspraak “Ik ben de goede herder” hoort tot een zestal uitspraken, ik ben de weg, de waarheid en het leven, ik ben het licht, ik ben het brood en zo. In die uitspraken typeert Jezus zichzelf als de Messias, de bevrijder van Israël. Israël kan niet bevrijdt worden als de wereld niet bevrijdt is van onderdrukking en onrecht. Het herder zijn is dus een messiaanse opdracht. Daarmee is het uitdrukkelijk ook een opdracht aan ons als volgelingen, de wereld bevrijden van oorlog en geweld, van onrecht, van honger is de opdracht aan de herders van de wereld, aan ons die onze naasten liefhebben als onszelf.

Niemand kan de ellende van de wereld alleen op de schouders nemen. We zijn God niet die in Jezus van Nazareth de ellende van de wereld op zich nam en liet zien dat als je het goede doet en niet dan het goede en het kwade blijft afwijzen tot in de dood toe, de schande van de dood je deel wordt maar juist door die liefde krijg je de macht dat door de dood heen te dragen. Daarvoor stond Jezus van Nazareth op van de doden. Om de hele wereld het leven te schenken zegt de Bijbel.

Een herder beschermt ook de schapen, tegen vijanden, tegen ziekten en tegen uitputting. Zo moeten wij ook zijn voor onze naasten. En dan niet alleen de naasten die we kennen en verstaan maar ook de naasten die niet uit onze schaapskooi komen, de vreemdelingen onder ons. Op de een of andere manier blijft de Bijbel er op hameren dat je de liefde nooit exclusief voor de mensen moet houden die je toch al kent en vertrouwt. Beschermen betekent dan ook je leven op het spel durven zetten.

Zorgen betekent ook niet ophouden voordat je contact hebt met iedereen die op je pad komt. Zorgen dat mensen bij elkaar blijven, dat ze een eenheid kunnen gaan vormen, één kudde, met één herder. De synode van de Protestantse Kerk noemde de verdeeldheid onder de kerken een schande maar de verdeeldheid tussen de volken in deze wereld is eigenlijk nog een grotere schande. Dat wij weigeren in mensen met een andere taal, een andere cultuur, een ander geloof en een ander uiterlijk broeders en zusters te herkennen leidt ons voortdurend tot geweld en doodslag.

Bijdragen aan die verdeeldheid is het tegendeel van het herderschap van Jezus van Nazareth, tot dat herderschap zijn wij geroepen, laten we horen en volgen.

Want de Bijbel wijst ons ook op de grazige weiden die ons wachten. Als we samen de weg van de God van Israël weten te volgen en als we daar alle mensen in de wereld in mee weten te krijgen dan wordt de wereld zo mooi en prachtig dat God zelf hier zijn tenten zal willen neerzetten. Dan zal alle leed geleden zijn, dan zal de dood verdwenen zijn, dan geeft zelfs de zee haar doden weer terug. Dan ligt de Leeuw op de weide met het Lam, dan speelt een kind in het hol van een giftige adder. Het visioen van de Profeten, het grote visioen van de Openbaring wordt dan werkelijkheid en geen onbereikbare droom. Maar voor het zover is valt er nog heel veel te doen voor ons, het werk wacht dus, vat aan en aarzel niet.

Amen

Advertenties

Read Full Post »

Lezen: Jesaja 26:1-13

            Johannes 20: 19-31

Gemeente

In de Adventsdagen, de dagen dat we in afwachting zijn van de geboorte van Jezus van Nazareth, klinkt nog wel eens het gezang “Hef op uw hoofden, Poorten wijd, wie is het die hier binnenrijdt?” Nu zijn het op dit moment geen zondagen in de advent maar is het vandaag de eerste zondag na Pasen, Beloken Pasen. Overal in het land zijn gastvoorgangers actief omdat we de 40 dagentijd ons voorbereid hebben op het lijden van Jezus en op Goede Vrijdag zijn dood hebben herdacht om in de Paasnacht bijeen te komen voor de voorbereiding op de opstanding en de vernieuwing van de doop en daarmee van ons geloof. Op paasmorgen mag dan de roep klinken dat de Heer waarlijk is opgestaan. Drukke dagen voor gemeentepredikanten.

Waarom dan toch die vraag naar wie onze sterke stad wil binnenrijden? De lezing die we uit het boek van de profeet Jesaja hoorden vanmorgen? Jesaja heeft het over Jeruzalem, een stad die in het verhaal van Jesaja werd belegerd en bedreigd met verwoesting. Maar ook een stad met een bijzondere Tempel, een Tempel waar niet een beeld stond van de een of andere God maar waar de grondregels werden bewaard  van de leer van Mozes. Grondregels die ze hadden gekregen toen ze echt een volk werden, een volk op weg naar een land overvloeiende van melk en honing.

Die leer van Mozes, die in de Tempel werd bewaard, geeft de armen van de stad een bescherming sterker dan de sterkste muur zegt de profeet in dit gedeelte van het Boek van de profeet Jesaja. Armoede is geen natuurverschijnsel. onrechtvaardige verdeling van kennis, inkomen en macht blijft niet vanzelf in stand.

Dat verlangen naar de Heer die je bevrijd van de bedreiging met de dood hoort volgens het Boek van de profeet Jesaja bij het gaan van de paden van het recht van die Heer. Volgens de profeet zijn het de goddelozen die dat recht nooit zullen leren. Het zijn de verdrukten en vertrapten die een beroep doen op dat recht en blijkens deze passage dat beroep ook nooit vergeefs zullen doen. Het is niet onbelangrijk te blijven beseffen dat het verlangen naar God niet kan zonder recht te doen aan de minsten.

Overal op de wereld zijn er religieuze leiders die je anders willen doen geloven. Persoonlijke verhoudingen met God, op je knieën en bidden maar, je hart openen voor God, zijn allemaal zaken die met het geloof in de God van Israel, met Jezus van Nazareth te maken zouden hebben. Niets is dus minder waar. Recht doen aan mensen, daar gaat het om. De hongerigen voeden, de naakten kleden, de bedroefden troosten, de blinden laten zien en de lammen laten lopen, de gevangenen bezoeken en de armen bevrijden is het hart van de godsdienst, dat is bidden, dat is de uitdrukking van het verlangen naar de Heer.

Want waarom schrijven we “Heer” met een hoofdletter. Dat is niet zozeer uit eerbied voor God. Het is geen bewijs van ondergeschiktheid, we kunnen deze God immers ook als Vader aanspreken. Maar het is de ontkenning van alle machten en krachten in deze wereld die zich buiten Gods grondregel van Liefde menen te mogen stellen. Juist onder de macht van de goddelozen lijken mensen dood, ze spreken niet meer vrij, ze verstijven in hun gedrag, ze mogen niet meer en anders bewegen dan zoals de machthebbers toestaan.

We kennen ze uit alle bedreigende situaties die in onze samenleving en in de samenleving van volken kunnen voorkomen. Die doden komen tot leven als we mensen recht willen doen. Daar waar volken bevrijdt worden van onderdrukking kunnen we er weer een echt contact mee hebben, zien we weer de culturele uitingen, horen we van ideeën en gedachten. Daar waar mensen bevrijdt worden van angst bloeien mensen weer op.

Daar waar armen bevrijdt worden van knellende armoede komen zij weer tot hun recht, blijkt hun creativiteit, brengen ze vreugde mee op de arbeidsmarkt, weten ze een voorbeeld te stellen in het delen met hen die het nodig hebben. Het zijn de paden van het recht van die ene Heer die ons naar de bevrijding voeren. De Bijbel stelt eigenlijk dat er ook geen andere weg is. Je kunt de bevrijding niet afdwingen met geweld, je kunt het niet opleggen aan anderen. Alleen door je naaste lief te hebben als jezelf, ja zelfs je vijanden lief te hebben, komt uiteindelijk de bevrijding. Daar moet je zelf mee beginnen, maar het is een zaak van de hele samenleving en alle volken zullen er uiteindelijk aan meedoen.

De vraag is voor wie wij onze Poorten open doen? Is dat voor de ontrechten, de vluchtelingen die worden vervolgd, de armen die geen toekomst meer hebben? Doen wij de poorten open om mensen recht te doen? Of doen wij onze Poorten alleen open voor de rijken en de machtigen van deze aarde. De mensen aan wie we kunnen verdienen, die zichzelf tot hun recht kunnen laten komen omdat zij het recht halen kunnen betalen. Zoals UuberPop dat een miljard uittrekt om rechtzaken te kunnen voeren, zo lang  houden ze dat vol totdat het recht zich aan hun kant zal scharen.

De vraag voor wie wij gastvrij zijn speelt ook in het verhaal dat we vandaag uit het Evangelie hebben gelezen.

Het is dus vandaag al weer een Christelijke feestdag, Beloken Pasen heet die. Het is de achtste dag na Pasen en de eerste zondag na Pasen. In de kerken lezen we dan ook graag over de verschijning van Jezus van Nazareth na de kruisiging aan de volgelingen. Zo zal er veel gepreekt worden over dat verhaal van de mensen die wandelden naar Emmaüs en daar Jezus ontmoeten.

Wij lazen dat rare Pinksterverhaal uit het Evangelie van Johannes. Johannes vertelt dat de leerlingen als angstige vogeltjes samen waren weggekropen, bang dat ze hetzelfde lot zouden ondergaan als Jezus. Die angst verdween toen Jezus in hun midden kwam staan en hun zijn handen toonde waar de spijkers van het kruis doorheen waren gegaan en de wond in zijn zij.

Dat zij de deuren hadden gesloten hield Jezus niet tegen. Hij komt zelfs door onze gesloten deuren, als wij onze grenzen sluiten, onze poorten barricaderen komt Jezus toch bij ons binnen en vraagt ons wanneer wij hem te eten dachten te geven, wanneer wij hem dachten te verzorgen omdat hij ziek is, wanneer wij hem dachten te gaan kleden omdat hij naakt is/ Ook al schuilen wij weg als bange vogeltjes, hij komt toch bij ons binnen. Toen op die eerste dag van de week, toen op beloken Pasen, stak de Pinksterwind  op en bevestigde Jezus dat ze genoeg hadden geleerd om mensen hetzelfde verhaal te vertellen als hij altijd aan de mensen had verteld.

Houd van elkaar als van jezelf was het hart van dat verhaal dat de liefde doorzette door de dood heen. Je zou het zelf willen zien want het is natuurlijk ongelooflijk. Thomas was zo iemand die het zelf wilde zien en toen pas geloofde. Thomas mocht het zien en voelen, voor Thomas kreeg het verhaal handen en voeten en Johannes vertelt het alsof Jezus daar iedere zondag langs kwam. Maar het volhouden van de liefde in Christus en de gevolgen daarvan zijn inderdaad ongeloofelijk.

Het is te doen, je kunt er immers altijd weer opnieuw mee beginnen. Jezus had zijn leerlingen nog op het hart gebonden dat er altijd bij te vertellen, je kunt er altijd weer opnieuw mee beginnen. En ook al zie je het resultaat niet, juist als je doorgaat dwars door alle liefdeloosheid, dwars tegen alle haat en doodsheid heen, zul je merken dat het geluk niet zit in winst en profijt, in uiterlijk vertoon, maar in de liefde voor de naaste. Dat zijn wonderen die je voor je zelf houd en verder niet opschrijft, maar dat zijn wonderen die door miljoenen mensen in de geschiedenis zijn gedeeld en tot vandaag de dag de hele aarde over gaan.

Aan ons om die Liefde ook in onze eigen omgeving levend te houden en door te geven, om er meer en meer mensen bij te betrekken. Het Koninkrijk van Jezus is immers aangebroken en dat je iemand vrede wenst klinkt zo gek nog niet. Die vrede kan komen, die vrede zal aanbreken, niet omdat wij er hard aan werken maar omdat de God van Jezus van Nazareth het ons heeft beloofd. Omdat Jezus van Nazareth is opgestaan van de doden zoals wij mogen geloven. En omdat wij er in mogen geloven werken we er aan mee, tot de aarde zo mooi is geworden dat God zelf hier zal willen wonen. Er wacht ons nog heel veel werk, laten wij dus niet wachten maar zoals Jezus ons opgedragen heeft zorgen dat alle mensen op aarde mee gaan doen. Hij schenkt ons daarvoor zijn Geest, zijn kracht, aan het werk dus.

Amen.

Read Full Post »