Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for februari, 2015

Lezen: Genesis 9: 8-17

             Marcus 1: 12-15

De regenboog verschijnt aan de hemel. Soms zelfs een dubbele regenboog. Altijd weer een mooi moment. We wijzen elkaar er op en laten de kinderen de kleuren benoemen. Volgens het verhaal van de Bijbel is de regenboog een teken van de beloften van de God die de hemel en de aarde geschapen heeft. Na de zondvloed heeft hij een verbond gesloten met Noach, dat hebben we net gelezen, nooit zal de aarde weer helemaal onder water staan zodat al het leven is verdwenen. Dat is toch een hele geruststelling.

Nooit meer zal het water aanzwellen tot een vloed die alles en iedereen vernietigt. Ja ja, mooi gezegd maar er zijn toch ook een paar andere gelegenheden die je  in gedachten komen. In arme landen zijn er regelmatig overstromingen die de armsten van de wereld treffen. Onze hulp wordt dan meestal gevraagd om de ergste nood te lenigen en in een land als Bangla Desh zijn Nederlandse baggeraars al vele jaren bezig om de waterlopen zo te veranderen dat de jaarlijkse overstromingen de mensen daar niet meer in nood brengen. Ook de watersnoodramp in Zeeland uit 1953 deed je toch sterk denken aan een vloed die Zeeland verwoestte, en verser in ons geheugen ligt de Tsunami met kerst nog wel.

Maar het is waar bij rampen blijven heel erg veel mensen op aarde over die er iets aan kunnen doen. Die te hulp kunnen komen. Bij de ramp in Zeeland stroomde de hulp uit de hele wereld binnen, bij de Tsunami hebben we zoveel gegeven dat alle records gebroken werden, de jaarlijkse overstromingsrampen in Bangla Desh worden door het grote publiek meestal vergeten maar gelukkig zijn er overheden bezig de rivieren daar te kanaliseren en zo de overstromingen te voorkomen.

De regenboog is het symbool hiervan. Een prachtig symbool het verbindt immers het ene einde van de aarde met het andere. Er was een tijd dat mensen dachten dat het de weg naar het hiernamaals was maar volgens dit verhaal uit Genesis is het de weg naar een medemens in nood. Er zijn mensen die de regenboog als teken zijn gaan gebruiken. Zij willen op Noach lijken van wie gezegd werd dat hij de enige rechtvaardige was. En wat deed Noach na de vloed, hij plantte een wijngaard, maakte wijn en bezoop zich zo dat hij naakt in zijn tent in slaap viel. De veelkleurige regenboog moet ons doen opspringen en ons afvragen of we voor de mensen die honger hebben, die geld en goed verloren zijn door een natuurramp, die op de vlucht zijn voor oorlog en geweld, wel genoeg gedaan hebben. Of onze deur daarvoor open staat, of we brood en vis met hen hebben gedeeld. De regenboog laat ons zien dat er vele soorten mensen zijn en dat als het mis gaat we overnieuw kunnen beginnen.

Zo is God ook steeds opnieuw met ons mensen begonnen. Met Noach en zijn nageslacht en veel later met Abraham en nog veel later met Israël dat als slavenvolk uit Egypte moest worden bevrijd. Dat zelfde volk hield op met het volgen van die God en werd in ballingschap gevoerd. Maar die God laat niet af, die houdt niet op steeds weer opnieuw met de mensen te beginnen, zo bracht hij de ballingen terug naar het land dat hij aan het volk gegeven had.

In Jezus van Nazareth is helemaal een nieuw begin gemaakt. Toen maakte God een begin met alle mensen van de wereld. De volgelingen van die Jezus kregen uiteindelijk de opdracht alle mensen op aarde te dopen, tot aan de einden der aarde. Jezus zou zelf bij hen blijven tot de aarde voltooid is staat er dan.

In het verhaal dat we vandaag uit het Evangelie van Marcus hebben gelezen staan we nog maar aan het begin. Aan het begin van een 40 dagen tijd zelfs.

Marcus begint zijn Evangelie niet met een geboorteverhaal zoals Lucas en Mattheüs zouden doen maar sluit aan bij een verhaal over een vroeg optreden van Jezus van Nazareth. Marcus beschrijft een profeet die wel zeer populair moet zijn geweest. Er staat dat alle inwoners van Judea en Jeruzalem zich lieten dopen door Johannes. Nu waren er in die tijd allerlei profeten en messiassen die allemaal meer of minder populair waren, maar volgens de Bijbel stak die Johannes er met kop en schouders boven uit. Hij riep de mensen op om tot inkeer te komen en als teken daarvan zich te laten dopen.

Hij greep daarbij terug op de oude Bijbelse profeten als Maleachi en Jesaja die opgeroepen hadden als volk weer te gaan leven volgens de richtlijnen die de God van Israël in de woestijn had gegeven, je naaste liefhebben als jezelf. Johannes voedde de algemene verwachting dat er een bevrijder, een Messias, zou komen die het volk Israel zou bevrijden van de bezetting door de Romeinen. Of hij kon vermoeden dat die bevrijding zo heel anders zou verlopen als in het algemeen werd verwacht vermeld de geschiedenis niet.

Marcus beschrijft hoe Jezus van Nazareth een visioen krijgt dat hij wel eens die Messias zou kunnen zijn en zich terugtrekt in de Woestijn om met die gedachte in het reine te komen. Ook Jezus had zich laten dopen, was door het water gegaan. Bij Noach was het een duif geweest die verteld had dat de aarde weer bewoonbaar was. Bij Jezus was het een duif geweest die verteld had dat Jezus de geliefde zoon van God was. In die woestijn waar Jezus zich had teruggetrokken, zo staat er, werd hij op de proef gesteld door de verwarrer, de diabolos staat er in het Grieks, wij kennen misschien nog de diabolo die balanceert op een touwtje zolang die in beweging is. Wij zijn die verwarrer in de loop van de eeuwen als een zelfstandig persoon gaan zien, Satan of de duivel, maar in de Bijbel is het iemand die je in verwarring brengt, wat hoort nu wel bij God en wat niet. Welke beproevingen er zijn geweest beschrijft Marcus niet, niemand was er immers bij. Maar dat iemand het zomaar 40 dagen in een droge woestijn kan uithouden is ongeloofelijk, zeker als daar ook nog wilde dieren leven. Er moesten dus wel boodschappers van de God van Israël zijn geweest, engelen dus, die voor Jezus hadden gezorgd.

Pas nadat Johannes gevangen is genomen, door koning Herodes, trad Jezus van Nazareth op en verkondigde hij zijn koninkrijk. Nu zijn wij afgelopen woensdag ook aan een veertig dagen tijd begonnen. Sommige mensen noemen het een vastentijd, een tijd om zelf beter te worden, te groeien door onthouding, weer zelf de baas worden over je tijd, over wat je eet, over je eigen lichaam. Daar is niks tegen natuurlijk. Protestanten zeggen liever dat we in die tijd ons bezinnen op het lijden van mensen. Op een onthoofding zoals bij Johannes gebeurde. Die onthoofding bracht Jezus van Nazareth er niet toe op te houden met het oproepen om voor de minsten te gaan zorgen en zelf ook zijn hand uit te steken naar zieken en armen.

Ons antwoord op onthoofding is de roep om meer geweld. Bombardementen, oorlog en dus meer slachtoffers. Als gewone kleine mensen kunnen we er weinig tegen doen. Wat we wel kunnen doen is samen een gemeenschap vormen. Uiteindelijk zal het lijden dat Jezus zelf zou moeten doormaken en zijn opstanding uit de dood leiden tot kleine gemeenschappen waar mensen met elkaar brood en wijn delen, waar mensen voor elkaar gaan zorgen en waar aandacht is voor de zwakken en de zieken in de steden en dorpen waar ze wonen.

Die gemeenschappen vind je tot op de dag van vandaag overal op de wereld, wij noemen ze kerken, hier is het de kerk van Yburg die samenkomt in de Binnenwaai. Hier mogen we geloven dat die God van Israël, de vader van Jezus van Nazareth inderdaad niet op houd de wereld te verbeteren. Hoezeer wij mensen er ook een zootje van maken iedere keer.

Als wij elkaar vast weten te houden in die vele gemeenschappen, elkaar lief hebben en zorgen voor de minsten en voor mensen die anders zijn dan wij zelf, als we oog krijgen voor de vele kleuren die de mensen vertegenwoordigen, dan komt de belofte van God vanzelf uit. Daar zal God dan zelf voor zorgen, dan wordt de aarde zo mooi, dat de God van Israël zelf op deze aarde zal willen wonen. Dan speelt geld geen rol meer, dan is de dood overwonnen en geeft zelfs de zee haar doden terug. Dan maken we van goud straatstenen en mogen we de God van Israël in eeuwigheid prijzen.

Er is dus nog een lange weg te gaan en nog veel te doen. Aan de slag dus.

Amen

Tot die tijd is er nog heel veel werk te doen. Laten we daar dus maar mee beginnen, aan de slag.

Amen

Advertenties

Read Full Post »

Lezen: 2 Koningen 5:1-15

            Marcus 1: 40-45

Gemeente,

Het woord dat in de lezingen van vandaag het meest opvalt is waarschijnlijk het woord huidvraat. Het is een woord dat is ingevoerd in onze taal door de vertalers van Nieuwe Bijbelvertaling. In oudere vertalingen heette het nog melaatsheid of lepra. Maar men is er ernstig aan gaan twijfelen of de ziekte melaatsheid, lepra, wel het verschijnsel dekte dat in de Bijbel wordt aangeduid met een woord dat nu dus met huidvraat wordt vertaald.

Er zijn een paar belangrijke argumenten om huidvraat niet te beperken tot melaatsheid. In de eerste plaats kennen we ook de ziekte psoriasis, een huidziekte. Simon Vestdijk schreef er ooit een roman over onder  de titel “Het glinsterend pantser” . Mensen die  lijden aan psoriasis schamen zich er vaak voor. Het is niet besmettelijk maar als je het niet kent ziet het er raar uit. Een bekende behandeling is overigens zwemmen in de Dode Zee, daar waar de Jordaan in uitkomt. Er is echter ook een Bijbels argument tegen de versimpeling. De richtlijnen voor de genezing die ook in de lezing uit het Marcusevangelie voorkomen komen uit het boek Leviticus. Maar daar zijn bijna dezelfde richtlijnen voor de huidvraat van huizen en huizen hebben toch niet dezelfde ziektes als mensen.

In het boek Leviticus wordt onreinheid als reden voor het isoleren van lijders aan huidvraat, mensen, huizen of  dieren, gegeven. En als rein persoon mag je niet in aanraking komen met iets dat onrein is want dan wordt je zelf ook onrein. Een onrein persoon, kadaver of object is door contact besmettelijk voor anderen tot op het moment dat een reinigingsprocedure begonnen is. Dat wil zeggen: contact tussen iets reins en iets onreins maakt beide personen of objecten onrein  Het is van belang in te zien dat aangewezen onreinheid niet hetzelfde is als zonde.

Voor een mens zijn er vier oorzaken van onreinheid, de aanraking van een kadaver  een vloeiing van zaad of bloed, een ernstige huidaandoening, en de aanraking van een onrein mens of object. Objecten uit welk soort materiaal dan ook kunnen onrein worden door contact met een kadaver of met een onrein mens, dier, of object. Verder kunnen objecten van stof, leer of hout onrein worden door schimmel of uitslag

Het voorgeschreven reinigingsritueel hangt af van de ernst van de onreinheid. De meest voorkomende vormen van onreinheid kunnen opgeheven worden door een enkel bad. Ernstiger vormen van onreinheid, zoals na de aanraking van een dood mens of na de geboorte van een kind, eisen een langere periode van reiniging. Een kraamvrouw is zeven dagen onrein. De geboorte van een kind is een diep ingrijpend gebeuren in het leven van een vrouw. Het kritieke karakter er van plaatst haar voor een tijd buiten het cultische leven van de gemeente.

We vinden de tegenstelling rein en onrein in de beide lezingen van vandaag, we vinden ze vaker in de Bijbel en daarom is het goed er iets van te weten. In de lezingen van vandaag hebben ze verschillende gevolgen. In het verhaal over Naäman begint het al met een wonderlijke tegenstelling. De tegenstelling tussen een groot generaal die een belangrijke overwinning heeft behaald en een slavinnetje uit Israël. Een tegenstelling tussen het hoogste en het laagste. Maar de hoogste is onrein, heeft een enge huidziekte. Dat slavinnetje had de brutaliteit hem te wijzen op de profeet die in Samaria woonde, die zou hem kunnen helpen. Merkwaardig want als ze de Tora had gekend had  ze hem naar de Priester gestuurd voor een reinigingsritueel. Maar waarschijnlijk had ze gedacht aan Mirjam de profetes. Toen die ruzie had gekregen met Mozes had ook zij een enge huidziekte gekregen. Mozes, de grote profeet, had toen tot God gebeden en God had op voorspraak van Mozes de ziekte van Mirjam beperkt tot zeven dagen. U vindt het verhaal in Numeri 14. Misschien dat de profeet in Samaria ook zo’n oplossing voor Naäman kende.

Natuurlijk ging die grote generaal niet naar een Profeet, maar naar de Koning. De Koning van Israël zou toch wel het beste weten wie hem kon genezen. Hij had een aanbevelingsbrief van zijn eigen koning bij zich. Die koning van Israël schrok hevig. Want Naäman was onrein.. Geen wonder dat je denkt dat, als een generaal met die ziekte naar je toegestuurd wordt, het oorlog gaat worden. De Koning van Israël schiet dan ook direct in de rouw en scheurt zijn kleren als teken van rouw.

Maar als er iemand die ziek is naar je toe komt dan is dat meestal niet om oorlog te voeren. Als iemand oorlog wil voeren zal die toch minstens eerst eisen neerleggen waar je al dan niet aan toe kan geven. In de rouw schieten is het minste wat een zieke vraagt. Wij doen dat ook nog wel eens. Als iemand lijdt aan een ernstige ziekte weten we niet veel anders dan te roepen hoe erg het is. We durven meestal niet te vragen wat we kunnen doen voor de zieke, bang dat het antwoord ons te veel zal belasten of zelfs dat de zieke ons zal besmetten. Nu is het ook voor een ernstig zieke soms fijn om nee te horen op een vraag. Want pas een nee betekent dat je iemand serieus neemt, op hetzelfde niveau zet als jezelf. Zeker als je dat nee ook gewoon eerlijk durft toe te lichten. Luisteren naar een ernstig zieke, serieus nemen van een ernstig zieke, mee leven met een ernstig zieke en niet mee lijden of mee sterven, dat is wat een ernstig zieke meestal nodig hebt. Alleen doktoren weten immers soms van genezing.

Alle andere mensen weten alleen van liefde. Liefde voor zichzelf, die angst veroorzaakt als men zich bedreigd voelt, liefde voor de naaste als voor jezelf, liefde die kan laten meeleven met de zieke. De profeet uit Samaria, Elisa, laat ons zien wat daarmee bedoeld wordt. Laat zien dat er in Samaria een profeet van de God van Israël woont. Iemand die zegt wat God heeft gezegd en God zegt dat we moeten houden van onze naaste als van onszelf. Dat wordt ook tot ons gezegd, dat kunnen ook wij doen, vandaag nog.

In allerlei godsdiensten spelen priesters en religieuze leiders een grote rol. In de godsdienst van de God van Israël niet. Daar gaat het om het woord van God zelf en de zorg voor de naaste. Elisa hoeft daarom zelf helemaal niet naar de generaal. Geen grote gebaren, geen muziek, geen praise gezang met zwaaiende armen. Als je een huidziekte hebt dan moet je je baden in stromend water. Niet zo maar één keer maar zeven keer, het getal van de volheid. En ook vandaag gaan mensen met de huidziekte psoriasis naar de Dode Zee om een kuur te ondergaan waarbij ze baden en zwemmen en het helpt ze enorm.

De dienaren van Naäman hebben door hoe het in elkaar zit. Als de profeet een hoop hocus pocus had uitgehaald en de generaal allerlei vreemde capriolen had laten uithalen dan had die generaal het graag gedaan. Beroemde genezers werken immers zo. Niet de genezers in dienst van de God van Israël dus. Die passen wetenschap toe, tegenwoordig heten ze dokters en werken ze als huisarts of specialist. En als je bereid bent die capriolen uit te halen, waarom zou je dan niet de eenvoudige recepten volgen? Naäman geneest dus en moet weer terug naar Aram.

Soms is een hand uitsteken naar iemand gemakkelijk. Je hoeft er geen moeite voor te doen en ze zeggen evengoed dank je wel. Maar het kan ook zijn dat er gevaar bij komt kijken. Wie iemand uit het water haalt die dreigt te verdrinken wordt in elk geval nat maar loopt soms ook zelf gevaar. Veel mensen blijven daarom maar veilig op de kant staan te kijken en zien dan hoe iemand verdrinkt. Voor die mensen die zichzelf wel in de waagschaal stellen is er het Carnegie heldenfonds, die worden op voordracht van hun burgemeester in het zonnetje gezet. Ze zijn een voorbeeld voor onze samenleving want zonder mensen die een hand uitsteken kunnen we niet.

Vrijwilligers die zieken verzorgen, we noemen hen mantelzorgers, maken dat zieken nog verzorgd worden. Voor de zorg van zieken, ouderen en zwakken is geen geld meer. De rijken noemen de zorg voor zieken, ouderen en gehandicapten tegenwoordig een last en die last wordt ze te zwaar. Ze hebben nooit van de last gehoord die Jezus op legt, die last is ligt. Mantelzorgers hebben we dus nodig. Zonder beloning zorgen ze voor zieken, zwakken of ouderen in hun directe omgeving.

Ook Jezus steekt de hand uit in het begin van het verhaal zoals dat door Marcus is opgeschreven. In het gedeelte dat we vanmorgen lazen aan lijder aan huidvraat Voor Jezus moet het gewoon worden dat mensen weer mee kunnen doen. Je gewoon laten herkeuren door de priesters en dan weer aan het werk. Door de aanraking wordt Jezus zelf ook onrein en net als Elisa zoekt hij geen spotlight, geen eer voor zich zelf.  Maar mensen die een hand uitsteken moeten nu eenmaal in het zonnetje worden gezet, ze zijn een uitzondering ze krijgen het mantelzorgcompliment.

Jezus kan zich daarom bijna nergens meer vertonen Hij is onrein. Niet dat de mensen zich er iets van aantrekken. Iemand die zoveel zieken en gehandicapte een nieuwe plek in de samenleving geeft kan toch niet onrein zijn, die is juist rein zoals God dat bedoeld had. Ze blijven ondanks de onreinheid Jezus opzoeken. Marcus heeft in zijn hele Evangelie steeds weer benadrukt dat Jezus niet wilde dat zijn werk bekend zou worden. Theologen noemen dat het Jezusgeheim bij Marcus. Jezus wilde zelf geen glossy zoals nu weer verschenen is.

Maar die glossy wil gelukkig de nadruk gelegd hebben op de boodschap van Jezus. Op het heb uw naaste lief als uzelf. Jezus wilde geen uitzondering zijn maar de regel. Zo zouden wij allemaal moeten leven. Elke dag opnieuw de hand uitsteken naar de mensen die een hand nodig hebben, ieder voor zich maar ook wij allen samen. Samen duidelijk maken dat de zorg voor zieken, ouderen en gehandicapten geen last is maar een licht, die zorg maakt dat het duister in de wereld verdwijnt, dat eindelijk de vrede aanbreekt.

Na  de kruisiging en de opstanding van Jezus zijn zijn leerlingen de wereld ingestuurd om dat verhaal aan iedereen in de wereld duidelijk te maken. Als wij ons bekeren dan komt het Koninkrijk van God dichterbij. Later hebben Christenen die werden vervolgd om die houding begrepen dat de machten en krachten van deze wereld zich zouden blijven verzetten tegen die Liefde die Jezus had gebracht en die door gelovigen werd verspreid. Ze bleven echter vasthouden aan die Liefde, ja ze gingen steeds meer geloven dat die Liefde uiteindelijk zou overwinnen. Dan zou de aarde zo mooi worden dat God zelf hier zou willen wonen, dan zou de zee haar doden teruggeven, dan zou bezit en goud niet meer het handelen van mensen bepalen, van goud zouden straatstenen gemaakt worden. Naar zo’n wereld zijn ook wij op weg mogen we geloven. Daar is nog veel werk voor te verzetten, werk dat we mogen doen bedekt met de mantel der liefde. Aan de slag dus.

Amen

Read Full Post »