Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for september, 2014

Lezen: Exodus 32:7-11

Matteüs 18:21-35

Gemeente,

Het is zo verleidelijk. Een beeld maken van God. Mensen hebben houvast nodig. En alleen die regel dat je je naaste moet liefhebben als jezelf is toch een beetje vaag. Ook al worden de voornaamste regels in stenen platen gegraveerd je blijft je toch afvragen waar het vandaan komt. En dus staat de wereld vol beelden die aanbeden worden. Midden in de woestijn maakt ook het volk van Israel zo’n beeld. Een beeld dat volgens hen past bij de God die hen uit de slavernij heeft bevrijd, een beeld ook van een God die ze nodig zullen hebben. Het wordt een kalf, onschuldig en zwak aan de ene kant, maar met een belofte vol van leven en vruchtbaarheid. In het verhaal van Exodus staat vervolgens een dialoog van Mozes met God, een God die zich kwaad maakt en Mozes die God nog eens wijst waar het allemaal om te doen was, en God die dan berouw krijgt van de kwaadheid.

Zelfs Bijbelboekenschrijvers ontkomen er niet aan in woorden een beeld van God te scheppen. Ook bij de fundamentalistische ongelovigen kom je dat tegen. Het programma “God bestaat niet”, dat een tijd geleden op de tv was, zat vol met beelden van God. Het was dan ook opgenomen in een Rooms Katholieke kerk, waar vanouds tegemoet wordt gekomen aan de behoefte van een beeld van God door beelden van heiligen te plaatsen, die weliswaar niet God zijn maar toch aangeroepen kunnen worden. De makers van het programma hebben wel door hun aanpak het grootste gelijk van de wereld. De God waar dat programma het over heeft, of de goden, die bestaat of bestaan inderdaad niet. Zodra je een beeld van God maakt zit je fout. Hoe verleidelijk het ook is. Het enige houvast dat we hebben is de regel dat het om de zwakste mensen gaat.

Gelukkig mogen we soms God begrijpen aan zijn menselijke eigenschappen die hij ons laat zien in de verhalen uit de Bijbel. Dat het volk Israël een beeld van God wil maken zoals de Egyptenaren beelden maken van hun God maakt God kwaad. Hij had immers laten zien een andere God te zijn, een God die niet van ophouden weet, tien plagen had hij gezonden, tien keer leed voor Egyptenaren die de slavendienst handhaafden, die de strijd aangingen. God had het duidelijk gemaakt door zelf het hart van de Farao te verharden. Maar zijn volk had hij gered. Het bloed van het Lam aan de deurposten had hen behoed voor het leed de eerstgeborene te moeten verliezen, het gebraden vlees van het Lam had hen de energie gegeven de woestijnreis te beginnen. Daar kwamen geen beelden aan te pas. In de woestijn was God voor hen uitgegaan in een wolkkolom in de dag en een vuurkolom achter hen in de nacht. Geen beelden als in Egypte. In donder en bliksem was God aan het volk verschenen bij de Horeb. En dan toch een gouden kalf? God was er klaar mee. Vernietigen dit volk.

Maar God is te vermurwen. Mozes herinnert God aan het avontuur dat God met Israël is begonnen. Moet dat zo aflopen? Of mogen alle volken de hoop krijgen dat het tussen hen en de God van Israël ook goed kan komen. Dat als je het met die God waagt je niet zo snel in de steek wordt gelaten. God kreeg berouw van zijn besluit, staat er dan. Kan God berouw krijgen? Gelukkig wel, in het Oude Testament krijgen mensen vier keer berouw, God krijgt in het Oude Testament wel 99 keer berouw. We vragen er om. We mogen er dankbaar voor zijn.

God laat het overigens niet over zijn kant gaan, maar dat is een volgend verhaal over het gouden kalf en wat daarvan werd.

Uiteindelijk heeft God het volk haar misstap vergeven en dus komt de vraag op wat is vergeven. Wij vragen immers aan God onze schulden te vergeven zoals wij onze schuldenaars vergeven. Dan zullen we toch moeten weten wat vergeven is. Meestal verstaan we er wat anders onder dan het sturen van de stam Levi onder de aanhangers van het gouden kalf om die uit te roeien. Maar wat is het. Petrus stelt de vraag die ons op het spoor van een antwoord op onze vragen moet zetten.
Zeven is het heilige getal in de Bijbel. Het is het getal van de volheid. Vader, zoon en heilige geest en de vier windstreken van de aarde. Dan heb je alles wel gehad. Het is ook het getal van de schepping, na zes dagen was alles af en op de zevende dag kon God er van genieten. Zeventig maal zeven is dus oneindig veel. Afgelopen donderdag werden de aanslagen van de elfde september in Amerika herdacht. Vier vliegtuigen vlogen zich daar te pletter. Niemand heeft ooit gezegd waarom of waarvoor. Geestverwanten van de daders spraken over een straf, een straf voor de pogingen van Amerika een wereldheerschappij te vestigen. Een heerschappij waar de Amerikaanse opvatting van Christendom zou heersen over de Islam.

Een heerschappij waar Israel onder toezicht van Amerika zou mogen bepalen wat er met de Palestijnen gebeurd. Een heerschappij waar Amerika bepaalt hoeveel armen er nog in de wereld mogen zijn. Waar Amerika bepaald wat we eten en drinken, welke films we kijken en welke muziek we beluisteren. Waar Amerika ook bepaalt welke regeringen we mogen kiezen.

Waren dan de aanslagen van de elfde september de manier om het Amerikaanse volk wakker te schudden en hen van hun verderfelijke weg af te brengen? Volgens de Bijbel niet. Vergeven van het kwade is volgens de Bijbel de weg. Vergeven dat is soms heel erg moeilijk. Hoe kun je de daders van de elfde september vergeven voor het onmetelijke leed dat ze hebben aangericht. Hoe kon Saddam Hoesein vergeven worden voor de gasmoord die hij liet plegen op onschuldige Koerden.

Hoe kan Bush vergeven worden voor de weigering het verdrag van Kyoto te tekenen zodat de aarde zover kon opwarmen dat een orkaan van kracht 4, bijna 5, over New Orleans kon razen.

Hoe kunnen we de russen vergeven voor de vliegramp met de MH17, Hoe kunnen we de strijders van ISil vergeven voor de wreedheden tegen de mensen die vanouds anders geloven als zij voor juist vinden. Nog afgelopen nacht kwam het bericht dat de Engelse hulpverlener David Hinden is onthoofd.

Het lijkt er op dat we oneindig moeten vergeven, zeventig maal zeven maal. Dit oneindig vergeven komt na de verhalen over het verloren schaap dat wordt gezocht en de afgedwaalde die aangesproken wordt, desnoods met een hele groep en gevraagd wordt zich te bekeren. Als dat allemaal nog niet lukt dan volgt vergeven. Vergeven is dus niet zand er over en alles blijft bij het oude alleen we hebben het er niet meer over. Als je een oneindig aantal malen moet vergeven dan moet je ook een oneindig aantal malen proberen de situatie te veranderen, het kwaad weg te nemen.

Vergeven zou dus kunnen zijn dat we er voor zorgen dat de verschillen tussen arm en rijk worden opgeheven, zodat niemand ooit meer een reden heeft zo kwaad, bang, of hebzuchtig te worden dat vele anderen er dood aan gaan of er jarenlang onder moeten lijden. Dat soort vergeven gaat niet van de ene op de andere dag. Het is het soort vergeven dat de wereld bijna niet kent. Zoveel liefde voor mensen dat ook de kwaadste mens aangesproken wordt en het gedrag vergeven kan worden als de verandering daar is. Dat soort vergeven kan vandaag beginnen, het begint bij ons die vragen of onze schulden kunnen worden vergeven zoals wij ook aan anderen hun schuld vergeven.

Je merkt dat ook aan het slot van de lezing uit Matteüs, de schuldenaar wil wel betalen maar vraagt tijd, juist de wurggreep en de gevangenis maken dat de Heer die vergeven heeft daarvan berouw krijgt. Willen we vergeven worden zoals wij vergeven dan moeten we dus aan het werk. Dan moeten we kansen scheppen om het kwade te voorkomen. Zorgen dat jongeren een toekomst krijgen. De werkloosheid onder allochtone jongeren is tien keer zo hoog dan onder autochtone jongeren. We kunnen de bedrijven in deze regio vragen daar wat aan te doen. Als jongeren bij elkaar op straat rondhangen dan voelen we ons snel bedreigd, we kunnen daar wat aan doen door met ze in gesprek te gaan. Niet elk van ons voor zich, maar misschien met grote groepen tegelijk. Niet demonstreren tegen, maar praten om te voorkomen en te helpen. Zo kunnen we het kwade bestrijden door het goede te doen. Daar was het God om te doen.

Op het eind van het Evangelie van Matteüs stuurt Jezus zijn volgelingen de wereld in tot aan de einden der aarde om iedereen mee te krijgen in het scheppen van een goede aarde. Tot de aarde voltooid is staat er dan. Die aarde kan zo mooi worden dat God zelf er zou willen wonen staat op het eind van de Bijbel. De dood zal dan niet meer heersen, de zee zal zelfs haar doden teruggeven. Het woord van God wil deze wereld maar dan omgekeerd, niet het geweld moet regeren, niet de dood moet ons in beweging brengen maar het leven. We kunnen er vandaag nog mee beginnen en elke dag opnieuw. God gaat dan met ons mee, aarzel dus niet maar vat het werk aan.

Amen

Advertenties

Read Full Post »

Lezen: Ezechiël 33: 7-11

             Matteüs 18: 1-20

Gemeente,

 Er is de afgelopen zomer vaak geroepen dat die God van Israël niet bestaat want een goede God zou zo veel leed niet toelaten. Sinds de Tweede Wereldoorlog is de kerk op zoek naar een antwoord op de vraag naar de almacht van God. De Holocaust kon toch niet opgevat worden als een straf van God voor de Joden, zigeuners, Oost-Europeanen, communisten, homoseksuelen en al die anderen die door de Nazi’s als minderwaardig werden bestempeld en daarom uitgeroeid moesten worden. Het waren de Nazi’s die bestraft moesten worden en niemand zou ooit meer op een dergelijke manier bekeken laat staan behandeld mogen worden.

 Een echt antwoord is er misschien nog niet, maar in elk geval is het gevoel gegroeid dat we God niet alleen verantwoordelijk kunnen maken voor het leed in de wereld maar dat we zelf ook een zekere verantwoordelijkheid hebben. Ezechiël wijst ons vandaag op de verantwoordelijkheid om er wat van te zeggen als we kwaad zien. Niet te zwijgen om de lieve vrede te bewaren want als door het kwade dat we zien mensen sterven zijn we ook verantwoordelijk voor die dood. Wie een kind te hard hoort huilen, wie verwaarlozing ziet, of mishandeling van mensen in een huiselijke situatie, vrouwen, ouderen zijn dan de voorbeelden, die doet er goed aan het ter sprake te brengen bij meldpunten, de politie of op z’n minst bij de eigen pastor of huisarts.

 Het is geen bemoeizucht of op te roepen tot een bemoeizuchtige klikmaatschappij die Ezechiël doet, maar het verbeteren van de samenleving, het uitroeien van het kwade en te zorgen dat er het goede wordt gedaan en niet dan het goede, dat vraagt verantwoordelijkheid van iedereen voor die samenleving.

 Idealisten die hun verantwoordelijkheid willen nemen en de wereld echt willen verbeteren worden nog al eens naïef genoemd. Een beetje kinderlijk en wereldvreemd. Merkwaardig dat die Jezus van Nazareth, wiens gedachten toch de hele wereld hebben beïnvloed en waar we het vandaag nog steeds over hebben, zijn leerlingen oproept om als kinderen te worden. En dat kinderlijk geloof kennen we nog wel. Als een kleuterjuf zich als Sinterklaas verkleed is juf weg en Sint op bezoek want Sinterklaas bestaat echt. Net zo echt is het Koninkrijk waar Jezus het steeds over heeft. We kunnen echt onze naaste liefhebben als onszelf, en niet alleen gewoon om ons heen in de loop van elke dag, maar ook als bouwsteen onder onze samenleving, als bron voor het politieke handelen.

 We kunnen daarmee zelfs een beetje van dat Koninkrijk zichtbaar maken zodat iedereen het kan zien. Uit liefde voor anderen onrecht aan het licht brengen, geweld zichtbaar maken, niet spotten met gevaarlijke situaties maar ze aan de orde stellen.

 Jezus gaat er fel over te keer. Geen softe woorden om der lieve vrede wil nee afhakken en weggooien is het oordeel over die delen van de samenleving die onderdrukken en uitbuiten. Dat klinkt hard. Als je bij ons zulke harde woorden over anderen zegt wordt je van alle kanten op de vingers getikt. Zulke harde oordelen zouden onchristelijk zijn. Maar de Christus bij uitstek, Jezus van Nazareth, scheldt te pas en te onpas zijn tegenstanders uit. Of maar duidelijk mag worden waar je staat, waar het fout gaat. In dit verhaal gaat het om mensen die kinderen van het geloof afhouden. Wie zou dat tegenwoordig nog willen? Trouwe kerkgangers en vurige gelovigen wijzen dan graag op al die mensen die uit onverschilligheid of ongeloof de kerk hebben verlaten. Maar is dat terecht?

 Veel van die kerkverlaters hebben nog herinneringen aan het goede dat ze meemaakten en proberen dat door te geven. Maar ze ergeren zich ook aan de betweters die nog zeventiende eeuws of negentiende eeuws Nederlands praten en het meer hebben over wat niet mag dan over de Liefde voor de naaste en een hand uitsteken naar de minsten. Er is door een handjevol achterblijvers zelfs een actie gestart om mensen terug naar de kerk te krijgen onder het motto “Vader wacht”, alsof de Protestantse kerk een paternalistise organisatie is waar een strenge vader voortdurend oordeelt over de gelovigen.

 Gelukkig zijn er tegenwoordig veel gemeenten van de Protestantse Kerk Nederland waar ze eenentwintigste eeuws Nederlands praten, waar geluisterd wordt naar mensen van deze tijd en een hand uitgestoken wordt naar mensen over de hele wereld die dat nodig hebben. Veel van die kerken starten deze maand een nieuw seizoen en dan is het er extra feestelijk.

De vraag blijft waarom God eigenlijk rampen als een paar jaar gelden in New Orleans toelaat en opnieuw dezelfde mensen in gevaar brengt. In het boek Job wordt duidelijk dat dat toch een verkeerde vraag is, natuurrampen gebeuren nu eenmaal en de goede vraag is hoe wij omgaan met de gevolgen, helpen we of laten we de slachtoffers aan hun lot over? Oorlogen, ongelukken als gevolg van onverschilligheid of hebzucht zijn het gevolg van menselijk handelen. We zijn zelf niet overal schuldig aan, integendeel, de ramp met de MH17 was uitdrukkelijk geen straf van God maar het kwalijke gevolg van oorlogshandelingen waarvan we hadden afgesproken dat ook in een tijd van oorlog die niet meer zouden plaatsvinden.

 Jezus geeft in het verhaal dat we vanmorgen gelezen hebben het beeld van de herder mee. Afgezien van de grote stille heide in Drenthe en op een incidenteel verdwaald stukje natuur kennen wij de herder met schaapskudden niet meer. Maar dat je bij echt liefhebben alles uit de kast haalt om dat wat je dierbaar is terug te vinden kunnen we ons nog wel voorstellen. Bewoners van buurten en campings helpen in de zomer maar al te graag zoeken als er weer eens een kind wordt vermist, dag en nacht desnoods. Gelukkig vaak met goede afloop.

 In ons eigen land gaat dat precies hetzelfde. Vluchtelingen willen meer contact met Nederlanders om goed te kunnen inburgeren heeft Vluchtelingenwerk ontdekt. Veel Nederlanders willen daar graag bij helpen. Geen enkel vluchtelingencentrum heeft eigenlijk gebrek aan vrijwilligers, maar de Nederlandse overheid ontmoedigt het. De mogelijkheid om de taal te leren wordt beperkt, de mogelijkheid om aan de samenleving ook echt te leren deelnemen wordt bijna ontnomen. In plaats van alles uit de kast te halen om ook de minsten er bij te betrekken worden ze wegbezuinigd. Een paar uur les en U zoekt het maar uit.

 Maar we zullen verder moeten gaan, we zullen ons samen, ook als kerkelijke gemeente moeten blijven inzetten voor het werk aan dat Koninkrijk waar alle tranen gedroogd zullen zijn. Het was Jezus van Nazareth die zijn leerlingen er op uit stuurde, totdat de aarde voltooid zal zijn. Wat wij zien, en deze zomer werd het extra zichtbaar in de wereld, is de chaos die er al vanaf het begin van de schepping was toen de Geest van God als een storm over de oervloed zweefde en God moest roepen dat er licht moest zijn, het licht was er, maar wij mogen het niet onder de korenmaat zetten maar moeten het zichtbaar maken als een stad die op een berg ligt.

 We zullen het dus zelf moeten doen, organisaties genoeg waar je je bij kunt aansluiten om de armen in de samenleving te helpen. Maar dan ben je bezig in een kerk of een organisatie en dan gaan mensen zich vervelend gedragen, ze stelen uit de kas of ze willen de baas spelen zonder daarvoor aangesteld te zijn, of ze doen niet wat ze hadden beloofd. In het stuk dat we vandaag lezen worden ook een aantal praktische tips gegeven, die voor elke groep van waarde kunnen zijn, maar waar bijna nooit de hand aan wordt gehouden.

 Als iemand zich niet aan de groepsregels houdt praat daar dan eerst eens rustig onder vier ogen over. Snapt iemand dan dat er wat aan de hand is en gaat er wat aan te doen dan heb je niet alleen een probleem opgelost maar ook problemen voorkomen. Zo niet, probeer het dan nog eens met een paar andere groepsleden er bij. Je kunt het toch verkeerd hebben uitgelegd of niet de juiste toon hebben getroffen. Ook dan geldt dat als er geluisterd wordt de zaak kan worden opgelost en verdere problemen voorkomen. Duidelijk is dat je hier iemand aanspreekt alsof je zelf aangesproken wordt. Wij kennen dat bijna niet meer. Nee het zijn gelijk bazen en machthebbers die zich willen laten gelden, tegen wie we ja en zo is het moeten zeggen. Iemand helpen zich aan de regels te houden, daar wat voor over hebben is er meestal niet bij. Toch kunnen mensen die de Evangelielezing van vanmorgen kennen heel ver gaan.

 Ergens in Nederland was een kerkelijke gemeente waartoe iemand hoorde die heel erg de regels geschonden had. Hij kon niet van kinderen afblijven. Die kerkelijke gemeente heeft toen besloten een groep te vormen die met hem in gesprek ging, en met zijn gezin. Achteraf kun je zeggen dat als hij had geluisterd dan was zijn probleem opgelost en waren problemen voor anderen voorkomen. Dit voorbeeld had dan niet opgeschreven kunnen worden want niemand zou het geweten hebben. Hij luisterde echter niet en ondanks alle pogingen ging het gruwelijk mis.

 We weten dat omdat het laatste advies uit dit verhaal van Matteüs is de zaak voor de gemeenschap te brengen. Ook dan krijgt iemand nog een kans, Jezus bekeerde Tollenaars en hielp Heidenen te over. Maar het is duidelijk, mensen kunnen zich buiten de gemeenschap plaatsen, als ze niet luisteren. De boodschap is dus dat je moet blijven proberen de ander te bereiken, en schakel uiteindelijk gerust de anderen uit de groep er bij in, iedereen mag helpen.

 De startzondag is nog niet eens geweest en nu al ligt er een agenda voor de gemeente die de komende winter kan worden aangepakt. Hoe zien we het kwaad hier in Callantsoog, misschien zelfs in onze eigen gemeente en hoe brengen we dat ter sprake. Zijn ouderlingen en diakenen in staat om leiding te geven aan de opdracht die we samen hebben, houden we er voldoende rekening mee bij het beroepen van de predikant? Het is niet aan mij om hier met antwoorden te komen. Wat ik er nog aan toe kan voegen is dat de Bijbel ons duidelijk maakt dat als we dit werkt aanvatten God met ons zal zijn. Dat het Koninkrijk voor het grijpen ligt. Dat het kan dat werken aan de aarde die zo mooi zal zijn dat God er zelf zal willen wonen.

 In dat vertrouwen mogen we samen de week in, samen de herfst in, samen het nieuwe kerkelijk jaar in na de startzondag. We weten ons dan gedragen door de zegen van de God die nooit laat varen het werk dat zijn hand begon.

 Amen

Read Full Post »