Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for augustus, 2014

Lezen: Jeremia 7:23-28

           Matteüs 17: 1-20

 Gemeente,

U heeft er vast van gehoord. De IceBucketChallenge, internet wordt er mee overstroomt, mensen die een emmer ijsblokjes of ijskoud water over zich heen gooien of over zich heen laten gooien. Niet om te laten zien hoe koud dat is en hoe grappig het is mensen het plotseling koud te laten krijgen maar om te laten zien dat ze een bedrag geschonken hebben aan de Stichting ALS. Die Stichting heeft ineens miljoenen ter beschikking om onderzoek te laten doen naar de oorzaak van ALS en eventuele behandelingen die er mogelijk zouden zijn. ALS is een slopende ziekte die geen behandeling kent.

Een neef van mij is er een paar jaar geleden aan overleden en begin van jaar overleed dominee Renkema van de Lindtse Kerk in Zwijndrecht aan deze ziekte. Ik weet dat omdat ik de dominee de laatste paar jaar diverse malen heb vervangen. Bij ALS vallen namelijk een voor een de spierfuncties uit. Je weet niet welke en wanneer, uiteindelijk is ook de hartspier aan de beurt. Bij dominee Renkema hield het spreken op en dan is voorgaan in kerkdiensten erg moeilijk. Schenken aan de ALS stichting is dus een heel goed doel, want het lijden is groot, een behandeling in welke vorm dan ook is meer dan welkom.

 Het komt in onze samenleving steeds meer voor dat de steun aan goede doelen vergezeld gaat van uiterlijk vertoon. Je fietst een berg als de Alp d’Huez op om kanker te bestrijden, loopt hard in New York om geld bij elkaar te krijgen voor een eigen gekozen doel en zelfs de vierdaagse in Nijmegen wordt tegenwoordig gebruikt om te laten zien wat je over hebt voor het helpen van zieken of het voeden van de hongerigen. Tegelijk wordt er door de regering bezuinigd op de hulp aan de armsten in de wereld en worden er grenzen gesteld aan de uitgaven voor gezondheidszorg en wetenschappelijk onderzoek.

 Het is niet nieuw. Ook in de dagen van Jeremia was er de tendens waar te nemen dat het brengen van offers een religieuze show werd. Hoe goed wij zijn is te merken aan hoe veel wij aan de God van Israël offeren.

 Het moet toch even schrikken geweest zijn toen daar Jeremia ging optreden. In een wereld waar het ene offer na het andere werd gebracht klinkt het ineens “Ik heb nooit gevraagd om offers, eet zelf je vlees maar op”. Nu hadden ze toch in de Torah, de wetten die vanouds waren overgeleverd, gelezen dat er elke ochtend en elke avond een offer gebracht moest worden. Een deel van het vlees was voor de priester en de rest moest worden verbrand, samen met meel en wijn. Het staat nauwkeurig beschreven in het boek Leviticus. Maar uit het voorgaande was al duidelijk dat de offers in de Tempel van de God van Israel net zo gemakkelijk gebracht werden als de offerkoeken voor de Maan en offers voor de andere goden van de omringende volken.

 Die offers uit de Thora, de leer van Mozes, waren bedoeld om mensen dag in dag uit duidelijk te maken dat ze niks van zichzelf hadden maar alles hadden gekregen. Dat ze dus ook dag in dag uit alles moesten delen. Daarin was de hele wet samengevat: “Heb Uw naaste lief als uzelf” Maar daar werd niet naar geluisterd. Er konden nog zoveel priesters, levieten of profeten komen die weer vroegen om aandacht voor de minsten in de samenleving of die vroegen om te delen wat men had geoogst, steeds weer wilden de mensen alleen een vrome godsdienst, mooie liederen, fraaie gebeden en plechtige offers. Want een mooie godsdienst belooft je voorspoed en rijkdom en succes in het leven. De naaste kwam er niet meer aan te pas. Oprechte woorden komen niet meer over hun lippen.

 In onze dagen doen mensen niet meer aan godsdienst. Dat is achterhaald zo klinkt het. Wie gelooft er nu nog in een God die je niet kunt zien? Wat heb je aan die oude regels waar toch niemand zich aan houdt? Dat klinkt fraai en modern maar is er veel verschil met de dagen van Jeremia? Ook toen wilde men zich aanpassen aan de moderne omstandigheden. Als alle volken toch de Maan aanbaden dan mocht het volk Israël toch niet achterblijven? De grootmachten uit de dagen van Jeremia waren machtige staten. De hangende tuinen van Babylon, waar onder meer de Maan werd aanbeden, waren wereldwonderen, de legers onoverwinnelijk. Je daarbij aanpassen, niet weglopen voor de cultuur die dominant is, mag toch wel?

 Het is alsof er niets is veranderd. De Babylonische goden zijn vervangen door het ongeloof. Maar de armsten in de wereld blijven net zo hard lijden als toen. Nu wonen ze in Afrika en sterven van honger, geweld en Ebola, toen woonden ze gewoon in het land en moesten de armsten zich verkopen als slaven. Nu bouwen de rijkste landen importbeperkende muren, toen regen de rijken akker aan akker en voegden ze huis aan huis. De wil van de God van de Woestijn, de God van heb-je-naaste-lief-als-jezelf, is nog steeds hetzelfde, voor ons nog steeds een reden om die God na te volgen, dat houden van je naaste is pas geloven nietwaar.

 Hulp aan de armen, steun aan goede doelen is dus niet verkeerd. Maar er een godsdienst van maken, een religieuze show, doen of het een prestatie van jezelf is wel. Als we delen dan delen we van hetgeen met ons gedeeld is, hetgeen ons is toe gevallen. Wie om zich heen kijkt ziet het wel. De ene mens spant zich in en overkomt ellende en verdriet, de andere mens hoeft zich nauwelijks in te spannen en wordt bijna slapend rijk en ben je eenmaal rijk dan is het nog makkelijker om nog rijker te worden. Veel bezitten is geen verdienste van de bezitter, maar om in Bijbelse termen te spreken, veel bezitten is rijk gezegend zijn.

 Dat steunen van goede doelen, dat zorgen voor de zieken, het voeden van de hongerigen en het kleden van de naakten is daarom een kwestie van geloof. Geloof waarin? Geloof in een wereld waarin alle tranen gedroogd zullen zijn, waar geen ziekte en geweld meer voorkomen. Profeten als Jeremia en Jesaja hebben voor ons zo’n wereld geschetst. Uiteindelijk sprak Johannes op Patmos, in het boek Openbaring zelfs van een wereld waar de zee haar doden teruggaf en die zo mooi geworden was dat God zelf er zou willen wonen.

 

Maar we geloven nog steeds niet echt dat wij aan een dergelijke wereld mogen meewerken. Als je maar een klein piezeltje geloof hebt kun je een berg verzetten. Niet dat je nu letterlijk bergen moet willen verzetten, zelfs van Jezus van Nazareth wordt nergens verteld dat die tegen een berg zei : “Stort je in zee”, waarop mensen sindsdien kunnen aanwijzen waar die berg zich in zee heeft gestort. Maar zodra mensen zich gaan inzetten om de wereld een klein beetje beter te maken krijg je dat ongeloof te horen: Het lukt je toch niet.

De kruisraketten waren hard nodig, die zouden er echt wel komen. Geloof in de mogelijkheid van vrede tussen mensen was niet mogelijk en dat propageren was onvruchtbaar. Het geloof van een electricien in Polen en vele Nederlanders die ondanks alles vriendschap sloten met mensen in Oost Duitsland heeft uiteindelijk de geschiedenis veranderd.

 De industrie zou ook niet milieuvriendelijk te krijgen zijn. Er was er ooit één die met Greenpeace begon, en de drijfgassen uit koelkasten en spuitbussen zijn verdwenen en heel langzaam herstelt de ozonlaag zich, iets te langzaam overigens. Ook de apartheid in Zuid Afrika zou nooit op een vreedzame wijze kunnen worden afgeschaft. Tegen demonstranten voor Nederlandse banken, die demonstreerden tegen een investeringsbeleid dat de apartheid ondersteunde, werd gezegd dat ze oorlog stonden uit te lokken.

 Maar toen kerken hun investeringen gingen terugtrekken en gelovigen hun bankrekeningen opzegden, automobilisten de Shell pompen voorbij reden, en Nelson Mandela hardnekkig een onvoorwaardelijke vreedzame overgang naar democratie bleef nastreven ging het onaantastbare apartheidsregiem aan het wankelen en kunnen we het nu opzoeken in geschiedenisboekjes.

Natuurlijk gaat het verdrijven van die demonen niet van de ene op de andere dag. Iedereen die met moeilijke jongeren werkt zal dat weten. Maar ook het helpen van ontspoorde jongeren of jongeren die dreigen te ontsporen is meer dan de moeite waard. Steeds weer geldt dat iedereen bij de samenleving mag horen, en dat iedereen bij een samenleving kan gaan horen als liefde voorop staat.

We sluiten in onze samenleving tegenwoordig liever mensen buiten onze samenleving dan dat we moeite doen om mensen op te nemen. En jongeren die onze aandacht afdwingen bekijken we door de ogen van de mobiele eenheid.

 Toch is maar weinig nodig om de wereld een beetje beter te maken. Maar het moet van veel mensen komen We moeten er allemaal aan meewerken. We kunnen bergen verzetten. Dat is ook wat de mensen proberen die meedoen aan die IceBucketChallenge of aan Alp d’Uzes. Het lijkt soms dat men showt met het goede dat men kan doen. Maar voor veel mensen, zeker bij die wielerprestaties, heeft gevoel een grens  te verleggen voor een ander, een berg te verzetten voor een zieke de overhand. In plaats van leed over ongeneselijke ziekten ontstaat vreugde over de mogelijkheid er toch wat aan te kunnen doen. We staan letterlijk op tegen het leed dat ons of anderen is overkomen.

 Blijft toch de vraag waarom de profeet ons waarschuwt dat God die offers niet wil. Die offers zijn een individueel gebeuren. De Thora, waarin ook de offers beschreven staan, is voor het volk bestemd. Niet elk voor zich mag godsdienstig zijn, de  dienst aan God gaat over zijn volk, Jezus van Nazareth preekte de komst van zijn Koninkrijk. De God van Israël vroeg aan zijn volk een vanzelfsprekend delen van wat ze hadden met de minsten, dat oefenden ze in de offers, iedere morgen, iedere avond, dat was verder het hart van het volk. Jezus van Nazareth had het over een Koninkrijk waar de meest vooraanstaanden de minsten wilden zijn, waar het dienen heersend was.

 Jezus van Nazareth verzucht in het verhaal dat we vandaag gelezen had dat hij steeds nodig is en dat hij niet eeuwig daarmee kan doorgaan. Pas na zijn lijden en opstanding geeft hij zijn volgelingen de opdracht alle mensen op aarde te dopen tot de aarde voltooid zal zijn. Het mee krijgen van alle mensen op de wereld in het als vanzelfsprekend goed maken van de aarde, het uitbannen van geweld en onderdrukking, recht doen aan alle mensen en daarmee mee werken aan de schepping van de goede aarde, de aarde van God is dus ook onze opdracht. God laat nooit varen het werk dat zijn hand ooit begon, we mogen dus op God vertrouwen als we mee gaan doen, niet voor onszelf maar voor dat Koninkrijk van Jezus van Nazareth dat komt. Mee doen dus voor de toekomst, voor een toekomst van God, die toekomst ligt voor het grijpen, die toekomst is al begonnen. Doe mee dus, het werk wacht, van dan aan.    Amen

 

Advertenties

Read Full Post »

Lezen: Jesaja 51: 1-6

             Matteüs 16:13-27

Gemeente

De grenzen over wat goed is en wat slecht is worden vandaag schijnbaar scherp getrokken. We moeten alles kunnen zeggen, maar echt alles brengt soms verwarring, in de Bijbel heet die verwarring dan diabolos, vertaald als Satan of Duivel. En verwarrend zijn de verhalen uit de Bijbel soms. Die diabolos is geen persoon waar we in moeten geloven, die verwarring is een gevolg van ons handelen. In de lezingen van vandaag verandert Simon van een rots, een Petrus, in een verwarrer, een diabolos, een Satan. Voor sommigen die nauwkeurig de Bijbel lezen is ook Jesaja een profeet die verwarring brengt.

Want wie zingt er nu over een oord van vreugde en gejuich als je meest geliefde stad veranderd is in een ruïne. Als er niets over is dan puinhopen. En dan niet zo maar een stad, een stad als alle andere waar jij toevallig van houdt, maar de stad van de berg Sion, waar de Tempel is gebouwd, waar de Wet van de Woestijn, de Thora van God, werd bewaard. Het is Jesaja de profeet die dat doet.  In de Heidense manier van geloven had de God van Israël verloren, was zijn macht op aarde uitgeteld. Zijn volk was weer in Ur der Chaldeeën onder de hoede van de goden van Babel.

Maar Jesaja begint het verhaal van Israël weer opnieuw te vertellen. Over Abram en Sarai, die Abraham en Sara werden onder de terebinten van Mamré, die pas op hoge leeftijd begonnen met het stichten van het volk dat uit zou groeien tot het volk Israël.

De verwarring slaat toe. Het is dus niet over? Het kan opnieuw beginnen? De hulp van God die nodig is voor de bevrijding uit de ballingschap is nabij? Jesaja hoeft de verhalen niet te vertellen, als de Wet, de Thora uitgegaan is van de God van Israël dan ging daar ook de bevrijding uit de slavernij van Egypte aan vooraf. Zou de God van Israël opnieuw beginnen? En dan begint er vast iemand een Psalm te zingen, die Psalm waarmee we onze kerkdiensten zo vaak beginnen, Hij laat nooit varen het werk dat zijn hand begon.

Het is de herinnering aan het Jeruzalem van voor de verwoesting en de invloed van de Thora die maakt dat je je met Jesaja toch, door alle verwoesting en ellende heen, toch vrolijk kan voelen. Want niet de vijand die de verwoesting veroorzaakte is de baas, niet die vijand is de Heer van de wereld, niet hij is jouw Heer, maar de Heer waar de Thora van uitging is de baas. En die Wet was immers de Liefde, en die Heer was immers de Liefde. En uiteindelijk overwint de Liefde. Daar is je hele leven op ingesteld. Daar richt je je daden op, daar vertrouw je op, dag in dag uit. Die overtuiging, die houding maakt dat je niet bang hoeft te zijn voor de hoon van mensen, dat je je niet hoeft te storen aan hun spot.

 

Want is het verzet tegen bijvoorbeeld het haat zaaien tegen de Islam en haar aanhangers niet ingegeven door de Liefde voor mensen en het verlangen naar een samenleving waaraan iedereen mee kan doen, zonder angst, zonder zich ingeperkt te hoeven voelen, zonder dat iemand cultuur of eigen overtuiging hoeft op te geven. Mensen die tegen het haat zaaien zijn willen een vreedzame samenleving. Niet alleen hier maar overal in de wereld. En dan slaat de verwarring weer toe.

 

Want moeten wij nu ook de broeders van de Islamitische staat liefhebben? Die vrouwen als gebruiksvoorwerp beschouwen, van wie wordt gezegd dat ze de vrouwen van hun vijanden verkopen als vee, en iedereen die hun geloof niet wil delen doden?  In onze geschiedenis was het Karel de Grote die het Christendom zo bracht aan de Germanen, wie zich niet wilde laten dopen werd gedood, we zijn Keizer Karel toch de Grote blijven noemen en misschien dat de Islamitische Staat IS er voor nodig is om onze houding tegenover de kerstening van ons land te herzien.

 

Want ons is de vrede van God voorgehouden. Jesaja zal een Heidense koning, koning Cyrus begroeten als Messias als die de Judeeërs, de ballingen, opdracht geeft Jeruzalem en haar Tempel weer op te bouwen, daar komt geen geweld aan te pas. Jeruzalem zal dan een oord zijn van vreugde en gejuich, dat oord komt, ook al ziet het er midden in de ballingschap nog niet naar uit.

 

Ook Jezus van Nazareth hield zijn leerlingen een Koninkrijk van recht en vrede voor, ook dat zou een oord zijn van vreugde en gejuich. Maar net als Jesaja was er in de wereld van Jezus van Nazareth geen spoor te bekennen van de komst van een dergelijk Koninkrijk. Integendeel, het volk Israël leed onder een wrede bezetting waar ook de uitoefening van de godsdienst voortdurend bedreigd werd. Zware belastingen, het kopgeld, maakten de armen steeds armen, de tol die onderweg geheven werd remde de handel af. In een dergelijke samenleving reisde Jezus met zijn leerlingen rond, iedereen trok achter hem aan staat er dan.

 

Simon de zoon van Jonas, een van de leerlingen, had een bijnaam. Jona betekende duif en boodschapper, maar was de zoon van de duif ook zo zachtmoedig?. Simon was visser dus sterk, hij was rechtlijnig, zoals vissers ook vandaag de dag nog rechtlijnig kunnen zijn. Zijn bijnaam was dan ook rots, Petrus. Maar de combinatie van rechtlijnig en godsdienst brengt splitsingen en wonderlijke ideeën. Die hoeven overigens niet altijd verkeerd te zijn maar je moet wel oppassen. In het stuk dat we vanmorgen hebben gelezen heeft onze Simon Petrus het ineens door. Die Jezus van Nazareth met zijn onvoorwaardelijke liefde voor de mensen en zijn boodschap van heb je naaste lief als jezelf die kan de hele wereld bevrijden. Zo zal de God van de Wet van de woestijn, van de Thora,  zijn zoon gezien willen hebben.

 

Die zoon lijkt het meest van ons allemaal op God, die God immers zag dat het goed was. Als je op die manier met elkaar omgaat heeft ook de dood geen invloed meer op je beslissingen en kan die de gemeenschap die je vormt niet meer omverwerpen. Dat is nauwelijks te geloven en Simon, bijgenaamd Petrus, zal dat geloof ook niet lang volhouden, ook daar gaan we nog van kunnen leren. Iemand die er van geleerd had was Roger Schütz, de abt van het protestantse klooster in Taizé. Een Protestantse abt, en beetje raar voor Hollandse Calvinisten en Nederlandse Protestanten. Maar broeder Roger had al vroeg geleerd dat je de liefde voor mensen voorop moest zetten. Niet de liefde voor bezit of aanzien maar echte liefde voor mensen. En dat je pas echt voor mensen kunt zorgen als je ook voor jezelf zorgt. Daarom was hij naar dat kleine dorpje in Frankrijk gekomen, om in stilte voor zichzelf te zorgen, en voor de mensen. Samen met zijn broeders die hetzelfde ideaal hadden, als een soort oefening in het leven in het nieuwe Koninkrijk van God. In de Tweede Wereldoorlog werd het een vluchthaven voor velen die met de dood werden bedreigd.

 

Na de jaren 60 van de vorige eeuw werd het een inspiratiebron voor heel veel jonge Europeanen die moesten leren in een nieuwe wereld te leven. In dat nieuwe Europa waren de zuilen van geloven, de zuilen van landen, de zuilen van mensen die zich verheven hadden, omvergehaald. Verzoening en onvoorwaardelijke liefde voor mensen kwamen er voor in de plaats als het aan de gemeenschap van Taizé lag. Zo werd ook broeder Roger een rots waar velen naar opkeken.

De gewelddadige dood van broeder Roger heeft dat niet stuk gemaakt, dat gaat verder, want zelfs daarin zagen we nog steeds een heel klein stukje van het Koninkrijk van God toen door de abt of vanuit het klooster gevraagd werd om hulp voor de moordenares van broeder Roger.. Dat Koninkrijk waar we allemaal in mogen wonen, als we ons aan de wet van het koninkrijk weten te houden kent liefde en vergeving.. Dat Koninkrijk dat we allemaal mogen laten zien, in kerken en gemeenschappen, maar vooral in onze inzet voor onze naaste.

Daar past dus geen geweld in. Het gebod van Gij zult niet doden is niet een gebod voor een individu, al zullen we ons er ook individueel aan moeten houden, maar is een gebod voor een volk. Als er al strijd werd geleverd door het volk in de Woestijn was dat een strijd als instrument voor de God van Israël. Daarom hief Mozes zijn handen omhoog tijdens de strijd en als hij ze liet zakken dan verzwakte het leger van Israël.

Jezus probeerde zijn leerlingen  duidelijk te maken dat hij zou moeten lijden. Dat bracht in elk geval Petrus in verwarring. Dat toch nooit. Een geweldige leraar, de zoon van de allerhoogste God, lever je toch niet over aan de Heidenen om te lijden en gedood te worden? God en alle engelen zouden dat verhoeden en tot dat leger zou je als volgeling van Jezus willen behoren.

Het is de manier van denken waar we altijd tegenop lopen. Het is de manier van denken van Karel de Grote en van de Islamitische Staat, wie niet voor mij is, is tegen mij en dan citeer je dus gewoon de Bijbel, maar er staat ook dat allen die het zwaard opnemen door het zwaard zullen vergaan. De oorlogen die in de wereld woeden zijn voor ons te groot, we horen ze en we horen hun geruchten want als er een vliegtuig neerstort met onschuldige reizigers dan komt het geluid van de oorlog schrijnend dichtbij.

Maar we hebben schaduwen van die oorlog ook in onze steden en in onze wijken. Daar wonen jongeren die steeds meer uitgesloten raken van onze samenleving, die steeds minder kansen op werk en vooruitgang hebben. De jeugdwerkloosheid is onder allochtone jongeren het allergrootst. En allochtone jongeren zijn jongeren die hier zijn geboren, soms net als hun ouders en alleen hun grootouders werden in de jaren 60 van de vorige eeuw in een ander land geworven om hier het tekort aan arbeidskrachten op te lossen.

Ze krijgen pas een identiteit die meetelt als ze bij extreme of fundamentalistische groepen aansluiting vinden, daar hebben zij gelijk en heeft iedereen anders ongelijk. Maar moeten wij ze dan met geweld begroeten? Ze eindelijk zien staan door de ogen van de mobiele eenheid? Sommige politici proberen ons in verwarring te brengen door voortdurend te wijzen op dat waar we het niet mee eens zijn. Maar met Jezus mogen wij roepen ga van ons verwarrers, geweld is niet en nooit een oplossing voor problemen. We zullen moeten werken aan hun toekomst, hoe moeilijk dat ook is.

Daarom moeten we voortdurend de visioenen van profeten als Jesaja voor ogen houden. Moeten we voortdurend blijven geloven in de belofte van Jezus van Nazareth dat zijn Koninkrijk zal komen. Dat zijn koninkrijk voor het grijpen ligt, dat Koninkrijk waar alle tranen gedroogd zullen zijn, waar de dood niet meer heerst en dat zo mooi zal zijn dat God zelf op deze aarde zal willen wonen. Daarvoor zullen wij het kruis van Jezus achter hem moeten opnemen. Elke dag mogen we dat opnieuw doen, werkend aan de komst van zijn Rijk, ook vandaag, ook de komende week, aarzel dus niet maar sla de hand aan de ploeg.

Amen

Read Full Post »

Lezen: Nehemia 9:15-20

            Mattheüs 14:13-21

 

Gemeente,

De ellende van de wereld komt deze zomer wel erg dichtbij. Het is over het algemeen mooi weer, in elk geval warm weer en we zouden toch van een heerlijke zomer moeten kunnen genieten. Maar als we een radio aanzetten of in de avond nog even het nieuws op de televisie kijken dan dondert de ellende van de wereld over ons heen. Zware oorlog in de Gaza strook waar Israël en Palestina nooit samen de weg van vrede lijken te kunnen bewandelen, oorlog in Oost Oekraïne waar een vliegtuig vol mensen uit hele andere landen ineens het slachtoffer van werd.

Vaak blijft zulke rampspoed ons land voorbij gaan, maar nu lijkt het wel een storm op zee waarbij wij ineen klein bootje de rampspoed over ons heen krijgen. Meestal horen wij wel van oorlogen en in het ergste geval geruchten van oorlogen maar zelden worden er Nederlanders het slachtoffer van en zelden nog drijven oorlogen mensen de straat op om hun angst en onvrede met de oorlog te uiten. Nu gebeurt het wel. De dode kinderen, de gewonde vrouwen en bejaarden uit de Gaza strook drijven mensen de straten op om hun afschuw van oorlogspolitiek te uiten en een vreedzame plek te vragen voor hun eigen godsdienst, hun eigen overtuiging hun eigen traditie.

De slachtoffers van de vliegtuigramp bezorgden ons een nationale dag van rouw en dagen van aandacht en respect voor de stoffelijke overschotten die ons werden thuisgebracht en nu tot namen van overledenen worden gebracht in de kazerne in Hilversum. We zullen er deze zomer vrees ik nog veel van horen.

En ook in ons eigen land is het nog lang geen vrede bleek gisteren maar weer. Mensen die op een andere manier van elkaar houden als door een meerderheid gewoon wordt gevonden worden nog steeds gediscrimineerd, voor hen is vaak geen plaats in onze samenleving en ze zijn nog steeds voorwerpen voor geweld en agressie.

Er zijn mensen die zeggen dat al die ellende komt omdat mensen steeds minder in God geloven. Dat zou dan in de Bijbel staan, God straft onmiddellijk. Was het maar zo eenvoudig want dan konden we God ter verantwoording roepen, een tribunaal oprichten waar God bestraft kon worden voor zijn misdaden. Er zijn dichters en dromers geweest die over zo’n proces hebben nagedacht. Wat zouden de argumenten voor een veroordeling zijn en wat zou ter verdediging kunnen worden aangevoerd. Zelfs in de Bijbel komt een dergelijke voorstelling voor, in het boek Job. Maar ook na Auschwitz kwam een toneelspel op waarin God ter verantwoording werd geroepen.

In het boek Job ging het voornamelijk om natuurrampen. Het antwoord daarop is dat die er nu eenmaal zijn en dat de vraag is hoe wij met de slachtoffers en gevolgen denken om te gaan. Voor het kwaad dat mensen elkaar aan doen is een ander antwoord. God is Liefde en heeft ons zijn leefregels gegeven om ons te bevrijden van het kwade, om te bevrijden van de slavernij van de dood. God straft ons niet als wij die regels negeren en niet willen navolgen. Nee het niet navolgen van die regels voert tot de dood. Tot een doods en leeg leven, tot oorlog en geweld tussen de volken.

Het hart van de richtlijnen die God ons voor de menselijke samenleving heeft gegeven is het Heb uw naaste lief als uzelf, daarmee heb je God lief boven alles. Dat mag je doen met heel je hart en met heel je verstand.

Daar gaan de lezingen van vanmorgen dus ook over, ze laten zien waar het niet leven volgens de richtlijnen van God op uit loopt en het laat zien hoe je problemen die je tegen komt met de richtlijnen van God kan oplossen.

Neem nu het verhaal van Nehemia. Samen met de teruggekeerde ballingen had hij een stad herbouwt van recht en vrede. Twaalf poorten kende de stad zodat er dag en nacht in de poorten recht kon worden gesproken, de stadspoort was immers de plaats van het recht. Maar Nehemia waarschuwde voor wat er zou kunnen komen. Altijd weer willen mensen de goden van goud en beloften nalopen in plaats van te delen. Nehemia herinnert het volk daarom aan haar geschiedenis.

Het maken van het gouden kalf in de Woestijn liep uit op een drama. Maar het volgen van de Wet van de Woestijn, de wet van eerlijk delen, bracht zelfs in de Woestijn voorspoed. Dat je kunt vertrouwen op het beetje eten dat er voor één dag is lijkt achteraf een wonder. Een heel volk had het er veertig jaar mee gedaan in de Woestijn. Toen kregen ze het land overvloeiende van melk en honing. Er volgde zelfs een tijd zonder koning, zonder regering, zonder belastingen. Iedere keer als vijanden probeerden dat wondere volk te onderdrukken stond er een rechter op die het volk naar bevrijding wist te leiden. Maar die gouden goden, die mooi gevormde tempels, die vreemde priesters die mooi konden zingen en geheimzinnige bronnen hadden voor fraai klinkende voorspellingen hadden een grotere aantrekkingskracht dan een Wet die alleen vertelde dat je je naaste lief moest hebben als jezelf en Profeten die achter de koeien vandaan kwamen. De uiterlijke schijn was altijd aantrekkelijker geweest dan de eenvoudige inhoud. Daardoor ging het land verloren, daardoor raakte het volk in ballingschap.

Pas door zich de Wet van samen delen weer te herinneren konden ze de moed vinden om de muren van de stad van de vrede weer te herbouwen. Ook vandaag de dag lijkt de uiterlijke schijn belangrijker dan de inhoud van het leven. De goden van goud en beloften, zoals ze ooit door Huub Oosterhuis werden genoemd, hebben hun aantrekkingskracht nog nooit verloren.

Dat najagen van uiterlijke schijn bracht de hele financiële wereld aan het wankelen. De goden van goud en belofte komen hun beloften van welvaart en aanzien voor duizenden op de wereld nog nooit na. Ondertussen gaat de verdienste van hardwerkende mensen naar oorlogstuig dat niet alleen de eigen soldaten van het leven beroofd maar duizenden in het ongeluk stort. Voedsel voor armen wordt nu omgezet in benzine voor rijken. In plaats van de honger uit te bannen handhaven we het systeem van verspilling. Maar we mogen nog steeds de samenleving anders inrichten. Samen, delen, met de minsten eerst.

Geleerden zeggen het, het valt na te rekenen, er is voedsel genoeg voor iedereen op de aarde, en er kan nog zeer lange tijd voldoende voedsel verbouwd worden. Waarom dan die hongerende kinderen op de TV? Waarom dan die wanhopige smeekbeden om hulp van hulporganisaties. Waarom dan die eindeloze onderhandelingen bij de Wereld Handels Organisatie?

 Dat heeft 3 oorzaken, de eerste is het weer. De ene zomer hebben we een overvloedige aardappeloogst in de Wieringermeer, de volgende zomer een gewone oogst, en soms rotten de aardappelen op het land weg voordat ze geoogst worden. De aardappels worden duur als de oogst is tegengevallen, maar wij schakelen rustig over op pasta en rijst. De tweede oorzaak is de verdeling. Die rijst komt niet uit Nederland maar uit verre landen, Indonesië of Suriname. Wij weten het te organiseren dat de rijst wordt bewerkt en hierheen vervoerd en omdat de rijst moet concurreren met aardappels en pasta hoeven we er niet te veel voor te betalen. Het graan voor de pasta komt voor een groot deel uit Oost Europa, of uit landen waar ze met weinig mensen veel graan kunnen produceren, ook dat is goedkoop dus, en dus blijven de mensen die alleen rijst kunnen telen arm.

Als daar de oogst eens wat tegenvalt is er direct een groot probleem. Wij zorgen dat iedereen die niet in  de landbouw werkt toch meebetaalt aan onze boeren zodat de prijzen laag kunnen blijven, de concurrentie groot is en de armen arm blijven. Die subsidies staan wel ter discussie maar we weigeren er een eind aan te maken. De derde reden is onze invoerpolitiek. Rijst en graan, maar ook koffie en cacao zijn welkom als ze maar niet bewerkt zijn, dat geldt voor bijna alle grondstoffen uit de arme landen. 

Chocolade en gebrande koffie zijn niet welkom, daar rust een hoge invoerprijs op. Zodat wij kunnen blijven werken en de mensen die er van afhankelijk zijn arm blijven. En er dreigt zelfs een vierde reden bij te komen. Sommige producten uit de landbouw kunnen wij omvormen tot brandstof voor onze auto’s, biobrandstof noemen we dat. Je kunt die producten dan niet meer eten, en omdat wij ze zelf omvormen verdient er in de arme landen niemand wat aan.

Jezus van Nazareth gaf het  voorbeeld hoe het anders kan. Het was even schrikken geweest na dat bericht over de stiekeme dood van neef Johannes, maar Jezus was zo populair dat de mensen hem achterna gingen. En als mensen op stap gaan nemen ze als het even kan eten mee, een mandje vol, dat wat gemakkelijk te dragen valt en waar je geen last van hebt.

Twaalf manden vol bleef er over. Als je nu gewoon in groepen bij elkaar gaat zitten en alles deelt is er genoeg te eten, zoals Mozes in de woestijn al de mensen bij elkaar zette om met hun vertegenwoordigers te kunnen overleggen. Deden we dat gewoon op de hele wereld maar, dan hoefden we tijdens het diner niet meer op TV naar stervende kinderen te kijken. Vijf broden en twee vissen is genoeg om te delen en zuinig met brandstof kunnen we zelf alvast ook zijn.

Er is dus eigenlijk geen enkele reden voor oorlog. Als je iedereen erkent en zorgt dat van iedereen vertegenwoordigers kunnen meepraten, zoals Mozes ons in de woestijn heeft voorgedaan, als we met iedereen willen delen zoals Jezus ons in het verhaal van vanmorgen heeft voorgedaan, dan verdwijnt de honger, dan verdwijnt de noodzaak tot oorlog. Het begint altijd gewoon hier en nu, aan de oever van het meer en daarom, waarom niet aan de oever van het IJsselmeer.

Samen werken aan die wereld van eerlijk delen, aan de wereld van samen zodat er een wereld komt waar alle tranen zijn gedroogd, waar de dood niet meer heerst, waar zelfs de zee haar doden teruggeeft. Een wereld die zo mooi is geworden dat God er zelf zal willen wonen zoals Johannes ons in de Openbaring heeft geschetst. Jezus van Nazareth gaf zijn volgelingen de opdracht alle mensen te dopen totdat de aarde voltooid zou zijn, we moeten alle mensen op de wereld hierin dus meenemen, we mogen dus meedoen aan de schepping van de aarde die goed is. Daar is nog heel veel werk voor te doen hebben we deze zomer mogen leren, wacht dus niet, vat het werk aan, dat deze wereld wordt omgekeerd, aan de slag.

Amen

 

 

Read Full Post »