Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for september, 2013

Lezen: De weduwe van Sarfath uit Nico ter Linden “De mooiste Bijbelverhalen

           Amos 8: 4-7

           Lucas 16:1-17

Gemeente,

Mooi verhaal is dat altijd dat over de weduwe in Sarfath. Er zijn een heleboel weduwen in Nederland die dat ook wel zouden willen. Ze hebben een klein pensioentje en dachten daar hun oude dag mee door te kunnen komen maar dat pensioentje is zeer onzeker. De regering bezuinigt zodat de waarde van dat pensioentje nog eens anderhalf procent minder wordt. En misschien moet het pensioenfonds het pensioentje ook nog verlagen. Je weet niet meer waar je aan toe bent. En dan komen je kleinkinderen thuis met dat mooie verhaal over die weduwe in Sarfath die een pot meel had die niet leeg kon en een kruik olie die niet op kon.

Dat verhaal staat in scherp contrast met het verhaal dat er aan voorafgaat. Daar wordt verteld over de koningen Omri en Achab die een berg kochten, een stad stichtten en uiteindelijk een tempel bouwden voor de god Baäl. Die Baäl moest zorgen voor vruchtbaarheid in het land. Het antwoord komt van de profeet Elia, wat nu vruchtbaarheid, als het niet regent dan is het land ook niet vruchtbaar. Met het optreden van de profeet Elia begint in de Bijbel het verhaal over de vernietiging van de Baäl, niet langer staat het succes centraal, het grote volk zoals dat aan Abraham was beloofd en dat uitgemond was in de aanbidding van vruchtbaarheidsgoden maar staat de zorg voor de minsten en de zwaksten centraal, je wordt pas een groot volk als iedereen in dat volk ook aan de samenleving mee kan doen.

Maar als je zo nuchter machtige koningen ter verantwoording denkt te kunnen roepen dan kun je maar beter wegwezen.. Elia trekt zich terug in de woestijn. Dat is niet zomaar een plaats. In de woestijn immers had het volk Israel de Wet van heb Uw naaste lief als Uzelf ontdekt, de Wet van de Woestijn. Elia ontdekt dat naast water ook vast voedsel nodig is om te overleven. En dat de aarde vast voedsel geeft merkt hij aan de raven. Een raaf werd als eerste vogel op verkenning gestuurd in het verhaal over Noach, die raaf kwam onverrichter zake terug. Zolang de raaf dus terugkeert met vlees is er nog niets aan de hand met het voedsel op aarde. Maar de vraag is of gewone mensen daar ook wat aan hebben.

Achab had een verbond gesloten met de koning van Sidon, een sterk verbond hij was zelfs met de dochter van de Koning, Isebel getrouwd. En of gewone mensen er wat aan hebben horen we in het verhaal over de weduwe in Sarafat, Volgens de Wet van de Woestijn, de Wet van Mozes, zou die weduwe het goed moeten hebben. Het tegendeel is het geval. Ze wil best delen, haalt direct water als dat gevraagd wordt door een stoffige reiziger, maar meel en olie zijn bijna op. Het kan niet anders dan zij en haar zoon zullen dood gaan van de honger. Maar dan laat Elia zien waar die wetten voor bedoeld zijn. Als je echt bereid bent om te delen met een ander dan kom je nooit te kort. Dan blijft er altijd genoeg voor iedereen om te overleven. Wij durven daar nog steeds niet op te vertrouwen. Wij kiezen nog steeds de kant van koning Achab met zijn aanbidding van de goden van winst en profijt en strategische bondgenootschappen. De Bijbel roept ons op te kiezen voor de kant van eerlijk delen en zorgen voor de armsten in de wereld, dat is de kant van God zelf.

Het is de roep van Amos aan het volk. In zijn dagen hadden de bondgenootschappen van de Koningen zulke vormen aangenomen en had het volk zoveel van de aanbidding van de afgoden overgenomen dat er van Israël als een bijzondere staat niets meer over was. Natuurlijk de feestdagen werden gevierd. Vanouds had het volk Israël het feest van de nieuwe maan. Als groot verschil met de omliggende volken was er de Sabbath, de wekelijkse rustdag waarop de bevrijding van de slavernij werd gevierd. Maar die feesten kenmerkten zich niet meer door de aandacht die voor de God van Israël moest worden opgebracht. Niet meer werd er gelezen over hoe je ook al weer met weduwen moest omgaan, hoe je ook al weer de oogst zo moest organiseren dat ook de armen er in mee konden delen, wat er ook al weer geschreven stond over de graanschuren die in elke stad en elk dorp moesten worden ingericht als verzekering voor slechte tijden. De gedachten gingen uit naar de handel, de gesprekken gingen over de handel die direct na de feestdagen weer door moest kunnen gaan. Die feestdagen waren maar een hinderlijke onderbreking geworden van het feest van winst en profijt, het dagelijks dienen van de goden van de vruchtbaarheid.

Dat het volk door de God van Israël was uitgekozen om op een heel andere manier volk te zijn was nergens meer aan te merken. Dat dit volk een stel richtlijnen had voor een menselijke samenleving bleek nergens meer uit. Handel, import en export was het belangrijkste, de goden van winst en profijt werden gediend. Wie het meeste winst wist te behalen was het meest gezegend door de goden en als dat door list en bedrog moest dan moest dat maar. We hebben het de bankiers van de Lehmanbank nog eens uit horen leggen in de processen die tegen hen werden gevoerd. De roep van Amos past ook in onze dagen. Ook wij zitten vast aan internationale verdragen die de boeren in arme landen beroven van een eerlijk inkomen en hongersnoden veroorzaken.

De vernietiging van de Baäl, die begonnen is met Elia, gaat daarom tot in onze dagen door. De namen van de goden veranderen in de loop van de geschiedenis. Bij ons heet dat winst en profijt, als er maar meer winst en profijt gemaakt wordt dan wordt het beter. En het gaat goed met de economie, vorig jaar kreeg de top van het bedrijfsleven zes procent loonsverhoging. Maar of gewone mensen daar dan ook wat aan hebben is weer de vraag. In de dagen van Jezus van Nazareth heette de Baäl de Mammon, de God van het geld. En Jezus geeft zijn leerlingen les in hoe om te gaan met die god van het geld. Dat je met de god van het geld vrienden moet maken om de armen te kunnen helpen is niet zo gek gedacht. De bank- en gironummers vliegen je immers om de oren. Elke charitatieve instelling heeft er wel één en bij rampen en calamiteiten wordt er snel een gironummer geopend.

De BankGiroloterij pretendeert zelfs ons rijk te kunnen maken als we geld storten voor een goed doel. Ze worden we er zelf nog het rijkste van maar dat vinden ze dan ook een heel goed doel. Maar wat zijn die eeuwige tenten en waarom zou een rijke bezitter oneerlijk gedrag van zijn rentmeester goed praten? We moeten daarvoor een kijkje nemen in de Romeinse samenleving. Het Evangelie van Lucas heeft immers als opschrift dat het aan de Romein Theofilus is geschreven. Deze godenzoon, want dat betekent Theofilus, zou zelf wel eens rijk geweest kunnen zijn. Rijke Romeinen hadden vaak bezittingen op het platteland. Daar waren ze niet zelf aanwezig maar ze hadden slimme slaven die als rentmeester voor hen het beheer voerden. En deden ze dat niet goed dan werden ze landbouwslaven en die leefden niet lang. Die rentmeesterslaven moesten vaak de boel wel een klein beetje voor de mal houden om zelf een goed leven te kunnen leiden. Romeinen hielden daar wel van, het bewees immers hoe slim ze waren en hoe goed ze voor hun meesters bezit konden zorgen. Zo ook in dit verhaal.

Ook in onze tijd gaan bedrijven kapot aan onbetaalde uitstaande schulden. Als je dus de uitstaande schulden verminderd stijgt de waarde van het bezit. De hele financiële wereld kwam in problemen omdat er Amerikanen zijn die hun hypotheek niet kunnen betalen. Als die hypotheken nu eens zouden worden afgelost, als ze in elk geval zouden verdwijnen uit de boeken van de banken, dan wordt de boekhouding weer gezond. Dan worden de armen die de schulden niet meer konden betalen weer een beetje minder arm. De roep om de schulden van de armste landen kwijt te schelden is al heel oud en soms gaat ook daar iets van die schuld af omdat het wordt kwijtgescholden. Zo worden de armen minder arm, het bezit meer waard en de slaaf blijft rentmeester.

En dan die eeuwige tenten? Op het eind van de Bijbel staat dat God zijn tent op deze aarde zal spannen. Wat is er mooier dan in die tent te mogen wonen. De Statenvertaling verwees vroeger naar de Heilige Tent uit de Woestijn. Daar werd de Wet van eerlijk delen en je naaste liefhebben bewaard. Misschien niet zo’n rare gedachte bij dit verhaal. Als je zelf in nood bent denk ook dan aan anderen die het slecht hebben en probeer ze te helpen. De voedselbanken in Nederland zijn ook opgericht door mensen die de hulp zelf nodig hadden. Maar die tenten wijzen ook naar het Loofhuttenfeest. Iedereen woont dan in een zelfgebouwde tent van takken en bladeren. Het is een oogstfeest maar hoe groot de oogst voor de een of hoe klein voor de ander ook is, iedereen woont hetzelfde, ieder heeft hetzelfde nodig om te overleven. Dat Loofhuttenfeest wordt overigens dezer dagen gevierd.

Die Wet die in de Tent der ontmoeting in de woestijn werd bewaard en onder Salomo een centrale plaats kreeg in de Tempel blijft ook voor Jezus van Nazareth het centrum voor het leven. Er mag geen Tittel en Jota aan veranderd worden, het blijven de richtlijnen voor de menselijke samenleving.

De Tittel en de Jota zijn de kleinste leestekens uit het Hebreeuwse schrift. Zelfs het allerkleinste van de Wet mag niet wegvallen volgens Jezus van Nazareth. Hij kreeg nog al eens het verwijt de Joodse wet aan zijn laars te lappen. De mannen die dat verwijt hadden geuit kregen het in dit  gedeelte, wat we gelezen hebben, op hun brood. Want de wet van Mozes maakte echtscheiding wel mogelijk maar mannen maakten daar knap misbruik van door vrouwen afhankelijk te houden. Je kunt ze immers altijd verstoten als je wilt, of ze het er nu mee eens zijn of niet. En als je ze per ongeluk veroordeelt tot armoede of tot de bedelstaf ja dan hadden ze zich maar niet moeten laten verstoten. Dat de man eenzijdig uitmaakte of een vrouw verstoten werd of niet maakte daarbij niet uit.

Het trouwen van een verstoten vrouw is natuurlijk helemaal lucratief. Zo’n vrouw zal haar man meer dan ooit gehoorzaam zijn en hem in alles volgen. In een samenleving van ieder voor zich waarin vrouwen volledig economisch afhankelijk zijn van hun mannen kijken ze wel uit voordat ze nog een keer verstoten worden. Dat de Wet van Mozes ook nog bepalingen kende om weduwen, dus vrouwen zonder eigen middelen van bestaan, in bescherming te nemen kwam bij de mannen niet op. Vrouwen die verstoten waren hadden hun man toch niet verloren, ze waren toch geen weduwen? Jezus neemt het op voor de vrouwen die de laagste positie in de samenleving innamen en geeft hun weer een nieuwe plaats. Mannen hebben in die samenleving de taak voor hun vrouwen te zorgen. Pas als hun vrouwen verzorgd zijn, als ze deel van leven hebben, als ze mee kunnen doen in de samenleving, dan pas kun je over scheiden spreken.

De economische positie van vrouwen in onze samenleving is niet zo heel erg verschillend van die in de dagen van Jezus. Wij mogen dan een Wet Werk en Inkomen hebben maar zelfs jonge moeders moeten hun gezin in de steek laten om te gaan werken voor hun inkomen. Kinderopvang is  niet meer te betalen in ons land. Wie de kinderen opvangt als ze uit school komen is dus een raadsel. In de grote steden zwerven steeds meer jonge kinderen en tieners langs de straten. Dat tieners overlast gaan veroorzaken is dan niet verwonderlijk, het is het gevolg van de economische afhankelijkheid van hun moeders en het gebrek aan opvang dat de samenleving organiseert. Buitenschoolse opvang voor leerlingen in het voortgezet onderwijs bestaat immers helemaal niet. Vanaf 12 jaar moeten kinderen het zelf maar uitzoeken. En als ze het verkeerd doen krijgen ze een samenscholingsverbod en de ouders een boete. Ga er maar aan staan. Geen wonder dat je niets van de Wet van je naaste liefhebben als jezelf mag afdoen.

De Bijbel, vanaf de Wet en de profeten tot en met het nieuwe testament roept de gelovigen op in allerlei heel verschillende situaties toch de samenleving zo in te richten dat  daar geen armoede in voorkomt. Dat er voor de minsten in de samenleving gezorgd wordt, dat liefde voor elkaar de eerste Wet is waar alles aan moet voldoen. Niks ieder voor zichzelf en de rest maar aan God overlaten. De God van Israël laat ook de minsten over aan allen die hem dienen. Dat is het hart van het verbond dat werd gesloten en zo heeft Jezus van Nazareth het ons voorgeleefd. In de eerste brief aan Timoteüs noemt Paulus het geld als de wortel van alle kwaad en waarschuwt ons ons niet te laten regeren door de wetten van het geld. Wij geven de afgoden die ons willen regeren geen namen meer. Wij doen of ze wetenschap zijn en noemen ze economie of staathuishoudkunde. Maar nog steeds lijkt het of het gaat om natuurwetten waar mensen voor moeten buigen, terwijl we zelfs in onze geschiedenis weten dat er een groot verschil kan zijn tussen een soort economie waar gezorgd wordt voor de zwaksten, waar je verzekerd bent tegen tegenslag en invaliditeit en waar een vangnet is voor onverwachte tegenslagen en een economie die totaal geen zorg voor mensen kent. In die laatste economie heerst honger en dakloosheid, daar gaan mensen dood van ellende. Om het in Bijbelse termen te zeggen: we hebben ook vandaag de keus tussen leven en dood en worden opgeroepen te kiezen voor het leven. Net zo lang tot er een nieuwe aarde komt, een aarde waar de God van Israël zelf zijn tenten zal willen spannen. Dan zijn alle tranen gedroogd en zal de dood niet meer zijn. Tot die tijd moeten we blijven werken aan de komst van het Koninkrijk van recht en vrede.

Amen.

 

Advertenties

Read Full Post »

Lezen: Deuteronomium 30:15-20
            Lucas 14:25-33

Gemeente

 

Twee lezingen vanmorgen die weinig met elkaar te maken lijken te hebben. De een roept op de weg van de God van Israël te volgen en zijn geboden te houden. Geboden zijn dan toch van eert uw vader en uw moeder en zo? En van gij zult niet doden? De andere lezing roept op te breken met vader en moeder, alsmede met kinderen, broers en zusters, ja zelfs breken met je eigen leven anders kun je niet de leerling van Jezus van Nazareth zijn.

 

Toch behandelen beide lezingen hetzelfde Bijbelse thema, ja de kern van de Bijbelse boodschap. Dat is toch dat je God lief moet hebben boven alles, met heel je hart en heel je verstand, en dat daaraan gelijk is, dat je dat dus doet, door je naaste lief te hebben als je zelf.

Dat is ons geloof, op die manier wordt de wereld gered van de dood. Het gaat dus om de liefde.

 

Want wat is ons geloof anders dan consequent kiezen voor de liefde, voor het leven dus. Niet voor de dood van eigengemaakte goden, goden van goud en zilver noemt de Bijbel ze.

 

Vandaag het najagen van het hebben van geld of goederen. Geld of goederen houden niet van jou, ze schenken niks terug, ze zorgen niet voor je, ze voeden je niet als je honger hebt, ze geven je niet te drinken als je dorst hebt en ze verzorgen je niet als je ziek bent. Je ware geliefde doet dat wel en vandaag is de dag om je liefde te verklaren. Niet met geld of goederen, want liefde is niet te koop, liefde is alleen te krijgen met liefde. En dan nog, het geven van echte liefde betekent dat je er niks voor terug wilt hebben. Dat de liefde ontvangen wordt is je genoeg. De glimlach in de ogen van iemand voor wie je iets goeds gedaan hebt is de rijkste beloning die je je kunt voorstellen.

 

Moeilijk is het dus niet de wet van de liefde te houden, die wet is ook niet ver weg of ingewikkeld. Je hoeft er niet voor gestudeerd te hebben, ook levenservaring is niet nodig. Je hoeft alleen maar van jezelf te houden en te beseffen dat je maar één keuze hebt, de keus tussen leven en dood, kies dus het leven zegt het Bijbelverhaal. Dat hele verhaal gaat over het leven, het leven dat voortkomt uit de liefde en dat met geen mogelijkheid van die liefde vandaan te krijgen is.

 

Zelfs de dood betekent niet het einde van de liefde voor jou, maar ook niet het einde van jouw liefde voor hen die je liefhebt. Die liefde blijft altijd bestaan, daarin schuilt het geheim van het eeuwige leven. Zonder liefde gaat alles dood, zonder liefde blijft er niks over, zonder liefde gaat zelfs alles stuk waaraan je waarde hecht. Kies dus vandaag voor het leven en laat hen die je liefhebt weten hoeveel je wel niet van ze houdt.

 

Mozes wijst hier in zijn afscheidstoespraak op de toekomst die het volk te wachten staat als het de juiste keus maakt. Een land dat overvloeit van melk en honing. Een land dus waar alle armoede verdwenen zal kunnen zijn. Een land dus waar geen slaven meer hoeven te zijn, geen loonslaven ook, maar waar voor ieder genoeg is.

 

Dat kan alleen als iedereen bereid is met elkaar te delen. Als iedereen zoveel van de ander houdt dat armoede ook voor de rijken ondraaglijk is. Dat ziekte iedereen treft en er niets te veel is om voor de zieken te zorgen. Dat veiligheid ieders verantwoording is omdat je altijd je geliefde wil beschermen. Eigenlijk zegt Mozes tegen zijn volk dat ze niet moeten vergeten dat liefde leven geeft, zelfs soms een kinderrijk leven, en dat liefdeloosheid de dood betekent.

 

Mooi is dat zo’n verhaal over de liefde. De Bijbel kent ook nog een heel bijbelboek over twee mensen die elkaar liefhebben. Voor stelletjes, koppeltjes zeggen we ook wel, is het soms raadzaam elkaar dat boek eens voor te lezen, het Hooglied bedoel ik, maar doe dat dan thuis als je met z’n 2 en bent\

 

Liefhebben hoeft dus niet moeilijk te zijn. Maar hoe zit het met het liefhebben dat Jezus van Nazareth ons vraagt? Hij zegt: :“wie geen afstand doet van al zijn bezittingen, kan mijn leerling niet zijn.” dat is het slot van de lezing uit het Evangelie vandaag. Het is de derde keer dat Jezus er op wijst dat als we ergens aan vastzitten we geen leerling van hem kunnen zijn.  En dat lijkt toch wel heel erg ver te gaan. Toen Jezus dat eens tegen een rijke jongere zei ging die bedroefd heen omdat, zo staat er, hij vele goederen bezat.

Heeft de Bijbel soms een hekel aan rijken? We herinneren ons de hoofdpersoon uit het boek Job. Die was zeer rijk staat er aan het begin. Aan het eind van het boek staat dan dat hij zeven keer zo veel ontving als hij aan het begin had gehad. Dat is dus niet alleen zeer rijk maar superrijk. Wat betekent het dan dat Jezus van Nazareth zegt dat wie geen afstand doet van al zijn bezittingen geen leerling kan zijn. Uit het boek Job hadden we geleerd dat Job zelf geen waarde hechtte aan al die rijkdom. Hij deelde dat met de armen en de vreemdelingen. Hij ging zelfs zo ver dat als zijn kinderen mogelijk eens het personeel, de armen en de vreemdelingen vergeten zouden kunnen zijn bij het houden van een feest Job dit de volgende dag alsnog goed ging maken.

Dat is dus de geest waarin we ook dit verhaal van Jezus van Nazareth moeten lezen. Afstand doen van de bezittingen is niet een hekel hebben aan rijken maar een hekel hebben aan armoede en houden van de armen. Juist in het gedeelte dat we vanmorgen gehoord hebben wordt duidelijk dat Jezus het begrip “zondaars” gebruikt voor de rijken die weigeren de armoede te helpen opheffen. Toen  Jezus van Nazareth zeventig van deze leerlingen er op uit stuurde om het Evangelie te verkondigen was de inhoud van het Evangelie dat ze volgens Lucas moesten brengen de bevrijding van de armen.

En daar wringt de schoen. Onze ervaring is dat de rijken meestal niet willen meewerken. Ze verzetten zich tegen het delen dat nodig is om de armen van de armoede te bevrijden. Ze bouwen liever torens suggereert Jezus van Nazareth en we weten hoe het met de toren van Babel is afgelopen. De rijken willen geen  belastingen om uitkeringen, scholing, openbaar vervoer en zorg uit te betalen, hooguit belasting om nog meer asfalt aan te leggen voor grote personenauto’s en meer blauw op straat om de armsten in bedwang te houden. Zelfs het geringste voorstel om voor een paar van de allerrijksten iets meer bijdrage te vragen in de staathuishouding kan al rekenen op het grootste verzet van de rijken. Oorlog voeren, van het ene land tegen het andere trekt voortdurend meer belangstelling dan de oorlog die de honger voert tegen de grote massa van armen die geconfronteerd worden met misoogsten en klimaatveranderingen die misoogsten veroorzaken.

Gelukkig zijn er tegenwoordig ook rijken die zelf met voorstellen komen om iets meer te delen. Die zich evengoed inzetten voor het afschaffen van de onrechtvaardige tolmuren en hun bezit gebruiken om ruimte te maken voor het herzien van onze samenleving in een rechtvaardige samenleving. Ze financieren studie’s naar herverdeling van kennis macht en inkomen, beter gebruik van grondstoffen en tegengaan van klimaatverandering en maken hun tijd vrij om eigenhandig mensen te helpen in de zorg of de gevangenissen.

Zij geven het voorbeeld dat we allemaal kunnen volgen. Bij Christenen verdwijnt immers ook het onderscheid tussen armen en rijken? Dat schrijft Paulus ons in de brief aan de Galaten, dat onderscheid verdwijnt met het onderscheid tussen mannen en vrouwen, ouderen en jongeren, Joden en Heidenen, slaven en vrijen. Daarvoor moeten we dus allemaal los komen van ons bezit.

De vraag die beide schriftlezingen ons vanmorgen stellen is waar we aan vastzitten. Zitten we vast aan ons bezit, zo vast dat we niet meer in staat zijn te delen en liefde te tonen, of zitten we vast aan het leven, een leven dat we alleen door liefde kunnen volhouden en waar we alles voor zouden willen opofferen. Jezus van Nazareth wijst ons er op dat we zelfs aan onze familie kunnen vastzitten. Wie niet breekt met de familie kan het Koninkrijk niet binnengaan staat er in de Nieuwe Bijbelvertaling. In de oudere vertalingen stond zelfs Wie niet de familie haat. Dat is wat sterk, overigens dat is breekt ook. In het soort Grieks dat Lucas schrijft staan net als in het Hebreeuws tegenstellingen helder tegenover elkaar. Als je de ene liefhebt dan haat je de andere. Dat is niet de haat die wij er aan toekennen maar het is de afwezigheid van liefde. Wie op nummer 2 staat kan niet op nummer 1 staan en de God van Israël hoort nu eenmaal nummer 1, de absolute nummer 1 te zijn, met heel je hart en heel je verstand.

Deuteronomium roept op om het leven te kiezen, Jezus van Nazareth wijst op de consequenties, kiezen voor het leven betekent het loslaten van de dode dingen, geld en goed tellen niet meer. Maar ook je familie komt op de tweede plaats. Alles wat je op aarde bindt dien je los te laten, alles tot je alleen aan Christus gebonden bent, niets kan je dan nog scheiden van de liefde van Christus.

Het is niet gemakkelijk dat in je eentje te doen. Dat werkt het beste in gemeenschappen. Jeremia schreef de ballingen in Babel al zulke gemeenschappen te vormen omdat die de terugkeer naar het beloofde land zouden kunnen bespoedigen. Paulus sticht gemeenten door heel het Romeinse Rijk en roept die gemeenten op te leven in onderlinge liefde. Die liefde zou op die manier een eind kunnen maken aan het Romeinse Rijk als Rijk waar leven niet meer telde, alleen nog macht en rijkdom.

 

In de crisis waarin wij vandaag de dag leven kan diezelfde manier van leven ook voor ons de redding betekenen. We hebben al de voedselbanken voor de armen. Die kunnen niet bestaan zonder een gemeenschap die bereid is te delen. In veel kerken worden al enige tijd inzamelingen van producten gehouden bestemd voor de voedselbanken. Volkstuinverenigingen bestemmen een deel van hun oogst voor de plaatselijke voedselbanken. Het zijn voorbeelden voor de samenleving, voor het bestuur ook, op welke manier aan de crisis een einde komt. We hoeven niet meer angstvallig spaargelden vast te houden als we weten dat er een gemeenschap is waar we op terug kunnen vallen als de nood aan de man komt.

 

De oplossing voor de crisis ligt dus niet in het alles maar overlaten aan God en iedereen verder voor zichzelf laten zorgen. De oplossing ligt als volk in het kiezen voor het leven, voor het leven in liefde, voor de bereidheid alles te delen. Niet alleen met je eigen volk, je eigen familie, niks van eigen volk eerst, maar je realiseren dat eigenlijk alle volken op aarde bestaan uit broeders en zusters. Dat je hier samen een lichtend voorbeeld mag vormen van een volk dat overleeft door liefde voor elkaar, door de bereidheid om samen te delen.

 

Telkens weer als we het hebben over wat Paulus noemt het kwade bestrijden door het goede te doen vragen mensen of we echt denken de liefde van God, zijn genade, te kunnen verdienen door goede werken. Maar waarom zouden we de liefde van God willen verdienen? God heeft ons immers al lief? Hij sloot een verbond met Israël opdat alle volken zouden kunnen zien hoe de wereld er uit zou kunnen zien als we die inrichten volgens de richtlijnen die God ons gegeven had. God stuurde ons zijn Zoon, Jezus van Nazareth, om ons te laten zien hoe een mens zou kunnen leven volgens de richtlijnen die God de mens gegeven heeft. Als we willen leven dan kiezen we om God lief te hebben boven alles, met geheel ons hart en geheel ons verstand. Dat hart is niet moeilijk, halelujah roepen en zingen over de dierbre Heiland geeft een goed gevoel. Maar met heel ons verstand liefhebben is heel wat moeilijker.

 

Jezus zelf noemt het je kruis opnemen achter hem. Dat is geen goed vooruitzicht. Dat kruis is niet van plastic, het is een ruwhouten kruis. Dat kruis is zo zwaar dat je gemakkelijk kan struikelen. Dat kruis opnemen betekent dat je de dood aanvaard. We gaan nu eenmaal dood en als we iets achter willen laten, niet vergeefs geleefd willen hebben dan doen we er verstandig aan om iets goeds te doen. Iets goeds in het groot, iets goeds in het klein, elk van ons op de plaats waar we geroepen zijn en samen als kerkelijke gemeenschap. Een kerk waarvan de mensen zeker zich herinneren dat ze ziekenhuizen heeft gesticht, en scholen en onderkomens voor daklozen en voedsel uitdeelde aan de hongerenden. In de geschiedenis was er veel onvolkomens aan, maar telkens weer konden armen er op rekenen dat die gemeenschap die zich kerk noemde de handen ineen zou slaan om iets te doen aan de ellende die hen getroffen had.

 

Het maakt het niet gemakkelijker om God met heel ons verstand lief te hebben. Als we weten dat God wil dat we een plan maken om de armoede de wereld uit te helpen, te beginnen met onze eigen omgeving, als we weten dat God wil dat mensen niet meer andere mensen doden, als we weten dat God wil dat we moeten ophouden altijd maar dat te willen hebben wat ook anderen hebben, als we weten dat God wil dat we ophouden mensen te beschouwen als voorwerpen waarmee we onze lust kunnen bevredigen, dan wacht ons nog een lange weg naar dat Koninkrijk dat Jezus van Nazareth ons heeft geschetst.

 

De genade van God is dat we elke morgen opnieuw mogen beginnen met het werken aan dat Koninkrijk. De genade is ook dat we het niet alleen hoeven te doen, dat we er andere mensen enthousiast voor mogen maken en in mee mogen nemen. Dat we er zelfs alle mensen op de hele wereld enthousiast voor mogen maken, alle volken tot aan de einden der aarde. De genade van God is ook dat God zelf met ons op zal trekken om van de aarde een nieuwe aarde te maken, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, een nieuwe aarde waar God zelf zal willen wonen en zelf zijn tenten zal spannen. Daaraan mogen we werken tot de dag komt dat er een einde is gekomen aan onze geschiedenis en de jongste dag aanbreekt. Tot die tijd wacht ons het werk aan en in de Liefde.

 

Amen

 

Read Full Post »

Lezen: Deuteronomium 24: 17-22
            Lucas 14:1, 7-14

Gemeente,

 

Daar gaan we weer. De eerste schriftlezing bevestigt wat we al over de kerk dachten. U moet de rechten van de vreemdelingen en de wezen eerbiedigen. Er moet weer van alles. Nou we moeten gewoon niks van die dominees en die priesters, die gedragen zichzelf ook niet altijd even netjes.

En met de lezing uit Deuteronomium zitten we midden in de eigentijdse discussie over de betekenis van de verhalen die in de kerk worden verteld. Veel mensen vinden dat die rustig verteld mogen blijven worden. Verhalen over Barmhartige Samaritanen, genezingen van gebogen vrouwtjes doen het altijd goed nietwaar. En tot het goede doen zijn heel veel mensen bereid. Maar dat moeten, dat zouden ze moeten weglaten wordt me vaak voorgehouden, net als die rare wonderen van over het water lopen en zo. We zullen het vanmorgen maar eens hebben over dat moeten, dat over die rare wonderen komt dan een andere keer wel want daar hebben we toch ook een verhaal over dat die wonderen wat minder raar maakt.

 

Wat moeten we eigenlijk van de Bijbel? Deuteronomium is een boek dat hoort bij de wetboeken van Israël. Op de berg Horeb had het volk de tien geboden gekregen, die van Gij zult niet doden en zo, en die waren uitgewerkt in Wetboeken, in de eerste vijf boeken van de Bijbel vind je die terug. Daar staat in waar je je aan te houden hebt zo lijkt het.

 

Ja zo lijkt het want in Israël dachten ze iets anders over wetten dan bij ons. Onze wetten zijn gebaseerd op het Romeinse Recht. Daarin staan de rechtsregels waaraan iedereen zich altijd onder alle omstandigheden zou moeten houden, daar zijn geen uitzonderingen op mogelijk. Naast die wetten is dan ook een hele verzameling jurisprudentie ontstaan over de vraag wat dan de omstandigheden waren en welke wetten daar dan op van toepassing waren, daar kun je namelijk nogal over van mening verschillen.

 

Het Hebreeuwse recht kent een ander uitgangspunt. Dat blijkt al uit het verhaal over het ontstaan. Die wetten werden gemaakt toen er nog geen land was, nog geen staat waar die wetten uitgevoerd konden worden, geen rechters die er over konden oordelen. Het zijn dan ook geen wetten van het moeten, maar wetten van hoe hoort het eigenlijk. Er staan zelfs wetten in die met elkaar in strijd zijn. Die wetten worden samengevat in de regel Heb God lief boven alles en je naaste als jezelf. Spelregels dus die aangeven hoe je tot uiting brengt hoe je je naaste liefhebt. Er is één spelregel die tegenwoordig wat meer bekendheid heeft gekregen. Dat is de regel dat je een ander niet aan moet doen wat jij niet wil dat jou wordt aangedaan.

 

Het is de regel van de compassie. De Engelse schrijfster Karin Amstrong heeft ontdekt dat eigenlijk elke godsdienst die regel kent. Voor Boedisten is het een van de twee pijlers van het Boedhisme, voor Mohammedanen een van de vijf pijlers van de Islam en voor Joden en Christenen een bekende regel uit de Bijbel. Als je zo het moeten uit de Bijbel leest dan komt het veel meer in de richting van Hoe hoort het eigenlijk, dat beroemde boek over de ettiquette. Het is te vergelijken met de wet van rechts rijden. Wie in Engeland op vakantie is geweest weet dat ook links rijden kan, maar het allerbelangrijkst is dat je je er allemaal aan houdt en dat niet de een rechts en de ander links rijdt want dan komt er van rijden niks terecht.

 

Zo mogen we vanmorgen dus ook de regels lezen die ons worden aangeboden in het boek Deuteronomium, de afscheidsrede van Mozes die het volk uit de slavernij in Egypte had geleid. Dat zinnetje over die slavernij is hier ook belangrijk. Slavernij is een systeem van het ultieme moeten. De baas beveelt en de slaven volgen, wie niet volgt sterft. Van dat moeten was het volk dus bevrijdt en de regels van de Bijbel bevestigen die bevrijding. Het zijn de richtlijnen voor de menselijke samenleving en die richtlijnen brengen je in beweging naar die menselijke samenleving toe. In andere delen van de Bijbel wordt ons die samenleving geschetst. Daar zijn geen tranen meer, daar heerst de dood niet meer, daar is voor iedereen genoeg te eten, daar sterven geen baby’s meer en niemand meer voor zijn of haar tijd. Daar is vrede en hoef je zelfs voor wilde dieren niet meer bang te zijn. Die schets vindt je bijvoorbeeld terug in het laatste deel van het boek van de profeet Jesaja..

 

Maar nu de richtlijnen die we vanmorgen hebben gelezen.  Vreemdelingen zijn ook in de Bijbel mensen die steeds apart genoemd moeten worden. Daar moet je extra aandacht aan schenken. Ze staan op één lijn met de weduwen en de wezen. Israel wordt er voor gewaarschuwd niet te vergeten dat ze zelf slaven geweest zijn, daarom juist moeten ze voor de vreemdelingen zorgen. Niet hebberig en schraperig alles maar van het land halen tot de laatste kruimel, maar rustig wat laten liggen voor mensen die het nodig hebben. Respect tonen, zelfs bij het straffen moet je nog respect tonen voor de mensen die gestraft worden. Zelfs de dieren die voor je werken verdienen respect.

Wij zijn zover nog lang niet. Respect tonen voor dieren die we eten? Respect voor dieren die gehouden worden? Delen met armen? Zorgen dat de armen op je land kunnen komen om de resten van de oogst op te rapen en langs de randen van het veld te plukken? De armen de laatste appels en peren uit de boomgaarden laten plukken? Het bracht een aantal jaren geleden een Rotterdams echtpaar op het idee een voedselbank te starten. Supermarkten gooien goed voedsel weg omdat het over is, terwijl er gezinnen zijn die een tekort hebben om voldoende te kunnen kopen. Het is door heel Nederland een beweging geworden.

In de woestijn waren de wetten zoals we die vanmorgen hebben gelezen eigenlijk nog dromen. Straks in het beloofde land zouden ze werkelijkheid worden, dat land dat zou overvloeien van melk en honing. Als je doorleest in de Bijbel dan zul je ontdekken dat het nog een geweldige teleurstelling zou worden. Andere volken kwamen de oogst roven, vreemdelingen die als sprinkhanen over het land zouden stromen. Een koning hadden ze nodig gehad om zich te kunnen verdedigen. Maar juist aan de regels die we vanmorgen hebben gelezen hadden ze de beste Koning te danken gehad. Dat lees je terug in het boek Ruth. Dat was een buitenlandse, een Moabitische weduwe die met haar schoonmoeder terug kwam naar Bethlehem. Zij ging op de akker van Boaz de aren plukken voor haar en haar schoonmoeder die Boaz conform de spelregels uit Deuteronomium had laten staan en laten liggen. Zo overleefde ze en haar inzet maakte zoveel indruk dat ze trouwde met Boaz en de grootmoeder van Koning David werd.

Maar uiteindelijk wilde het volk gewoon een volk zijn zoals andere volken. Met winst en profijt en welvaart en macht. De goden die daarbij hoorden stonden in hoger aanzien dan de God die het steeds maar had over de armen, de minsten, de weduwen en de wezen, de vreemdelingen. Het volk verloor dan ook haar macht aan wereldrijken want zo gaat dat in de wereld, ook vandaag nog. Het volk Israël werd in ballingschap gevoerd en daar kwam er weer belangstelling voor die oude verhalen over een land dat overvloeit van melk en honing, het land dat God had beloofd.

Zorgvuldig zijn die verhalen toen verzameld en zo werd de basis gelegd van wat wij nu als de Bijbel herkennen. Er kwam zelfs het idee op om groentetuinen te stichten waar men gezond van kon eten maar waar men ook van kon delen met de armen uit het land van de ballingschap. Zo leerde men weer de richtlijnen voor de menselijke samenleving ook in een situatie waar het volk geen land had, geen zelfstandigheid.

 

Ook Jezus van Nazareth leefde in een samenleving waar het volk Israël alle zelfstandigheid had verloren. Ze waren nog wel niet in ballingschap maar ze leefden wel alsof het een ballingschap was, de Romeinen bepaalden wat ze wel en niet mochten. Ook daar was die droom van toepassing dat je eerst gemeenschappen moest vormen voordat de tijd van het beloofde land aan zou breken. In de dagen van Jezus van Nazareth speelde daar ook nog bij dat velen dachten dat de Romeinen wel met geweld te verdrijven waren. Lucas schreef zijn Evangelie na het jaar 70 toen er een grote opstand was geweest die bloedig was neergeslagen. De Tempel in Jeruzalem was verwoest en het volk werd verspreid over het hele Romeinse Rijk, tot aan de einden der aarde. En dan vertelt Lucas het verhaal hoe Jezus had geprobeerd een gemeenschap te vormen met de Farizeeën. Hij was ingegaan op de uitnodiging om op Sabbath bij een Farizeeër thuis de maaltijd te gebruiken

Het is soms dringen om vooraan te mogen staan. Mensen betalen veel geld om bij een diner met een wereldberoemde politicus te mogen aanzitten. Het gaat dan vaak onder het mom van een goed doel waarvoor het geld wordt uitgegeven, maar dat goede doel zou meer geld krijgen als iedereen thuis bleef en een overschrijving deed. De locatie is luxe, het eten is luxe, de muzikale omlijsting kost een hoop en de beroemde spreker vraagt zelf ook het nodige aan geld en logies. Het is het soort diners waar zien en gezien worden,vooral het laatste, belangrijker is dan de inhoud. En de opbrengst.

Kennelijk waren er in de dagen van Jezus van Nazareth ook al zulke diners. In dit gedeelte van het Evangelie van Lucas wordt daar duidelijk op gezinspeeld. Jezus drijft de spot met de mores, de gewoonten, rond zulke bijeenkomsten. Ga maar eens op de minste plaats zitten, je dwingt dan de gastheer, of gastvrouw, om je naar voren, naar een betere plaats te roepen. Het gezien worden is dan gelijk gelukt. Als je jezelf de beste plaats toekent loop je de kans geen rekening te hebben gehouden met de eregast en te moeten opkrassen. Dat is een manier van gezien worden die je liever overslaat.

Het zijn de grappen waarmee al in de Bijbel de rijken en machtigen worden bespot en te kijk worden gezet. Want als je werkelijk mee wil doen in het Koninkrijk van Jezus van Nazareth kun je beter een heel andere strategie hanteren. Nodig dan de armen, de chronisch zieken, de gehandicapten uit. Die nodigen jou weliswaar niet terug uit voor een diner en nemen ook niet veel geld voor een goed doel of status in de samenleving mee, maar op de lange duur geven ze meer plezier. Want er komt een dag dat ook deze medeburgers opstaan en zich niet langer laten knechten. De opstanding van de rechtvaardigen noemt de schrijver van dit Evangelie dat. En op dat moment ben jij geen vijand, geen uitbuiter, geen exorbitante zelfverrijker, maar een vriend van de armen, een vriend van de mensen die geen plaats in de samenleving hebben. Jij hebt ze een plaats gegeven, jij zag ze en jij wilde met ze gezien worden.

En zelfs als de dag van de opstanding der rechtvaardigen nog wat uit zou blijven dan nog. Al die aanzienlijken strijden om aanzien en eer, daar kan je alleen maar pijn in je hoofd en in je buik van krijgen. Die armen strijden nergens voor, ze zijn al blij met een goede eenvoudige maaltijd, ze leven om te overleven. Zeg zelf, dat is toch een veel beter gezelschap, daar hoef je je nooit af te vragen wat jouw plaats is, als jij de maaltijd geeft is het de ereplaats.

Het is een voorbeeld uit een heel Evangelie van voorbeelden, en dan zijn er nog drie vol met dit soort voorbeelden, van hoe je onder alle omstandigheden kunt blijven denken aan de armen, aan de minsten in de samenleving. Onder werkelijk alle omstandigheden want het belangrijkste voorbeeld blijft voor ons de gevangenneming en de kruisiging van Jezus van Nazareth. Die bij zijn gevangenneming zijn volgelingen verbood om het zwaard op te nemen, die zweeg tijdens de processen die zogenaamd werden gevoerd. Die aan het kruis nog vergeving vroeg voor zijn vervolgers omdat ze niet zouden weten wat ze deden. Die een medegekruisigde meenam naar het Paradijs, die de zorg voor zijn moeder vanaf het kruis vlak voor zijn sterven overdroeg aan een van zijn volgelingen. Die liefde maakte dat hij ook na zijn dood door bleef leven, opgestaan als hij was tegen de dood van zijn samenleving.

 

Die voorbeelden en vooral dat voorbeeld van het kruis en de opstanding maken dat hier in de Lindtse Kerk al 100 jaar mensen bij elkaar komen om die droom levend te houden. Niet om er zelf beter van te worden, want je verdient echt geen plekje in de hemel door de armen te helpen, je helpt de hemel op aarde te brengen. Want als de menselijke geschiedenis voorbij zal zijn en alles gaat voorbij nietwaar dan zullen er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komen. Een aarde waar alle tranen gedroogd zullen zijn en waar de dood niet meer zal heersten, waar voor iedereen plaats is en God zelf zijn tenten op aarde zal spannen. Dat is het slot van de Bijbel, waar dus niets van moet maar van alles van mag, vooral de liefde voor de naaste van mag. Waar iedereen aan mee mag doen, en waarom iedereen elke zondag weer hier in de Lindtse kerk welkom is om daarvan mee te dromen en mee te oefenen, ook de komende 100 jaar, totdat hijzelf zal komen.

 

Amen

Read Full Post »