Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for januari, 2013

Lezen: Jesaja 61: 1-9

           Lucas 4: 14-21

Gemeente,

 

De kerk leeft deze weken in de periode van de verschijning van de Heer. Met een deftig woord de epifanie. Elk jaar klinken tussen Nieuwjaar en de 40 dagen voor Pasen verhalen  over het eerste optreden van Jezus van Nazareth. Dat begon dit jaar op 6 januari met de komst van de wijzen uit het oosten, vervolgens ging het over de doop in de Jordaan en vorige week was er de bruiloft te Kana. Elk jaar ook horen we die verhalen uit een ander Evangelie. Dit jaar horen we vaak lezen uit het Evangelie naar Lucas, vandaag dus ook. Vandaag gaat het dan over het optreden in de stad waarin Jezus van Nazareth opgroeide, Nazareth.

 

Nazareth in Galilea wordt er zeer uitdrukkelijk gezegd. In het Grieks staat hier zelfs Nazara, als zinspeling op de bijzondere rol als Nazareër die Jezus van Nazareth gekregen had toen hij werd opgedragen in de Tempel, gezegend door Simeon en Hanna.  Nu werd Galilea door de Joden in Jeruzalem spottend het land van de Heidenen genoemd, daar namen ze het niet zo nauw met alle regels die het geloof aan de mensen oplegde. En Nazareth was helemaal een minderwaardig stadje, eigenlijk betekende Nazareth struikgewas, het struikgewas in het land van Heidenen. Als u nu denkt aan struikrovers dan denkt u hetzelfde als menig inwoner van Jeruzalem.

 

Lucas schrijft zijn Evangelie aan gemeenten van voornamelijk Heidenen. Hij doet verslag hoe in de dagen van Jezus van Nazareth het verhaal uit de Hebreeuwse Bijbel opnieuw ging leven. Jezus van Nazareth wordt door Lucas ook uitdrukkelijk een zoon van de Wet genoemd. Overal sluit het verhaal van Jezus van Nazareth aan bij het verhaal over de Wet, de Tora uit de eerste vijf boeken van de Hebreeuwse Bijbel en bij de boeken van de profeten.

Lucas vertelde de Hebreeuwse Bijbel als het ware weer opnieuw. We denken wel eens dat die vier evangeliën vier keer van hetzelfde is, maar dat is dus zeker niet het geval. Elk Evangelie heeft een eigen verhaal, een eigen verkondiging. Daarom zijn de verhalen uit de vier Evangeliën ook niet uitwisselbaar en moet je ook niet proberen ze aan elkaar te plakken om er een soort historische biografie van te maken. Die pogingen zijn gedoemd om te mislukken.

 

Lucas probeert vanaf het begin van zijn Evangelie het verhaal van de Hebreeuwse Bijbel opnieuw te vertellen. Dat doet hij in het verhaal van Zacharias en Elisabeth, die net als Abraham en Sara pas op latere leeftijd hun eerste kind kregen, een verhaal waarin ook het lied van Hanna uit het boek 1 Samuël mag klinken. Dat terugkijken in de Hebreeuwse Bijbel gebeurt ook in het verhaal van Jozef en Maria, die niet thuis blijven op hun eigen plaats, zoals Keizer Augustus had voorgeschreven maar op reis gaan naar de plek die al sinds Jozua door God aan hun familie was toegewezen, de akker van David in Behtlehem, de akker waar Ruth en Boaz elkaar gevonden hadden en waar David van achter de schapen was geroepen om tot koning gezalfd te worden.. Johannes de Doper mag vervolgens de rol van wegbereider vertolken die door profeten als Jesaja was aangekondigd en nu klinkt de inhoud van het optreden van Jezus van Nazareth in de synagogen.

 

Jezus van Nazareth is niet begonnen in de Synagoge van Nazareth.   Jezus keerde terug naar Galilea, gesterkt door de Geest hebben we vanmorgen gelezen.  Die Geest hij had gekregen bij de doop in de Jordaan, toen de Geest in de vorm van een duif op hem neerdaalde en God sprak dat hij de geliefde zoon was. Na die doop had hij zich eerst teruggetrokken in de woestijn, daar was hij aan het twijfelen gebracht over de manier waarop hij zijn missie zou moeten voltooien, moest dat door macht of door gehoorzaamheid aan de Schrift? Hij koos voor het laatste en ging terug naar Galilea.

 

Het nieuws over hem verspreidde zich in de hele streek staat er dan geschreven.  Hij gaf onderricht in de synagogen en werd door allen geprezen. Het verhaal over zijn optreden in de synagoge van Nazareth was dus een soort hoogtepunt, het wordt er door Lucas uitgelicht. Want hier sprak Jezus van Nazareth zijn missie statement uit.:  De lezing uit het boek van de profeet Jesaja, de lezing uit Jesaja 61.. Tijd dus om ons af te vragen wat er nu eigenlijk stond in het gedeelte dat werd voorgelezen uit dat boek van de profeet Jesaja.

 

Het is het begin van wat geleerden noemen het boek van de Trito Jesaja. In het boek van de profeet Jesaja kun je drie gedeelten onderscheiden. Het eerste deel gaat over de periode voor en in het begin van de ballingschap. Het tweede gedeelte, dat van wat ze noemen deutero Jesaja beschrijft de periode van de ballingschap en de tijd dat er uitzicht ontstond op het einde van de ballingschap en Trito Jesaja gaat dan over de tijd van de terugkeer en vlak daarna. Die Trito Jesaja heeft ook de redactie over het boek Jesaja gevoerd en er één boek van gemaakt.

Dit eerste deel van Trito Jesaja wordt ook wel zijn missie statement genoemd en daar hebben we het vanmorgen dus over.

 

We laten ons voor het verstaan van dit gedeelte gemakkelijk verleiden te blijven haken bij dat genadejaar, het aangename jaar des Heren. Een aangenaam jaar willen we allemaal wel en als het als genade van de God van Israël komt dan moet het wel extra aangenaam zijn. Maar de profeet Jesaja schetst het ontstaan van  een complete samenleving. Een samenleving waar gewerkt wordt, maar een samenleving waar niet langer ieder voor zich werkt, maar waar gewerkt wordt voor de minsten in die samenleving. Gevolg van op die manier werken, in de Geest van de God van Israël is dan dat  blinden gaan zien, lammen gaan lopen, naakten gekleed worden, hongerigen gevoed worden, dorstigen gelaafd en gevangenen bevrijdt.

En wat we  gemakshalve overslaan in onze opsommingen is dat de vreemdelingen werk krijgen, ja dat vreemden het werk gaan doen dat nodig is om al die mooie dingen te bereiken. Dat terwijl bij de zorg voor de armen overal in de Bijbel ook de aandacht voor de vreemdelingen wordt genoemd, zeker de vreemdelingen onder u die bij u werken staat er steeds..

Het is toch altijd weer aardig in de Bijbel beloften over een samenleving met vreemdelingen tegen te komen op een moment dat de spanningen tussen Nederlanders en vreemdelingen steeds weer dreigen op te lopen. Nu door een politicus die zijn afkeer van de Islam tot speerpunt van zijn politiek wil maken. Of hij met die afkeer gelijk heeft kunnen de meeste mensen overigens niet beoordelen omdat ze nu eenmaal weinig weten over de Islam. Wat in elk geval zeker is is dat er in de Islam ook stromingen voorkomen net als in het Christendom.

Eén van die stromingen is het salafisme dat de vestiging van de Islam met geweld predikt. Het is maar een heel kleine minderheid in de Islamitische wereld die daar aanhanger van is. Het beroerde is dat iemand als Geert Wilders alle Islamieten voor Salafisten uitmaakt. In onze samenleving maakt hij zich daarmee tot de meest fanatieke propagandist voor het Salafisme. Tal van jongeren van Islamitische afkomst immers twijfelen over hun identiteit en religie, zoals tal van jongeren van Christelijke afkomst  kunnen twijfelen aan de aard van hun Christelijke identiteit. Die Christelijke jongeren vindt je nog wel eens terug op EO jongerendagen en zo, maar die Islamitische jongeren worden verleid om zich aan te sluiten bij Salafistische groepen. En dat  is niet zo slim. Ze lopen de kans op ernstige maatschappelijke schade, wie wil immers een ex-gevangene in dienst nemen, maar ook persoonlijke schade als ze zelfmoord zouden plegen door zich op te blazen.

De echte Islam is een heel andere godsdienst waar dit soort praktijken wereldwijd worden veroordeeld. Jesaja vertelt een ander verhaal over de aard van de godsdienst van Israel dan het angst en haatzaaien voor vreemden dat nu in onze samenleving gebeurd. De profeet roept op om met de bevrijding van de armen te beginnen. Dan zullen we “priesters van de Heer” genoemd worden. Dan zal de samenwerking met vreemdelingen ons allemaal tot voordeel strekken. Ook hen zal eeuwige vreugde ten deel vallen zegt de profeet hier.

In het begin van dit stuk wordt ook gesproken over een “genadejaar”, het aangename jaar des Heren, ook wel het jubeljaar genoemd. Dat gaat terug op een oud voorschrift dat eigenlijk nooit in praktijk schijnt te zijn gebracht. Bij de intocht in het beloofde land is het land zorgvuldig verdeeld onder alle families, in het boek Jozua wordt daar nauwkeurig verslag van gedaan. Nu wist men ook wel dat oogsten kunnen mislukken, mensen ziek kunnen worden, verkeerde beslissingen kunnen worden genomen en het wel eens tegen kan zitten in het leven. Er zouden dus families zijn die in de loop van de jaren hun grond zouden kwijt raken en dus geen kansen meer zouden hebben iets voor zichzelf op te bouwen. In de wet van Mozes, in de Tora is daarom het voorschrift te vinden dat elke 50 jaar  daarom het land weer moest worden teruggegeven aan de oorspronkelijke familie aan wie het was toegewezen. Gevangenen en slaven zouden worden vrijgelaten en iedereen zou weer opnieuw kunnen beginnen.

Het begin van dat genadejaar, dat aangename  jaar des Heren, dat jubeljaar wordt door de Profeet Jesaja aangekondigd. Het aanbreken van dat genadejaar wordt door Jezus van Nazareth opnieuw aangekondigd  En het aardige is dat wij  vandaag zo’n genadejaar zouden kunnen laten beginnen door de Wet van de Liefde uit te gaan oefenen, heb uw naaste lief als uzelf luidt die Wet, want dat is God liefhebben boven alles.

Jezus van Nazareth leest dus dat stuk van Jesaja voor. Om te begrijpen wat voor de hoorders van die voorlezing een dergelijk missie statement betekent heeft,  moeten we de situatie waarin Jesaja leefde en de situatie waarin Jezus van Nazareth leefde in beschouwing nemen. Jesaja leefde in de tijd van de ballingschap. Jeruzalem was verwoest, het volk was weggevoerd. Midden in die ellende begon Jesaja het volk te vertellen dat Jeruzalem opnieuw opgebouwd zou worden en dat de ballingen terug zouden keren en in de dagen van Trito Jesaja gebeurde het ook.. Jezus van Nazareth leefde met het volk Israël onder een Romeinse bezetting en Lucas schreef zijn Evangelie toen de Tempel in Jeruzalem opnieuw verwoest was, nu door de Romeinen. Lucas hield dus zijn volk voor dat het aangename jaar van de God van Israël, dat genadejaar, toch zou aanbreken, ondanks die bezetting, ondanks de verwoesting van de Tempel. Maar hoe dan? Daarvoor moeten we misschien een voorbeeld uit onze eigen dagen eens bezien, het voorbeeld van Nelson Mandela
 
Toen Nelson Mandela werd vrijgelaten waren er veel mensen bang dat het geweld in Zuid-Afrika tegen de blanken een ongekende omvang zou aannemen. Niets was minder waar. Het was juist aan Nelson Mandela te danken dat er geen burgeroorlog in Zuid Afrika uitbrak. Men begon, met alle problemen van dien, te proberen samen een nieuwe samenleving op te bouwen waar geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen mensen op grond van hun afkomst en waarin iedereen kan meedoen. Een waarheidscommissie onder leiding van de Anglicaanse bisschop Tutu zorgde voor gerechtigheid. Maar het grote van Nelson Mandela is niet zozeer dat hij 30 jaar in gevangenschap heeft gezeten zonder zijn opvattingen te hebben opgegeven, maar dat hij daarna verzoening wist te krijgen met zijn onderdrukkers.

We moeten de Bijbel wel heel goed kennen om te begrijpen dat er in dit verhaal met Jezus van Nazareth net zo iets gebeurt. Jezus van Nazareth onderwijst in de synagogen, leren noemt men dat. Synagogen zijn plaatsen van bijeenkomst in de dorpen en steden buiten Jeruzalem. Ze waren 200 jaar voor de geboorte van Jezus van Nazareth opgezet door de beweging van de Farizeërs om er voor te zorgen dat de kennis van de Joodse Bijbel niet verloren zou gaan door de Griekse,  Romeinse en andere heidense invloeden in het land. Ze bestaan tot op de dag van vandaag en je vindt ze overal in de wereld. In Alkmaar mochten we vorig jaar de vreugde van de heropening van de Synagoge beleven. Jezus van Nazareth leest dus in de synagoge van de stad van zijn jeugd uit het boek van de profeet Jesaja. Ook Paulus ging op zijn zendingsreizen naar de Synagogen en als hij daar niet welkom was organiseerde hij bijeenkomsten bij mensen thuis volgens de manier waarop in de Synagogen mensen bij elkaar kwamen. Onze kerkdiensten komen dus voort uit de bijeenkomsten in de Synagogen. Al ging in de Synagogen iedereen voor, elke man van 12 jaar of ouder kreeg een deel van de Hebreeuwse Bijbel te lezen en mocht als hij zich daartoe geroepen voelde er iets over vertellen.

Maar Jezus van Nazareth stopt met het stuk van Jesaja op het punt waar iedereen nog een halve zin zou doorlezen In vers 19 uit de lezing van het Lucasevangelie  staat:  “om een genadejaar van de Heer uit te roepen.’ Om in vers 20 door te gaan met:   Hij rolde de boekrol op, gaf hem terug aan de dienaar en ging weer zitten; de ogen van alle aanwezigen in de synagoge waren op hem gericht. .Maar in Jesaja 61 lezen we in vers  2  om een genadejaar van de HEER uit te roepen en een dag van wraak voor onze God, om allen die treuren te troosten” Die dag van wraak voor de God van Israël wordt door Jezus van Nazareth dus niet uitgeroepen.

.In plaats van de opstand uit te roepen tegen de Romeinen door een dag van wraak voor de God van Israël uit te roepen wijst Jezus van Nazareth er op dat er in de geschiedenis van het volk Israel ook momenten waren dat het nodig was om je aan de rand van de samenleving op te houden. In de discussie die volgt op het voorlezen van het gedeelte uit Jesaja wijst Jezus van Nazareth op de profeet Elia  van alle weduwen in Israël die het moeilijk hadden tijdens de droogte ging Elia niet naar een weduwe in Israël maar naar een weduwe in Sarfat, net in het buitenland.. Of je kunt je zelfs je bezig te houden met bezettende buitenlanders zoals Elia bij Naäman, de Syrische generaal,  had gedaan, die was genezen van zijn melaatsheid.

 Het is natuurlijk mooi dat je aandacht en begrip voor de armen vraagt en hen bevrijding belooft, maar gewone dorps en stadsbewoners zijn over het algemeen niet arm.Ze zijn in het verhaal van Jezus van Nazareth wel slachtoffer van een wrede bezetting. Het is in die omstandigheden wel heel erg moeilijk om een samenleving van liefde op te bouwen, de nadruk te leggen op zorg voor elkaar en op delen met elkaar waartoe Jezus van Nazareth zijn dorpsgenoten oproept.  Een profeet wordt in zijn eigen stad niet geëerd concludeerd Jezus dan..

Jezus van Nazareth sluit  in zijn afwijzen van geweld tegen de Romeinen uitdrukkelijk aan bij opvattingen van profeten als Jeremia, die betoogde dat het niet zoveel zin had tegen machten te vechten waar je het niet van kon winnen maar dat het goede doen en de Liefde betonen, die de Wet van de Liefde vraagt, altijd tot overwinning leidt. We hebben het in onze dagen waar zien worden in Zuid-Afrika al hebben de mensen daar ons medeleven en onze hulp soms ook na de jaren van de omwenteling nog dubbel hard nodig. Niet alleen in geld, of kennis over medicijnen en huisvesting maar ook in voorbeeld van vreedzaam samenleven.

Aan het vreedzaam samenleven wil het ook hier nog wel eens ontbreken, en daar kunnen we allemaal zelf iets doen door vandaag te beginnen naar vrede met elkaar te streven. Dat is het echte goede nieuws voor de armen. Want in vrede bloeit de economie op, als de angst voor geweld is verdwenen krijgen we ruimte om voor elkaar te zorgen, kunnen we weer de stemmen horen van de mensen die langs de weg zijn komen te zitten, hebben we weer tijd om voor voorraad voor de voedselbanken te zorgen.

Zo kunnen we ook onze zorg voor Afghanistan op een goede manier afbouwen. Onze militairen hebben daar geweldig goed werk verricht. Ze waren een voorbeeld voor de hele wereld door veiligheid en  opbouw te combineren. Door niet alleen voor maar vooral ook samen met de mensen te werken. Nu komt de tijd een stap verder te zetten en te laten zien dat vrede niet komt door te vechten. Laat Afghanen nu zelf zorgen voor hun veiligheid en help ze met de opbouw van een samenleving waarin iedereen in vrede en veiligheid kan deelnemen en waar men samen kan zorgen voor welvaart voor iedereen. Dat zou opnieuw het goede nieuws voor de armen betekenen.

De notie van het aangename jaar des Heren, het genadejaar, heeft overigens ook vaak in de politiek weerklonken. Na de tweede wereldoorlog hoorde je dat bijvoorbeeld in de Europeese Beweging. Door de samenwerking in Europa zou een herhaling van de beide wereldoorlogen kunnen worden voorkomen en de welvaart in Europa kunnen toenemen. De bevrijding van de armen zou eindelijk gestalte kunnen krijgen. En Europa heeft ons inderdaad een heleboel welvaart gebracht.  Maar het land dat overvloeit van melk en honing is niet bereikt. We leven niet in een samenleving waar alle tranen zijn gedroogd, waar lammen lopen, blinden zien en waar iedereen meetelt. We zijn dan ook niet geroepen om partijpolitieke doelen te steunen, we zijn geroepen om naar mensen te kijken en wel met de bril van de richtlijnen voor de menselijke samenleving op, ons opnieuw laten gezeggen door het gebod de naaste lief te hebben als onszelf als de manier om de God van Israël lief te hebben boven alles. We moeten dus al ons handelen stellen in de Geest van God, de Geest van Jezus van Nazareth.

Jesaja wijst op de gelovigen die boomstammen, terebinten, van gerechtigheid kunnen zijn. Niet aflatend blijven ze zien op de treurenden van Sion.  Sion is hier de plek waar de Ark van het verbond werd bewaard. In die Ark waren de richtlijnen voor de menselijke samenleving te vinden, de 10 geboden noemen we die, maar geboden zijn het niet zozeer, het zijn richtlijnen die een menselijke samenleving kunnen opleveren. Om die richtlijnen gaat het ons, want wij verkondigen de bevrijding van de armen als het liefhebben van de God van Israël boven alles, boven eigen belang, boven het belang van onze natie, omdat wij de armen in de wereld liefhebben als onszelf. Jezus werd een zoon van de Wet genoemd, hem ging het dus om die nieuwe samenleving, om dat genadejaar, dat aangename jaar des Heren. In navolging van Jezus van Nazareth mag het ons daar ook om gaan. Elke dag opnieuw. Totdat hij komt en God zelf zijn tenten op deze aarde zal spannen en de dood niet meer zal zijn.

Amen

Advertenties

Read Full Post »

Lezen: Jesaja 62:1-5

           Johannes 2:1-11

Gemeente,

Eigenlijk is het vandaag een beetje een feestdag, elk jaar hoor je op deze zondag in het jaar hetzelfde verhaal, net als op Kerstmis en met Pasen. Op deze een beetje bijzondere zondag, en ze noemen deze zondag “Kanazondag”, lezen we om te beginnen een lied uit het boek van de profeten Jesaja.

Profeten Jesaja? Ja, de geleerden zijn er over eens dat er meer mensen meegeschreven hebben aan het boek van de profeet Jesaja, die het wegvoeren van het volk in ballingschap meemaakte en desondanks volhield dat het volk bevrijd zou worden en weer een echt eigen volk in het beloofde land zou worden. Dit lied,? bijna aan het eind van dit boek, zingt over dat prachtige nieuwe land met een trotse hoofdstad, Jeruzalem. Een hoofdstad met wachters op de muren. En het mooiste is dat alle volken de gerechtigheid van dat land zullen zien zingt,de profeet. Mooie taal in zo’n lied maar omdat het veel en vaak is herhaald zonder betekenis wordt het voor ons pas echt mooi als we ons ook die betekenis realiseren.

Die gerechtigheid komt alleen als de weg van de Wet van de Woestijn wordt gevolgd. In de Woestijn daar waar je op zoek moest naar fris en helder water, ontdekte het volk Israël dat je alleen kon overleven, alleen een volk kon worden door een bijzondere Wet, een Wet met richtlijnen voor een menselijke samenleving, een wet van eerlijk delen, zorgen dat iedereen mee kan doen, zorgen voor de armen, de zieken en de zwakken. Die Wet wordt bewaard en beschermd in de Tempel in Jeruzalem en pas als alle volken kijken naar die Wet dan wordt het vrede op aarde. Daarom is het uitsluiten van volken van de discussie over eerlijk delen en over samen werken eigenlijk vragen om oorlog.

In de Bijbel staat het belang van de armen en onderdrukten voorop. En als het hele land, ja alle landen in de wereld, vol zijn van de liefde voor de minsten, voor de zwaksten, dan kun je spreken over een bruiloft. De werkers trouwen met het land, zodat iedereen op de wereld te eten heeft, en God trouwt met het volk, zodat er vrede en gerechtigheid heerst. Een prachtig lied van de Profeet Jesaja.

Dat beeld van een bruiloft vindt je op allerlei plaatsen in de Bijbel terug. Wij weten inmiddels wel wat een feest het kan zijn als twee mensen een leven lang met elkaar in liefde met elkaar weten op te trekken en samen lief en leed weten te delen en elkaar trouw weten te blijven. Te vaak mislukt dat ook , met alle pijn die dat met zich meebrengt, te vaak ook eindigt zo’n relatie in de dood van een van de partners, vaak onverwacht of toch nog te snel en altijd ongewenst. Maar ook dat verdriet kan het mooie van het beeld van de bruiloft niet wegnemen, integendeel, dat verdriet kan ook maken dat het sterker gaat glanzen, dat de herinnering aan de sterke band een nog mooiere glans krijgt. En daarmee wordt ook de boodschap van de Bijbel eigenlijk nog mooier, een God die met je meetrekt zoals bruid en bruidegom met elkaar meetrekken, een God die nooit laat varen het werk dat zijn hand begon.

Dat beeld van een bruiloft lezen we ook in het overbekende verhaal van de bruiloft in Kana. En dat het verhaal overbekend is  zet ons gemakkelijk op een verkeerd spoor. Centraal komt te staan het wonder van het water dat in wijn wordt veranderd en als je het zo zegt lijkt het op een goocheltruc. Ik heb Fred Kaps ooit zoiets zien doen. Hij vouwde een krant tot een trechter, zo’n tuit, goot daar een karaf water in en goot de krant leeg in een andere karaf en dan bleek het rode wijn te zijn geworden. Maar Jezus van Nazareth was geen goochelaar. Die verandering van het water in wijn heeft een andere boodschap dan hoe knap of gewiekst die Jezus was. Het was een teken staat er, het eerste teken van zijn optreden. En naar de betekenis van dat teken moeten we dus op zoek.

Het plaatsje Kana bestaat alleen in het Johannes evangelie en komt daar drie keer voor. De derde keer is als Jezus na zijn dood de laatste keer aan zijn discipelen verschijnt. Hij vist met hen, eet met hen, en geeft hen zijn laatste woorden mee. Daarbij is ook Nathanael, de discipel uit Kana. De man van wie Jezus op de tweede dag, toen hij volgelingen zocht,  gezegd  had dat hij een echte Israëliet is, een man zonder bedrog. Die man zie je verder haast nooit, maar bij dit laatste verhaal over de opstanding is Kana vertegenwoordigd. De tweede keer dat Kana voorkomt, is in Johannes 4. Een hoofdman uit Kapernaum komt bij Jezus in Kana omdat zijn zoon op sterven ligt. “Uw zoon leeft,” zegt Jezus en die zoon leeft.

De eerste keer dat Kana voorkomt is hier in het verhaal van het bruiloftsfeest, dat dus ook alles met dood en leven te maken heeft. Geleerden zeggen daarom ook wel eens dat je voor Kana gerust Kanaaän mag lezen, wat hier gebeurd is voor het hele land bestemd.  Het verhaal over de bruiloft in Kana wordt dus niet verteld om duidelijk te maken dat Jezus ook wel van een feestje hield, maar als een verhaal over God, Christus en mensen, over dood en leven, over water en wijn.

Een verhaal over dood en leven is iets anders dan een verhaal over leven en dood. De bijbel kent de verhalen van leven en dood maar al te goed en vertelt ze, begrijpt ze. Echt vrolijke verhalen zijn het haast nooit, maar daartegenin klinken de verhalen van dood en leven, zoals het verhaal van de bruiloft te Kana.

Het gebeurt op de derde dag, zo horen we. Over tweede of vierde of vijfde dagen hoor je haast nooit wat, wel over derde dagen. Dat komt omdat dingen zich zo goed laten vertellen in drie dagen, in drie bedrijven. Je hebt de eerste dag, het begin, de geboorte, op de tweede dag draait alles, gaat het zijn gangetje, is er leven, tot de derde dag, dan komt het einde.
Op de derde dag begint het in Kana, op de dag van het einde is er een bruiloft. Dat is misschien een wat aparte dag voor een bruiloft, maar het is dan ook een aparte bruidegom die ons daar uitnodigt; God zelf.

En Johannes zet die drie dagen heel uitdrukkelijk op een rij. Op de eerste dag wordt Jezus van Nazareth gedoopt, dan gaat hij zelf door het water van de dood heen en komt de Heilige Geest op hem en spreekt God uit dat hij de geliefde zoon is. Op de tweede dag zoekt Jezus zijn volgelingen en op de derde dag volgt dan die bruiloft in  Kana. Het lijkt wel of in drie dagen het hele leven en sterven en de opstanding van Jezus van Nazareth wordt verteld..

Als God de bruidegom is, zoals Jesaja ons heeft verteld, dan is die bruiloft misschien beter georganiseerd dan het lijkt. Goed de wijn is op, maar wat verwacht je anders op de derde dag. Alle wijn, hoeveel er ook is, raakt op een gegeven moment op, dat is het verhaal van leven en dood, of je nou een doodzieke patient bent of een kerngezonde marathonschaatser, op een dag is de wijn op, is het de derde dag.

Als de wijn des levens dan, onvermijdelijk, op is en al wat nog rest, het water is dat nooit op zal zijn, het onuitputtelijke water van de dood, dan wordt het tijd voor de beste wijn van de bruidegom. Die staat niet zomaar op tafel en het is goed om erop te letten dat Jezus dat water niet zomaar in wijn verandert, daar zijn in dit verhaal een hoop dienaren voor nodig en zes vaten.

Waarom vaten? Het water moet ergens in voor er iets mee kan gebeuren, de chaos moet structuur krijgen, grens en vorm en zo herinneren de zes vaten ons aan de zes dagen waarin hemel en aarde geschapen worden, aan hoe de doodse oerchaos vorm krijgt in Gods scheppende werk. Gods Geest daalde wel op Jezus van Nazareth neer, maar Gods Geest begon met te zweven over de aarde, een aarde die toen nog woest en ledig was.

De dienaren die met hun emmertjes water in die vaten staan te scheppen, in opdracht van Jezus, nemen een klein beetje deel aan het grote scheppen van God. Zo worden mensen ingezet voor Gods werk, om de bruiloft van de bruidegom te laten slagen.

Zes is het getal van mensenwerk in de bijbel. Zeven is de sabbat is af is klaar is werk van God, zes is minder, is onaf, is mensenwerk dat nog op Gods bekrachtigende zegen wacht. Zes vaten staan dus voor mensenwerk, voor leven met de wet en de profeten want Jezus komt niet zomaar, Jezus komt de wet vervullen, zoals hij zelf zegt, hij kiest vaten voor het joodse reinigingsritueel, vaten van de wet. Gods geboden helpen ons op weg om onze bijdrage te leveren aan Gods schepping.

Daartoe roept Jezus de dienaren op, meedoen, Gods wegen gaan, water in die vaten scheppen zodat hij iets heeft om wijn van te maken. Zo is ook de spanning met Maria zijn moeder voelbaar. Wij willen vaak zo graag, wij willen vaak onze God of Jezus van Nazareth inzetten als een goochelaar, als Fred Kaps van vroeger, of Hans Kazan maar Jezus werkt niet met de knip van zijn vingers, het scheppende Woord van de God  van Israël is niet afdwingbaar. God werkt met en door mensen.

Dienaren zijn en blijven daarom nodig, die doen wat Jezus zegt en die tegen beter weten in misschien met het koude natte water van hun doodlopende levens in de weer gaan, om dat koude natte doodse water in Gods vaten te scheppen.

Krijgen we wijn daardoor? Geen druppel, het blijven zes vaten vol water, mensenwerk en het heeft weinig zin om tussendoor te proeven van het water, of het al opschiet met die wijn…

Maar als we op die derde dag, op die laatste dag bij de ceremoniemeester staan met dat kruikje koud water, wat zal die dan opkijken en verbijsterd naar de bruidegom lopen en als hij dan zegt: “u hebt de beste wijn voor het laatst bewaard” dan geeft de bruidegom misschien een knipoog aan Jezus en hij kijkt vriendelijk naar zijn dienaren, misschien kijkt ie zelfs vriendelijk naar die arme ceremoniemeester die er ook niets van begrijpt en dan zegt de bruidegom: Ja, ik heb de beste wijn voor het laatst bewaard en die wijn, die gaat nooit meer op.

Jesaja zegt dat de zonen van het volk trouwen met Jeruzalem, de zonen en dochters van de stad geven zich over aan de Wet van de God van Israël, de richtlijnen voor een menselijke samenleving. Maar moet die wijn niet rijpen? Is oude wijn niet kostbaarder dan jonge wijn? Mogen wij ouderen ons stiekum soms ook de kostbare wijn voelen van de bruidegom? Wijn beurt bedroefden op, geeft energie, schept vreugde onder mensen, niet in overmaat maar juist als mensen een hart onder de riem nodig hebben. En is dat ook niet de samenvatting van de Wet van God: heb uw naaste lief als uzelf? Wij die het grootste deel van ons leven achter ons hebben weten wat het betekent, wij kunnen het dus ook doorgeven.

Dat hoeft niet altijd groots en meeslepend te zijn, het kan in een glimlach voor iemand die vriendelijk voor ons is, een compliment voor iemand die voor ons zorgt of een hand uitsteekt als we die nodig hebben, dan kan voor een luisterend oor, waar wij de tijd voor hebben en die wij zo vaak kunnen bieden. Paulus zegt ergens dat we het kwade door het goede moeten bestrijden. Door het goede in te brengen staan we niet toe dat het boze alles in deze wereld kan gaan regeren. Wie weet heeft van de beste wijn van de bruidegom kan dat goede elke dag opnieuw bieden, waar we ook wonen, waar we ook zijn, wie we ook zijn. Allemaal zijn we genodigd tot het bruiloftsfeest van de Heer. Laten we  daarom van het leven dat ons is gegeven een feest van maken, een bruiloftsfeest waar de liefde voor elkaar voorop staat..

 

amen

Read Full Post »

Lezen: Jesaja 40:1-11

           Lucas 3:15-22

Gemeente

 

Troost, troost mijn volk. Zo begon de lezing uit het boek van de profeet Jesaja, God roept mensen op zijn volk te troosten.

We hoorden vandaag het verhaal van een onbekende profeet. Zijn verhaal staat in het boek dat we kennen als het boek van de profeet Jesaja maar wie de Hebreeuwse tekst goed kan lezen komt tot de ontdekking dat zijn verhaal niet van dezelfde schrijver kan zijn als het eerste deel van het boek van de profeet Jesaja. Deze onbekende profeet wordt dan ook de tweede Jesaja, of deutero Jesaja genoemd. Waarschijnlijk is zijn verhaal terecht gekomen in het boek van Jesaja omdat het een volgeling van Jesaja was. Net zoals de oorspronkelijke Jesaja de hoop op bevrijding levend hield voor en bij het begin van de ballingschap hield deze deutero Jesaja de hoop op bevrijding levend toen de ballingschap al een tijd aan de gang was en het er op leek dat er ook een einde aan zou kunnen komen. Er is overigens ook een derde Jesaja, van wie je vanaf hoofdstuk 55 kunt lezen, die uiteindelijk het boek van de profeet Jesaja heeft samengesteld en uitgegeven. Zo werd het beleefd als één boek, het boek van de hoop op bevrijding, zo wordt dat boek tot op de dag van vandaag gelezen.

En zo, in het begin van een nieuw jaar is die vooruitblik op het nieuwe dat in het nieuwe jaar kan plaatsvinden wel terecht. Per slot roept het boek Jesaja ons ook op niet te blijven staren op wat vroeger was maar benadrukt dat God iets nieuws gaat beginnen, ja dat het zelfs al begonnen is. We zitten overigens tegenwoordig zo overdadig in de nieuwjaarsrecepties dat je je zelfs kunt afvragen tot hoe lang ze door kunnen gaan. Het lijkt er op dat het de hele maand januari kan. Ook hoor je steeds meer de vraag tot wanneer je elkaar een gelukkig Nieuwjaar  kunt wensen. Dat was altijd tot 6 januari maar nu heel veel mensen van de zondag voor kerst tot de zondag na Nieuwjaar met vakantie zijn wordt de periode verlengd, ook tot de hele maand januari lijkt het wel. Vanuit de Bijbel zou je elkaar het hele jaar het beste kunnen wensen, zegenen heet dat ook wel . Gelukkig Nieuwjaar noemt men al steeds minder  en het veel heil en zegen of gezegend Nieuwjaar hoor je al bijna hele maal niet meer. We wensen elkaar de beste wensen. En dat is wat een profeet als Jesaja ons in dit hoofdstuk ook wenst. Dat we bevrijdt worden van alle hebzucht, onderdrukking en geweld, dat we terecht mogen komen in een land waar iedereen meetelt en alle tranen gedroogd zullen zijn mogen we elkaar dagelijks toewensen, dat zijn immers de beste wensen die we elkaar kunnen toewensen. De tekst van Jesaja is dan ook gebruikt voor één van de meest populaire gedeelten uit de compositie Messiah van Händel. Het magistrale werk over de bevrijder die het volk terug zou voeren naar het beloofde land en de hele aarde zou bevrijden van alle uitbuiting, leed en ellende.

Maar deze tweede Jesaja zat met een groot probleem. In de regligieuze opvattingen van zijn tijd had de God van Israël verloren van de goden van Babel. De oppergod van Babel, Marduk, had duidelijk gewonnen want zelfs het zilver van de Tempel was naar Babel overgebracht, samen met het volk. Die Marduk, de dondergod, moest wel een hele sterke God zijn want toen koning Nabonid van Babel zich afwendde van de godsdienst van Marduk en de maangodin Sin ging aanhangen verzwakte het rijk van Babel en kon het worden veroverd door Cyrus. Het waren zelfs de  priesters van Marduk die de poorten van Babel openden voor de veroveraar. Maar het was Cyrus die  vrijwel direct besloot de Joden terug te laten keren naar hun eigen land en  hen toestemming gaf hun eigen God weer te gaan aanbidden en hun Tempel te herbouwen. Ze mochten zelfs het tempelzilver uit Babel mee terug nemen naar Jeruzalem.

Voor deutero Jesaja bestaan die andere goden gewoon niet. Het is de God van Israël die alle machten en krachten van de wereld te boven gaat. Het is dus niet Cyrus, of zijn god of goden die de bevrijding bewerkstellingen, Cyrus wordt de zoon van God genoemd.  Daarom vertegenwoordigen de teruggekeerde ballingen juist die God van Israël, een God waar je op kunt bouwen, die niet laat varen het werk dat ooit werd begonnen. Zo werd zelfs de heidense Koning Cyrus  een werktuig in de hand van die God, een messias. De eredienst van die God kon weer beginnen.

En wat was de eredienst van die God dan wel? Daar draait het natuurlijk om. Dat was niet een mooie Tempel met een prachtig godenbeeld, veel priesters in deftige gewaden en veel offers waarmee die god werd gevoed en die de god veel kracht gaven.. Dat was een Tempel waar het verbond met die God werd bewaard en gevierd. Dat verbond dat draaide om je naaste liefhebben als jezelf, daarmee heb je die God lief boven alles. Dat was wat die Priesters uitdroegen, zij spraken ook recht tussen de mensen en zorgden daarmee voor rechtvaardigheid. Zij zorgden er ook voor dat die offers werden gedeeld, met de armen en met de vreemdelingen. Daarom begint dit verhaal van deutero Jesaja met een feestelijke optocht. God gaat voorop en de hele wereld loopt er achteraan, achter de God van vrede en gerechtigheid, als de Liefde weer gaat regeren op aarde. Herauten kondigen de komst van de optocht aan: Maak plaats, bereid de weg des Heren. Maar een beeld van die God was er niet, die God was voor de mensen die hem nodig hadden zoals hij er voor die mensen wilde zijn.

En die oproep de weg des Heren te bereiden kennen we ook van Johannes de Doper, de neef van Jezus van Nazareth, die in de woestijn aan de oever van de Jordaan het volk oproept zich klaar te maken voor de bevrijder die het volk weer de gelegenheid zal geven in vrijheid de God van Israël te dienen En dat met een beroep op het boek van de profeet Jesaja met de woorden die we vanmorgen uit dat boek hebben gehoord. .

Die Johannes moet een verpletterende indruk gemaakt hebben, heel het volk liet zich door hem dopen. Paulus zal veel later op zijn reizen in Klein Azië nog volgelingen van Johannes tegenkomen aan wie hij moet uitleggen hoe de verhouding was tussen Jezus van Nazareth en Johannes de Doper. Op zich is de populariteit van Johannes trouwens merkwaardig. De Romeinse bezetters en hun marionettenkoningen zitten stevig in het zadel zo vertelt Lucas ons. Dan komt Johannes met zijn roep zoals Jesaja die heeft verwoord. Maar Johannes vult die roep aan met  “Addergebroed, wie heeft jullie wijs gemaakt dat je veilig bent voor het komend oordeel?” Je zal je zo laten uitschelden. Maar over welk oordeel heeft Johannes het eigenlijk? Wij zijn geneigd om dan te wijzen op passages over het laatste oordeel, de dag des Heren door de profeten genoemd, als de Messias weerkeert als de mensenzoon op de wolken om te oordelen de levenden en de doden. Maar deutero Jesaja heeft het daar nu net niet over. Bij deutero Jesaja gaat het om een bevrijding uit de ballingschap en een herstel van Jeruzalem, de Tempel en het rijk van David. Daar komt de God van Israël weer in het middelpunt, daar gaan we weer bij zijn Tempel oefenen in het delen, daar wordt aan de armsten en de minsten weer recht gedaan. Een politiek program. Ook volgens Johannes de Doper. En het oordeel is dan over wie welke partij gekozen heeft, de partij van de macht of de partij van het delen, niemand ontkomt aan die keus, ook vandaag niet..

In het verhaal zoals ons dat vertelt wordt in het Evangelie van Lucas neemt Jezus van Nazareth de prediking van de oproep tot verandering naadloos over van Johannes de Doper als deze eenmaal door koning Herodes gevangen is gezet. Deze Herodes was de opvolger van de Herodes die koning was toen Johannes en Jezus geboren werden. Sommigen vragen zich trouwens af door wie Jezus van Nazareth eigenlijk gedoopt was want eerst wordt verteld dat Johannes de Doper gevangen is gezet en daarna wordt verteld dat ook Jezus van Nazareth gedoopt werd. Maar Johannes had ook zijn program uiteengezet. Het volk moest aan de slag, dat ze afstamden van Abraham was niet genoeg, nee, wie twee stel onderkleren heeft moet delen met wie er geen heeft en wie eten heeft moet hetzelfde doen. Tollenaars mogen niet meer vragen dan hen is opgedragen en soldaten mogen zich niet inlaten met afpersing van het volk.

Toen Jezus van Nazareth zijn werk begon wilde iedereen wel de kant uit van delen en zorgen voor de naaste zoals Johannes de Doper had verkondigd. Later zou Jezus van Nazareth het program van Johannes de Doper verder uitwerken in zijn bergrede, daar vinden we soms bijna letterlijk dezelfde elementen terug.  Dat de geschiedenis van Johannes de Doper diepe indruk had gemaakt blijkt ook uit de geschiedschrijving van het volk van Israël. Joden wezen de aanbidding van de Romeinse Keizer als god af, ze hielden een vrije dag in de week en ze hadden ingewikkelde regels over wat ze wel en niet mochten eten. In het Romeinse Rijk waren ze daarom vaak buitenbeentjes. De Joodse Historicus Flavius Josephus schreef in het begin van onze jaartelling een paar boeken  ter verdediging van de Joden. In zijn boek over de Joodse geschiedenis komt ook Johannes de Doper voor. Tegenover de liederlijkheid van het hof van Herodes wordt Johannes de Doper geschilderd als een goed mens die de Joden opgeroepen had deugdzaam te leven door gerechtigheid te betrachten en zich te laten dopen. Uit dat boek komt ook het verhaal over Salome en de dans voor de Koning die als beloning het hoofd van Johannes de Doper op een schaal kreeg. Dat verhaal staat dus niet in de Bijbel.

 Het evangelie van Lucas is het enige verhaal dat vertelt dat Jezus van Nazareth aan het bidden was toen dat visioen met die duif en de stem die riep dat hij de zoon van God was gebeurde. Wil je een taak op je nemen als die van Johannes de Doper dan moet je wel alle moed verzamelen. De beste manier omdat te doen is je helemaal open stellen voor het Woord van God, alle verhalen in je op nemen en je volledig overgeven aan het vertrouwen dat God met je mee gaat als je de Weg van de God van Israël volgt en mensen oproept om te delen met elkaar van wat ze hebben en er samen voor te zorgen dat iedereen kan meedoen en niemand meer honger heeft of langs de weg hoeft te blijven zitten, dat noemen we bidden.

De doop van Johannes heeft dus heel uitdrukkelijk een maatschappelijke taak. Het gaat er weer om te delen met elkaar en te zorgen dat iedereen recht wordt gedaan. Natuurlijk mag er bescherming zijn tegen het kwade, soldaten mogen soldaten blijven, maar van onderdrukking door een overheid is geen sprake meer, het recht van de God van Israël regeert. Natuurlijk moet er belasting worden betaald en geheven, maar uitbuiting van het volk omdat ook de inners van belasting er rijk van moeten worden is er niet meer bij. Vergeleken met de samenleving voordat Johannes en Jezus optraden komt de samenleving op zijn kop te staan, Zijn woord wil deze wereld omgekeerd dichtte Huub Oosterhuis dan ook, dat lachen zullen zij die wenen. Machtigen stoot hij van de troon was er bij de ontmoeting tussen Maria en Elisabet gezongen, de moeders van Jezus en Johannes.

De volgelingen van Jezus van Nazareth die deze omkeer meemaakten waren daar later zo blij over en wilden zo radicaal meedoen met de omkering van de samenleving dat ze zich met hun hele gezin en iedereen die daar bij hoorde lieten dopen. Zo zijn we in de geschiedenis van de Kerk aan de kinderdoop gekomen. Het teken dat mensen met alles wat ze hebben willen horen bij een beweging waar het delen van wat je hebt en wat je te eten hebt voorop staat. Waar het gaat om de minsten van de wereld. Bij die beweging kun je je elke dag opnieuw weer aansluiten, ook vandaag.

We moeten daarbij ook bedenken dat de doop door Johannes en van Jezus plaatsvonden bij de Jordaan. Dat heel het volk zich liet dopen heeft ook een eigen betekenis. Het zijn geen individuen die alleen blijven staan, pas door de doortocht door de schelfzee en de intocht in het beloofde land werd men een volk, een volk met een eigen missie, licht te zijn voor alle volken in de wereld.

In het oude doopformulier dat de Kerk hanteerde, zowel de Hervormde als de Gereformeerde Kerk, werd nogal de nadruk gelegd op de doortocht door de Schelfzee. Van de dood onder de slavernij in Egypte werd het volk bevrijdt om door de woestijn naar het beloofde land te gaan. Bij Johannes en Jezus gaat het er om dat door de doop mensen bevrijdt worden van de onvruchtbaarheid van de woestijn en door het water van de doop intocht kunnen doen in het land dat overvloeit van melk en honing. In zo’n land is het helemaal niet nodig alles voor jezelf te houden. In zo’n land wordt delen heel gewoon. In zo’n land is de angst voor de toekomst verdwenen, wat de toekomst ook brengen moge, de God van Israël zal zijn kudde weiden, zong deutero Jesaja. In zo’n land zijn voedselbanken niet meer nodig, dat land strekt zich uit tot de einden der aarde, daar zal geen honger zijn en geen gebrek, daar zullen uiteindelijk alle tranen gedroogd zijn.

Daar mogen we mee rekenen, zo mogen we het program van Johannes en Jezus in de praktijk brengen, elke dag opnieuw, samen met allen die zich druk maken over de minsten op aarde, want aan de vruchten die wij voortbrengen dient men ook ons te herkennen. De doop zoals wij die kennen gebeurt dan ook niet op een achterafje maar temidden van de gemeente. Daar mag iedereen bij horen met heel het gezin, met heel de familie, met heel het huis zeiden we vroeger maar daar zijn ook de meiden en knechten, is ook het personeel in begrepen. Daar bij het doopvond begint de maaltijd des Heren waar volgens Deuteronomium heel uitdrukkelijk ook de armen en de vreemdelingen uit onze gemeenschap bij horen.

Zo mogen wij de Geest van God aanroepen, die daalde als een duif op Jezus van Nazareth neer, maar die is ook ons beloofd, gedoopt als wij zijn met water mogen wij ook gedoopt zijn met de Heilige Geest. En het feest van de doop van de Heer werd daardoor ook het eerste Pinksterfeest. Johannes hield zijn mond niet over het verkeerde dat er op aarde was, over de zelfzucht en de eigendunk, waar mensen elkaar gebruiken als voorwerp om hun eigen lusten te bevredigen zoals Herodes had gedaan. Het leek zijn dood te worden, maar de Geest van God zorgde er voor dat zijn boodschap bleef klinken, tot aan de uiteinden der aarde, tot hier in Twisk aan toe. In die Geest mogen ook wij die boodschap laten klinken, in woord en daad, in de manier waarop wij gemeenschap, kerk, willen zijn en de manier waarop wij ons leven inrchten. Als lichtend licht en zoutend zout zou Jezus ons leren.

Amen

Read Full Post »