Feeds:
Berichten
Reacties

Lezen: Jesaja 25:1-9

Matteüs 22: 1-14

Gemeente,

Het is vandaag Coming Out zondag. Lang is het, zeker in onze kerkgeschiedenis, eng geweest als je vertelde dat je anders was dan de meerderheid om je heen. Nog wordt in zogenaamde kerkelijke kringen en sectes beweerd dat zijn zoals God je heeft geschapen ook een gruwel voor God kan zijn. Door schade en schande wijs geworden maken we in onze dagen duidelijk dat juist de God van Israël alle mensen liefheeft en dat je daarom mag zijn wie je bent, kom daar gerust voor uit. Over die liefde gaat het vanmorgen.

Wat de liefde tussen mensen toch allemaal tot stand kan brengen. Niet altijd is dat direct zichtbaar. Neem nu de vrede in Noord Ierland. In Nederland waren er zeer lang zeer veel gezinnen die jaar in jaar uit Katholieke en Protestantse kinderen in hun huis ontvingen en daar samen een vakantie mee vierden. Die kinderen vormen nu de basis van de nieuwe vreedzame samenleving die daar aan het ontstaan is. Wederzijds kunnen ze zeggen dat het bolwerk van de barbaren geen stad meer is, dat het gewelddadige volk ook God zal eren, dat de stad van de wrede volken ontzag voor God zal tonen. In Noord Ierland lijkt dat allemaal waar te worden.

Jesaja had het natuurlijk niet over Noord Ierland. Hij had het over zijn eigen stad, zijn eigen land. Daar waren de mensen weggevoerd. Daar had het geweld van grote machtige rijken alles verwoest. Maar Jesaja wist dat, als mensen het niet opgaven ook hun vijanden lief te hebben, als ze volhielden met elkaar te delen, als ze de ogen openhielden voor de zwaksten, als ze door bleven gaan de hongerigen te voeden en de naakten te kleden, dat dan zou de dag komen dat de ballingen uit hun gevangenschap terug zouden keren en het land in vrede hersteld kon worden.

Sinds de profeet dat opschreef en het in het boek van de profeet Jesaja terecht is gekomen is het de hoop geworden van ontelbare onderdrukte volken. Nooit kan de hoop op bevrijding worden opgegeven. Jezus van Nazareth gaf zijn volgelingen de opdracht de armen bevrijding te gaan verkondigen toen de hele wereld zuchtte onder het wrede juk van de Romeinen. Het zal ons in beweging moeten zetten. Het is niet zo dat God buiten ons om de hongerigen voedt, de naakten kleed en de armen bevrijdt. God daagt ons uit en zet ons in beweging om juist dat te doen, om die weg te gaan.

Als wij doof blijven voor het geschrei van de kind slaven, de gedwongen prostituee’s, de gewetensgevangenen, de slachtoffers van oorlog en geweld die uit wanhoop hun land ontvluchten, hoe kunnen we dan denken dat een God in de hemel dat wel hoort. Meer als een schaduw die de hitte van zon tempert hoeven we immers niet zijn. Als je zo naar de samenleving kijkt dan begint langzaam net als voor de profeet het feest te dagen. Op de berg waar de richtlijnen voor de menselijke samenleving worden bewaard is het voor alle volken goed toeven, uitgelezen gerechten en belegen wijnen, een feestmaal rijk aan merg en vet, met pure, rijpe wijnen. Een prachtig beeld je ziet het voor je. Het hoogtepunt is dan dat de dood voor altijd teniet wordt gedaan. Het is een beeld om over te juichen.

En vandaag denken we dan ook aan alle mensen die extra vatbaar zijn voor een dodelijk virus, Het Coronavirus. Sommigen verwijten God dat virus maar we weten dan onze manier van dieren houden ook een zeer negatieve invloed heeft op de verspreiding van dit soort virussen en dat juist God ons de opdracht gaf onze medemensen te beschermen tegen zulke rampen. Hier in de Purmer doen we dat al, en op grond van mijn ervaringen in de kerken in Noord Holland van de afgelopen maanden doen ze dat in alle kerken. Maar maken we dat genoeg duidelijk. Spreken we daar ook onze broeders en zusters op aan? Vragen die we onszelf moeten stellen maar die wellicht ook via de classis en de synode moeten klinken.

Moeten we onze broeders en zusters die zich niets aantrekken van de regels vergelijken met een volk als Moab? Natuurlijk niet, het oordeel komt alleen God toe. Maar hoe zit het dan met Moab? Dat volk wordt toch vertrapt staat er, zoals stro in mest wordt getreden? Het is dus niet voor alle volken, er zijn volken zoals Moab die niet mogen meedelen maar worden vertrapt.

Moab was een volk uit de geschiedenis van het volk Israel. We nemen aan dat de profeet de vijand uit zijn tijd niet ongestraft kon noemen. Hij wees op een volk waarvan iedereen wist dat dat volk niet had willen delen met het volk Israel maar voortdurend bleef strijden tegen Israel, dat door de woestijn trekkend het land overvloeiende van melk en honing had bereikt. En daar ligt de sleutel tot dit verhaal. Moab was een volk dat niet wilde delen, dat die arme gevluchte slaven uit de woestijn eerder ging bevechten dan een plaats onder de volken te geven. Daarom werden zij vertrapt, want zulke volken zijn niet welkom aan de tafel van de Heer. Bij eerlijk delen, houden van elkaar als van jezelf, kun je niet aankomen met “eigen volk eerst”, niet met “ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken”. Op de Berg waar die richtlijnen worden bewaard gaat het over jezelf weggeven, desnoods breken als brood wordt gebroken, je bloed vergieten zoals wijn wordt vergoten. Die maaltijd van delen met ieder zonder eerst aan jezelf te denken is het hart geworden van de godsdienst van Joden en Christenen. Die maaltijd van God is voor alle volken, is de godsdienst bij uitstek. De maaltijd in de Kerk is de godsdienstoefening, elk van ons oefent in delen met de ander. Een oefening die je dag in dag uit in de praktijk mag brengen

Jezus van Nazareth maakte het duidelijk in een bijzonder verhaal. Dat gaat over de hogepriesters en de Farizeeën en het laat ons iets zien van wat het Koninkrijk van God zou betekenen. Het koninkrijk van God is als een bruiloftsfeest, zo begint het verhaal. Maar de mensen die uitgenodigd zijn komen niet. Die hebben geen tijd, zijn te druk met hun zaken en werk of worden zelfs boos als iemand ze durft uit te nodigen. Het moet een feest zijn van delen en zorgen voor elkaar, waar tranen worden gewist, lammen leren lopen en blinden weer kunnen zien, waar iedereen er bij mag horen.

Nu hebben heel veel mensen helemaal geen zin in dat eerlijk delen. Dat kennen we in onze tijd ook. We zorgen voor onszelf en iedereen kan toch voor zichzelf zorgen. Er zijn zelfs mensen die boos worden als je zelfs maar suggereerd dat er mensen zijn die hulp nodig hebben, ook financiële hulp en dat we met die mensen zouden moeten willen delen.

En in onze haastige samenleving hebben ook steeds minder mensen tijd om vrijwilligerswerk te doen. Alle vrijwilligersorganisaties hebben te maken met dat tekort. Dat handelaren en zogenaamde harde werkers niet willen komen omdat ze eerlijk moeten delen snappen we nog wel een beetje. Dat mensen boos worden als je naar hun inkomen en eigendom wijst snappen we ook, zeker als ze veel hebben en een groot inkomen hebben. Maar die ene gast die geen bruiloftskleed wil aantrekken? Als je jezelf maar waardeloos vindt dan is van een ander houden als van jezelf ook al snel klaar en niet aantrekkelijk. En dan roepen sommigen nog dat er veel geroepen zijn en weinig uitverkoren, het tegendeel is waar:: er wordt er maar één uitgegooid! We gaan er misschien iets van snappen als we ons realiseren dat Jezus altijd iedereen wil laten meedoen met zijn Koninkrijk. Ook de mensen die niet willlen komen, zelfs de mensen die de boodschappers ombrengen. Uiteindelijk roept de Koning iedereen, de goeden en de slechten staat er.

En als je het dan nog niet door hebt, nog niet mee wil doen met een heel bijzonder verhaal dat iedereen ten goede komt, dan moet je hetzelf weten. Dan worden er soldaten op je stad afgestuurd om die in brand te steken en dan wordt je gekneveld en buiten geworpen waar geween zal zijn en tandengekners. Heel langzaam moet je tegenwoordig dapper worden om te blijven geloven dat eerlijk delen ook kan. Zelfs als het hele bouwwerk van grijpen en graaien op instorten staat wordt nog gevraagd of belastingbetalers er wel genoeg winst uit weten te halen. Alsof het inkomen en het bezit van mensen met een bescheiden pensioen dat op een bank staat niet beschermd mag worden. Alsof dat kleine beetje reserve dat een arme heeft niet veilig gesteld mag worden. En dan die huizen. Huren van de bank, hypotheek nemen noemen ze dat, was voor mensen met een bescheiden inkomen altijd al riskant. Want een bank zorgt niet voor onderhoud en reparatie.

Maar eigendom van een huis hoort nu eenmaal zo schijnt het. Ze zijn in verleiding gebracht door de aanbidders van winst en profijt. Mogen we de slachtoffers niet beschermen en ze zo uitnodigen voor die maaltijd in het Koninkrijk?

De boodschap is dus dat we als dienaren van die Koning iedereen mogen uitnodigen aan zijn feest deel te nemen, wie de ander ook is, kleur, geslacht, geaardheid, afkomen, inkomen, overtuiging maken allemaal niet uit. We trekken allemaal hetzelfde bruilofskleed aan en vieren het feest van breken en delen.

Amen

Lezen: Matteüs 21: 33-43

Gemeente,

Het is duidelijk, je kunt wel doen of je de wijsheid in pacht hebt maar pas aan de vruchten kun je herkennen of het waar is. Jezus van Nazareth citeert hier Psalm 118. Over de steen die was weggeworpen maar die tot hoeksteen werd. Voor ons een vreemd beeld maar wie wel eens een muurtje heeft opgezet zonder cement, of op vakantie een muur van natuursteen heeft gezien, zal het misschien snappen. Je hebt dan te maken met de onregelmatigheid van de stenen. Niet alles past. Maar juist op de hoeken kan de meest onregelmatig gevormde steen het best passen en daarmee de belangrijkste steen vormen. En onregelmatig gevormd is de leer van Jezus van Nazareth. Niet de harde werkers, niet de mooi gekleden, niet de beste praters, niet de best gesneden pakken of de mooiste hoedjes bepalen het koninkrijk van God maar de minsten, de armen, de hoeren en de tollenaars.

Wie de blinden en de bedelaars langs de weg ziet, wie de hongerenden voedt en de naakten kleed. Juist in deze dagen van  crisis, dagen waarin de positie van de rijksten in de wereld wankelt omdat het werk stil komt te liggen door corona, juist in deze dagen is bijvoorbeeld de zorg voor de armsten in Afrika van meer dan groot belang. Als we het werkelijk weten op te brengen de welvaart die wij delen ook te delen met de armen in Afrika dan brengen we iets van Koninkrijk van God op aarde. Nu, in deze dagen, komt het er op aan. Nu zelfs de meest verstokte aanbidder van de vrije markt en de goden van winst en profijt tot de ontdekking komt dat er in elke samenleving ook iets van samen delen moet zijn. Juist nu zal duidelijk moeten zijn dat delen met de armsten in de wereld voorop moet staan en niet de sluitpost moet worden van de internationale welvaart. Maar denk niet dat iemand met de eer voor het delen kan wegkomen.

Denk aan het verhaal dat Jezus van Nazareth vertelt over de werkers in de wijngaard. Op het moment dat de wijngaard opbrengst gaat vertonen steken ze die opbrengst in eigen zak. De heer van wijngaard, de Liefde zelf, wordt buitengesloten. In onze samenleving gebeurt hetzelfde. Zelfs de redding van het financiele systeem dreigt ten goede te komen aan de bazen van de banken en hen nog rijker te maken. Waarom dus niet de bonussen voor de top van de bedrijven wereldwijd bestemmen voor microkredieten voor de armsten in de wereld. Zodat ook zij zich kunnen ontwikkelen en niet alleen delen in de welvaart maar er zelfs aan kunnen bijdragen. Want ook in de dagen van financiële crisis blijft de tegenstelling tussen landen waar overgewicht het belangrijkste probleem is en landen waar de honger het belangrijkste probleem is.

Amen

Lezen: Jona 3:10-4:11

Matteüs 20: 1-16

Gemeente,

We hebben God zo graag in onze binnenzak. We hebben een beeld van God en die moet daar dan maar aan voldoen. Jona had door dat zijn God nooit aan het beeld zou willen voldoen dat hij graag van God had gezien. Jona had het over een wraakzuchtig God die de kwaden verdelgde en de goeden beloonde. Maar zo was die God van Jona niet, die was genadig, liefdevol, geduldig en trouw en tot vergeving bereid. Tenminste als die God er zin had want die God was onvoorspelbaar. Natuurlijk hadden die lui van Nineve zich bekeerd, Jona was een goede profeet nietwaar. Maar blijft dat ook zo als de profeet weg is? Jona was aan de oostkant van de stad gaan zitten, daar waar de zon opkomt, om af te wachten wat er zou gebeuren. Hij had zelfs een hut gemaakt, een loofhut wellicht, om af te wachten wat er met Nineve zou gebeuren. En ja hoor, Jona behoorde tot de goeden en werd beloond, er schoot een wonderboom op die hem schaduw gaf.

Maar in de nacht heb je niet zoveel aan schaduw en als zo’n boom verdort als de zon opkomt dan zit je nog te verbranden. Dat is nou typisch voor die God van Jona, de burgers van Nineve worden behouden maar Jona mag verbranden. In dit verhaal is het een les voor Jona. Van die boom hoef je niet te houden, die groeit en sterft al naar de natuur dat heeft bepaald. Maar die mensen in die grote stad, dat zijn je broeders en je zusters, die heeft God lief en waarom zou jij ze ook niet liefhebben? Jona geeft geen antwoord meer op deze vraag van God. Het verhaal van Jona eindigt met de vraag van God. Het roept voor ons natuurlijk de vraag op wat ons antwoord zou zijn. Leren we onze broeders en zusters een lesje? Een les zoals Jona een les werd geleerd, twee lessen eigenlijk, eerst op zee en daarna zonder de wonderboom? Of zorgen we er voor dat onze broeders en zusters zich bekeren en belonen we dat. Beide keuzes zijn in dit verhaal Gods keuzes.

Als we de Weg van God willen gaan dan staan beide keuzes tot onze beschikking. Maar als we nauwkeurig lezen dan horen we God iets vertellen over de mensen in Nineve dat ons houvast kan geven. De mensen uit Nineve kennen het verschil tussen links en rechts niet eens. En als je het verschil tussen links en rechts niet kent hoe zou je het verschil tussen goed en kwaad dan kennen. Jona weet wel van dat verschil, hij was immers een zegsman van God, moest de mensen duidelijk maken dat ze verkeerd deden en oproepen het kwaad te laten varen. Maar hij wist ook dat de kennis van goed en kwaad de eerste zonde was. Van dat oproepen kun je niet weglopen. Maar je moet ook weten dat mensen niet direct door God gestraft worden. Als we mensen veroordelen omdat we onszelf beter vinden dan doen we zelf het kwaad. Als we mensen waarschuwen voor het kwaad omdat we ze liefhebben kunnen ze zich bekeren. Ook wij moeten soms een lesje leren.

Als we het verhaal van Jezus lezen leren we over rechtvaardige beloning. We weten natuurlijk wel dat de ketting net zo sterk is als de zwakste schakel. En als we goed nadenken weten we dat geen productie tot stand komt zonder de portier die de deur opendoet of de toiletjuffrouw die er voor zorgt dat de werkers niet ziek worden. Waarom dan de directeur het hoogste inkomen moet hebben en die toiletjuffrouw het laagste is niet echt duidelijk. Het heeft te maken met macht en het verkeerde geloof. Geloof in een god die succes heet maar tegelijkertijd een hoop schijn vertoont. De god van het klatergoud.

Geen directeur heeft succes zonder de werkenden van het bedrijf. Ook op wereldschaal gaat dat op. Veel werk wordt nu verplaatst naar zogenaamde lage lonenlanden. De lonen zijn daar laag omdat er helemaal niets verdiend wordt en alle beetjes helpen. Alleen de producten die gemaakt worden in bedrijven die uit de rijke landen zijn verplaatst mogen ook goedkoop in die rijke landen worden ingevoerd. Producten die uit de arme landen zelf komen worden belast met hoge invoerrechten.

Als we dat om zouden draaien zou de wereld er heel anders uitzien. Jezus laat in het bovenstaande hoofdstuk zien hoe we het zouden kunnen omdraaien. We vragen bij de grens wie de producten hebben gemaakt en hoeveel ze er mee hebben verdiend. Dan heffen we een belasting die net zo hoog is als het verschil tussen het loon van onze arbeiders en wat er aan loon voor betaald is. Die heffing geven we dan aan de armen zodat het verschil in beloning weg valt. Iedereen zou zo een eerlijke beloning kunnen krijgen voor geleverde arbeid en arbeid die we hier hebben bedacht hoeft niet meer verplaatst te worden. Grondstoffen en landbouwproducten uit nu nog arme landen kunnen daar bewerkt worden en hier verkocht zonder problemen. Ook economen weten best dat iedereen er dan op vooruit zal gaan, maar de machtigen moeten dan wel het een en ander aan macht inleveren. En rijken, ja die komen in het verhaal van Jezus nu eenmaal niet echt meer voor. Het is het soort bekering dat Jona vroeg van de inwoners van Nineve.

Maar eerlijk delen is iets wat moeilijk te begrijpen blijft voor velen. In het verhaal van Jezus van Nazareth, een gelijkenis heet dat, zijn de mensen die de hele dag in de zon hebben staan wachten op een beetje werk net zo belangrijk als de mensen die in de ochtend al waren uitgekozen en de hele dag zeker waren van voedsel voor hun gezin. Maar mensen die het goed hebben vinden het al snel oneerlijk dat mensen die het minder hebben ook wat krijgen. Wat iedereen vergeet is dat al die dingen die we produceren ook gekocht moeten worden en dat hoe meer mensen geld hebben om iets te kopen hoe meer werkgelegenheid er is, hoe meer welvaart er dus is. Leven als in het Koninkrijk van God maakt ons allemaal dus rijk, zonder uitzondering. Dat zouden we eens moeten proberen.

Amen

Lezen: Exodus 32: 7-14

Matteüs 18: 21-35

Gemeente,

Het is zo verleidelijk. Een beeld maken van God. Mensen hebben houvast nodig. En alleen die regel dat je je naaste moet liefhebben als jezelf is toch een beetje vaag. Ook al worden de voornaamste regels in stenen platen gegraveerd je blijft je toch afvragen waar het vandaan komt. En dus staat de wereld vol beelden die aanbeden worden. Midden in de woestijn maakt ook het volk van Israel zo’n beeld. Een beeld dat volgens hen past bij de God die hen uit de slavernij heeft bevrijd, een beeld ook van een God die ze nodig zullen hebben. Het wordt een kalf, onschuldig en zwak aan de ene kant, maar met een belofte vol van leven en vruchtbaarheid. In het verhaal van Exodus staat vervolgens een dialoog van Mozes met God, een God die zich kwaad maakt en Mozes die God nog eens wijst waar het allemaal om te doen was, en God die dan berouw krijgt van de kwaadheid.

Zelfs Bijbelboekenschrijvers ontkomen er niet aan in woorden een beeld van God te scheppen. Ook bij de fundamentalistische ongelovigen kom je dat tegen. Het programma “God bestaat niet”, dat een tijd geleden op de tv was, zat vol met beelden van God. Het was dan ook opgenomen in een Rooms Katholieke kerk, waar vanouds tegemoet wordt gekomen aan de behoefte van een beeld van God door beelden van heiligen te plaatsen, die weliswaar niet God zijn maar toch aangeroepen kunnen worden. De makers van het programma hebben wel door hun aanpak het grootste gelijk van de wereld. De God waar dat programma het over heeft, of de goden, die bestaat of bestaan inderdaad niet. Zodra je een beeld van God maakt zit je fout. Hoe verleidelijk het ook is. Het enige houvast dat we hebben is de regel dat het om de zwakste mensen gaat.

Gelukkig mogen we soms God begrijpen aan zijn menselijke eigenschappen die hij ons laat zien in de verhalen uit de Bijbel. Dat het volk Israël een beeld van God wil maken zoals de Egyptenaren beelden maken van hun God maakt God kwaad. Hij had immers laten zien een andere God te zijn, een God die niet van ophouden weet, tien plagen had hij gezonden, tien keer leed voor Egyptenaren die de slavendienst handhaafden, die de strijd aangingen. God had het duidelijk gemaakt door zelf het hart van de Farao te verharden. Maar zijn volk had hij gered. Het bloed van het Lam aan de deurposten had hen behoed voor het leed de eerstgeborene te moeten verliezen, het gebraden vlees van het Lam had hen de energie gegeven de woestijnreis te beginnen. Daar kwamen geen beelden aan te pas. In de woestijn was God voor hen uitgegaan in een wolkkolom in de dag en een vuurkolom achter hen in de nacht. Geen beelden als in Egypte. In donder en bliksem was God aan het volk verschenen bij de Horeb. En dan toch een gouden kalf? God was er klaar mee. Vernietigen dit volk.

Maar God is te vermurwen. Mozes herinnert God aan het avontuur dat God met Israël is begonnen. Moet dat zo aflopen? Of mogen alle volken de hoop krijgen dat het tussen hen en de God van Israël ook goed kan komen. Dat als je het met die God waagt je niet zo snel in de steek wordt gelaten. God kreeg berouw van zijn besluit, staat er dan. Kan God berouw krijgen? Gelukkig wel, in het Oude Testament krijgen mensen vier keer berouw, God krijgt in het Oude Testament wel 99 keer berouw. We vragen er om. We mogen er dankbaar voor zijn.

God laat het overigens niet over zijn kant gaan, maar dat is een volgend verhaal over het gouden kalf en wat daarvan werd. Uiteindelijk heeft God het volk haar misstap vergeven en dus komt de vraag op wat is vergeven. Wij vragen immers aan God onze schulden te vergeven zoals wij onze schuldenaars vergeven. Dan zullen we toch moeten weten wat vergeven is. Meestal verstaan we er wat anders onder dan het sturen van de stam Levi onder de aanhangers van het gouden kalf om die uit te roeien. Maar wat is het. Petrus stelt de vraag die ons op het spoor van een antwoord op onze vragen moet zetten.

Zeven is het heilige getal in de Bijbel. Het is het getal van de volheid. Vader, zoon en heilige geest en de vier windstreken van de aarde. Dan heb je alles wel gehad. Het is ook het getal van de schepping, na zes dagen was alles af en op de zevende dag kon God er van genieten. Zeventig maal zeven is dus oneindig veel. Afgelopen donderdag werden de aanslagen van de elfde september in Amerika herdacht. Vier vliegtuigen vlogen zich daar te pletter. Niemand heeft ooit gezegd waarom of waarvoor. Geestverwanten van de daders spraken over een straf, een straf voor de pogingen van Amerika een wereldheerschappij te vestigen. Een heerschappij waar de Amerikaanse opvatting van Christendom zou heersen over de Islam.

Een heerschappij waar Israel onder toezicht van Amerika zou mogen bepalen wat er met de Palestijnen gebeurd. Een heerschappij waar Amerika bepaalt hoeveel armen er nog in de wereld mogen zijn. Waar Amerika bepaald wat we eten en drinken, welke films we kijken en welke muziek we beluisteren. Waar Amerika ook bepaalt welke regeringen we mogen kiezen.

Waren dan de aanslagen van de elfde september de manier om het Amerikaanse volk wakker te schudden en hen van hun verderfelijke weg af te brengen? Volgens de Bijbel niet. Vergeven van het kwade is volgens de Bijbel de weg. Vergeven dat is soms heel erg moeilijk. Hoe kun je de daders van de elfde september vergeven voor het onmetelijke leed dat ze hebben aangericht. Hoe kon Saddam Hoesein vergeven worden voor de gasmoord die hij liet plegen op onschuldige Koerden. Hoe kan Bush vergeven worden voor de weigering het verdrag van Kyoto te tekenen zodat de aarde zover kon opwarmen dat een orkaan van kracht 4, bijna 5, over New Orleans kon razen. Hoe kan Trump worden vergeven.

Hoe kunnen we de russen vergeven voor de vliegramp met de MH17, Hoe kunnen we de strijders van IS vergeven voor de wreedheden tegen de mensen die vanouds anders geloven als zij voor juist vonden.  

Het lijkt er op dat we oneindig moeten vergeven, zeventig maal zeven maal. Dit oneindig vergeven komt na de verhalen over het verloren schaap dat wordt gezocht en de afgedwaalde die aangesproken wordt, desnoods met een hele groep en gevraagd wordt zich te bekeren. Als dat allemaal nog niet lukt dan volgt vergeven. Vergeven is dus niet zand er over en alles blijft bij het oude alleen we hebben het er niet meer over. Als je een oneindig aantal malen moet vergeven dan moet je ook een oneindig aantal malen proberen de situatie te veranderen, het kwaad weg te nemen.

Vergeven zou dus kunnen zijn dat we er voor zorgen dat de verschillen tussen arm en rijk worden opgeheven, zodat niemand ooit meer een reden heeft zo kwaad, bang, of hebzuchtig te worden dat vele anderen er dood aan gaan of er jarenlang onder moeten lijden. Dat soort vergeven gaat niet van de ene op de andere dag. Het is het soort vergeven dat de wereld bijna niet kent. Zoveel liefde voor mensen dat ook de kwaadste mens aangesproken wordt en het gedrag vergeven kan worden als de verandering daar is. Dat soort vergeven kan vandaag beginnen, het begint bij ons die vragen of onze schulden kunnen worden vergeven zoals wij ook aan anderen hun schuld vergeven.

Je merkt dat ook aan het slot van de lezing uit Matteüs, de schuldenaar wil wel betalen maar vraagt tijd, juist de wurggreep en de gevangenis maken dat de Heer die vergeven heeft daarvan berouw krijgt. Willen we vergeven worden zoals wij vergeven dan moeten we dus aan het werk. Dan moeten we kansen scheppen om het kwade te voorkomen. Zorgen dat jongeren een toekomst krijgen. De werkloosheid onder allochtone jongeren is tien keer zo hoog dan onder autochtone jongeren. We kunnen de bedrijven in deze regio vragen daar wat aan te doen. Als jongeren bij elkaar op straat rondhangen dan voelen we ons snel bedreigd, we kunnen daar wat aan doen door met ze in gesprek te gaan. Niet elk van ons voor zich, maar misschien met grote groepen tegelijk. Niet demonstreren tegen, maar praten om te voorkomen en te helpen. Zo kunnen we het kwade bestrijden door het goede te doen. Daar was het God om te doen.

Op het eind van het Evangelie van Matteüs stuurt Jezus zijn volgelingen de wereld in tot aan de einden der aarde om iedereen mee te krijgen in het scheppen van een goede aarde. Tot de aarde voltooid is staat er dan. Die aarde kan zo mooi worden dat God zelf er zou willen wonen staat op het eind van de Bijbel. De dood zal dan niet meer heersen, de zee zal zelfs haar doden teruggeven. Het woord van God wil deze wereld maar dan omgekeerd, niet het geweld moet regeren, niet de dood moet ons in beweging brengen maar het leven. We kunnen er vandaag nog mee beginnen en elke dag opnieuw. God gaat dan met ons mee, aarzel dus niet maar vat het werk aan.

Amen

Ezechiël 33:7-11
Matteüs `18:15-20

Gemeente,
Er is deze zomer vaak geroepen dat die God van Israël niet bestaat want een goede God zou zo veel leed niet toelaten. Sinds de Tweede Wereldoorlog is de kerk op zoek naar een antwoord op de vraag naar de almacht van God. De Holocaust kon toch niet opgevat worden als een straf van God voor de Joden, zigeuners, Oost-Europeanen, communisten, homoseksuelen en al die anderen die door de Nazi’s als minderwaardig werden bestempeld
en daarom uitgeroeid moesten worden. Het waren de Nazi’s die bestraft moesten worden en niemand zou ooit meer op een dergelijke manier bekeken laat staan behandeld mogen worden.

Een echt antwoord is er misschien nog niet, maar in elk geval is het gevoel gegroeid dat we God niet alleen verantwoordelijk kunnen maken voor het leed in de wereld maar dat we zelf ook een zekere verantwoordelijkheid hebben. Ezechiël wijst ons vandaag op de verantwoordelijkheid om er wat van te zeggen als we kwaad zien. Niet te zwijgen om de lieve vrede te bewaren want als door het kwade dat we zien mensen sterven zijn we ook verantwoordelijk voor die dood. Wie een kind te hard hoort huilen, wie verwaarlozing ziet, of mishandeling van mensen in een huiselijke situatie, vrouwen, ouderen zijn dan de voorbeelden, die doet er goed aan het ter sprake te brengen bij meldpunten, de politie of op z’n minst bij de eigen pastor of huisarts.

Het is geen bemoeizucht of op te roepen tot een bemoeizuchtige klikmaatschappij die Ezechiël doet, maar het verbeteren van de samenleving, het uitroeien van het kwade en te zorgen dat er het goede wordt gedaan en niet dan het goede, dat vraagt verantwoordelijkheid
van iedereen voor die samenleving.

We kunnen met onze meldingen en vragen zelfs een beetje van dat Koninkrijk zichtbaar maken zodat iedereen het kan zien. Uit liefde voor anderen onrecht aan het licht brengen, geweld zichtbaar maken, niet spotten met gevaarlijke situaties maar ze aan de orde stellen.
Jezus gaat er fel over te keer. Geen softe woorden om der lieve vrede wil nee afhakken en weggooien is het oordeel over die delen van de samenleving die onderdrukken en uitbuiten. Dat klinkt hard. Als je bij ons zulke harde woorden over anderen zegt wordt je van alle kanten op de vingers getikt. Zulke harde oordelen zouden onchristelijk zijn.

Maar de Christus bij uitstek, Jezus van Nazareth, scheldt te pas en te onpas zijn tegenstanders uit. Of maar duidelijk mag worden waar je staat, waar het fout gaat. In dit verhaal gaat het  om mensen die kinderen van het geloof afhouden. Wie zou dat tegenwoordig nog willen? Trouwe kerkgangers en vurige gelovigen wijzen dan graag op al die mensen die uit onverschilligheid of ongeloof de kerk hebben verlaten. Maar is dat terecht? Veel van die kerkverlaters hebben nog herinneringen aan het goede dat ze meemaakten en proberen dat door te geven.

Maar ze ergeren zich ook aan de betweters die nog zeventiende eeuws of negentiende eeuws Nederlands praten en het meer hebben over wat niet mag dan over de Liefde voor de naaste en een hand uitsteken naar de minsten. Er is door een handjevol achterblijvers zelfs een actie gestart om mensen terug naar de kerk te krijgen onder het motto “Vader wacht”, alsof de Protestantse kerk een paternalistise organisatie is waar een strenge vader voortdurend oordeelt over de gelovigen.

Gelukkig zijn er tegenwoordig veel gemeenten van de Protestantse Kerk Nederland waar ze eenentwintigste eeuws Nederlands praten, waar geluisterd wordt naar mensen van deze tijd en een hand uitgestoken wordt naar mensen over de hele wereld die dat nodig hebben. Veel van die kerken starten deze maand een nieuw seizoen en dan is het er extra bijzonder.

De vraag blijft waarom God eigenlijk rampen als het coronavirus toelaat en en opnieuw mensen in gevaar brengt. In het boek Job wordt duidelijk dat dat toch een verkeerde vraag is, natuurrampen gebeuren nu eenmaal en de goede vraag is hoe wij omgaan met de gevolgen, helpen we of laten we de slachtoffers aan hun lot over? Houden we ons aan de coronaregels of zijn we onverschillig en denken we alleen aan onszelf.

Oorlogen, ongelukken als gevolg van onverschilligheid of hebzucht zijn het gevolg van menselijk handelen. We zijn zelf niet overal schuldig aan, integendeel, de ramp met de MH17 was uitdrukkelijk geen straf van God maar het kwalijke gevolg van oorlogshandelingen waarvan we hadden afgesproken dat ook in een tijd van oorlog die niet meer zouden plaatsvinden.

Er zijn zo veel zaken waarin we het goede kunnen doen. Vluchtelingen willen meer contact met Nederlanders om goed te kunnen inburgeren heeft Vluchtelingenwerk ontdekt. Veel Nederlanders willen daar graag bij helpen. Geen enkel vluchtelingencentrum heeft eigenlijk gebrek aan vrijwilligers, maar de Nederlandse overheid ontmoedigt het. De mogelijkheid om de taal te leren wordt beperkt, de mogelijkheid om aan de samenleving ook echt te leren deelnemen wordt bijna ontnomen. In plaats van alles uit de kast te halen om ook de minsten er bij te betrekken worden ze wegbezuinigd. Een paar uur les en U zoekt het maar uit.

Maar we zullen verder moeten gaan, we zullen ons samen, ook als kerkelijke gemeente moeten blijven inzetten voor het werk aan dat Koninkrijk waar alle tranen gedroogd zullen zijn. Het was Jezus van Nazareth die zijn leerlingen er op uit stuurde, totdat de aarde voltooid zal zijn. Wat wij zien, en deze zomer werd het extra zichtbaar in de wereld, is de chaos die er al vanaf het begin van de schepping was toen de Geest van God als een storm over de oervloed zweefde en God moest roepen dat er licht moest zijn, het licht was er, maar wij mogen het niet onder de korenmaat zetten maar moeten het zichtbaar maken als  een stad die op een berg ligt.

We zullen het dus zelf moeten doen, organisaties genoeg waar je je bij kunt
aansluiten om de armen in de samenleving te helpen. Maar dan ben je bezig in een kerk of een organisatie en dan gaan mensen zich vervelend gedragen, ze stelen uit de kas of ze willen de baas spelen zonder daarvoor aangesteld te zijn, of ze doen niet wat ze hadden beloofd. In het stuk dat we vandaag lezen worden ook een aantal praktische tipgegeven, die voor elke groep van waarde kunnen zijn, maar waar bijna nooit de hand aan wordt gehouden.

Als iemand zich niet aan de groepsregels houdt praat daar dan eerst eens rustig onder vier ogen over. Snapt iemand dan dat er wat aan de hand is en gaat er wat aan te doen dan heb je niet alleen een probleem opgelost maar ook problemen voorkomen. Zo niet, probeer het dan nog eens met een paar andere groepsleden er bij. Je kunt het toch verkeerd hebben uitgelegd of niet de juiste toon hebben getroffen. Ook dan geldt dat als er geluisterd wordt de zaak kan worden opgelost en verdere problemen voorkomen. Duidelijk is dat je hier iemand aanspreekt alsof je zelf aangesproken wordt. Wij kennen dat bijna niet meer. Nee het zijn gelijk bazen en machthebbers die zich willen laten gelden, tegen wie we ja en zo is het moeten zeggen. Iemand helpen zich aan de regels te houden, daar wat voor over hebben is er meestal niet bij. Jezus bekeerde Tollenaars en hielp Heidenen te over.

Maar het is duidelijk, mensen kunnen zich buiten de gemeenschap plaatsen, als ze niet luisteren. De boodschap is dus dat je moet blijven proberen de ander te bereiken, en schakel uiteindelijk gerust de anderen uit de groep er bij in, iedereen mag helpen. Het is duidelijk dat het Koninkrijk voor het grijpen ligt. Dat het kan, dat werken aan de aarde die zo mooi zal zijn dat God er zelf zal willen wonen. In dat vertrouwen mogen we samen de week in, samen de herfst in, samen het nieuwe winterseizoen. We weten ons dan gedragen door de zegen van de God die nooit laat varen het werk dat zijn hand begon. Die met ons zal zijn als we in zijn naam bijeen zijn.
Amen

Lezen: Matteüs 17:14-20

Gemeente,

Ja, ik spreek u aan als gemeente, waar u ook bent, wij zijn verbonden, samen kunnen wij verhinderen dat een dodelijk virus door ons wordt verspreid.

We geloven het nog steeds niet. Als je maar een klein piezeltje geloof hebt kun je een berg verzetten. Niet dat je nu letterlijk bergen moet willen verzetten, zelfs van Jezus van Nazareth wordt nergens verteld dat die tegen een berg zei : “Stort je in zee”, waarop mensen sindsdien kunnen aanwijzen waar die berg zich in zee heeft gestort. Maar zodra mensen zich gaan inzetten om de wereld een klein beetje beter te maken krijg je dat ongeloof te horen: Het lukt je toch niet. De kruisraketten waren hard nodig, die zouden er echt wel komen. Geloof in de mogelijkheid van vrede tussen mensen was niet mogelijk en dat propageren was onvruchtbaar. Het geloof van een elektricien in Polen en vele Nederlanders die ondanks alles vriendschap sloten met mensen in Oost Duitsland heeft uiteindelijk de geschiedenis veranderd.

De industrie zou ook niet milieuvriendelijk te krijgen zijn. Er was er ooit één die met Greenpeace begon, en de drijfgassen uit koelkasten en spuitbussen zijn verdwenen en heel langzaam herstelt de ozonlaag zich, iets te langzaam overigens.

Ook de apartheid in Zuid Afrika zou nooit op een vreedzame wijze kunnen worden afgeschaft. Tegen demonstranten voor Nederlandse banken, die demonstreerden tegen een investeringsbeleid dat de apartheid ondersteunde, werd gezegd dat ze oorlog stonden uit te lokken. Maar toen kerken hun investeringen gingen terugtrekken en gelovigen hun bankrekeningen opzegden, automobilisten de Shell pompen voorbij reden, en Nelson Mandela hardnekkig een onvoorwaardelijke vreedzame overgang naar democratie bleef nastreven ging het onaantastbare apartheidsregiem aan het wankelen en kunnen we het nu opzoeken in geschiedenisboekjes.

Natuurlijk gaat het verdrijven van die demonen niet van de ene op de andere dag. Iedereen die met moeilijke jongeren werkt zal dat weten. Maar ook het helpen van ontspoorde jongeren of jongeren die dreigen te ontsporen is meer dan de moeite waard. Steeds weer geldt dat iedereen bij de samenleving mag horen, en dat iedereen bij een samenleving kan gaan horen als liefde voorop staat.

Hangjongeren uit een winkelcentrum weren brengt voor dat winkelcentrum misschien rust, maar er wordt niets mee opgelost. Waarom geven de winkeliers en de gemeente de jongeren die er rondhangen geen werk? Waarom gaan ouderen niet met  jongeren in gesprek om hen duidelijk te maken hoe bedreigend ze overkomen en hoe schadelijk dat voor die jongeren zelf kan zijn? We sluiten tegenwoordig liever mensen buiten onze samenleving dan dat we moeite doen om mensen op te nemen. De gevolgen zijn soms zeer ernstig.

Ook het handhaven van de regels tegen verspreiding van Covid 19 zijn voor velen te zwaar. Soms wordt het bestaan van het virus zelfs ontkend. Maar we moeten voor ogen houden dat waar we toe worden opgeroepen uit liefde mag worden volbracht. God heeft ons wetenschappers gegeven die kennis vergaren en straks een vaccin kunnen geven. Voor dat vaccin mogen we God dan dankbaar zijn en het dus ook nemen als ons dat is gegeven.

Er  is maar weinig nodig om de wereld een beetje beter te maken, ga met elkaar in gesprek, neem elkaar serieus en blijf met elkaar in gesprek. Thee is een sterker wapen dan traangas. Maar het moet van veel mensen komen. Doe mee dus, vandaag kan het weer

Amen

Lezen: Jesaja 51: 1-6

Matteüs 16: 21-27

Gemeente,

Ja ik spreek u aan als gemeente, waar u ook bent. Want iedereen hoort bij de leerlingen van Jezus, het volk van de God van Israël. Om elkaar te beschermen zijn we niet bij elkaar, maar omdat we elkaar, en vele anderen, beschermen horen we wel bij elkaar.

Voor sommigen die nauwkeurig de Bijbel lezen is Jesaja een profeet die verwarring brengt.

Want wie zingt er nu over een oord van vreugde en gejuich als je meest geliefde stad veranderd is in een ruïne. Als er niets over is dan puinhopen. En dan niet zo maar een stad, een stad als alle andere waar jij toevallig van houdt, maar de stad van de berg Sion, waar de Tempel is gebouwd, waar de Tora van God, werd bewaard. Het is Jesaja de profeet die dat doet.  In de Heidense manier van geloven had de God van Israël verloren, was zijn macht op aarde uitgeteld. Zijn volk was weer in Ur der Chaldeeën onder de hoede van de goden van Babel.

Maar Jesaja begint het verhaal van Israël weer opnieuw te vertellen. Over Abram en Sarai, die Abraham en Sara werden onder de terebinten van Mamré, die pas op hoge leeftijd begonnen met het stichten van het volk dat uit zou groeien tot het volk Israël.

De verwarring slaat toe. Het is dus niet over? Het kan opnieuw beginnen? De hulp van God die nodig is voor de bevrijding uit de ballingschap is nabij? Jesaja hoeft de verhalen niet te vertellen, als de Tora uitgegaan is van de God van Israël dan ging daar ook de bevrijding uit de slavernij van Egypte aan vooraf. Zou de God van Israël opnieuw beginnen? En dan begint er vast iemand een Psalm te zingen, die Psalm waarmee we onze kerkdiensten zo vaak beginnen, Hij laat nooit varen het werk dat zijn hand begon.

Het is de herinnering aan het Jeruzalem van voor de verwoesting en de invloed van de Tora die maakt dat je je met Jesaja toch, door alle verwoesting en ellende heen, toch vrolijk kan voelen. Want niet de vijand die de verwoesting veroorzaakte is de baas, niet die vijand is de Heer van de wereld, niet hij is jouw Heer, maar de Heer waar de Tora van uitging is de baas. En die Thora was immers de Liefde, en die Heer was immers de Liefde. En uiteindelijk overwint de Liefde. Daar is je hele leven op ingesteld. Daar richt je je daden op, daar vertrouw je op, dag in dag uit. Die overtuiging, die houding maakt dat je niet bang hoeft te zijn voor de hoon van mensen, dat je je niet hoeft te storen aan hun spot.

Want is het verzet tegen bijvoorbeeld het haat zaaien tegen de Islam en haar aanhangers niet ingegeven door de Liefde voor mensen en het verlangen naar een samenleving waaraan iedereen mee kan doen, zonder angst, zonder zich ingeperkt te hoeven voelen, zonder dat iemand cultuur of eigen overtuiging hoeft op te geven. Mensen die tegen het haat zaaien zijn willen een vreedzame samenleving. Niet alleen hier maar overal in de wereld. En dan slaat de verwarring weer toe.

Want moeten wij nu ook de broeders van de Islamitische staat liefhebben? Die vrouwen als gebruiksvoorwerp beschouwen, van wie wordt gezegd dat ze de vrouwen van hun vijanden verkopen als vee, en iedereen die hun geloof niet wil delen doden?  In onze geschiedenis was het Karel de Grote die het Christendom zo bracht aan de Germanen, wie zich niet wilde laten dopen werd gedood, we zijn Keizer Karel toch de Grote blijven noemen en misschien dat de Islamitische Staat IS er voor nodig was om onze houding tegenover de kerstening van ons land te herzien.

Want ons is de vrede van God voorgehouden. Jesaja zal een Heidense koning, koning Cyrus begroeten als Messias als die de Judeeërs, de ballingen, opdracht geeft Jeruzalem en haar Tempel weer op te bouwen, daar komt geen geweld aan te pas. Jeruzalem zal dan een oord zijn van vreugde en gejuich.

Ook Jezus van Nazareth hield zijn leerlingen een Koninkrijk van recht en vrede voor, ook dat zou een oord zijn van vreugde en gejuich. Maar net als in de dagen van Jesaja was er in de wereld van Jezus van Nazareth geen spoor te bekennen van de komst van een dergelijk Koninkrijk. Integendeel, het volk Israël leed onder een wrede bezetting waar ook de uitoefening van de godsdienst voortdurend bedreigd werd. Zware belastingen, het kopgeld, maakten de armen steeds armer, de tol die onderweg geheven werd remde de handel af. In een dergelijke samenleving reisde Jezus met zijn leerlingen rond, iedereen trok achter hem aan staat er dan.

Simon de zoon van Jonas had een bijnaam. Jona betekende duif en boodschapper, maar was de zoon van de duif ook zo zachtmoedig?. Simon was visser dus sterk, hij was rechtlijnig, zoals vissers ook vandaag de dag nog rechtlijnig kunnen zijn. Zijn bijnaam was dan ook rots, Petrus. Maar de combinatie van rechtlijnig en godsdienst brengt splitsingen en wonderlijke ideeën. Die hoeven overigens niet altijd verkeerd te zijn maar je moet wel oppassen. In het stuk dat we vanmorgen hebben gelezen heeft onze Simon Petrus het ineens door. Die Jezus van Nazareth met zijn onvoorwaardelijke liefde voor de mensen en zijn boodschap van heb je naaste lief als jezelf die kan de hele wereld bevrijden. Zo zal de God van de  de Thora,  zijn zoon gezien willen hebben.

Die zoon lijkt het meest van ons allemaal op God, die God immers zag dat het goed was. Als je op die manier met elkaar omgaat heeft ook de dood geen invloed meer op je beslissingen en kan die de gemeenschap die je vormt niet meer omverwerpen. Dat is nauwelijks te geloven en Simon, bijgenaamd Petrus, zal dat geloof ook niet lang volhouden, ook daar gaan we nog van kunnen leren

In die nieuwe wereld past dus geen geweld. Het gebod van Gij zult niet doden is niet een gebod voor een individu, al zullen we ons er ook individueel aan moeten houden, maar is een gebod voor een volk. Als er al strijd werd geleverd door het volk in de Woestijn was dat een strijd als instrument voor de God van Israël. Daarom hief Mozes zijn handen omhoog tijdens de strijd en als hij ze liet zakken dan verzwakte het leger van Israël.

Jezus probeerde zijn leerlingen  duidelijk te maken dat hij zou moeten lijden. Dat bracht in elk geval Petrus in verwarring. Dat toch nooit. Een geweldige leraar, de zoon van de allerhoogste God, lever je toch niet over aan de Heidenen om te lijden en gedood te worden? God en alle engelen zouden dat verhoeden en tot dat leger zou je als volgeling van Jezus willen behoren.

Het is de manier van denken waar we altijd tegenop lopen. Het is de manier van denken van Karel de Grote en van de Islamitische Staat, wie niet voor mij is, is tegen mij en dan citeer je dus gewoon de Bijbel, maar er staat ook dat allen die het zwaard opnemen door het zwaard zullen vergaan. De oorlogen die in de wereld woeden zijn voor ons te groot, we horen ze en we horen hun geruchten en als er een vliegtuig neerstort met onschuldige reizigers dan komt het geluid van de oorlog schrijnend dichtbij.

Maar we hebben schaduwen van die oorlog ook in onze steden en in onze wijken. Daar wonen jongeren die steeds meer uitgesloten raken van onze samenleving, die steeds minder kansen op werk en vooruitgang hebben. De jeugdwerkloosheid is onder allochtone jongeren het allergrootst. En allochtone jongeren zijn jongeren die hier zijn geboren, soms net als hun ouders en alleen hun grootouders werden in de jaren 60 van de vorige eeuw in een ander land geworven om hier het tekort aan arbeidskrachten op te lossen.

Ze krijgen pas een identiteit die meetelt als ze bij extreme of fundamentalistische groepen aansluiting vinden, daar hebben zij gelijk en heeft iedereen anders ongelijk. Maar moeten wij ze dan met geweld begroeten? Ze eindelijk zien staan door de ogen van de mobiele eenheid? Sommige politici proberen ons in verwarring te brengen door voortdurend te wijzen op dat waar we het niet mee eens zijn. Maar met Jezus mogen wij roepen ga van ons verwarrers, geweld is niet en nooit een oplossing voor problemen. We zullen moeten werken aan hun toekomst, hoe moeilijk dat ook is.

Daarom moeten we voortdurend de visioenen van profeten als Jesaja voor ogen houden. Moeten we voortdurend blijven geloven in de belofte van Jezus van Nazareth dat zijn Koninkrijk zal komen. Dat zijn koninkrijk voor het grijpen ligt, dat Koninkrijk waar alle tranen gedroogd zullen zijn, waar de dood niet meer heerst en dat zo mooi zal zijn dat God zelf op deze aarde zal willen wonen. Daarvoor zullen wij het kruis van Jezus achter hem moeten opnemen. Elke dag mogen we dat opnieuw doen, werkend aan de komst van zijn Rijk, ook vandaag, ook de komende week, aarzel dus niet maar sla de hand aan de ploeg.

Amen

Lezen: Jesaja 40: 12-25

             Matteüs 13: 24-30

Gemeente,

Jesaja schrijft ons dat God helemaal nergens mee te vergelijken is. In zijn tijd werden goden afgebeeld door kundige ambachtslieden. Prachtige kunstwerken konden worden vervaardigd die de goden afbeelden. Alleen een beeld van de God van Israël bestond niet. Jezus van Nazareth, die Gods zoon genoemd zou worden, zou veel later zeggen dat niemand God kon zien als men niet naar Jezus van Nazareth keek. Daarbij ging het dan om wat hij deed en waartoe hij opriep. In het verhaal van Israël over hun verhouding met God ging het om een verbond waarbij God zou zorgen voor dat volk en dat volk hun naaste lief zou hebben als zichzelf. Dat volk bestaat nog steeds. Dat volk ging in ballingschap maar keerde terug naar het land dat hen geschonken was. Daar schrijft deze Jesaja over en dat is voor hem een wonder.

Volken die in ballingschap gaan verdwijnen meestal in de geschiedenis. Soms lastig voor de mensen die de macht hebben, de Oeigoeren in China en de Tartaren op de Krim weten daar alles van. Alleen als ze op elkaar steunen, de zwaksten onder hen weten te helpen en niet de godsdienst overnemen van het land waarheen ze vervoerd zijn dan overleven ze. Wij kunnen dus ook geloven in een God die volgens de natuurwetten en de filosofie niet bestaat. We doen dat door te luisteren naar het verhaal over die God en te doen wat in het verhaal aan mensen wordt gevraagd, je naaste liefhebben als jezelf, ondanks alles. Dat kan ook vandaag weer.

Maar de grootheid van God kan ons ook zeer klein en nietig maken. Een God voor wie de mensen niet meer dan sprinkhanen zijn maakt je zelf onbeduidend. Natuurlijk kan het hoop geven dat ook machthebbers nietig zijn. Maar zou zo’n grote God jouw sores opmerken te midden van het ernstige lijden dat zo veel miljoenen mensen op de aarde overkomt?

Het kan ons dus overkomen, dat onze geest is verdoofd en dat we het even niet meer zien zitten met dat geloof. Dat gebeurt met veel mensen tegenwoordig. En dat gaat soms heel langzaam. Je gaat elke zondag naar de kerk, al jarenlang, maar het werk wordt steeds drukker, je gezin wordt groter en op zaterdag zijn er tal van uiteenlopende bezigheden. Dan komt de dag dat je ook wel eens een keer wil uitslapen. Zomaar een hele morgen op je bed wil blijven liggen. En er zijn toch ook kerkdiensten op radio en tv nietwaar?

Dan blijf je dus een keer thuis. En wat blijkt? Niemand die je mist, niemand die vraagt:  “waar bleef je?”. Als je dat een paar keer is overkomen ga je steeds minder en minder en steeds weer merk je dat niemand je mist, dat niemand zich afvraagt waarom je eigenlijk zo weinig meer komt. Na een tijd is het ritme thuis zo veranderd dat er eigenlijk geen plaats meer is voor de kerkdienst op zondag. Dan ga je alleen nog met kerst, in de nacht omdat dat zo mooi is, soms met Pasen of in de vakantie, uit nieuwsgierigheid.

En de mensen die achterblijven in de kerk maar klagen dat de kerken leeglopen. Soms ontstaat er een discussie over de vraag of die wegblijvers maar geschrapt moeten worden. Allerlei pogingen om ze er weer bij te betrekken mislukken en de schaarse vrijwilligers in de kerk kunnen hun tijd wel beter gebruiken, zorgen bijvoorbeeld voor hen die toch nog komen.

Jezus van Nazareth heeft daar kennelijk toch een ander idee over. Hij wilde graag  duidelijk maken hoe het zit met de komst en de groei van dat Koninkrijk waar hij het steeds over heeft. Je denkt dat je het goede woord hebt verkondigd en dan zie je in een kerk soms ook de prachtige gewaden, de machthebbers, de show en je hoort dat de armen en hun bevrijding verdwijnen achter eigenbelang en eerzucht. Hoe kan dat toch? Dat is het kwade dat altijd het goede zal vergezellen, pas als het Koninkrijk er echt is zal het kwade ten onder gaan. Moet je dan wanhopen en maar ophouden met de vertellen over dat Koninkrijk van eerlijk delen waar de minsten de belangrijksten zijn en er voor iedereen een plaats is? Welnee. Wij mensen maken niet uit wat het kaf en wat het koren is. We weten dat we het kwade moeten bestrijden door het goede te doen en dat geld ook voor het in stand houden van de kerk. De gelijkenis die we vanmorgen gelezen hebben  is daarom op dit moment eigenlijk nog veel actueler. Die van het zaad en het onkruid.

Biologen zeggen dan direct dat onkruid niet bestaat. Alle planten hebben hun doel en bestemming. maar de boer zal zeggen dat dat mooi is, maar als je graan hebt gezaaid dan wil je ook dat er graan groeit en geen distels of papavers of andere struiken. Van graan moet die boer z’n huishouding draaiende houden. Jezus wijst er op dat het voor de boer geen zin heeft om het onkruid er uit te gaan trekken. Lang hebben we gedacht dat we het onkruid wel konden vergiftigen maar daar komen we ook van terug. Uiteindelijk vergiftigen we onszelf daarmee. Laat het onkruid dus maar staan en verwijder het na het maaien. Het verwijderen van onkruid uit de samenleving nu heeft dus geen zin, en straffen moeten we maar aan de rechters overlaten, want dat wat verkeerd is moet benoemd worden en wie verkeerd doet verdient straf.

Het enige wat we kunnen doen is bezig blijven voor een betere samenleving, dus moeten we steeds opnieuw mensen de kans geven opnieuw te beginnen maar dan op de goede weg. Jezus wijst daarbij op het mosterdzaadje, ongeveer het kleinste zaadje dat er is, maar het groeit uit tot een geweldige struik. We hebben daarom ook zelf de keus of we een mosterdzaadje willen zijn, als zuurdesem werken in onze stad, ons land, onze eigen wereld, of dat we onkruid willen zijn dat snel groeit, het grootste en het mooiste wil zijn maar dat het goede verstikt.

En die mensen die weggebleven zijn? We kunnen ook in eigen omgeving vertellen waarom we naar de kerk zijn blijven gaan en wat daar tegenwoordig gebeurd. In deze coronatijd was er een veel grotere belangstelling voor online kerkdiensten dan er gebruikelijk was voor fysieke diensten als deze. Bekend maken waar onze kerkdiensten te zien of te horen zijn is dus ook belangrijk. En ook na een kerkdienst wordt er koffie geschonken, en je ontmoet nog eens iemand. Wij maken niet uit wie er wel of niet bij horen, maar wij mogen wel iedereen uitnodigen om mee te doen.

Amen.

 

Lezen: Jesaja 55: 6-13

Matteüs 13: 1-9

Gemeente,

Zo in de zomer kun je aardig in de knoop komen te zitten met je geloof. De wereld ziet er op het eerste gezicht zonnig uit. Regelmatig zijn er warme, ja zelfs hete dagen, waar het goed genieten is van strand, zwembad of zelfs alleen maar de tuin of het picknickpark, en regelmatig regent het ook en weten we hier op het platteland dat dan groente en fruit zullen groeien en rijpen en regen belooft een goede oogst in het najaar. God schenkt ons een aarde waar we dankbaar voor zijn. Er zijn geen soldaten die ons land leegroven, er wordt geen geweld tegen onze gewassen gebruikt. Waarom zouden we dat eigenlijk niet altijd hebben en waarom hebben ze dat niet over heel de wereld?

Als we de Bijbel op ons in laten werken zou de manier van leven waar wij zo veel voordeel van hebben toch al heel lang gemeen goed moeten zijn. Neem nu het gedeelte dat we vanmorgen uit het boek van de profeet Jesaja hebben horen lezen. Dat boek is door verschillende mensen geschreven en omspant bijna twee eeuwen, maar die eeuwen zijn al zo verschrikkelijk lang geleden dat het voor ons één en dezelfde gebeurtenis lijkt, de ballingschap. Die wordt van begin tot eind beschreven. Dat volk Israël had in de woestijn een stel handige leefregels gekregen, van je moet niet doden, niet liegen en niet stelen en door je naaste lief te hebben als jezelf kon je de God van Israël liefhebben boven alles. Toch waren ze zo stom geweest andere goden na te lopen. Goden van vruchtbaarheid, goden die je eerst zelf moest maken en dan versieren met goud en zilver, goden aan wie je kostbare offers moest brengen tot aan je kinderen toe.

Dat het dan mis gaat weten we inmiddels. Wie zichzelf uitnemender acht dan alle anderen komt uiteindelijk van een koude kermis thuis, of je nu nazi bent die de führer achterna loopt of leninistisch marxist die gehoorzaamt aan de arbeiderselite die de partij bestuurt, het loopt verkeerd met je af. Dat was ook met het volk Israël gebeurd. Maar toen ze in de ballingschap weer naar de God van Israël gingen luisteren mochten ze uiteindelijk terug. Mochten ze ook laten zien dat ze er van hadden geleerd. De profeten uit de school van Jesaja letten er op dat de weg van de God van Israël duidelijk bleef.

Als een marktkoopman spreekt de profeet de juist teruggekeerde ballingen toe. En als ze naar de Tempel zijn gegaan zijn ze op het goede adres. Door de woestijn hebben ze de reis gemaakt van het ballingsoord naar Jeruzalem waar ze de Tempel weer op moeten bouwen en de stad opnieuw van muren moeten voorzien. En in de Tempel, zelfs in de ruïne die is overgebleven, gelden de richtlijnen die het volk ooit bij de verlossing uit de slavernij in de Woestijn heeft ontvangen. Daar houdt men een maaltijd met de familie, de dienaren van de Tempel, de armen en de vreemdelingen die voor je werken. Daar is dus water en brood te krijgen voor niks, daar is een feest gaande van samen delen.

Natuurlijk kan er ook in religieuze zaken worden gehandeld. Natuurlijk zal een plotselinge stijging van de vraag de prijs kunnen laten stijgen. We kenden dat bij evenementen en een zomerse toestroom van extra gasten, dan gaan de prijzen van voedsel en drank omhoog. Ook de terugkeer van ballingen zal het in zich gehad hebben de voedselprijzen te laten stijgen. Maar juist die rare bijzondere godsdienst rond de Tempel in Jeruzalem maakt dat daar niet het maken van winst voorop staat maar het zorgen voor elkaar. Al dat maken van winst en profijt dat voedt niet.

Bij een nieuw begin van een samenleving is samen delen de eerste voorwaarde. Daarom moet eerst de Heer gezocht worden. Want voor die samenleving is dat nieuwe eeuwig durende verbond nodig. Die samenleving wordt geregeerd zoals David regeerde, in vrede en met gerechtigheid. Zo moet de hele wereld geregeerd worden. Daar komen dan zelfs vreemde volken op af. Zo mag je iedereen oproepen mee te gaan doen met de samenleving van de God van Israël. De goddeloze en de onrechtvaardige moeten er toe gebracht worden af te zien van hun goddeloosheid en hun snode plannen. Doen ze mee? Dan zijn ze welkom.

De Weg van de God van Israël is niet de gewone weg. De gewone weg is een weg van geweld en van winst en profijt. Een weg met slavernij en onderdrukking. De Weg van de God van Israël is zorgen voor elkaar en het neuriën vanmorgen is al een heel klein teken van die zorg.

Daarom mag je er op vertrouwen met heel je leven. Het zijn geen loze woorden, het gaat niet om de winst van een ander, het gaat om jouw eten en drinken, en dat van de armsten en de minsten onder ons.

Hoe komt dat toch, dat kan toch niet alleen liggen aan mensen die zich uitnemender achten dan een ander. Houden van een ander als van jezelf kun je eigenlijk alleen maar als je dat samen doet. In de woestijn werd het volk Israël ook echt een volk, een volk dat voor elkaar in stond.

Maar hoe krijg je het in die stomme koppen dat je van anderen moet houden als van jezelf.  Dat het in het Koninkrijk met de regels voor de menselijke samenleving niet gaat om wie de eerste, de beste, de knapste, de sterkste of de rijkste is. Je legt het geduldig uit. Jezus gebruikt hele knappe voorbeelden. Gelijkenissen zijn die gaan heten. Maar hoe komt het toch dat als je dag in dag uit, jaar in jaar uit het meest voor hand liggende vertelt het toch niet altijd over komt. Niet altijd want soms, heel soms, willen mensen het best geloven zoals er in onze dagen voor elkaar wordt gezorgd en om elkaar wordt gedacht.

.Je kunt het wel horen, en misschien ook wel begrijpen maar er zijn nu eenmaal machtigen en rijken die er belang bij hebben de boodschap te verdraaien en twijfel te zaaien. Als het leven zo eenvoudig was dan was het een wanorde zeggen ze, de wetten zijn te ingewikkeld voor gewone mensen zeggen ze, de verdeling tussen arm en rijk kan nu eenmaal niet anders, zeggen ze, vrede moet met geweld afgedwongen worden, zeggen ze, we moeten bang zijn voor elkaar, zeggen ze. En steeds weer zijn er mensen die er intrappen. Jezus van Nazareth noemt mensen die hier intrappen dom, het leven in het Koninkrijk laten ze zich ontstelen.

In het verhaal over de discipelen die graan malen op de Sabbat wordt dat duidelijk. In de wetboeken van het volk stonden twee wetten. De eerste is dat je op de Sabbat niet mag werken, jij niet, je slaven niet en zelfs je vee niet. Maar er is ook een regel over de oogst. Die zegt dat je het graan aan de randen van de akkers moet laten staan voor de armen, voor de hongerigen. En nergens staat dat je op de Sabbat honger moet lijden. In de woestijn kreeg het volk op de dag voor de Sabbat twee maal manna, als je op andere dagen voor twee maal verzamelde dan bedierf dat extra manna.

Die honger is een sleutel. Jezus wijst er op dat David het brood vroeg dat in de Tabernakel voor God op tafel stond en waar anders niemand meer van mocht eten. En dan die farizeeën die zich zo beriepen op de wet, de priesters onder hen die werkten op de Sabbat toch ook gewoon in de Tempel? En dat werk mocht eigenlijk ook niet maar het kon nu eenmaal niet anders. De leerlingen van Jezus waren arm en hadden honger. Ze maakten zich op om de armen de blijde boodschap te brengen. Ze waren niet anders als David of als de priesters in de Tempel. Ze waren mensen van God.

Zo mogen ook wij zorgen voor elkaar. Niemand hoort slaaf te zijn van wat voor werk dan ook. Daarom horen we als volk één dag in de week samen vrij te zijn. Dat neemt niet weg dat op die vrije dag, de zondag bij ons, veel mensen werken om voor een ander te zorgen. Dat mag best, dat kan namelijk niet anders. Want de zondag ontslaat ook ons niet voor anderen te zorgen, de zieken te verzorgen, de ouderen te bezoeken en de hongerigen eten te geven.

Amen

Lezen: Johannes 14:1-14

Gemeente, want zo zijn we verenigd.

De eerste volgelingen van Jezus van Nazareth werden de mensen van de Weg genoemd. Zij probeerden de weg te volgen die Jezus van Nazareth hen had gewezen, ofwel op de manier te leven die hij hen had voorgedaan. Dat was niet eenvoudig. Toen hij nog bij hen was had hij het hen voorgedaan, maar hij was gekruisigd en begraven. Daarna was hij opgestaan en was hij teruggekomen en nog later had hij zijn geest gestuurd. Toch bleef het moeilijk. Daarom heeft de schrijver van het Evangelie van Johannes dit verhaal opgeschreven. Je hoeft niet allemaal op dezelfde manier te geloven. Er zijn vele plaatsen waar je de Weg van Jezus van Nazareth kunt volgen. De Bijbelvertalers vertalen het Grieks dat er staat sinds Luther graag met “kamers”, maar er staat eigenlijk plaats, een plaats door Jezus gereed gemaakt.

Voordat Jezus gekruisigd en gestorven was wisten ze niet waar het verhaal op uit zou lopen. Tomas had er nog naar gevraagd, zoals hij na de opstanding was blijven vragen naar de wonden die Jezus had opgelopen. Filippus had nog steeds niet door dat God dienen hetzelfde zou zijn als doen als Jezus deed. Pas na de opstanding had hij door dat al die profeten waar hij van had gehoord datzelfde hadden verteld. Toen zag hij de mensen langs de weg wel degelijk. Als je iets wilt op de manier waarop Jezus van Nazareth dat wilde dan krijg je dat ook. Maar pas toen de Geest over hen kwam snapten ze het. Toen wisten ze dat de liefde voor de naaste als voor jezelf de sleutel was tot een wereld zonder tranen en verdriet. Toen wisten ze dat delen met elkaar, desnoods delen van jezelf, de Weg was. De Weg die Jezus was gegaan en die hem bij de Vader had gebracht. Toen wisten ze pas dat zij ook die Weg moesten gaan en de hele bewoonde wereld van die Weg moesten vertellen.

Toen wisten ze pas dat ze moesten delen met al die mensen uit de hele bewoonde wereld. Toen wisten ze pas dat de Vader ook in hen kon zijn als ze zich maar bleven herinneren hoe Jezus van Nazareth was geweest. Want zijn beslissing om zijn macht en populariteit niet te gebruiken maar zich eerder aan het kruis te laten hangen dan zijn volk bloot te stellen aan een bloedige oorlog had hen de macht gegeven een gemeenschap van Liefde te vormen, samen die weg ook te gaan. Johannes was de laatste die het verhaal van Jezus van Nazareth had opgeschreven. Er was toen al een hele tijd overheen gegaan en veel mensen waren de Weg van Jezus van Nazareth gegaan tot in de dood toe. Maar Johannes wist, en schreef dat op, dat wie de Weg volgt van Jezus van Nazareth net zoveel als hij kan doen. Je kunt zelfs meer doen als je blijft leven. Wij kunnen de armen bevrijden, de hongerigen voeden, de thuislozen een thuis geven. De zieken bij onze samenleving laten blijven horen. Wij kunnen die nieuwe wereld naderbij brengen.

Amen.