Feeds:
Berichten
Reacties

Lezen: Jesaja 40: 1-11

              Lucas 3: 15-21

Gemeente

Troost, troost mijn volk. Zo begon de lezing uit het boek van de profeet Jesaja, God roept mensen op zijn volk te troosten.

We hoorden vandaag het verhaal van een onbekende profeet. Deze onbekende profeet wordt de tweede Jesaja, of deutero Jesaja genoemd. Net zoals de oorspronkelijke Jesaja de hoop op bevrijding levend hield voor en bij het begin van de ballingschap hield deze deutero Jesaja de hoop op bevrijding levend toen de ballingschap al een tijd aan de gang was en het er op leek dat er ook een einde aan zou kunnen komen.

Deze tweede Jesaja zat met een groot probleem. In de religieuze opvattingen van zijn tijd had de God van Israël verloren van de goden van Babel. De oppergod van Babel, Marduk, had duidelijk gewonnen want zelfs het zilver van de Tempel was naar Babel overgebracht, samen met het volk. Die Marduk, de dondergod, moest wel een hele sterke God zijn want toen koning Nabonid van Babel zich afwendde van de godsdienst van Marduk en de maangodin Sin ging aanhangen verzwakte het rijk van Babel en kon het worden veroverd door Cyrus. Het waren zelfs de priesters van Marduk die de poorten van Babel openden voor de veroveraar. Maar het was Cyrus die vrijwel direct besloot de Joden terug te laten keren naar hun eigen land en hen toestemming gaf hun eigen God weer te gaan aanbidden en hun Tempel te herbouwen. Ze mochten zelfs het tempelzilver uit Babel mee terug nemen naar Jeruzalem.

Voor deutero Jesaja bestaan die andere goden gewoon niet. Het is de God van Israël die alle machten en krachten van de wereld te boven gaat. Cyrus wordt de zoon van God genoemd. Daarom vertegenwoordigen de teruggekeerde ballingen juist die God van Israël, een God waar je op kunt bouwen, die niet laat varen het werk dat ooit werd begonnen

En wat was de eredienst van die God dan wel? Daar draait het natuurlijk om. Dat was niet een mooie Tempel met een prachtig godenbeeld, veel priesters in deftige gewaden en veel offers waarmee die god werd gevoed en die de god veel kracht gaven.. Het was een Tempel waar het verbond met die God werd bewaard en gevierd. Dat verbond dat draaide om je naaste liefhebben als jezelf, daarmee heb je die God lief boven alles. Dat was wat die Priesters uitdroegen, zij spraken ook recht tussen de mensen en zorgden daarmee voor rechtvaardigheid. Zij zorgden er ook voor dat die offers werden gedeeld, met de armen en met de vreemdelingen. Daarom begint dit verhaal van deutero Jesaja met een feestelijke optocht. God gaat voorop en de hele wereld loopt er achteraan, achter de God van vrede en gerechtigheid, als de Liefde weer gaat regeren op aarde. Herauten kondigen de komst van de optocht aan: Maak plaats, bereid de weg des Heren. Maar een beeld van die God was er niet, die God was voor de mensen die hem nodig hadden zoals hij er voor die mensen wilde zijn.

En die oproep de weg des Heren te bereiden kennen we ook van Johannes de Doper, die in de woestijn aan de oever van de Jordaan het volk oproept zich klaar te maken voor de bevrijder die het volk weer de gelegenheid zal geven in vrijheid de God van Israël te dienen En dat met een beroep op het boek van de profeet Jesaja met de woorden die we vanmorgen uit dat boek hebben gehoord. .

Die Johannes moet een verpletterende indruk gemaakt hebben, heel het volk liet zich door hem dopen. Op zich is de populariteit van Johannes trouwens merkwaardig. De Romeinse bezetters en hun marionettenkoningen zitten stevig in het zadel zo vertelt Lucas ons. Dan komt Johannes met zijn roep zoals Jesaja die heeft verwoord. Maar Johannes vult die roep aan met “Addergebroed, wie heeft jullie wijs gemaakt dat je veilig bent voor het komend oordeel?” Je zal je zo laten uitschelden. Maar over welk oordeel heeft Johannes het eigenlijk? Wij zijn geneigd om dan te wijzen op passages over het laatste oordeel, de dag des Heren door de profeten genoemd, als de Messias weerkeert als de mensenzoon op de wolken om te oordelen de levenden en de doden. Maar deutero Jesaja heeft het daar nu net niet over. Bij deutero Jesaja gaat het om een bevrijding uit de ballingschap en een herstel van Jeruzalem, de Tempel en het rijk van David. Daar komt de God van Israël weer in het middelpunt, daar gaan we weer bij zijn Tempel oefenen in het delen, daar wordt aan de armsten en de minsten weer recht gedaan. Een politiek program. Ook volgens Johannes de Doper. En het oordeel is dan over wie welke partij gekozen heeft, de partij van de macht en de zelfzucht of de partij van het delen, niemand ontkomt aan die keus, ook vandaag niet.

In het verhaal zoals ons dat vertelt wordt in het Evangelie van Lucas neemt Jezus van Nazareth de prediking van de oproep tot verandering naadloos over van Johannes de Doper als deze eenmaal door koning Herodes gevangen is gezet. Deze Herodes was de opvolger van de Herodes die koning was toen Johannes en Jezus geboren werden. Johannes had ook zijn program uiteengezet. Het volk moest aan de slag, dat ze afstamden van Abraham was niet genoeg, nee, wie twee stel onderkleren heeft moet delen met wie er geen heeft en wie eten heeft moet hetzelfde doen. Tollenaars mogen niet meer vragen dan hen is opgedragen en soldaten mogen zich niet inlaten met afpersing van het volk.

Later zou Jezus van Nazareth het program van Johannes de Doper verder uitwerken in zijn bergrede, Matteüs schreef daarover, bij Lucas heet het de veldrede, daar vinden we soms bijna letterlijk dezelfde elementen terug. Dat de geschiedenis van Johannes de Doper diepe indruk had gemaakt blijkt ook uit de geschiedschrijving van het volk van Israël. Joden wezen de aanbidding van de Romeinse Keizer als god af, ze hielden een vrije dag in de week en ze hadden ingewikkelde regels over wat ze wel en niet mochten eten. De Joodse Historicus Flavius Josephus schreef in het begin van onze jaartelling een paar boeken  ter verdediging van de Joden. In zijn boek over de Joodse geschiedenis komt ook Johannes de Doper voor. Tegenover de liederlijkheid van het hof van Herodes wordt Johannes de Doper geschilderd als een goed mens die de Joden opgeroepen had deugdzaam te leven door gerechtigheid te betrachten en zich te laten dopen. Uit dat boek komt ook het verhaal over Salome en de dans voor de Koning die als beloning het hoofd van Johannes de Doper op een schaal kreeg. Dat verhaal staat dus niet in de Bijbel.

Het evangelie van Lucas is het enige verhaal dat vertelt dat Jezus van Nazareth aan het bidden was toen dat visioen met die duif en de stem die riep dat hij de zoon van God was gebeurde.

Wil je een taak op je nemen als die van Johannes de Doper dan moet je wel alle moed verzamelen. De beste manier omdat te doen is je helemaal open stellen voor het Woord van God, alle verhalen in je op nemen en je volledig overgeven aan het vertrouwen dat God met je mee gaat als je de Weg van de God van Israël volgt en mensen oproept om te delen met elkaar van wat ze hebben en er samen voor te zorgen dat iedereen kan meedoen en niemand meer honger heeft of langs de weg hoeft te blijven zitten, dat noemen we bidden.

De doop van Johannes geeft dus heel uitdrukkelijk een maatschappelijke taak. Het gaat er weer om te delen met elkaar en te zorgen dat iedereen recht wordt gedaan.

Natuurlijk mag er bescherming zijn tegen het kwade, soldaten mogen soldaten blijven, maar van onderdrukking door een overheid is geen sprake meer, het recht van de God van Israël regeert.

Natuurlijk moet er belasting worden betaald en geheven, maar uitbuiting van het volk omdat ook de inners van belasting er rijk van moeten worden is er niet meer bij.

Vergeleken met de samenleving voordat Johannes en Jezus optraden komt de samenleving op zijn kop te staan, Zijn woord wil deze wereld omgekeerd dichtte Huub Oosterhuis dan ook, dat lachen zullen zij die wenen. Machtigen stoot hij van de troon was er bij de ontmoeting tussen Maria en Elisabet gezongen, de moeders van Jezus en Johannes.

We moeten daarbij ook bedenken dat de doop door Johannes en van Jezus plaatsvonden bij de Jordaan. Dat heel het volk zich liet dopen heeft ook een eigen betekenis. Het zijn geen individuen die alleen blijven staan, pas door de doortocht door de schelfzee en de intocht in het beloofde land werd men een volk, een volk met een eigen missie, licht te zijn voor alle volken in de wereld.

Bij Johannes en Jezus gaat het er om dat door de doop mensen bevrijdt worden van de onvruchtbaarheid van de woestijn en door het water van de doop intocht kunnen doen in het land dat overvloeit van melk en honing. In zo’n land is het helemaal niet nodig alles voor jezelf te houden. In zo’n land wordt delen heel gewoon. In zo’n land is de angst voor de toekomst verdwenen, wat de toekomst ook brengen moge, de God van Israël zal zijn kudde weiden, zong deutero Jesaja.

In zo’n land zijn voedselbanken niet meer nodig, dat land strekt zich uit tot de einden der aarde, daar zijn dus ook vluchtelingen broeders en zusters die geholpen en opgevangen moeten worden, in dat land maakt het niet uit wie je lief hebt als getuigenis van Gods liefde, iedereen is welkom, in Gods land zal geen honger zijn en geen gebrek, daar zullen uiteindelijk alle tranen gedroogd zijn, ook de tranen van hen die door zogenaamde kerkmensen worden veroordeeld en uitgesloten, de God van Israël veroordeelt de liefde niet..

Daar mogen we mee rekenen, zo mogen we het program van Johannes en Jezus in de praktijk brengen, elke dag opnieuw, samen met allen die zich druk maken over de minsten op aarde, want aan de vruchten die wij voortbrengen dient men ook ons te herkennen.

Zo mogen wij de Geest van God aanroepen, die daalde als een duif op Jezus van Nazareth neer, maar die is ook ons beloofd, gedoopt als wij zijn met water mogen wij ook gedoopt zijn met de Heilige Geest. En het feest van de doop van de Heer werd daardoor ook het eerste Pinksterfeest.

Johannes hield zijn mond niet over het verkeerde dat er op aarde was, over de zelfzucht en de eigendunk, waar mensen elkaar gebruiken als voorwerp om hun eigen lusten te bevredigen zoals Herodes had gedaan. Het leek zijn dood te worden, maar de Geest van God zorgde er voor dat zijn boodschap bleef klinken, tot aan de uiteinden der aarde, tot hier in Schagerbrug aan toe. In die Geest mogen ook wij die boodschap laten klinken, in woord en daad, in de manier waarop wij gemeenschap, kerk, willen zijn en de manier waarop wij ons leven inrichten. Als lichtend licht en zoutend zout zou Jezus ons leren.

Amen

 

Advertenties

Lezen: Jesaja 60:1-16

             Matteüs 2:1-12

Gemeente,

Het is verleidelijk om de oproep van Jesaja om te schitteren als een gebod voor de individuele gelovige te beschouwen. Drie Koningen zullen immers wel geschitterd hebben. Zo is en wordt er vaak ook in kerken over gepreekt. Mooi optimistisch en als je succes hebt dan bewijst dat maar weer eens dat God je handelen welgevallig is.

Maar het slaat de plank over de betekenis van dit Bijbelgedeelte helemaal mis. De oproep is niet tot een mens gericht, zelfs niet tot een koning. De oproep is tot een stad gericht. Niet zomaar een stad, maar een bijzondere stad met een bijzondere taak. Het gaat hier om Jeruzalem, het Jeruzalem van na de ballingschap, het Jeruzalem waar de Tempel van de God van Israël weer herbouwd wordt. Wij vergeten zo gemakkelijk het uitermate bijzondere van die Tempel en daarmee van die stad.

Wij kennen in onze wereld geen overvloed van Tempels met godenbeelden, voor elk probleem een andere god met een andere Tempel en andere riten en andere offers. Daar tussen stond Jeruzalem met een Tempel waar je een God kon ontmoeten voor alle problemen die maar voorstelbaar zijn. Maar daar stond geen beeld van die God. De manier waarop de meeste problemen kunnen en konden worden opgelost was te vinden in de richtlijnen van die God voor een menselijke samenleving, die richtlijnen die in die Tempel werd bewaard als een heilig geschenk dat de mensheid had gekregen van die God. Voor een wereld vol van de Liefde, een wereld van delen, van recht en gerechtigheid, een wereld vol vrede en de keus voor het leven. Die richtlijnen maakte die Tempel tot het middelpunt van de aarde, die richtlijnen en die Tempel maakten dat Jeruzalem kon gaan schitteren voor alle volken.

Paulus benadrukt in zijn brief aan de Efeziërs dat het verhaal van de bevrijding, zoals Israël dat door de woestijn heen had beleefd, ook voor de Heidenen geldt. Ook wij Heidenen worden uitgenodigd om, door mee te gaan in het verhaal van Jezus van Nazareth, aan die bevrijding deel te gaan nemen. Zodat uiteindelijk alle volken op aarde mee gaan doen aan dat geweldige verhaal van eerlijk delen. Een verhaal waarin alle mensen gelijk kunnen meedoen, waar geen onderdrukking meer is, waar geen sprake is van arm of rijk, maar iedereen deelt, waar geen sprake is van machtig of onderdrukt, maar iedereen ook de macht en verantwoordelijkheid deelt. We weten het uit het kerstverhaal, dan is er vrede op aarde en in mensen een welbehagen. Het Nieuwe testament verschilt dus niet van het Oude, dat klinkt dus ook door in het verhaal van die magiërs.

Dat verhaal over die magiërs is eigenlijk een tweede kerstverhaal. Per slot van rekening viert een groot deel van de Christenheid het kerstfeest gelijk met het feest dat wij soms Drie Koningen noemen. Dit kerstverhaal is het verhaal zoals Matteüs dat heeft opgeschreven. Toen Jezus was geboren in Bethlehem kwamen er magiërs in Jeruzalem aan die de nieuwe Koning van de Joden zochten. In de Roomse Kerk spreekt met graag over drie Koningen Volgens de Protestantse geleerden, die het ook bij de vertaling gewonnen hebben, is het beter te spreken van magiërs, astrologen.

De orde van deze magiërs werd al genoemd bij de profeet Daniël. Ze hadden een ster gezien waarvan de verschijning werd uitgelegd als een teken dat er een nieuwe koning in Israel was geboren. In onze dagen zeggen we misschien dat hun een lichtje opgegaan was. Overigens is er nog een parallel te vinden in de Bijbel. Toen Abraham gestorven was werd hij begraven door twee van zijn zonen, Ismaël en Izaäk. Zij verdeelden zijn bezit. Maar er bleken nog 6 zonen van Abraham te zijn, die had hij verwekt bij de slavin Ketura, dat betekent wierook. Die zonen werden met geschenken heengezonden naar het oosten. Soms zeggen geleerden dat de magiërs afstammelingen zijn van de zonen van Ketura die nu met dezelfde geschenken terug keren. Abraham immers zou de vader van vele volken worden en die vele volken zouden zich naar Jeruzalem wenden en de richtlijnen van de God van Israël volgen de Naam van de enige Heer van de aarde loven.

Die magiërs gingen naar het paleis van Herodes. De magiërs waren vergeten dat je voor een echte koning van Israel niet in een paleis moet zijn maar op de akker die de familie van de Koning bij de verdeling van het land onder Jozua had gekregen en elke 50 jaar weer terug zou moeten krijgen. Daar had ook ooit de profeet Micha op gewezen. Op die manier zou de leer van Mozes, zorgen voor bevrijding van de armen.

Dat duidelijk maken is immers ook het doel van Matteüs. Toen de magiërs hun geschenken hadden gebracht in Bethlehem snapten ze wel dat ze niet bij die koning Herodes moesten zijn, dat er heel wat anders aan de hand was en ze gingen langs een andere weg terug. Het verhaal gaat dus niet over het voorspellen van wat dan ook uit de stand van de sterren. Dat verhaal gaat over de droom van Israel dat Koning David, het huis van David, de opvolger van David dus, door de hele wereld erkend zou worden als de echte heerser van Israel. Herodes was niet langer de echte koning van Israel, de echte koning was geboren in Bethlehem zoals de profeten hadden voorzegd. In de diepste duisternis van de Romeinse bezetting, die naar eigen willekeur koningen op de troon van Israel had gezet, komt het bericht dat de hoop die profeten in het bangst van de ballingschap hadden uitgesproken vervuld zou worden.

De bevrijding van de armen is eindelijk aangebroken. Toen Jezus was geboren in Bethlehem, toen begon het en vandaag de dag mogen wij er aan mee gaan doen. Dat is pas kerstfeest vieren en dat kan elke dag opnieuw. Dat moet ook elke dag weer opnieuw. De kortzichtigheid en de hebzucht van mensen maken dat de weg die God gewezen heeft maar langzaam wordt bewandeld door de mensheid.

Wij vergeten vaak alle mensen op aarde te beschouwen als broeders en zusters. Wij vergeten dat ook andere volken de weg van de God van Israël volgen en dat minderheden ook in schijnbaar keurige vreedzame landen wreed vervolgd kunnen worden. En als wij anderen niet zien als zusters en broeders raakt hun lijden ons ook niet. Maar als wij dat wel zien dan lijden we mee en zoeken wanhopig naar wegen om onze broeders en zusters van hun lijden te verlossen. Plaatselijk hebben we daar de diaconie voor en landelijk Kerk in Actie. En dat de kerk uit de hele wereld samen kan optreden en vragen om recht en gerechtigheid blijkt ook wel uit het kerkasiel in buurt en kerkcentrum Bethel in Den Haag.

Ruim 700 voorgangers uit allerlei richtingen helpen de voortdurende kerkdienst op gang te houden. Voorgangers uit onze buurlanden sluiten zich bij hen aan en zelfs uit Amerika gingen een emeritus predikant voor en kwam er onverwacht steun. Uit tal van landen hebben kranten en tv stations verslag gedaan van het kerkasiel en de grote tv stations en persbureaus volgen het. Wij mogen daaraan meedoen maar het mag ons ook inspireren om in onze eigen plaats het lijden van mensen te zien en naast hen te gaan staan.

Want als dat overal in de wereld gaat gebeuren dan wordt de aarde pas echt mooi, dan breekt eindelijk de vrede aan en zal de aarde zo mooi worden dat God hier zelf zijn tenten zal willen spannen. Aan die wereld mogen wij meewerken. Er is nog veel werk te doen, opstaan dus en aan het werk. Veel heil en zegen voor het komende jaar.

Amen

Lezen: Jesaja 61:10-62:3

Lucas 2:33-40

Gemeente

We zijn gekomen aan de laatste zondag van het kalenderjaar. Voor sommigen een beetje een rommelzondag. Met de kerst zijn we al een paar keer extra naar de kerk geweest en zo vlak voor oudejaarsdag, wat valt er nu nog te beleven in de kerk? Na het groot gloria van kerst, met de engelenkoren en rennende herders kan de laatste zondag van het jaar alleen maar tegenvallen. En dan is het tussen kerst en nieuwjaarsdag ook nog de tijd om nostalgisch terug te kijken op het jaar dat voorbijgaat. Wat hebben we het afgelopen jaar beleefd? Het is de meest gestelde vraag in deze dagen, ieder van ons heeft daar een eigen antwoord op.

Vroeger dacht men dat men de boze geesten van het duister met knallen en vuur moest verjagen om weer licht te krijgen. Gelovigen in de God van Israël hadden geleerd dat die God had gesproken over licht en dat zijn woord vlees was geworden. Niks verjagen en opnieuw beginnen. Het nieuwe begint met de verwachting van de bevrijding door de God van Israël. Ons kerkelijk jaar begint dan ook op de eerste zondag van de Advent en loopt uit op die bevrijding. We zijn dus in de kerk al even op weg, maar ja thuis ontkomen we toch niet helemaal aan de jaarwisseling die buiten de kerk wordt gevierd, dus we laten ons in de kerk vanmorgen daar ook maar een beetje door beïnvloeden.

In de Bijbel is terugkijken naar het verleden heel gewoon, maar niet terugkijken om af te rekenen en af te sluiten zoals wij doen rond oud en nieuw. In de Bijbel wordt er teruggekeken om vooruit te komen. Zo keken Jozef en Maria terug naar Jozua. Die had het land verdeeld onder de families van Israël. Ook de familie van David had zo’n stukje land, in Bethlehem lag dat. En de leer van Mozes was dat elke vijftig jaar iedere familie in Israël het stukje land dat bij de verdeling was toegewezen weer terug zou krijgen. Toen die Keizer in Rome die volkstelling had georganiseerd, en iedereen naar zijn eigen plaats moest, hadden Jozef en Maria teruggekeken naar die geschiedenis en waren niet naar de plaats gegaan die de Keizer had bedoeld, gewoon thuisblijven dus, maar ze waren gegaan naar de plaats die God ooit gegeven had, naar de akker van David in Bethlehem. Daar waren ze door God geteld, want God telt de minsten onder ons, daar hadden ze hun zoon gekregen en door die zoon waren ze bevrijdt van de gevaren van die volkstelling, iemand die op een akker is geboren en in een voederbak moet liggen telt niet mee, ook bij ons niet. En volkstellingen zijn gevaarlijke zaken.

David had ooit het volk geteld en prompt was een groot deel gestorven aan een enge ziekte. Jozef en Maria waren terug blijven kijken. De leer van Mozes zou bevrijding brengen, daar begint die leer mee, “ik ben de Heer Uw God die u uit het land Egypte heeft geleid” stond er immers. Zou die God niet zorgen voor de bevrijding van de Romeinse bezetting ook? Misschien, maar je houding moet er één zijn van liefde, van geweldloosheid, van recht en gerechtigheid zegt de Bijbel. Jesaja zegt dan dat je een nieuwe jas moet aantrekken om vooruit te komen. En nieuwe kleren aantrekken doen we vanouds met Kerst en met Pasen.

Het wordt dus misschien ook voor ons tijd dat we een nieuwe jas aantrekken. Niet alleen het kleed van de bevrijding maar ook de mantel van gerechtigheid. En dan niet alleen. Niet alleen het volk dat het wel gelooft. Maar iedereen, alle volken. Want zeg nu zelf, brengt al die oorlog en ellende waarvan we ook in dit jaar weer in overvloed van gehoord en gezien hebben iets goeds voort? Bomaanslagen, vergeldingen, opnieuw troepen zenden, terroristen bestrijden, actie en tegenactie? Zolang de een zich beter vindt dan de ander wordt het niks, blijft het oorlog en ellende en actie en tegenactie.

Sion, waarover Jesaja spreekt, is de berg waar de richtlijn van heb je naaste lief als jezelf werd bewaard. De Heilige Berg waar je tegenop kunt zien. En vanwege het bestaan van die richtlijn, vanwege het geloof in de macht van de Liefde die daar vanuit gaat kun je volgens de Bijbel niet zwijgen als er onrecht geschied. Als mensen geen recht wordt gedaan moet en zal dat aan het licht komen. Want het licht van de gerechtigheid komt van de fakkel van de redding. Dat is het visioen dat de profeet Jesaja hier schetst. Jesaja is in de kersttijd zeer populair. Bij hem komen de os en de ezel vandaan die bij ons in de stal terecht zijn gekomen. Warme woorden en warme beelden brengt deze profeet. Maar wij vergeten dan de puinhopen waar Jesaja op stond te roepen tegen zijn volk. Hij schetst zijn prachtige samenleving van vrede en recht midden in de ballingschap. Zijn volk bestaat eigenlijk niet meer. Het is in ballingschap weggevoerd.

Ook de ballingen keken naar het verleden en Jesaja hielp ze daar graag bij. De ballingen in Babel konden niet anders dan de verhalen van hun verleden opschrijven. De verhalen over de slavernij en vervolgens de uittocht uit Egypte, de tocht door de woestijn, de ontdekking dat goden van goud, met eigen handen gemaakt, niks te betekenen hadden, maar dat de God die meetrok en Liefde als opdracht had, de kans op leven betekende. Die verhalen gaven weer moed. Want als die God op die manier met je meetrekt, trekt die God dan ook niet in ballingschap met je mee?

Zal uiteindelijk de Liefde voor je naaste, ja zelfs de liefde voor je vijanden, uiteindelijk niet tot de vrijheid en terugkeer naar Jeruzalem leiden? Dan zal die verwoeste stad weer tot bloei komen. Dan zal het land weer vrucht dragen. Niet door offers en aanbidding zoals de Heidenen geloofden, maar door Liefde tussen mensen.

Dan zien niet alleen de volken de vrucht van het gaan met die God, maar ze sluiten zich er zelf ook bij aan. Het verlangen naar de terugkeer naar het eigen land wordt door Jesaja verbonden met de noodzaak terug te keren naar de godsdienst van de God van Israël. Alleen in die godsdienst ligt een toekomst, de toekomst van dat geweldige Koninkrijk waar de God van Israël het voor het zeggen heeft en waar iedereen weer meetelt. Dat is pas een toekomst om naar uit te zien.

In het hart van alle volken staat dan de richtlijn van eerlijk delen, de richtlijn te houden van je naaste als van jezelf. Dan is er nog maar één Heer, niet alleen in Israël maar op de hele wereld, dan is er niemand die zich meer acht dan een ander. Het mooiste van dit visioen van Jesaja is dat het al lang geleden begonnen is en wij ons er vandaag nog bij aan kunnen sluiten zodat het ook onze toekomst wordt. Er is niks moeilijks aan, het gaat gemakkelijk als het aantrekken van een nieuwe jas.

De beweging van Jezus van Nazareth is dan ook niet zomaar uit de lucht komen vallen. Al in de dagen dat hij geboren werd waren er velen in Israël die de komst van een bevrijder verwachten. Het was Maria die er over gezongen had toen ze pas zwanger was.: “Machtigen zal hij van de troon stoten” Dat was het oude lied van de moeder van Samuël. Samuël was de profeet die David had gezalfd op diezelfde akker in Bethlehem. Er waren in de dagen van Maria in Israël ook al de nodige opstandjes geweest en er liepen regelmatig mensen rond die zich uitgaven voor de beloofde Messias. Maar het geweld dat zij gebruikten leidde alleen maar tot dood en verderf en een nog strengere bezetting. Mensen met gelijke verwachtingen en overtuigingen zochten elkaar ondertussen op en probeerden een andere manier. Uit opgravingen na de Tweede Wereldoorlog weten we dat mensen de bestaande samenleving verlieten en in de woestijn in communes gingen wonen, afgezonderd van de wereld een eigen nieuwe wereld scheppen. Ook over Johannes de Doper vertelde Lucas al eerder dat hij in de woestijn ging wonen.

Over Simeon, waarover wordt verteld in het verhaal die aan de lezing van vandaag vooraf gaat en over Hanna, waar we vandaag over lezen, wordt juist uitdrukkelijk verteld dat ze in de Tempel in Jeruzalem verbleven. Dat is de plaats waar zij de Messias verwachten en zij herkennen in het kind, dat op de akker van David in Bethlehem geboren was, de beloofde bevrijder van Israël.

Daarom ook vertelde Hanna aan allen die uitzagen naar de bevrijding van Jeruzalem over dit kind. Er was dus een groep mensen waar Hanna bij hoorde en die door Lucas nog werd gekend en bekend werd veronderstelt toen hij zijn verhaal opschreef. Van die groep weten we verder eigenlijk niets. Ze zullen geraakt zijn door de boodschap van Johannes de Doper. Over hem wordt verteld dat heel het volk zich liet dopen en veel later komt men tot ver in het Romeinse Rijk nog volgelingen van Johannes tegen.

Over die Hanna weten we verder ook niet zoveel. Ze was uit de stam van de gezegenden staat er. Aser dat betekent gezegende. Aser was één van de tien stammen die na de ballingschap als zelfstandige stam niet meer was teruggekeerd. Hanna was de dochter van “het gelaat van God “, want dat betekent de naam Fanuël, haar eigen naam betekent “genade”. Ze was profetes en weduwe van beroep. Dat laatste klinkt hard maar de vermelding van haar leeftijd en haar naar verhouding korte huwelijk staan er niet voor niets. De familie van haar man had voor haar moeten zorgen, daar had een man gevonden moeten worden die haar had willen trouwen.

In de oude regels van Mozes staat precies hoe ze dat hadden moeten doen. Ze hadden een voorbeeld kunnen nemen aan Boaz, de grootvader van David die op diezelfde akker de weduwe Ruth had leren kennen en haar tot vrouw nam in gehoorzaamheid aan de regels van Mozes. Maar in een paar woorden weet Lucas ons te vertellen dat die wetten voor die familie niets te betekenen hadden gehad en dat de leer van Mozes haar in elk geval geen bescherming had geboden.

Nu maakte ze kennis met jonge mensen die alle risico’s genomen hadden met het wel weer gaan leven of de leer van Mozes nog steeds de geldende wet in Israël was. Die op de achtste dag, staat er, naar de Tempel gingen om daar te doen wat de richtlijnen van hen had gevraagd. Hun zoon laten besnijden en als eerstgeborene aan God wijden, oefenen in delen door een offer te brengen, een offer dat gedeeld kon worden met de armen, de weduwe en de wezen.

Op de achtste dag, niet op de eerste dag van de week want de achtste dag was de dag om een feest af te sluiten, de eerste dag een dag om een feest te beginnen. En hier werd op de achtste dag het feest van de geboorte afgesloten, wat volgde was de opvoeding en het opgroeien en dat is niet altijd een feest. Die eerste dag van een nieuw feest zou pas komen met de opstanding, met Pasen. Op die manier wijst zelfs dit gebeuren in de Tempel in Jeruzalem vooruit naar Pasen want na die eerste dag gingen de leerlingen van Jezus dag in dag uit naar de Tempel schrijft Lucas op het eind van zijn Evangelie, dan is de cirkel dus rond.

Van de houding van Jozef en Maria mocht Hanna dus bevrijding uit haar benarde situatie verwachten. Dat zou ook de bevrijding van Jeruzalem dichterbij brengen. Want Jeruzalem was nu eenmaal de stad waar die oude richtlijnen bewaard werden. Waar mensen naar toe kwamen om door met elkaar een maaltijd te delen weer te oefenen in de betekenis van die richtlijn van heb uw naaste lief als uzelf. Daar was die nieuwe koning uit het geslacht van David voor geboren, daar was de gezalfde, de messias, de christus, voor op aarde gekomen. Die boodschap ging ze brengen aan de groep waar ze bij hoorde, tegenwoordig zouden we zeggen dat ze het heil van Christus verkondigde in haar gemeente, de vrouwelijke predikanten beginnen direct na het kerstfeest te preken.

Zo mogen wij ons ook voegen in dit verhaal. Weer oog en oor krijgen voor de weduwe, zorgen voor mensen die lang afhankelijk zijn van hulp en bijstand, zorgen dat mensen weer zelf verder kunnen. Door terug te kijken in het verhaal zoals dat in de Bijbel wordt verteld kunnen wij het nieuwe jaar in. In onze dagen betekent dat ook zorgen voor de papierlozen, mensen die tussen de wal en het schip van staten en regeringen vallen. Wij mogen er voor zorgen dat de Wet van Heb-Uw-Naaste-Lief-Als-Uzelf weer in het middelpunt van de wereld komt te staan. Wij hebben uit dat verhaal begrepen dat we allemaal kinderen van God zijn, allemaal broeders en zusters. Een familie dus die voor elkaar mag zorgen, zodat iedereen er bescherming door kan genieten en iedereen weer meetelt. Daar mogen wij vandaag weer mee beginnen. Dat mogen we een heel jaar volhouden, terugkijken om vooruit te komen, een heel nieuw jaar lang en van dat nieuwe jaar elke dag opnieuw, elke dag opnieuw beginnen. Veel heil en zegen dus voor het nieuwe jaar.

Amen

 

Lezen: Micha 5: 1-6

              Lucas 1: 39-45

Gemeente,

Het boek van de profeet Micha is geliefd bij Christenen omdat een kind uit Bethlehem de vrede zou brengen en dan met zeven herders de vijand verslaan. Dat lijkt wel op het kerstverhaal zoals Lucas ons dat vertelt. Ook David was een kind uit Bethlehem en die had in elk geval zeven broers. Nu is dat niet zo heel vreemd want Lucas kende het boek van Micha natuurlijk heel goed. En dat verhaal over een meisje dat een kind durfde krijgen te midden van de meest zwarte dreiging was ook al door Jesaja verteld.

Die Jesaja had er trouwens nog een eeuwig misverstand mee geschapen want zijn woord voor meisje kon ook met het Oud Hollandse maagd worden vertaald, zoals dienstmeisje ook dienstmaagd kan heten. Dat heeft niks te maken met een meisje dat nog geen omgang met een man had gehad. Maar goed wij lezen de profeet Micha en die heeft het over vertrouwen. Een heel goed teken van vertrouwen is inderdaad de jonge moeder die het aandurft kinderen te krijgen.

We hebben een tijd gehad dat ook in ons land de dreiging van een atoomoorlog zo groot was dat mensen het niet meer aandurfden een gezin met kinderen te stichten. Dat is nu minder erg maar in landen waar onderdrukking en armoede heersen geldt het nog steeds. Als mensen hun liefde laten winnen van hun angst dan begint de bevrijding willen Micha en Jesaja zeggen. En dat verhaal wordt later ook op die manier door Lucas verteld. Als er dan ook nog herders zijn die zich druk maken over de bescherming van al die zwakke mensen dan moet het echt wel goed komen. En herders waren er in Bethlehem. Micha herinnert aan de geschiedenis van David en zijn zeven broers. Uit het kleinste dorpje van de kleinste stam kwam de grootste koning, de eerste koning die Israel aanzien gaf en uiteindelijk na een lange tijd van oorlogen onder de Rechters ook vrede bracht. Zulke herders heb je nodig.

Er zijn telkens weer mensen die ons voordoen hoe te zorgen voor de minsten. Voor de opvang van vluchtelingen in ons land moesten zelfs wachtlijsten worden aangelegd van de vele vrijwilligers die zich hadden aangemeld. En een meerderheid van de Nederlanders blijkt geen enkele moeite te hebben met opvang van vluchtelingen in hun omgeving als het aantal vluchtelingen maar in verhouding staat met het aantal inwoners van wijk, dorp of stad. In Den Haag is al 9 weken een kerkasiel actie aan de gang met een doorlopende kerkdienst waar inmiddels een kleine 700 voorgangers een bijdrage aan leverden en die bezocht werd door rond de vierduizend bezoekers.

Wij denken overigens vaak dat die herders boven ons staan. Zij geven leiding en als makke schapen dan volgen wij. Dat is niet het verhaal uit de Bijbel. David was de jongste van zijn broers. Toen Samuël aan de vader van David had gevraagd zijn zonen bijeen te brengen omdat God een bijzondere boodschap had, was David helemaal niet gevraagd. Hij bleef in het veld bij de schapen. Maar God had de minste van de broers gekozen tot Koning van het volk. Later hebben we geleerd dat we in de minste wel eens God kunnen ontmoeten, wat wij aan de minste van zijn broeders deden hadden we Jezus zelf aangedaan. Bij Micha kan een kind het begin worden van bevrijding van oorlog en geweld. Misschien moeten ook wij ons wat vaker toevertrouwen aan een dergelijk visioen. Het zal zijn als een verfrissende regen na een benauwde onweersbui.

Wie zich in elk geval aan dat visioen toevertrouwde waren Elisabeth en Maria. Iedere nieuwe zoon van Israël kon immers de bevrijder de Messias worden? We hebben geleerd om de begroeting van Maria door Elisabet als een vrome tekst te lezen. De Rooms Katholieke kerk heeft er zelfs een gebed van gemaakt. Maar de schrijver van het Lucas evangelie vertelt eigenlijk voortdurend het Oude Testament na. Kijk eens hoe dat wat God met het volk Israël en de wereld heeft gedaan ook nu gebeurt.

Vrouwen die tegen alle verwachting in zwanger worden komen op vele plaatsen in het Oude Testament voor. Maar deze groet is een bijzonder citaat. Je kunt het vinden in het vijfde hoofdstuk van het boek Rechters, vers 24 om precies te zijn. Daar wordt Jael op deze manier aangesproken. Jael had generaal Sisera met een tentpin door zijn hoofd geslagen en zo het volk bevrijdt van een sterke vijand. De zwangere en nog steeds ongehuwde Maria wordt hier dus niet als een zacht en dienstbaar meisje aangesproken maar als een sterke strijdster die in opstand is gekomen tegen de heersende machten.

Dat maakt ook het lied duidelijk dat Maria als antwoord Elisabeth toezingt. Daar gaat het immers om de grote dingen die de machtige aan zijn dienstmeisje in lage staat heeft gedaan. Niemand zal ooit meer dit meisje vergeten dat besloot ondanks de zwartste bezetting van haar land toch haar zwangerschap te dragen in de verwachting dat elk kind opnieuw de kans zou bieden dat het de bevrijder van haar volk zou zijn. Haar kind zou immers wel eens de pin van Jael kunnen worden waarmee de slaap van de bezetters doorboord zou kunnen worden. Dit meisje jubelt het uit dat heersers van de troon worden gestoten en dat hongerigen overladen worden met gaven en rijken heengezonden worden met lege handen. Het is een overwinningslied zoals dat werd aangeheven door zangeressen als Debora, Mirjam de zuster van Mozes en Hanna de moeder van Samuël. En geen wonder dat het lied eindigt bij Abraham want net als Sara op hoge leeftijd is ook Elisabeth zwanger geworden.

Ook Elisabeth heeft besloten haar zwangerschap te dragen, ook al moet je daar in kringen waar mannen het voor het zeggen hebben over zwijgen. Dat zwijgen laten de beide vrouwen maar over aan Zacharias. Het zal duidelijk zijn dat de pogingen om Maria en Elisabeth als vrome, gedienstige en gehoorzame vrouwen af te schilderen falen als je het verhaal van Lucas leest als vervolg op en hervertelling van het Oude Testament.

Het verzet van Debora, de vreugde na de doortocht door de Rode Zee van Mirjam en de toewijding aan de dienst van de Heer van Hanna klinken hier door. Een vast vertrouwen op een nieuwe aarde waarin elk mens tot haar recht komt, waar hongerigen zijn gevoed en bedroefden getroost, waar vrouwen zich niet meer hoeven schamen als ze een kind willen krijgen en waar niet de willekeur van mannen maar de eigen keus van vrouwen bepaalt of er wel of geen kinderen worden geboren.

Daarom is dit verhaal van Maria en Elisabeth ook een verhaal van vandaag. Daar waar vrouwen niet tot hun recht komen, daar waar zij afhankelijk worden gehouden van oordelen van mannen, daar zal bevrijding moeten plaatsvinden, door henzelf en door ieder die wil leven in de dienst van de God van Israël en de liefde van Jezus van Nazareth.

Het is ook het verhaal van het verzet tegen onrecht en onderdrukking. In de lezing die voor het Oekumenisch leesrooster werd gekozen liet men de lofzang van Maria buiten beschouwing, maar bij het verhaal over de twee vrouwen is dat lied een onmisbaar onderdeel. In het afgelopen jaar hebben we aan de meetoo discussie weer moeten zien hoe vrouwen worden onderdrukt en onderworpen aan een schijnbaar vanzelfsprekende onderdrukking door mannen. Die mannen mogen waar vrouwen niet eens aan mogen denken.

Onderdrukking en uitsluiting zijn in de Bijbel redenen voor God om kwaad te worden, om zijn woede te laten zien zeggen we dan deftig. Als dat gebeurt dan beeft zelfs de aarde en komen vulkanen tot uitbarsting. Onweer en hagelstormen teisteren de onderdrukkers. Niet dat we bang moeten worden, integendeel. Verzet tegen onderdrukking, onrecht en geweld maakt dat de aarde mooier wordt. En de Bijbel belooft ook dat de aarde dan zo mooi zal worden dat God hier zelf zal willen wonen. We zien dat in de romantiek van kerst, mooie lichtjes, mooie bomen, lekker eten, en de zoon van God op aarde.

Maar voor werkelijk dat einde van de geschiedenis aanbreekt moet er nog heel wat werk gebeuren. Tweede kerstdag ben ik daarom in de Bethelkapel in Den Haag, u bent daar ook van harte welkom. Samen met voorgangers, bezoekers, het moderamen van de PKN en duizenden in het land die meeleven moeten we tenminste voor kinderen een plaats weten te maken waar ze waardig leven kunnen.

Ik wens u gezegende kerstdagen.

Amen.

Lezen: Sefanja 3:14-20

             Lucas 3: 7-18

Gemeente,

Vandaag zingen we mee met de slotverzen van het kleine boekje van de profeet Sefanja. Sefanja leefde volgens het begin van het boekje in de tijd van koning Josia. Volgens het verhaal uit het boek Koningen over Josia was Josia een van de vroomste en beste koningen van Juda. Het is dan ook zeer voorstelbaar dat Sefanja de nieuwe politiek van de Koning, terugkeer naar de dienst aan God waar het volk Israel in de woestijn mee was begonnen, met zijn geschrift ondersteunde.

Josia werd al Koning toen hij nog pas 8 jaar was maar het verhaal vertelt dat hij zijn Koningschap uitvoerde op de manier van David. Hij liet de Tempel in Jeruzalem restaureren en zette daarmee de richtlijnen van God uit de Woestijn weer centraal in het hart van de regering. Die richtlijnen laten zich samenvatten in het Heb uw naaste lief als u zelf. Daar zingt het lied van vandaag dan ook over. Met de restauratie van de Tempel, met het opnieuw centraal stellen van de Liefde in het hart van het rijk hoef je nergens bang meer voor te zijn.

Dat is ook de vreugde van Pasen zoals Christenen die veel later zouden beleven. Sefanja had zich eerst tegen de omringende volken uitgesproken en zijn eigen volk gewaarschuwd niet met de afgodendienaars van de vruchtbaarheidsgoden mee te gaan. Zonder die Tempel was de stad ten prooi aan verachting en de mensen aan verdrukking. Nu is dat voorbij. Nu is de tijd dat het Delen met elkaar, dat de zorg voor elkaar, dat recht en gerechtigheid voor alle mensen op de hele wereld moeten gelden volgens Sefanja.

Voor Christenen was het Paasfeest na de dood van Jezus van Nazareth een eerste begin van het zich uitspreiden van de macht van die leer van Mozes over de hele aarde. Ook Christenen laten dat overigens net zo vaak liggen als in de geschiedenis over Israël wordt verteld. Maar net zoals Israël in dat verhaal steeds weer opnieuw de Tempel opbouwde en centraal stelde mogen wij het gebod elkaar lief te hebben en alles te doen in naam van de liefde voortdurend weer opnieuw centraal stellen. Dat geeft kracht.

Die Johannes moet met zijn herhaling van de leer van Mozes aan de rand van de woestijn een verpletterende indruk gemaakt hebben, heel het volk liet zich door hem dopen. Iedereen wilde door het water van de dood, het water van de Jordaan naar het land dat overvloeide van melk en honing, het land van vrede waar geen onderdrukking meer zou zijn. Paulus zal veel later op zijn reizen in Klein Azië nog volgelingen van Johannes tegenkomen aan wie hij moet uitleggen hoe de verhouding was tussen Jezus van Nazareth en Johannes de Doper.

Net als in de dagen van Sefanja waren de meeste mensen in de dagen van Johannes keurige mensen. Ze brachten hun offers, gingen op Sabbat naar de Synagoge, ze baden met voorgeschreven regelmaat, aten volgens de spijswetten en ze moorden niet, logen niet, stalen niet en aanbaden geen andere goden.

Wat wil een mens nog meer. Nu, een mens mag misschien niet veel meer verlangen maar God wil wel degelijk meer. Want met al dat uiterlijk godsdienstig vertoon wordt de aarde nog geen aarde waar mensen gelukkig kunnen wonen. Ondanks dat uiterlijk godsdienstig vertoon, dat fatsoen, die waarden en normen, gaan er nog steeds mensen dood van de honger, lijden mensen onder de koude, zijn er armen in het land. De richtlijnen van de God van Israël moeten een duidelijke gestalte krijgen, die richtlijnen moeten aan mensen zichtbaar worden. Het moet niet blijven bij mooie woorden. Daarom staat het delen met elkaar voorop, warme kleren als je die hebt, eten als je dat hebt, samen delen is het eerste zichtbare teken van de Weg van de God van Israël, de Heer van de wereld.

Maar ook de belastinginners voor de Romeinen, de tollenaars mogen de Weg zichtbaar maken door niet meer te innen dan opgedragen is. Geen woekerwinsten maken uit het innen van belasting ten koste van de armen. Dat geldt ook voor de soldaten. Niemand afpersen, niet laten omkopen en genoegen nemen met je soldij. Het zijn eigenlijk de eerste basisregels voor een geordende samenleving.

Regels die we tegenwoordig proberen ingevoerd te krijgen in arme landen, zelfs met militaire vredesmissies. Het zijn ook regels die ingevoerd zouden moeten worden op wereldniveau. Ook daar zou moeten gelden dat we beginnen met samen delen. Rijke landen die zorgen dat de verdeling van goederen en diensten op een eerlijke manier gebeurt zodat ook de armste landen mee kunnen delen van de welvaart in de wereld. Zorgen dat we allemaal te eten hebben en dat hongersnoden niet meer kunnen voorkomen, zorgen dat ook boeren in arme landen toegang hebben tot de wereldmarkt en mee kunnen concurreren met de boeren in de rijke landen.

En samen zorgen dat er geen corrupte regiems meer kunnen zijn die in rijke landen, bij banken met beschermd bankgeheim, hun gestolen gelden kunnen parkeren. Johannes vraagt van de mensen om zich te laten dopen, je zou bijna zeggen dat wij van de volken moeten vragen zich te laten dopen. Maar laten we beginnen met zijn Weg zichtbaar te maken door samen te delen en te protesteren tegen het roven door samenlevingen als de onze van de armsten in de wereld.

Vandaag op de derde zondag van de advent mogen we er mee beginnen. We hopen op een nieuwe aarde waar alle leed geleden is en alle strijd gestreden is. Johannes riep dat die wereld er aan zat te komen omdat na hem de echte bevrijder zou komen. Over een paar weken vieren we die komst. En van Jezus van Nazareth hebben we geleerd dat niemand langs de kant van de weg hoeft te blijven, dat niemand buitengesloten hoeft te worden. En de moeilijkste les was dat je zonder geweld, ondanks een wrede dood, toch kan overwinnen en de aarde kan bevrijden.

Die aarde zal langs die weg zo mooi worden dat God zelf op die aarde zal willen wonen zegt het boek Openbaring. Daarom schijnt vandaag al een heel klein beetje licht door de duistere wereld heen waar we ons op moeten bezinnen. Voor die nieuwe wereld komt is er nog veel werk te doen, opstaan en aan de slag dus.

Amen

Lezen: Maleachi 3:1-4

Lucas 3: 1-6

Gemeente,

De profetie die we hier lezen spreekt van het smelten van zilver en zuiveren, en het zeven van goud en zilver. Op hardhandige wijze worden de praalhanzen met hun populistische taal de samenleving uitgeveegd, zodat de armen, de zieken, de hongerigen en de vreemdelingen weer centraal komen te staan en God gediend kan worden boven alles. Het gaat er daarbij niet zachtzinnig toe. Nu is het niet zo dat iedereen maar geweld mag gebruiken als dat wat een ander zegt niet zint.

Integendeel. Juist mensen die de vrede nastreven, die de regel van eerlijk delen en houden van je naaste als van jezelf willen toepassen zullen van geweld afzien. Maar ze zullen niet zwijgen omdat het zo lelijk klinkt. De taal zal hard zijn, als het vuur van een smid of het loog van een wolwasser. Dat laatste kennen we niet meer zo goed, maar bleekwater om het bad te reinigen, of chloor voor het zwembad wel, en dat heeft hetzelfde effect, het beneemt je de adem. Jezus van Nazareth zou de religieuze leiders van zijn tijd zelfs uitmaken voor witgepleisterde graven, mooi aan de buitenkant maar rot van binnen.

Denk nu niet dat het gaat om gelovigen tegen ongelovigen, om christenen, of Joden, tegen de rest, nee het gaat om de veroordeling van tovenaars, van echtbrekers, van mensen die meineed plegen, van de exorbitante zelfverrijkers, van werkgevers die hun dagloners uitbuiten, die illegalen in dienst hebben zonder dat ze fatsoenlijk betalen, tegen allen die de weduwen en de wezen onderdrukken en lees goed: tegen hen die de vreemdelingen geen plaats gunnen .

Juist in deze tijd van de discussies over de opvang van vluchtelingen klinken de woorden uit Maleachi niet alleen actueel maar ook als waarschuwing dat de onterechte afkeer van vreemdelingen en vluchtelingen van alle tijden is. Terugsturen van vreemdelingen en vluchtelingen , uitsluiten en verplicht laten inburgeren is dus hetzelfde als geen ontzag voor God hebben.

Gelukkig dat er advocaten zijn die doorgaan recht te zoeken daar waar in het parlement onrecht wordt gepleegd. Gelukkig dat er kerken zijn die gezinnen in bescherming nemen. In de Bethelkapel in Den Haag is al meer dan 6 weken een doorgaande kerkdienst aan de gang, meer dan 1000 uur met meer dan 500 voorgangers uit alle delen van ons land en van alle richtingen en denominaties laten zich daar horen in het verkondigen van Gods Woord.

Gelukkig dat er vrijwilligers zijn die concreet willen helpen, gelukkig dat er mensen zijn die hun geld en goed willen delen met de ontheemden, gelukkig dat er mensen zijn die een ander geluid laten horen dan de angstige schreeuwers, Laten we die mensen steunen. Zij herhalen de roep van Johannes die aan de rand van de woestijn voor de komst van de bevrijder de weg bereid.

Bij ons is iemand die roept als een roepende in de woestijn iemand waar niet naar geluisterd wordt. Het is een spreekwoord dat ontleend is aan het gedeelte dat we vandaag lezen maar het heeft een tegengestelde betekenis gekregen aan het verhaal. Naar Johannes werd wel degelijk geluisterd. De schrijver van het Evangelie naar Lucas meldt ons heel nauwkeurig wanneer Johannes is gaan optreden.

Wie de geschiedenisboekjes er op narekent komt uit op het jaar 28 na het begin van onze jaartelling. Johannes wordt in dit verhaal heel uitdrukkelijk in de traditie van de profeten uit het Oude Testament gezet. Te beginnen met de traditie van Jesaja die zo uitdrukkelijk de bevrijding van het volk Israël had aangekondigd. Maar net als Jesaja in zijn dagen vraagt Johannes een duidelijke keuze van de mensen. Net als in de dagen van Jesaja waren de meeste mensen in de dagen van Johannes keurige mensen. Ze brachten hun offers, gingen op Sabbat naar de Synagoge, ze baden met voorgeschreven regelmaat, aten volgens de spijswetten en ze moorden niet, logen niet, stalen niet en aanbaden geen andere goden.

Wat wil een mens nog meer. Nu, een mens mag misschien niet veel meer verlangen maar God wil wel degelijk meer. Want met al dat uiterlijk godsdienstig vertoon wordt de aarde nog geen aarde waar mensen gelukkig kunnen wonen. Ondanks dat uiterlijk godsdienstig vertoon, dat fatsoen, die waarden en normen, gaan er nog steeds mensen dood van de honger, lijden mensen onder de koude, zijn er armen in het land. De richtlijnen van de God van Israël moeten een duidelijke inhoud krijgen, die richtlijnen moeten aan mensen zichtbaar worden. Dat is vergeving van zonden krijgen, je leven omkeren en de weg gaan zoals God die heeft gewezen, van je naaste houden als van jezelf.

Johannes vraagt van de mensen om zich te laten dopen, je zou bijna zeggen dat wij van de volken moeten vragen zich te laten dopen. Maar laten we beginnen met zijn Weg zichtbaar te maken door samen te delen en te protesteren tegen het roven door samenlevingen als de onze van de armsten in de wereld. Daar heeft Johannes, en na hem Jezus de weg voor geëffend.

Obstakels op de weg van liefhebben zul je dus niet tegen komen. Zelfs stank voor dank kan ons niet hinderen, we doen het immers niet voor onszelf maar we volgen de weg van de God van Israël. De manier waarop wij bijvoorbeeld onze rijkdom op de wereldmarkten gebruiken maakt dat de armsten arm blijven of zelfs nog armer worden. Aan de bestrijding van onrecht kunnen we vandaag nog mee beginnen.

Zelf zullen we er dus geen voordeel meer van hebben. Onze God is niet een god van voor wat hoort wat. Of wij wel of niet in zijn rijk worden opgenomen is een zaak van zijn genade, daar gaan wij niet over. Wij mogen geloven dat zijn weg iedereen een betere wereld zal opleveren. Een wereld waar geen vluchtelingen meer verdrinken, een wereld waar geen kinderen naar een land worden gestuurd dat ze niet kennen. Maar een wereld waar alle leed geleden en alle strijd gestreden is. Een wereld zegt de Bijbel ons die zo mooi zal zijn geworden dat God er zelf zal willen wonen. Daar heen gaan we op weg, opstaan en aan het werk dus.

Amen

Lezen: Zacharia 14:4-9
              Lucas 1: 5-25

Gemeente,

We gaan op weg naar Kerstfeest. Eerst komt natuurlijk het feest van Sinterklaas, maar vol verwachting klopt ons hart voor het grootste geschenk dat we ooit kregen, de zoon van God zelf, daar kan geen cadeau tegen op, we zijn dus maar blij met het feest van de Sint, kunnen we ons met kerst richten op het geschenk dat alles overstijgt..

Denk nu niet dat alles met de geboorte van het kerstkind wel goed zal komen. Wij hadden een graaicrisis en we moeten er van leren maar volgend jaar gaat alles al weer beter. Dat wordt ons voorgehouden.

De mannen in de deftige pakken die de crisis hebben veroorzaakt, die ons hebben voorgehouden dat ze hun gang moesten kunnen gaan, dat hun creativiteit ons welvaart zou brengen, houden ons nu voor dat ze zelf de rotzooi kunnen opruimen en dat we ons geen zorgen hoeven maken.

Het tegendeel is het geval hebben we zojuist gehoord van de profeet Zacharia. Niet dat de profeet de crises die we nu hebben heeft voorspeld, want profeten voorspellen niet, ze spreken de waarheid. En de waarheid is dat als je niet meer de weg van God bewandelt als volk, je dan rampspoed op rampspoed zal tegenkomen. Dat was zo in de dagen van de profeet Zacharia, Jeruzalem werd ingenomen, de huizen geplunderd en de vrouwen verkracht, de helft van de inwoners werd in ballingschap weggevoerd. Soms lijkt het er op dat we in onze dagen zoiets opnieuw mee maken ook onze samenleving lijkt overhoop te worden gehaald door krachten die we niet kennen en die we niet kunnen bestrijden.

Maar de ellende is niet het einde van het verhaal. Als mensen in nood komen, als de mannen in de deftige pakken in de gevangenis zijn verdwenen of op de vlucht gejaagd dan kruipen de overgebleven mensen bij elkaar. Dan herinneren ze zich weer dat ze moeten delen van wat ze hebben om te kunnen overleven. Dat elk voor zich leven en graaien en grijpen alleen maar voert tot de dood. Daarom kan de profeet Zacharia zeggen dat de weg van de Heer weer de overhand zal krijgen. Dan zal iets gewoons als de landbouw op de Olijfberg, een bergketen worden die bescherming biedt.

Wij weten dan weer dat het niet gaat om flatscreens en golfbanen, maar om graan en groente. Dan herkennen we weer dat de hele wereld er eigenlijk om draait dat iedereen te eten heeft, van Jeruzalem tot aan de Asel, tot aan de einden der aarde. Het zijn best duistere tijden, maar als het donker het sterkst wordt dan gaat ons weer een licht op.

Als mensen zo in liefde samenleven en met elkaar weten te delen kan de wereld weer een paradijs worden. In het verhaal over het paradijs, de tuin waarin de mensen met God wandelden, werd verteld dat die tuin door twee rivieren omringt werd, hier wordt verteld dat er uit Jeruzalem twee rivieren ontspringen. God zal dus echt koning worden over de hele wereld. Overal zal het delen met elkaar, je naaste liefhebben als jezelf, als eerste regel gelden, liefde zal het leidend beginsel voor de volken zijn. Daarom kan er gezegd worden dat Jeruzalem hoog verheven zal zijn. Daar werden immers de richtlijnen van God voor de menselijke samenleving bewaard, gegraveerd op harde rotsen, onuitwisbaar in het hart van de wereld.

Dat principe van de liefde voor allen is niet stuk te krijgen. Dat principe is te zien in de zorg voor de zwaksten, de minsten op de aarde, de vluchtelingen, de slachtoffers van geweld en uitbuiting, de zieken en de stervenden. En het allermooiste is dat we allemaal mee mogen doen, niet op een dag in een onzekere toekomst, maar vandaag nog, het begint vandaag voor ieder die mee wil werken.

In de aanloop naar Kerstmis vraagt de kerk zich af hoe het ook al weer zit met de verwachting van de komst van het Koninkrijk van God. Die komst begon met de geboorte van Jezus van Nazareth maar ook die geboorte had een voorgeschiedenis.

Dat kerstverhaal begint met twee mensen uit het Priestergeslacht. Voorop in het verhaal van Jezus van Nazareth staat dus de Tempel in Jeruzalem. Want Priesters waren er voor om de mensen te helpen die richtlijnen van Heb-Uw-Naaste-Lief-Als-Uzelf, te blijven volgen. Dat Priestergeslacht was ooit begonnen met Aäron de broer van Mozes. Maar in de loop van de geschiedenis was die familie heel erg uitgebreid. Wij bepalen ons tot twee leden van die familie. De priester Zacharias en Elisabeth die nog van Aäron afstamde, een al wat ouder echtpaar dat geen kinderen had.

Ze doen direct denken aan Abram en Saraï die ook geen kinderen hadden maar aan het begin stonden van het verhaal over het volk Israël. En zo konden ook Elisabeth en Zacharia ook wel eens aan het begin staan van een geweldig verhaal. Ze worden in het Grieks “rechtvaardigen” genoemd en om rechtvaardigen gaat het meestal in de Bijbel.

Die Herodes was wel Koning der Joden, maar het was geen Jood. Hij kwam uit Edom en stamde dus af van Esau de broer van Jacob die Israël zou worden. We hebben ook van nog een profeet gehoord die Zacharia heette, van zijn droom hebben we ook gelezen, En zo vinden we in het begin van het verhaal dat Lucas ons vertelt de Koning, de Priester en de Profeet. Samen staan ze rond de Tempel in Jeruzalem. Maar de betekenis van de Tempel was lang onvruchtbaar gebleven. De bezetting van de Romeinen was steeds verstikkender geworden. Mensen durfden geen kinderen meer te nemen, elke kind betekende een extra belasting die moest worden betaald. Aan die angst kwam nu een einde.

Terwijl Zacharias in de Tempel dienst deed kreeg hij een visioen, een droom dat er toch een kind geboren zou worden, een kind dat apart gezet zou worden, zoals Simson ooit apart gezet was, een kind dat de bevrijding van het volk zou aankondigen, een kind waarmee de bevrijding zou beginnen.

Want al die uitspraken van die engel, boodschapper van God, zijn uitspraken die je in het Oude Testament, de Hebreeuwse Bijbel kan terugvinden. En als je de hele schrift hebt om voor je te spreken dan doe je er het zwijgen toe, dan heb je zelf niets meer te zeggen. En zo gaat het met Zacharias: hij kon geen woord meer uitbrengen.

Veel geleerden hebben zich overigens afgevraagd waarom Elisabeth zich verborgen hield, maar de betekenis daarvan komt waarschijnlijk pas aan het licht als we het verhaal van Lucas verder lezen en zo ver zijn we nog niet.

Vandaag houden we op bij Elisabeth die sprak zoals ooit Rachel sprak toen zij moeder werd van Jozef: “God heeft weggenomen mijn schande”.

In een samenleving waar de gelijkheid van man en vrouw werd ontkend, waar men niet kon geloven dat God man en vrouw naar zijn beeld had geschapen, was het een schande als een vrouw geen kinderen had. Van Abraham en Sara, van de ouders van Samuël, van de ouders van Simson en van Zacharias en Elisabeth zouden we moeten leren dat die schande onzin is.

Als we werkelijk gaan leven zoals God dat in zijn richtlijnen voor de menselijke samenleving heeft gewezen, als we werkelijk van onze naaste gaan houden als van onszelf, als we gaan leven voor de minsten op aarde, dan gaat de onvruchtbaarheid voorbij, dan breekt nieuw leven aan, dan komt er namelijk een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. In dat verhaal kunnen we dus ook vandaag mee gaan op de weg naar het Kerstfeest.

Op weg ook tot de dag komt dat de aarde zo mooi zal zijn dat God zelf op deze aarde zal willen wonen. Daarvoor stuurt hij eerst zijn zoon, om ons te leren wat er voor moeten doen, als wij tot aan de einden der aarde zijn gegaan om mensen mee te krijgen met zijn Koninkrijk dan zal dat Koninkrijk ook komen. Er moet dus nog veel worden gedaan, aan het werk dus.

Amen